Wereldbevolking zonder oorlog. 2

Door Aelmans gepubliceerd in Geschiedenis

Genesis hoofdstuk 2 tweede bewerking.

En verhaal. Een schrijver verteld een verhaal. In hoofdstuk 1 vermeldt hij: Het huis met het raar torentje en rode voordeur staat op de rivieroever. Dan blijft dat het hele verhaal zo. Als hij in een volgend hoofdstuk schrijft: Het huis met het raar torentje en rode voordeur heeft een mooi uitzicht, want het staat op de top van een berg. Dat is een beetje gestoord. Hoe zit dat met de verhalen van de geloofleiders? De onderwerpen in Genesis?

Genesis hoofdstuk 2. Waar gaat het hier over? Het hoogste wat we van de natuurwet hebben gekregen: onze fantasie. De organisatie van het samenleven bepalen we met fantasie. Opgeslagen in de stroom van traditie. Dit wordt hier beschreven in hoofdstuk 2. De bijbel vertalers mogen niet zeggen wat er staat. Ze worden betaald door de geloofleiders. En die bepalen dat we volgens hun fantasie moeten leven. Ze moeten verhaaltjes maken zoals de geloofleiders die willen hebben, anders kunnen ze hun baan vergeten. De gedachte zijn vrij of staan wij onder dwang van het geloof de kasteelridders? Wat schrijft Genesis? Het gaat over het geestelijk leven. Onze organisatie van het samenleven. De woorden staan niet in een materiële beschrijving maar in een geestelijke betekenis. Een boom bijvoorbeeld is de geestelijke mens.

De scheppende kracht: onze fantasie. Heeft de fantasie een leider?

Bestaat er een god? Als er een god bestaat maakt hij zich kenbaar door de natuurwet. Of er een schepper god bestaat is van geen enkel belang. We kennen de natuurwet.

Hoofdstuk 2 van Genesis. De fantasie. En het organiseren van de samenleving.

Als beschreven in hoofdstuk 1 komen de aarde en het leven tot stand. Uitgezonderd onze fantasie. De natuurwet is zover klaar met de natuurwet. Op de zevende tijd ging deze natuurwet in ruste. De natuurwet bekeek zijn werk en keurde het goed. De natuurwet maakt de natuurwet onveranderlijk. We zien dat de natuurwet aangevuld wordt met een andere scheppende kracht: onze fantasie. Er is nog geen enkel resultaat van fantasie want de mens heeft nog niets kunnen fantaseren.

Onze fantasie komt in actie. De natuurwet vormt uit de droge aard, uit het logisch van de natuurwet hoofdstuk 1, een geraamte als drager voor het geestelijk lichaam. Het natte gedeelte vormt onze fantasie. Onze fantasie blaast de fantasie door de neusgaten de fantasie in. Wij zijn de enigste levende wezens met fantasie.

Iedere mensenbaby wordt geboren met een lege fantasie. Wij merken bij de kinderen de drang een logisch te ontwikkelen. Dat wordt onderdrukt.

Het samenleven in groepen.

Ons logisch in de  fantasie schept een geestelijke dorp (een tuin) In een overkoepelen sijsteem, een overkoepelend geestelijke bestuur. (een hof).

De resultaten van onze fantasie zijn de vergelijke met de vruchten van bomen. Er komen bomen met verschillende vruchten, naar soort. In het midden van het dorp komt de boom, de vrucht, van het samenleven. Er komt ook een boom van de kennis van goed en kwaad. Braaf en stout.

Bij de eerste mens ontstaat traditie. Een stroom van traditie. Een rivier. Een stroom van kennis. De kinderen krijgen die geleerd als geestelijk voedsel. Een stroom die nu nog altijd verder gaat. Een kind leert door het nadoen van de mensen in de omgeving. En het kind leert de lesstof die bestaat uit de opgeslagen kennis in de traditie.

De hoofdtraditie ontstaat in het wereldbestuur de hof. De rivier, de traditie vertakt zich tot vier hoofdtakken.

De traditie omstroomd het hof. De koepel van de dorpen. Een wereld organisatie van samenleven waar de dorpen onder vallen. Hier is het goud goed. Hier is bestuur van de economie. Hier is ook bdeilium hars en de onysteen. Het inkomen van ieder mens op aarde is gelijk. Het wordt bepaald door het lid zijn van een dorp. Dus niet op een andere manier. De hof kent geen eigen sociaal leven. Het is de economie. Met ongeveer 14 jaar wordt de leeromgeving van het kind de mensen van de wereldbevolking.  

De eerste hoofdtak in de traditie. De traditie die het dorp omstroomt. In het dorp is het goud goed. Het dorp heeft een eigen economie. Het dorp bestaat uit een aantal wijken. De leerwereld van kinderen van 7 jaar tot ouder.

De tweede hoofdtak in de traditie. Deze omstroomt de dorpswijk. Een dorpswijk bestaat uit een aantal putten. Leeromgeving van het kind 5 tot 7 jaar.

De derde hoofdtak van de traditie. Die omstroom de put. Een put bestaat uit een aantal families. De vierde hoofdtak is de familie. Een familie bestaat uit personen. Leeromgeving van het kind de put leeftijd 3 tot 5 jaar. Leer omgeving het gezin 0 tot 3 jaar.

Het logisch gedeelte van de fantasie plaats nu de rest van de fantasie in het dorp. Om er zorg voor te dragen. In het dorp zorgt ieder voor het welzijn van ieder.

Kennis van goed en kwaad.

Het braaf en stout. Met braaf en stout kunnen we dieren tot huisdieren, werkdieren en circus dieren maken. Met braaf en stout zorgen we dat een dier het gedrag krijgt wat wij wensen. Dat vervangt het natuurlijk gedrag van de dieren. Van ons logisch mogen we niet van goed en kwaad eten. Het goed en kwaad tot ons geestelijk voedsel maken. Als we dat doen dan maakt het braaf en stout ons natuurlijk gedrag dood. Het logisch wordt doodgemaakt.

Een mannelijke geest en een vrouwelijke geest. Tot nu is er alleen een menselijke geest.

Het logische gedeelte in onze fantasie zegt: Het is niet goed dat er maar een menselijke geest is. De menselijke geest dient een tegenhanger te hebben. Om een evenwicht te krijgen. Het logische gedeelte van de fantasie vormde alle wilde dieren van het veld en elk vliegend schepsel in de lucht. Vervolgens bracht hij ze tot de mens. Hoe hij elk daarvan zou noemen was zijn naam.

 Wat staat hier?

Het logische gedeelte van de fantasie vormt een fantasie gedrag van de dieren. Hoe we nu het gedrag van de dieren fantaseren, dat wordt ons fantasie gedrag voor de dieren in het wild en de huisdieren. Als we voor een diersoort een gedrag fantaseren. Dat gedrag wordt voor ons werkelijkheid. We zien de diersoort zo. Maar voor de mens werd geen hulp gevonden als tegenhanger om een evenwicht te krijgen.

De fantasie laat de fantasie in een diepe slaap vallen.

Terwijl de fantasie sliep nam hij uit het logisch gedeelte van de fantasie een gedeelte en maakte de wond in de rest van de fantasie dicht. De wond in het vlees wordt dichtgemaakt. Daarna maakt de logische fantasie van de logische fantasie die hij uit de mens had genomen een vrouw. Hij bracht haar naar de mens. De mens wordt dan vanzelfsprekend de man.

Een man met een mannen geest. Een vrouw met een vrouwen geest.

Eindelijk zijn we klaar zoals we ons nu zien op aarde.

Naakt.

Het gaat hier om het geestelijk leven. Het logisch en de vrije fantasie. De man met zijn mannengeest. De vrouw met haar vrouwengeest. Die blijven naakt, voor elkaar zichtbaar en toch schaamden ze zich niet.

Ouders verlaten.

Ouders verzorgen en beschermen het kind. Wil een man zelfstandig worden zal hij deze bescherming moeten verlaten. Een man en een vrouw dien zich aan elkaar te hechten zodat ze elkaar verzorgen en beschermen.

Einde hoofdstuk 2. Er is een derde bewerking. Er moet nog een vierde bewerking komen. Het prettig leesbaar opschrijven.

We zien hier een mens wie geest bestaat uit een logische fantasie een gebonden fantasie aan de natuurwet, en een vrije fantasie.

 

Bij de derde bewerking toevoegen. Het maken voor de levensruimte van de fantasie. Droge aarde. Stof uit de Sahara. De natuurwetten die voor droge aarde gelden daar wordt het geraamte voor de leefruimte van de fantasie van gemaakt. Naar het oerwoud nat spul halen. De leefwetten voor de bomen. De natuurwetten van dit spul vormen het vlees van de fantasie. De leefruimte voor onze fantasie is klaar.

 

Een diepe slaap

De oppas opa. Hij verteld het kind voor het slapen een verhaal. Als het kind in slaap is gevallen en opa ophoudt met vertellen begint het kind onrustig adem te halen. Opa gaat verder met vertellen Het kind gaat weer rustig ademhalen. Als het kind in de morgen wakker wordt moet het nog even in bed blijven liggen. Opa is nog niet klaar met vertellen. Als het kind nu bij opa blijft slapen wil het een uur voor bedtijd al naar bed. Want dan verteld opa.

In hoofdstuk 3.

zien we het ontstaan van de mens met de kennis van goed en kwaad. Dat is onze gehele fantasie. Gans onze fantasie is goed en kwaad. Het logisch is dood. Het heeft een andere betekenis als dood van het lichaam, het is na een tijdje weg, weer onderdeel van andere materie. Iedere mensenbaby die geboren wordt heeft in zijn fantasie zitten dat zich een logisch ontwikkeld, een geraamte. Met de hersenspoeling die we de naam opvoeding gegeven hebben wordt geregeld dat het logisch onder de oppervlakte blijft.

Het bezit van een miljardair. Het is niet zijn bezit. Het is het bezit van andere mensen dat hij zich tot eigendom heeft gemaakt. De regels en wetten van de oppervolgers van de oerwoudtovenaars regelen dat het goed is. Als we geboren worden hebben we geen bezit. Alle bezit is het bezit van andere mensen dat we tot ons eigendom maken. Hoever zit het logisch onder de oppervlakte?

 

04/07/2016 19:20

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert