ADHD : symptomen, behandeling, kenmerken, diagnose

Door Fries77 gepubliceerd in Gezondheid en fitness

Kinderen met aandachtsstoornis met hyperactiviteit (ADHD) kunnen zich niet of slechts korte tijd concentreren en zijn zeer impulsief voor hun leeftijd. De stoornis kan gepaard gaan met hyper-activiteit. Het spreekt voor zich dat ADHDH in het verdere leven van de kinderen een vervelende rol kan spelen. Daarom is het zaak de aandoening in een vroeg stadium te constateren, zodat er op de juiste manier kan worden ingegrepen.

 

ADHD

De term ADHD is een afkorting van Attention Deficit and/or Hyperactivity Disorder : een verzamelnaam van een syndroom, een aandoening met een aantal kenmerken. Kinderen met ADHD kunnen hun aandacht maar beperkt richten of vasthouden op momenten dat dat nodig is, maar wat dat betekent varieert in sterke mate. Het is echter onjuist te menen dat elk onrustig of hyperactief kind lijdt aan ADHD; er moet sprake zijn van een combinatie van symptomen en alleen specifiek onderzoek kan uitwijzen of er inderdaad sprake is van ADHD. De meer ernstige vorm van ADHD komt bij één procent van de kinderen en jeugdigen voor, de minder ernstige vorm bij twee tot vier procent. Hoe vaak ADHD bij volwassenen voorkomt is niet goed bekend. ADHD komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

 

Symptomen van ADHD

Sommige kinderen hebben vooral veel moeite om op hun beurt te wachten en doen voordat ze denken, anderen zijn heel erg vergeetachtig en lijken niet te kunnen luisteren, weer anderen zijn hyperactief en overbeweeglijk. Vaak ook is het een optelsom van al deze symptomen. Dat een kind met ADHD fijne gedrags- en leerproblemen heeft is geen wonder.

Kinderen tonen vaak een gedrag waarbij regels en normen worden overschreden. Er moet wel sprake zijn van langdurige perioden waarbij dit gedrag voorkomt. Zij stelen, liegen, tonen agressie in gedrag, waarbij anderen worden bedreigt.

Met dit alles is te begrijpen dat kinderen met ADHD door andere kinderen worden gemeden en het risico lopen te vereenzamen in een groep. Omdat ze zichzelf niet bewust zijn van dit gedrag, valt de afwijzing van kinderen die ze als hun vriendjes zagen hen extra moeilijk.

 

Diagnose

Voor het stellen van de diagnose wordt een classificatiesysteem toegepast (DSM IV, V), dat berust op het herkennen van de twee hoofdpijlers die bij ADHD worden gezien, namelijk hyperactiviteit/impulsiviteit en concentratietekort. Daarnaast moet nog aan een aantal andere voorwaarden worden voldaan. Tezamen ontstaan dan een vrij groot aantal kenmerken waaraan een kind moet voldoen vooraleer de diagnose kan worden gesteld. Wordt aan deze punten niet voldaan, dan kan in ieder geval, op dit moment bij het kind niet de diagnose ADHD worden gesteld.

 

Aandachtsproblemen

Ten minste zes van de volgende symptomen bestaan al minstens een half jaar in een mate die onaangepast en niet in overeenstemming is met het verstandelijk niveau.

1. Het kind let vaak niet goed op details of maakt slordigheidsfouten in schoolwerk, werk of andere activiteiten.

2. Het kind heeft vaak moeite om de aandacht bij een taak of spel te houden.

3. Het kind lijkt vaak niet te luisteren wanneer iemand het woord tot hem of haar richt.

4. Het kind heeft vaak moeite om instructies volledig te volgen en maakt schoolwerk, taken of verplichtingen op het werk niet af. Dit is niet het gevolg van oppositioneel gedrag of het onvermogen instructies te begrijpen.

5. Het kind heeft vaak moeite om taken en activiteiten te organiseren.

6. Het kind gaat taken die een langdurige mentale inzet vereisen (zoals schoolwerk of huiswerk) vaak uit de weg, heeft er een hekel aan of toont tegenzin ermee te beginnen.

7. Het raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden; bijvoorbeeld speelgoed, opgaven van school, potloden, boeken of gereedschap.

8. Het kind wordt vaak afgeleid door uitwendige prikkels.

9. Het kind is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden.

 

Hyperactiviteit/impulsiviteit

Ten minste zes van de volgende symptomen bestaan al minstens een half jaar in een mate die onaangepast en niet in overeenstemming is met het verstandelijk niveau.

Hyperactiviteit
1. Het kind beweegt vaak onrustig met handen of voeten of wiebelt in zijn stoel.

2. Het kind staat op van zijn plaats in de klas of in andere situaties waar wordt verwacht dat iemand blijft zitten.

3. Het kind rent in situaties waar dit ongepast is vaak rond of klautert overal in (bij adolescenten en volwassenen kan dit beperkt blijven tot een subjectief gevoel van rusteloosheid).

4. Het kind heeft vaak moeite zich rustig te houden met spel of vrijetijdsactiviteiten.

5. Het kind is vaak 'in volle actie' of gedraagt zich of hij/zij wordt aangedreven door een motor.

6. Het kind praat vaak buitensporig veel.

 

Impulsiviteit
7. Het kind gooit vaak het antwoord op vragen eruit voordat deze afgemaakt zijn.

8. Het kind heeft vaak moeite om op zijn of haar beurt te wachten.

9. Het kind onderbreekt of stoort anderen vaak (valt bijvoorbeeld in de rede tijdens een gesprek of bemoeit zich met spelletjes).

 

Andere voorwaarden

  • Vóór de leeftijd van zeven jaar was al sprake van enige symptomen op het gebied van hyperactiviteit, impulsiviteit of gestoorde aandacht, die aanleiding geven tot disfunctioneren.
  • Enig disfunctioneren als gevolg van de symptomen doet zich voor in twee of meer contacten (bijvoorbeeld op school en thuis).
  • Er moet sprake zijn van duidelijke tekenen van klinisch significant disfunctioneren op sociaal vlak of leervlak of op het werk.
  • De symptomen komen niet uitsluitend voor in het kader van autisme, schizofrenie of andere psychiatrische stoornis en laten zich niet verklaren door een andere psychiatrische stoornis (bijvoorbeeld een stemmingsstoornis, angststoornis of persoonlijkheidsstoornis).

Deze lijst geeft alle facetten weer die kinderen met ADHD vertonen. Gelijktijdig is ook te zien dat niet aan alle factoren behoeft te worden voldaan om toch de diagnose te kunnen stellen.

 

Kenmerken in de tijd

De ADHD-verschijnselen zijn doorgaans op de peuterleeftijd en soms al op de babyleeftijd zichtbaar. Zo jong wordt vaak ook al hulp gezocht. Meer gespecialiseerde hulp is meestal aan de orde rond de leeftijd van 5 tot 7 jaar als het kind problemen ondervindt op school en in het contact met leeftijdgenoten of als het thuis moeilijk hanteerbaar is.

De ADHD-verschijnselen blijven doorgaans de hele kinderleeftijd bestaan. In de puberteit maakt het hyperactieve gedrag vaak plaats voor innerlijke onrust. Tegen de tijd dat kinderen met ADHD volwassen zijn heeft twee derde steeds last van één of meer hinderlijke ADHD-verschijnselen. Dat laatste realiseert men zich de laatste jaren beter.

De ADHD-verschijnselen nemen op den duur meestal af. Of dit zal gebeuren en wanneer is echter niet te voorspellen. De omstandigheden spelen een grote rol. Bewegingsstoornissen komen bij ongeveer één derde van de ADHD-patiënten voor en trekken spontaan en met behulp van fysiotherapie vaak wat bij.

De vooruitzichten lijken niet in de eerste plaats bepaald te worden door de ADHD en de andere afwijkingen in de aanleg. Belangrijker is hoe de sociale contacten binnen en buiten het gezin zich ontwikkelen en met name of er sprake is van ernstig tegendraads of crimineel gedrag. Ook brengt de sterke drang tot experimenteren (vuur, ongelukken, gokken, gebruik van verslavende middelen) risico's met zich mee.

 

Taak van de ouders

Het is belangrijk dat ouders zo snel mogelijk doorkrijgen wat er aan de hand is, zodat ze kunnen leren op de juiste wijze om te gaan met hun ADHD-kind. Want hoewel ADHD op zich niet te 'genezen' is, kan men wel de gevolgen ervan beperken. Hoe langer een kind zich onprettig voelt, des te groter kunnen eventuele leer- en gedragsproblemen worden. Nog meer dan 'gewone' kinderen hebben kinderen met ADHD behoefte aan structuur, duidelijkheid en een consequente benadering.

Om te leren hoe je met een ADHD-kind moet omgaan worden tegenwoordig speciale oudercursussen gegeven. Zijn de problemen heel ernstig dan wordt soms besloten het kind gedragstherapie en medicatie voor te schrijven. De resultaten daarvan zijn vaak goed.

 

Behandeling ADHD

Een eerste vereiste is dat de ouders begrijpen dat hun kind reageert met minder passend gedrag. Als de ADHD-verschijnselen licht zijn, kunnen goede resultaten worden bereikt met een vorm van gesprekstherapie : gedragstherapie. Soms is plaatsing op een school voor speciaal onderwijs zinvol.

Bij de meer ernstige vorm van ADHD zijn medicijnen nodig om het kind bereikbaar te maken voor de hulp die met gedragstherapie en de school gegeven wordt. De meeste kinderen met ADHD hebben voldoende aan deze behandelmethoden. Als de behandeling onvoldoende aanslaat, is soms extra hulp nodig in de vorm van een dagbehandeling, kortdurende opname of langer durende behandeling in een kliniek of internaat.

 

Gedragstherapie

Gedragstherapie wordt bij jonge kinderen met ADHD meestal via de ouders toegepast en heet dan mediatietherapie of ouderbegeleiding. Bij kinderen vanaf ongeveer negen jaar wordt mediatietherapie soms toegepast in combinatie met gedragstherapie met het kind zelf. Alle vormen van therapie zijn erop gericht de ADHD-verschijnselen te verminderen en het kind beter te leren omgaan met moeilijke situaties.

Soms worden als onderdeel van de therapie gesprekssessies met de leden van het gezin geregeld. Immers hebben behalve de ouders ook de broertjes en zusjes te lijden onder het gedrag van het kind met ADHD. Als ouders en andere gezinsleden leren om anders te reageren op ongeduldig, boos gedrag van het kind en ze tegelijkertijd het kind helpen om beter na te denken alvorens te handelen, zal het kind zich beter aangepast gaan gedragen.

 

Situatie in de klas

Zoals thuis de gebruikelijke opvoedkundige maatregelen bij een kind met ADHD vaak tekortschieten, zo kan dat ook op school het geval zijn. De leerkracht kan in dat geval dezelfde soort hulp worden geboden als de ouders. Over het algemeen trekt een kind zich op aan een leerkracht die korte taakjes opgeeft en bereid is om geduldig de stof nog een keer uit te leggen, als het kind het niet begrijpt. Dit komt de persoonlijke verstandhouding ten goede en het gevoel van eigenwaarde.

 

Medicijnen

Omdat bij ernstiger vormen van ADHD het kind slechts toegankelijk is voor gedragstherapie alleen, kan een behandeling met medicijnen die vorm van therapie aanvullen en versterken.

De voornaamste werking van de bij ADHD gebruikte medicijnen is dat ze het kind met ADHD beter bereikbaar maken voor de omgeving en voor zichzelf. Het kind luistert daardoor beter en gemakkelijker en reageert redelijker. Het kan beter doorwerken aan taken, wat de leerprestaties ten goede komt.

Medicijnen kunnen een gunstige invloed hebben op de motoriek, de aandachtsconcentratie en het sociale contact. Het geven van medicijnen aan een kind kan vanzelfsprekend niet lichtvaardig geschieden. Het kind, de ouders en de leerkracht zullen zorgvuldig begeleid moeten worden door een arts. De medicijnen moeten bovendien voldoende positieve effecten hebben op het gedrag van het kind en er mag geen sprake zijn van aanhoudende hinderlijke bijwerkingen.

Er zijn verschillende soorten medicijnen die bij kinderen met ADHD worden toegepast :

  • Medicijnen met een amfetamine-achtige werking (bijv. methylfenidaat - handelsnaam Ritalin). Deze hebben als belangrijkste bijwerkingen verminderde eetlust en slaapproblemen. Deze bijwerkingen nemen doorgaans na enkele weken af. Hinderlijk kan ook zijn dat kinderen soms erg druk worden wanneer deze medicijnen aan het eind van dag zijn uitgewerkt.
  • Medicijnen die gebruikt worden bij depressies, de zogenoemde antidepressiva. De belangrijkste bijwerkingen van deze middelen zijn : hartkloppingen, duizeligheid, droge mond, hoofdpijn, slaperigheid en moeite met de ontlasting.
  • Medicijnen die worden gebruikt bij de behandeling van psychosen, zogenoemde antipsychotica zoals pipamperon, thioridazine. De belangrijkste bijwerkingen van deze medicijnen zijn : moeheid, slaperigheid en spierstijfheid.

Artsen gebruiken bij kinderen met ADHD het liefst één van de medicijnen met een amfetamine achtige werking (bijv. Ritalin), maar het kan zijn dat het kind dit om medische redenen niet mag hebben of het niet verdraagt. Na pogingen met één of meer medicijnen (na elkaar en soms in combinatie) vinden verreweg de meeste kinderen met meer ernstige vormen van ADHD baat bij medicijnen.

Hoewel Ritalin bij de meeste kinderen alleen maar gunstige effecten heeft, zijn er ook belangrijke nadelen. Verslaving, slapeloosheid en groeistoornissen zouden slechts enkele van de vervelende bijwerkingen van het middel zijn. Deze verschijnselen treden echter vooral op bij kinderen die het middel te vaak, te lang of in te hoge dosering gebruiken. Het is dan ook zaak dat kinderen die Ritalin gebruiken door de huisarts en kinderarts nauwkeurig in de gaten worden gehouden.

07/06/2016 09:29

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert