Wat is depressie en hoe kan je voorkomen?

Door LilyH gepubliceerd in Gezondheid en fitness

Het is heel vervelend om een depressie te hebben. Voor oudere mensen die in een verpleeghuis zitten is de kans hierop vrij groot, ze voelen zich vaak alleen en vergeten. Het is mogelijk om deze depressie aan te pakken m.b.v. antidepressiva.

Opbouw van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel van de mens is onderverdeeld in het willekeurig- en onwillekeurig zenuwstelsel.
Het willekeurige (animale) zenuwstelsel bestaat uit:
• Centraal zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg. De hersenen worden onderverdeeld in de grote hersenen, kleine hersenen en hersenstam.
• Perifeer zenuwstelsel: het zenuwstelsel buiten het centrale zenuwstelsel. Bestaat uit 12 paar hersenzenuwen en 31 paar ruggenmergzenuwen.
• Sensibel deel (gevoelsdeel): zorgt voor de prikkeloverdracht van de zintuigen naar de hersenen.
• Motorisch deel (bewegingsdeel): zorgt voor de totstandkoming van alle bewegingen.
Het onwillekeurige (vegetatieve) zenuwstelsel bestaat uit het:
• Sympathisch zenuwstelsel: bereidt het lichaam voor op activiteit. (o.a. verhoogde hartfrequentie, vernauwing bloedvaten)
• Parasympathisch zenuwstelsel: zorgt voor herstel van het lichaam in rust. (spijsvertering neemt toe, verlaging hartfrequentie)
Het zenuwstelsel is opgebouwd uit zenuwcellen (neuronen) die zich in de grijze stof van de hersenen bevinden. Neuronen bestaan uit vele dendrieten (transporteren informatie van andere cellen naar het cellichaam van de zenuwcel) en een axon (transporteert informatie vanuit het cellichaam naar andere cellen).
Het limbisch systeem bevindt zich op de rand van de grote hersenen en de hersenstam en bestaat uit: amandelen, schorswinding, hippocampus, hersengewelf, parahippocampus, thalamus. Tot het limbisch systeem worden alle centra in de grote hersenen die een rol spelen bij emotioneel gedrag gerekend. Hier worden zaken als: agressie, honger- en dorstgevoel en seksualiteit geregeld. Bij emoties activeert het limbisch systeem het sympathische zenuwstelsel, dit uit zich o.a. in vergroting van de pupillen en een verhoogde zweetproductie.

Neuronen
Neuronen communiceren met elkaar d.m.v. neurotransmitters, dit gaat via de synapsspleet. In het uiteinde van de presynaptische neuronen (zendende neuronen) zitten blaasjes, deze blaasjes bevatten transmitterstoffen. Als er een elektrische impuls in het zenuwuiteinde komt gaan deze blaasjes open en worden de neurotransmitters in de synaptische spleet vrijgegeven. De neurotransmitters binden zich dan aan de receptoren van de ontvangende zenuwcel (postsynaptisch neuron). In de synapsspleet kan de werking van de transmitterstof worden afgebroken door enzymen (MAO) of door heropname in het presynaptisch neuron. De heropname is mogelijk omdat neurotransmitters zich ook aan het presynaptisch neuron kunnen binden na vrijgave in de synapsspleet.
Neurotransmitters worden gevormd uit eiwitten uit de voeding, die afgebroken worden tot aminozuren. Aminozuren die een rol spelen voor de vorming van neurotransmitters zijn tryptofaan (serotonine) en tyrosine (noradrenaline en dopamine).

2bee6f6928b61042251b2732ea80804dMy5KUEc=7ffbd7b028374a38705b2d6a4366e222Mi5KUEc=

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn activerende (als: noradrenaline en dopamine) en remmende neurotransmitters (als: serotonine). Een tekort aan neurotransmitters zorgt voor symptomen als moedeloosheid, somberheid, prikkelbaarheid e.d. Antidepressiva zorgen voor een toename van deze neurotransmitters in de synapsspleet; dit door heropname van neurotransmitters in het presynaptisch neuron of door de afbraak van neurotransmitters door MAO te remmen.

Depressie
Een depressie is een aanhoudende periode van zwaarmoedigheid. Een depressie kan veroorzaakt worden door een tekort aan neurotransmitters. Als de patiënt voor tenminste 2 weken last heeft van onderstaande symptomen wordt er van een depressie gesproken. Om de diagnose te stellen moet er minstens 1 van de cursief gedrukte symptomen (kernsymptomen) aanwezig zijn. Er zijn verschillende gradaties van een depressie; bij de milde/ lichte vorm zijn niet meer dan 5 symptomen aanwezig en heeft het een beperkt effect op het dagelijks leven, bij een matige depressie zijn er al meer beperkingen, en bij een ernstige depressie zijn er meer dan 5 symptomen aanwezig en heeft de stoornis veel effect op het dagelijks leven (beperkingen).

Symptomen:
• Sombere stemming
• Verlies interesse en plezier
• Gevoelens van waardeloosheid of schuld
• Suïcidale gedachten/ pogingen
• Snel geïrriteerd zijn
• Concentratieproblemen/ vertraagd denken
• Vermoeidheid
• Slaapstoornissen (voornamelijk doorslaapproblemen)
• Verandering van eetlust en/ of gewicht
Vitale kenmerken:
• Doorslaapstoornissen
• Dagschommeling: ’s avonds beter dan ’s ochtends
• Verlies van plezier
 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen unipolaire en bipolaire stoornissen. Bij een unipolaire stoornis zijn er, in tegenstelling tot de bipolaire stoornis, geen perioden van manische depressie.
Een depressie verdwijnt meestal binnen een half jaar. Na de eerste episode is de kans op een volgende depressie 50%. Na twee episodes is de kans op een volgende terugval 70% en na drie episodes is de kans op een nieuwe depressie maar liefst 90%. Oorzaken van een depressie kunnen verschillende factoren hebben: biologische-, psychische-, en omgevingsfactoren.
De ernst van de depressie wordt door een arts vastgesteld met de Hamilton Depressie Schaal (HMD) of de Montgomery en Asberg Depressie Rating Schaal (MADRS). Dit zijn vragenlijsten om de ernst vast te stellen en niet de depressie op zich.

Niet-medicamenteuze behandeling
• Praten over de depressieve gevoelens.
• Niet te veeleisend zijn en proberen belangrijke beslissingen uit te stellen.
• Leef van dag tot dag.
• Regelmatig eten en slapen (geen alcohol).
• Voldoende lichaamsbeweging
• Ontspannen en sociale contacten onderhouden.

Medicamenteuze behandeling
Antidepressiva zijn onder te verdelen in:
• Tricyclische antidepressiva (TCA’s): remmen de heropname van noradrenaline en serotonine uit de synaptische spleet. Bijvoorbeeld Amitriptyline,Clomipramine en Doxepine.
• Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI’s): remmen de heropname van serotonine uit de synapsspleet. Bijvoorbeeld Paroxetine, Fluoxetine en Venlafaxine.
• MAO-remmers (mono-amino-oxidase-remmers): remmen de afbraak van noradrenaline, serotonine en dopamine door MAO. Er zijn MAO-A en MAO-B remmers.
• Overige antidepressiva als Sint Janskruid en Lithiumzouten.

a1bfc7cc3cd402324c4653d139c397ebNC5qcGc=

Paroxetine
Paroxetine behoort tot de specifieke serotonine heropnameremmers (SSRI’s). Het remt selectief de heropname van serotonine in de neuronen, waardoor de serotonineconcentratie in de synapsspleet hoger blijft. Het effect ervan is gemiddeld na twee weken te merken. Paroxetine werkt bij depressies, vooral met vitale kenmerken (zie symptomen depressie), angst- en paniekstoornissen. Het middel mag niet gebruikt worden in combinatie met MAO remmers, andere SSRI’s, Sint Janskruid en andere serotonerge geneesmiddelen, omdat dan het serotoninesyndroom kan ontstaan. Dit syndroom geeft klachten als: stuipen, transpiratie, neiging tot flauwvallen en ontstaat doordat beide serotonerge middelen door het CYP2D6 enzym worden gemetaboliseerd (in een actieve metaboliet). Ook is voorzichtigheid geboden bij Paroxetine in combinatie met antistollingsmiddelen (bijvoorbeeld. NSAID’s) omdat Paroxetine de bloedingstijd verlengt en zo de kans op maag-darm bloedingen vergroot. Dit komt doordat een SSRI de heropname van serotonine in de bloedplaatjes remt. Serotonine speelt een rol bij de samenklontering van de bloedplaatjes. Omdat NSAID’s een antistollingseffect hebben is het gevaarlijk om deze tegelijkertijd met een SSRI te gebruiken omdat hierdoor de kans op bloedingen wordt vergroot.

Bijwerkingen van Paroxetine kunnen zijn: misselijkheid, seksuele stoornissen, slaperigheid, spierzwakte en duizeligheid. De behandeling mag niet direct gestaakt worden i.v.m. de kans op onttrekkingsverschijnselen ( slaapstoornissen, angst, misselijkheid).

Amitriptyline
Amitriptyline is een tricyclisch antidepressivum (TCA). Het remt de heropname van noradrenaline en serotonine in de neuronen. Amitriptyline heeft een anticholinerge en sedatieve werking. Het effect ervan is na 1 à 2 weken merkbaar. Omdat het middel een anticholinerge werking heeft is er voorzichtigheid geboden bij ouderen (de hoeveelheid acetylcholine [een neurotransmitter] neemt af naarmate men ouder wordt).
Het middel mag niet gebruikt worden in combinatie met andere antidepressiva (i.v.m. het serotonine syndroom), CYP2D6 remmers als Ritonavir en schildklierhormonen.
Bijwerkingen van Amitriptyline kunnen zijn: (orthostatische) hypotensie, droge mond, pupilverwijding, stuipen, verwarring, duizeligheid, hypertensie. Ook voor Amitriptyline geldt dat de behandeling afgebouwd moet worden.

SSRI’s zijn beter dan TCA’s voor ouderen
Er worden in dit betoog twee geneesmiddelen behandeld: Paroxetine ( een SSRI) en Amitryptiline (een TCA). Wat zijn nu de verschillen tussen deze twee antidepressiva? Wel, de verschillen zitten voornamelijk in de bijwerkingen. Beide middelen geven ongeveer evenveel bijwerkingen, echter Paroxetine geeft ‘mildere bijwerkingen’ dan Amitriptyline. De bijwerkingen van Paroxetine zijn vooral gastro-intestinaal (maag-darm) en neurologisch van aard, terwijl Amitriptyline cardiovasculaire (hart en vaten) en anticholinerge bijwerkingen geeft.

Ouderen hebben meer kans op anticholinerge bijwerkingen omdat de hoeveelheid acetylcholine met het ouder worden afneemt, bovendien gebruiken ze vaak meerdere anticholinerge middelen naast elkaar. Volgens het Nederlands Bijwerkingen Centrum ‘Lareb’ kunnen anticholinergica leiden tot het anticholinerg syndroom, wat symptomen geeft als: droge mond, wazig zien, duizeligheid, hallucinaties en bij hevige intoxicatie zelfs ademhalingsdepressie en coma. Deze anticholinerge bijwerkingen ontstaan door een ongewenste blokkade van cholinerge receptoren. Deze receptoren zitten o.a. in de oogspieren en speekselklieren.

Mijn eerste argument om ouderen een SSRI i.p.v. een TCA voor te schrijven is dat de kans op anticholinerge bijwerkingen bij ouderen die een TCA gebruiken groot is. Vooral omdat het Nederlands Bijwerkingen Centrum ‘Lareb’ waarschuwt voor de gevaren die kunnen ontstaan bij ouderen die anticholinergica gebruiken, is het af te raden deze middelen te gebruiken.

Daarnaast is aangetoond dat ouderen vaak last hebben van hart- en vaatziekten waardoor een TCA minder geschikt is als antidepressivum bij ouderen dan een SSRI; dit omdat een TCA ook cardiovasculaire bijwerkingen geeft als hartritmestoornissen, orthostatische hypotensie (te lage bloeddruk) en tachycardie (versnelde hartwerking). Uit een onderzoek, gepresenteerd in het ‘European Heart Journal’, blijkt dat SSRI’s weinig tot geen bijwerkingen op hart en vaten hebben, in tegenstelling tot TCA’s.

642dbbaa2748ca87573deab98f34b7a0NS5qcGc=

Bij comorbiditeit (verschillende aandoeningen bij een patiënt) gaat de voorkeur uit naar een SSRI in plaats van een TCA. Comorbiditeit komt vaak bij ouderen voor, zo gaat depressie vaak samen met angststoornissen en cardiovasculaire aandoeningen. Ook komt bij ouderen comorbiditeit met reumatoïde artritis (RA) voor. Het is wetenschappelijk aangetoond dat reumatoïde artritis een samenhang heeft met depressie. Een depressie bij RA patiënten is gerelateerd aan de pijn die gepaard gaat met RA. Het is nog niet duidelijk of depressie bij RA een reactie is op de pijn of dat een depressie bijdraagt aan het pijngevoel. Omdat ouderen een grote kans op RA hebben en daardoor een depressie kunnen ontwikkelen, is het noodzakelijk om een antidepressivum voor te schrijven dat door ouderen goed verdragen wordt. Een SSRI heeft dan de voorkeur, zo blijkt uit een onderzoek van C. Dickens en F. Creed, verbonden aan de universiteit van Manchester.

Mijn argument is dat ouderen beter een SSRI dan een TCA kunnen gebruiken omdat een SSRI voordelen heeft bij depressie cardiovasculaire- en RA comorbiditeit, zoals blijkt uit bovengenoemde studies.

Naast bovenstaande kernargumenten zijn er nog een paar andere argumenten te geven om te kiezen voor Paroxetine boven Amitriptyline:
• Door het bijwerkingen profiel van TCA’s is de kans op therapietrouw minder groot dan bij SSRI’s, dit is aangetoond in verschillende meta-analyses. Mijn standpunt is dat SSRI’s de voorkeur genieten boven TCA’s als het gaat om therapietrouw.
• SSRI’s zijn de meest voorgeschreven antidepressiva in Nederland (Paroxetine is het meest voorgeschreven antidepressivum in Nederland). Dit geeft aan dat artsen Paroxetine verkiezen boven Amitriptyline, wat op de tweede plaats staat.
• TCA’s hebben een sneller toxisch effect bij overdosering dan SSRI’s. Overdosering van Amitriptyline kan leiden tot coördinatiestoornissen, ademhalingsdepressie en coma (door anticholinerge bijwerkingen). Uit onderzoek naar sterftecijfers van antidepressiva blijkt dat SSRI’s tot minder sterfgevallen leiden dan TCA’s (per miljoen uitgeschreven recepten).

21/06/2016 11:11

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert