De Bastaard van Byzantium

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Een Fantasy-verhaal dat zich afspeelt in fictieve Middeleeuwen, waar het Middeleeuws bijgeloof realiteit is. Een waarschuwing vooraf: dit verhaal is ongeschikt voor tere zieltjes!

 

*ooit geschreven als schrijfopdracht*

 

De Bastaard van Byzantium

 

Het is de stank waar ik niet aan kan wennen. De kreten, het huilen en het schreeuwen zijn al jaren onderdelen van mijn werk. De weeïg metalige stank van oud en rottend bloed, de penetrante pislucht, de dierlijke muskusgeur van angstzweet, daar kan ik me voor afsluiten. Maar het moment dat zijn darmen leeglopen, als een beschuldigende oerkreet, zet ook ik bijna een stap achteruit. De twee monniken slaan een stuk van hun cape voor de mond. De Villefort kijkt weg met een gezicht vol afschuw. De straf is bekend; op een knik van mij brandt een van mijn knechten het aanstootgevende lichaamsdeel dicht. De lucht van verschroeid vlees door het withete ijzer en de dampen van kokende drek laten mijn ogen tranen. De schrille aanhoudende kreet negeer ik.

1ffd3284acf8803bd2bb4b431b99a9de.jpg

De Villefort, Groot-Inquisiteur en de meest succesvolle heksenjager van onze tijd geeft hem nog één kans. Eén laatste kans om volledig te bekennen. Maar de man, onschuldig als hij is – en ik ben de enige die het met hem kan weten – brengt alleen onverstaanbaar gebrabbel uit, tussen zijn ijselijke kreten en dierlijk janken. Zijn blik richt zich op mij, op mijn masker, dat me voor iedereen onherkenbaar maakt. Zijn ogen smeken om genade en om verlossing van de helse pijnen waaraan ik hem blootstel. Ik probeer zijn blik gevoelloos af te weren, maar ik kan het niet. Hij is bijna een van hen. Hun ijskoude staren uit hun holle ogen is het enige waar ik naar kijk. Niemand anders kan ze zien. Niemand anders mag van ze weten.

Alsof het hem diep spijt geeft de Villefort mij het teken. Ik weet wat er nu gaat gebeuren. Het is de volgorde van gebeurtenissen die ik al zo vaak heb veroorzaakt. De man ligt met zijn armen en benen vastgeketend, tot het uiterste gestrekt. Eén knik aan het wiel en dan gebeurt het. Ik hoor het luide en droog knappende geluid van armen die uit de schouders getrokken worden. Even later hetzelfde, maar dan harder, bij zijn benen. De pijn die de man nu voelt is erger dan alle pijn die hij tot nu toe voelde. Zijn blik maakt dit volkomen duidelijk. Daar waar hij eerst de pijn nog voor een deel kon wegschreeuwen, is dit nu onmogelijk. Dit is meer dan een mens kan verdragen. Zijn schreeuwen wordt luider, schriller en wanhopiger. In zijn ogen, verbijsterend groot, zie ik doodsangst, wanhoop en het besef dat zijn lijden nu pas écht is begonnen, dat elke seconde van kwelling vanaf nu aan gaat voelen als eeuwig en absoluut. Ik kijk de Villefort dringend en vragend aan. En hij doet waar ik voor vrees: hij geeft me het teken het lijden nog meer te vergroten. Eén knik verder en ik zie de onoverkomelijke Waanzin die zich meester maakt van de man. Vanaf nu is hij geen mens meer, vanaf nu is hij een homp willoos vlees dat alles zal doen om een einde te maken aan zijn kwelling. Zijn voorgangers, die me altijd vergezellen in hun lijkwitte gewaden zweven in een kring om ons heen. Hun dode ogen kijken zonder mededogen op hem neer.
 
918c93f23779574b01423cbc7332ef47.jpg
 
Hij bekent alles, nadat ik het wiel een paar slagen heb teruggedraaid. De van dankbaarheid tranende ogen die hij op me richt voelen aan als dolksteken. De Villefort ziet het, verstijft en richt zijn priemende blik op mij. 
   “Heb je wat te zeggen, beul?” Zijn stem is beschuldigend. Ik zou nu op mijn tellen moeten passen maar voordat ik het door heb, vindt mijn geheime frustratie een uitweg.
   “Op dit moment zou hij zelfs bekennen dat hij samen met Judas Onze Heer heeft verraden.” Ook al is dat meer dan duizend jaar geleden. “Ik versta mijn vak”, mompel ik er achteraan. 
De spottende lach van De Villefort maakt duidelijk dat ik te ver ben gegaan. Hij loopt langzaam om me heen en bekijkt me van alle kanten. Ik buig nederig mijn hoofd en laat mijn armen slap langs mijn lichaam hangen.
   “Dus jij twijfelt aan zijn schuld? En hoe weet jij dat dan? Wat neem jij waar dat ik niet kan waarnemen? Ben je soms een van hen? Een heks? Een Voeler? Ik hoop het toch niet voor je. Want dan ben jij de volgende die hier op de pijnbank ligt!” Ik buig mijn hoofd nog dieper; ik kan het voelen, de lust tot pijnigen die deze man beheerst. Ik bid vurig tot mijn Heer dat het niet zichtbaar was, hoe ik verstijfde bij de naam ‘Voeler’. Alsof mijn gebed verhoord is, voel ik hem toegeeflijker worden. 
   “Beul, je bent inderdaad een meester in je vak, dat geef ik toe. Maar dat ben ik ook. Het is mijn roeping om de dienaren van de Boze te bestrijden met alle middelen die God en de Heilige Moederkerk me hebben gegeven. Ik spreek en handel uit Zijn Naam. Dat geloof je toch wel, hoop ik?” De laatste woorden bevatten een voelbare dreiging. Ik knik. “Ik geloof het, eerwaarde.”
   “Mooi”, knikt hij me bijna vaderlijk toe. “En je weet wat je moet doen? En wanneer?”
   “Overmorgen, op het middaguur zal hij branden, eerwaarde.”
   “Hij zal branden. Maar voor een heks als hij zullen de vlammen niet louteren. Voor hem is er geen genade. Voor hem zijn de wereldse vlammen slechts een voorbode van wat hem in alle Eeuwigheid zal wachten. Zijn gerechte straf, bepaald door de Allerhoogste. Daarvan ben jij toch ook overtuigd, niet?”
   “Geen genade”, zeg ik zacht. “Schuldig tot in alle eeuwigheid. Dat geloof ik.” De schimmen van mijn slachtoffers dansen om me heen in een langzame rondedans. Ze kijken me beschuldigend aan.
   “Wij begrijpen elkaar, beul”, glimlacht hij. Als een kat die met een muis speelt. “Je hebt uitstekend werk verricht”. Hij drukt me mijn beurs in de handen. Het voelt en brandt als dertig zilverlingen. 
 
08237ad753030b44993fbd53f12d4dbd.jpg
 
   “Bastardo!” klinkt het als ik de herberg binnenstap. Ik wuif naar de herbergier en ga zitten aan een tafel, ver van het feestgedruis. Teruggekeerde soldaten, na de zoveelste mislukte Kruistocht. Ze zijn luidruchtig en lijken hun volledige soldij er in één nacht doorheen te willen brassen. Ze keken me even verwonderd aan toen ze mijn naam hoorden. “Bastaard”. Niet mijn echte naam, maar er is geen Fransman die het goed kan uitspreken. De herbergier brengt me mijn eten en een flinke pul van zijn beste bier. Hij weet dat ik goed ben voor mijn geld. Hij slaat me op de schouder en kijkt me samenzweerderig aan. 
   “Je ziet er uit alsof je een bijzonder zware dag achter de rug hebt. Dan kan je dit wel gebruiken, Bastardo.” En hij lacht luid, alsof hij zojuist een hele goede grap had verteld. Niemand hier weet wat ik doe. Niemand zou me ook maar een blik waardig gunnen of bij me in de buurt willen komen.
   “Oh, voordat ik het vergeet te zeggen, er was deze middag een dame naar je op zoek. Ik verwacht haar elk ogenblik terug. Voor de juiste prijs, welteverstaan.” Zijn open hand onder de tafel zegt genoeg. Ik knik en duw hem het normale bedrag in zijn vette vingers.
Even later komt ze naast me zitten. Haar mooie blonde lokken en haar felblauwe ogen doen me even vergeten wat ik deze ochtend en middag heb gedaan. Haar warme jonge lichaam vlijt ze tegen me aan. Ze streelt mijn haar. Ik vraag me af wat ze ziet. Een donkere man, zwarte krullen met hier en daar een spoor van grijs. Een groot litteken op  mijn voorhoofd. Donkere ogen, die alle pijn van de wereld lijken te weerspiegelen. Ze streelt mijn armen en knijpt goedkeurend in mijn spieren en schouders, zoals ze wel vaker doet.
   “Fijn je weer te zien, Isabeau”, zeg ik.
   “Jij ook, Byzantium”, knipoogt ze. Isabeau weigert me bij mijn bijnaam te noemen. Ze houdt er niet van. Zelf weet ze niet wie haar vader is. 
 
d0672dc5c2c581d9d920c5d3a34914f3_medium.
 
   “Heb je het gehoord?”, fluistert ze me toe, terwijl ze riching de soldaten knikt. “Je stad is opnieuw ingenomen door de Turk.”
   “Hier is mijn stad”, zeg ik afgemeten. Ik heb geen zin om opnieuw mijn zogenaamde levensverhaal te vertellen. Dat ik galeislaaf was op een van de schepen van de Sultan. Dat mijn schip voor de Franse kust schipbreuk had geleden en ik gered werd door vissers die me hier brachten, waar ik de taal leerde, een van hen werd en deze stad tot mijn nieuwe thuis maakte. Iedereen kent deze versie. Maar dat is niet mijn verhaal. Dat is niet het verhaal van de jongeman die moest vluchten omdat in het Oosten mensen zoals ik, Voelers, ons leven niet zeker zijn. Ik voel emoties, ik voel gedachten. En sinds kort zweven de schimmen van hen die door mijn schuld onschuldig vermoord zijn als schaduwen om me heen. Ze wachten op mij. Ik weet niet waarom. Het is de vervloekte Gave die velen van mijn volk hebben, wat ons zo gehaat maakt. Wat ons heeft afgesneden van de Genade van Onze Heer. Ik voel het, ik geloof het, dat ik Zijn Offer niet waardig ben. Isabeau streelt mijn litteken, knijpt in mijn billen en gebaart met haar hoofd richting trap. Deze nacht ben ik niet alleen met mijn schimmen, deze nacht vind ik troost in haar warme omhelzing.
 
Slapen lukt niet. Ze ligt warm naast me, ze lijkt te dromen over een knappe edelman die haar wegneemt uit dit uitzichtloze bestaan. Ze snurkt zacht, vertederend. Mijn schimmen zweven naast elkaar, langs de muur van mijn kamer. Ze lijken te luisteren naar een onhoorbare stem. Dan kijken ze me aan. Ze roepen mij en ik weet het. Ik heb wat te doen. Deze nacht zal ik doen wat juist is. 
 
223c2cb20f34b5b77b9350ab6d18c088_medium.
 
Als ik de sleutel van de kerker in het slot hoor piepen en de deur openzwaai, hoor ik zijn gejammer. Hij ziet me en probeert van me weg te kruipen, voor zover zijn ketenen en zijn vernielde gewrichten het toelaten. 
   “Weet je wie ik ben?” vraag ik. Bij het onaardse lichtschijnsel dat mijn schimmen verspreiden, zie ik zijn angstige ogen en ik zie hem snel knikken.
   “Je bent onschuldig, dat weet ik”, zeg ik. Zijn blik wordt nog angstiger en de laatste flarden van de Waanzin hebben hem in hun greep. “Ik ben schuldig, ik heb bekend”, stamelt hij. Zijn ogen schieten alle kanten op, op zoek naar de vluchtweg die er niet is. “Ik verdien het, de pijn, het vuur, ik ben schuldig”, schreeuwt hij me toe. Sussend leg ik mijn hand op zijn hoofd. Hij krimpt ineen, alsof mijn hand als Hellevuur aanvoelt. Ik ruik hoe zijn blaas zich leegt.
   “Ik kan je niet redden van de dood”, zeg ik met spijt in mijn stem. “Ik vraag geen vergiffenis voor mijn werk. Maar ik zal je een vreselijk lijden besparen.”
   “Genade?”, smeekt hij hoopvol. “Een snelle dood?” Ik haal een flacon tevoorschijn.  
   “Belladonna”, zeg ik zacht. “De dood komt niet snel, maar de pijn van de vlammendood blijft je bespaard.”
Op dat moment zwaait de deur open. De Villefort, zijn monniken en drie potige soldaten komen de kerker binnen.
   “Hij is gekomen, zoals U zei”, smeekt de man. “U heeft gelijk, eerwaarde, U heeft gelijk. Hij kwam om me een snelle dood te geven.” En hij barst in snikken uit.
De soldaten grijpen me en ik weet dat verzetten zinloos is. De Villefort houdt zijn toorts voor mijn gezicht en spuugt in mijn gelaat.
   “Een beul met genade”, schreeuwt hij kortaf. “En het mooist van alles, een Voeler!” Met een triomfantelijke blik bijt hij me toe: “Ik zei je toch dat ik een meester ben. Jouw duivelse soort doorzie ik meteen. Ik wist dat je zou komen, als deze heks hier je zou roepen.” Ik kijk hem aan en zie de haat die zijn ziel beheerst. Nu is het mijn kans om precies te zeggen wat ik van hem en zijn slag mensen denk. Maar het is zinloos. Geen woorden van mij zullen ooit tot hem doordringen. 
De man ligt huilend in een hoekje van zijn cel. De Villefort loop op hem af en zegt: “Jij hebt je aan je woord gehouden. Het vuur zal je worden bespaard. De Heer is je genadig.”
   “Dank U”, huilt de man en kijkt smekend omhoog. Een minzaam lachje verschijnt rond de mond van de Villefort. 
 
696e85cb9017dc0c30051f9ab05f2c5c_medium.
 
   “Maar een afspraak met een heks heeft geen waarde. Toch blijf ik genadig.” Hij pakt een voorwerp dat een van de monniken hem in de hand duwt. Hij bestudeert het en streelt de leren strengen, die aan hun uiteinden met kogeltjes verzwaard zijn. Hij lacht me toe, met een haast wellustige blik in zijn ogen.
   “Jij, Bastardo uit Byzantium, je moet dit schone voorwerp toch op zijn waarde kunnen schatten. Een Romeinse plumbata, een zweep met negen strengen, verzwaard met kogeltjes, voor maximale pijn en verwonding. Gevonden door een van Gods Kruisvaarders, vlak voor de val van jouw stad. Ik heb nog niet gezien wat het precies doet. Maar morgen, rond het middaguur, zal deze heks het aan den lijve ondervinden, als we al het vlees van zijn botten ranselen.”
De man schreeuwt zijn wanhoop uit, kijkt me aan en ik zie hoe zijn blik van spijt verandert in de Waanzin, die hem vanaf nu tot aan zijn laatste ademtocht voorgoed in zijn greep houdt. De Villefort streelt mijn gelaat met de plumbata en zegt dat hij voor mij iets heel speciaals gepland heeft.
 
51551dee5eeb688a9926f5a5ce87eda8.jpg
 
Met mijn armen achter me hang ik aan mijn ketenen. Ik hoor hoe mijn kerkerdeur opengaat en ik zie een bekende gestalte binnenkomen. Gilles, mijn oude leermeester en Beul des Konings. Hij kijkt me strak aan en schudt zijn oude hoofd. 
   “Idioot”, bijt hij me toe. “Een man als de Villefort tot je vijand maken.” Zijn stem breekt. Ik zie dat hij me wil omhelzen, als de zoon die hij nooit had, zoals hij vroeger zo vaak deed.
   “Judas”, zegt hij met verstikte stem. “Een beul met genade. Een schande. Ik wil niet eens weten waarom, dat is mijn plaats niet. Morgen zie ik je weer. Want ik ben het, aan wie je morgen wordt overgeleverd. Je weet wat dat betekent.” Ik zie de tranen opwellen in zijn ogen. Hij wil ze niet tonen, verbijt zich en met een kort knikje verlaat hij mijn cel. Ik ben weer alleen.
 
Mijn schimmen komen naderbij. Voor het eerst zie ik ze echt in hun holle ogen. Voor het eerst laat ik het toe, te herinneren en te voelen wat ik ze heb aangedaan. De schuldigen zijn niet onder hen. Hier staan ze, al mijn onschuldige slachtoffers. Elke slag, elke marteling, elk bot dat ik van ze brak, ik zie het weer voor me. Ik hoor opnieuw al hun kreten van pijn en wanhoop. Ik voel het, de pijn die ik ze aandeed en voor het eerst erken ik mijn pijn, terwijl ik het deed. En zij zien het. Ze strekken hun dode handen naar me uit. Het is alsof ze me verwelkomen als een broeder.
Voor mij zal er morgen geen genade zijn. Ik bid tot mijn Heer, in de hoop van Hem de genade te krijgen die ik niet verdien. Niet hier in dit tranendal van een wereld, niet in de wereld daarna. Ik neem het me voor om zo lang mogelijk geen krimp te geven als mijn lichaam wordt gebroken en verminkt. Ik weet dat dit ijdele hoop is. Gilles is een meester in zijn vak, een grotere dan ik ben. Hij zal me breken en mijn lijden zal lang duren. Ik zal schreeuwen tot ik geen adem meer heb. De pijn zal voor mij als eeuwigdurend aanvoelen. Uiteindelijk, uren later, zal ik bezwijken. Mijn schimmen zullen bij me zijn. Ik zal een van hen worden, ik zal thuiskomen. Vreemd genoeg voelt dit als rechtvaardig. Vreemd genoeg voel ik eindelijk vrede.
 

 

14/06/2016 16:39

Reacties (23) 

1
15/06/2016 13:52
Blijft afschuwelijk goed.
1
15/06/2016 14:14
Thank you! Het was een erg interessante schrijfronde, kan ik me herinneren.
Ik ben nu bezig met een episode uit het leven van de inquisiteur.
1
15/06/2016 15:00
Wat was het thema ook alweer? Dan weet ik ook weer wat ik geschreven had.
15/06/2016 15:01
Fantasy. Jouw verhaal was meesterlijk.
1
15/06/2016 15:13
Het verhaal van Morgiander Din. Moet hoognodig herschreven worden volgens mij. Ik heb hem laatst overgelezen en zag dingen die echt anders moeten. :)
1
15/06/2016 04:07
Afschuwelijk goed geschreven!
1
15/06/2016 12:59
Pijnlijk leuk, je reactie! ☺
1
14/06/2016 23:30
Wat een rotbaan, maar ja iemand moest het doen! Opmerkelijk verhaal en heel graag gelezen.
15/06/2016 13:04
Dankjewel! Ik vraag me wel eens af welke competenties voor deze job nodig zijn.
Voor het verzinnen is een ietwat zieke fantasie ruim voldoende. ☺
1
14/06/2016 20:27
Heb het met plezier gelezen, zo een spannende tijd !
14/06/2016 20:36
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Dankjewel! Met plezier nog wel. ☺
1
14/06/2016 19:06
Prachtig verhaal. Ik heb er van genoten, bedankt!
1
14/06/2016 20:36
Thank you! Graag gedaan.
1
14/06/2016 18:10
Inderdaad niet voor tere zieltjes... wel héél knap geschreven. Chapeau!
1
14/06/2016 20:36
Dank je! Je bent toch niet te erg geschokt? ☺
1
14/06/2016 17:27
Ja..., zo kon het gebeuren in die middeleeuwen. Goed verhaal!
14/06/2016 20:33
Dank je! Blijkbaar gebeurde het ook in Fantasy-middeleeuwen.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert