Wat is psychose en hoe kan dat worden voorkomen?

Door LilyH gepubliceerd in Gezondheid en fitness

Wat is erger? De kans op extrapiramidale bijwerkingen of de kans op agranulocytose?

Het Centrale zenuwstelsel
Het zenuwstelsel kunnen we in tweeën delen.
• Het centraal zenuwstelsel
Dit deel bevindt zich in de schedelholte en in het wervelkanaal. Het wordt door het bot tegen het mechanische geweld beschermd doordat het zenuwvezel erg zacht en kwetsbaar is. Het zenuwvezel wordt ook door de liquor cerebrospinalis (een waterige vloeistof) beschermd tegen indirecte botsing tegen de botten van de schedelwand.
Het CZ zorgt voor het waarnemen van signalen buiten het lichaam. Deze signalen worden via het centralezenuwstelsel verwerkt, zodat de spieren via de motorische zenuwcel erop kan reageren.

Het centrale zenuwstelsel wordt in vier delen verdeeld.

 Grote hersenen
Het bestaat uit een linker en rechter hemisfeer (hersenhelft) die via een vezelbaansysteem met elkaar worden verbonden.
 

Kleine hersenen (cerebellum)
Deze liggen aan de achterzijde, onder de achterkwab van de grote hersenen. De functie
van de kleine hersenen is de coördinatie van de lichaamshouding en de lichaamsbewegingen.
 

Hersenstam
Alle zenuwbanen die tussen de grote en de kleine hersenen en het ruggenmerg liggen,
lopen via de hersenstam. De hersenstam is een onderlinge verbindingsweg tussen de grote en de kleine hersenen en het ruggenmerg.
 

Ruggenmerg
Het ruggenmerg is een verbindingslijn. Het zorgt voor de verbinding tussen de romp, armen, benen en hersenen. Het ruggenmerg is ook verantwoordelijk voor de reflexactiviteiten.

998ea6aa19ade02b3fd2f4e96ab3ad1cMi5KUEc=

Het perifeer gedeelte
Dit wordt door bundels van zenuwvezels gevormd. Deze verbinden de centrale deel met de doelorganen (zintuigen, spieren en klieren).
De zintuigen zorgen voor het sturen van informatie naar de spieren en klieren. Zij voeren de gekregen informatie uit.

Neurotransmitters
Een neurotransmitter is een prikkelstof die voor het transport van signalen tussen de zenuwvezels en de spieren zorgt. De neurotransmittermoleculen zijn in blaasjes van het aanvoerende neuron opgeslagen. Wanneer een signaal doorgestuurd moet worden, springt een aantal blaasjes kapot waardoor de neurotransmittermoleculen vrijkomen. Deze gaan aan een receptor binden. Hierdoor wordt het signaal gestuurd.

8ed9ce23437f213aea9c8ef772ba577aMy5KUEc=f560d82535bf9a73cf6f1559a404beffNC5KUEc=

 

 

 

 

 

 

Receptoren
Receptoren zorgen voor de communicatie tussen het neuron en de neurotransmitters. Op het oppervlak van een cel zijn er verschillende soorten receptoren die op verschillende neurotransmitters en andere stoffen kunnen reageren. Elke receptor is geschikt voor één stof. Er zijn verschillende typen receptoren. De neurotransmitters kunnen niet op alle receptoren werken. Elke neurotransmitter kan alleen op een bepaalde receptor werken.

Wat is Psychose
Psychose is een ziekte waarbij een persoon het contact met de werkelijkheid gedeeltelijk of helemaal kwijt raakt. Een persoon met psychose heeft gedachtes, waarnemingen en gevoelens die niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Een psychose wordt gekenmerkt door een periode met wanen, verwaandheid en hallucinaties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve symptomen.
De positieve symptomen zijn:
• Waanideeën
• Hallucinaties
• Verwardheid
• Onsamenhangende spraak en gedrag
De negatieve symptomen zijn:
• Verlies van energie
• Weinig belangstelling voor sociale contacten, werk of hobby’s
• Spraakarmoede

Bij mensen met psychose is de werking van een bepaald deel van de hersenen verstoord. De prikkeloverdracht tussen de zenuwen is verstoord.
Neurotransmitters zijn boodschapperstoffen die het signaal van de ene zenuwcel naar de andere zenuwcel overbrengen. Dopamine is een van de neurotransmitters. Het zorgt voor een gevoel van blijdschap,
het ervaren van genot en welzijn. Bij psychose is de concentratie van dopamine in bepaalde hersendelen te hoog.
De oorzaak van het ontstaan van een psychose is niet bekend. Maar er zijn wel factoren die een rol spelen bij een psychose (persoonlijkheid, stress hersenontwikkelingen, erfelijkheid, zuurstof tekort tijdens bevalling, omgevingsfactoren).

Antipsychotica
Antipsychotica zorgen voor het verminderen en/of laten verdwijnen van de psychose. Ze werken op de positieve symptomen en hebben een geringe werking op de negatieve symptomen. Men onderscheidt twee groepen/soorten antipsychotica.
Klassieke antipsychotica
Ze worden ookwel de eerste generatie- of typische- antispychotica genoemd. Dit waren de eerste antipsychotica die op de markt kwamen. De groepen geneesmiddelen die hieronder vallen zijn: de butyrofenonen, difenylbutylaminen, fenothiazinen, thioxanthenen.

Atypische antipsychotica
Ze worden ookwel de nieuwe of tweede generatie- antispychotica genoemd. Dit zijn de nieuwere antipsychotica die op de markt zijn gebracht. Ze hebben minder extrapiramidale bijwerkingen en werken beter op de negatieve symptomen. De geneesmiddelen die onder deze groep horen zijn: aripiprazol, clozapine, olanzapine, paliperidon, quetiapine, risperidon, sertindol, sulpiride en ziprasidon.

Haldol
Haloperidol (Haldol) valt onder de groep van de klassieke antipsychotica. Het is een sterk werkende klassieke antipsychotica. Dat wil zeggen dat het een antidopaminerge werking heeft op de dopamine receptoren werkt. Het blokkeert de dopaminerge (D2) receptoren. Haldol heeft naast een antipsychotische werking een geringe sederende (kalmerende) werking. Het heeft een sterk centrale antidopaminerge werking en een zwak centrale werking.

9fca9022508797c592b5a483da67546bNS5qcGc=

Bijwerkingen
Vaak:
• Extrapiramidale bijwerkingen (bewegingsstoornis)
Soms:
• Hoofdpijn
• Agitatie
• Verwardheid
• Duizeligheid
• Sufheid (in het begin van de behandeling,.
• Anticholinerge bijwerkingen (droge mond, obstipatie, etc)

Leponex
Leponex valt onder de groep van de atypische antipsychotica. Maar het neemt wel een aparte plaats binnen deze groep. Het blokkeert de stoffen dopamine (het heeft een zwakke binding aan de D2-receptoren) en serotonine die in de hersenen geproduceerd worden, waardoor de psychosen afnemen.
Leponex was eerder uit de handel gehaald vanwege zijn verhoogde agranulocytose risico. Daarna is gebleken dat leponex een redmiddel was voor therapieresistente patiënten (uit studies is er gebleken dat het op 30-50% therapieresistente patiënten effectief is). Maar toch wordt het niet als startmiddel aangeraden. Het wordt pas aangeraden wanneer de andere geneesmiddelen niet effectief werken of teveel bijwerkingen opleveren.

Bijwerkingen
• Risico op agranulocytose met mogelijke fatale afloop
• Ontstaan of verergering van obsessief-compulsieve klachten
Zeer vaak:
• Slaperigheid
• Moeheid
• Duizeligheid
• Hypersalivatie (speekselvloed)
• Tachycardie (hart werkt sneller )
Vaak:
• Leukopeni (vermindering van de witte bloedcellen)
• Neutropeni (vermindering van neutrofiele granulocosyten. Deze zijn de witte bloedcellen die het lichaam beschermd tegen infecties)
• Leucocytose (toename van het aantal witte bloedcellen in het bloed)
• Overgewicht

Haldol ten opzichte van Leponex
Ik heb een aantal studies onderzocht en vanwege de uitslagen heb ik voor haldol gekozen. Mijn argumenten zijn als volgt:
Bij een lage dosering van haldol krijgt men hetzelfde effect als bij de atypische antipsychotica, maar zijn  er  minder extrapiramidale bijwerkingen (EPS). In 2000 zijn er 52 onderzoeken gedaan die de werkzaamheid van de klassieke en de atypische antipsychotica met elkaar vergeleken. Uit een meta-analyse is er gebleken dat bij een lage dosering haloperidol (<12mg per dag) geen verschillen zijn met de atypische antipsychitica. Dus de kans op EPS is ook minder.

Het klinische effect wordt ook bij lage dosis bereikt. Dus het is niet noodzakelijk om een hoge dosering voor te schrijven. Tegenwoordig wordt er altijd met zo’n laag mogelijk dosering gestart. Pas wanneer de dosering te laag is, waardoor het klinische effectiviteit niet bereikt wordt, wordt de dosering verhoogd.
Uit onderzoeken is er gebleken dat haloperidol een goede eerste keuze is bij de behandeling van psychose bij ouderen.
In de praktijk is bij de behandeling van pshychose een lage dosering van haloperidol (4-10mg/dag) nog steeds de eerste keuze. Als het weinig effectief is of als er teveel EPS optreden, kan er naar een atypische antipsychotica overgestapt worden.

Agranulocytose is een gevaarlijke bijwerking van clozapine.
Clozapine was eerder uit de handel gehaald vanwege het verhoogde agranulocytose risico. Daarna is het weer in handel gezet doordat dit het enige redmiddel was voor de therapieresistente patiënten.
Bij ongeveer 1% van de patiënten die clozapine gebruiken treedt er agranulocytose op.
Arganulocytose is een aandoening die meestal fataal afloopt. Er treedt een sterke vermindering of een gebrek aan gekorrelde witte bloedcellen in het bloed. Dit heeft als gevolg dat de afweer tegen infecties sterk verminderd wordt. Ouderen zijn gevoelig voor deze bijwerking, zij hebben al een laag afweersysteem. Bij het optreden van deze aandoening is de kans om te overleven gering.
Bij ouderen is de kans op agranulocytose groter.

bbeeced324f1ac9c67935fd4fb057dbdNy5qcGc=

Het risico voor de ontwikkeling van diabetes melitus II, is bij het gebruik van clozapine twee tot driemaal zo hoog.
Er is uit een recente meta-analyse gebleken dat de atypische antispychotica (met name clozapine)
niet beter zijn dan de klassieke antipsychotica.
Ze hebben wel minder extrapiramidale bijwerkingen, maar bij een lage dosis haloperidol treden er ook minder extrapiramidale bijwerkingen op.
De meeste onderzoeken die er met de atypische antipsychitica gedaan zijn, waren korte termijn onderzoeken. Misschien verklaart dit de uitspraak van het geringe optreden van bijwerkingen. Voor een betere uitspraak moet er een lange termijnonderzoek gedaan worden.
Clozapine werkt in min of meerdere mate anticholinerg, antihistaminerg en blokkeert de a₁-receptor.
Hierdoor krijgen de patiënten verschillende lastige bijwerkingen zoals, hypertensie, visusstoornis, etc. Ook de cognitieve stoornissen die bij ouderen optreden ten gevolge van dementie, cardiovasculaire en cerebrovasculaire aandoeningen kunnen verergerd worden.
Clozapine wordt altijd als laatste middel aangeraden. Pas als de andere antipsychotica niet effectief zijn, wordt er naar clozapine overgestapt.

21/06/2016 11:11

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert