Humor: bananenschillen, scheetkussens of slimme woordgrappen

Door Appelpit gepubliceerd in Wetenswaardigheden

Humor is best een ingewikkeld begrip.

bacc2a48e082e94dada710a0e92dc70d.jpgDe één moet verschrikkelijk lachen als iemand een wind laat en de ander vindt dat alleen maar vies. Maar die ander kan dan misschien weer in een deuk liggen om een rare vergissing, of een woordgrap. En da’s ook humor.

Het woord humor is familie van het woord humeur. Allebei komen ze van het oude Griekse woord Humor, dat vloeistof betekent, of sap.  Dat klinkt alsof het er niets mee te maken heeft, maar de oude Grieken dachten, dat mensen verschillende sappen in hun lichaam hebben die regelen hoe je je voelt.  Vrolijk, verdrietig, ernstig…  Je humeur werd geregeld door je sappen, je humor.

Mensen moeten om heel verschillende dingen lachen. Dat hangt van een heleboel dingen af.  Bijvoorbeeld in welk land je woont, hoe je opgevoed bent, of je slim bent of niet, hoe oud je bent…

Sommige soorten humor zijn te ingewikkeld voor kleine kinderen, en sommige dingen waarvan een kind in een lachstuip schiet, snappen zijn ouders helemaal niet.af430f206d00970c6bc34bffcb955128.jpg

Een grap over iemand in de klas kan voor iedereen leuk zijn behalve voor dat ene kind. Moppen over Turken, over Belgen, over blinden…. Zijn ze leuk of niet? En is dat nu anders dan vroeger?

 

Een paar honderd jaar geleden, in de zeventiende eeuw, stonden de Nederlanders bekend als een vrolijk volk met veel gevoel voor humor. Buitenlandse schrijvers die in Nederland geweest waren, schreven over feestvierende Hollanders. Er werden vrolijke toneelstukken opgevoerd en op sommige schilderijen uit die tijd zie je de mensen lachen en pret maken.

a12ea36db1566f0f6bd8e141e558a9d7_medium.Maar aan het eind van de zeventiende eeuw veranderde er iets. Er kwam een nieuwe godsdienst, het calvinisme. De dominees in de kerken vertelden de mensen dat het zondig was om te lachen en langzamerhand werden de Nederlanders een somber volk.

Pas in de twintigste eeuw begon dat weer te veranderen en kwam de humor weer terug in het openbare leven.

Je kunt in de lach schieten om iemand die over een bananenschil uitglijdt of je kunt grinniken om een peutertje dat een woord verhaspelt. Je kunt een grap maken over een vliegtuigongeluk met doden of over je eigen grote neus. Het zijn allemaal verschillende soorten humor. Een paar soorten op een rijtje:

Ironie

Dat betekent dat je iets zegt, maar je bedoelt het tegenovergestelde.

Een voorbeeld: Iemand komt te laat de klas binnen en een ander zegt: “Wat ben je vroeg vandaag” 

Sarcasme

Lijkt erg op ironie, maar is bijtender, gemener, bedoeld om iemand te kwetsen.

Een voorbeeld: Een leerling heeft een twee gehaald voor een proefwerk en de leraar zegt: “Fantastisch gedaan joh, jij komt er wel.” 

Slapstick.

Dat is de humor van rare situaties, zoals iemand die met z’n gezicht in de modder valt of iemand die op de rand van een zwembad z’n evenwicht verliest en met kleren en al te water gaat.

Galgenhumor of zwarte humor.

Dat zijn grappen over dingen waar je eigenlijk niet mee moet spotten. Meestal over ziektes, ongelukken, dood.

Etnische humor.

Humor die te maken heeft met vooroordelen. Meestal over bevolkingsgroepen. Turken, Marokkanen, Joden, Negers… Etnische moppen zijn vaak racistisch.

De running gag.

Dit is een grap die steeds opnieuw opduikt. Dat kan in een film zijn of in een stripboek, of in een aflevering van een televisieserie. Een voorbeeld: In Asterix verhalen zegt Obelix in allerlei situaties: “Rare jongens, die romeinen”. 

En dan is er nog zelfspot.

Het woord zegt het al: je spot met jezelf. Als je bijvoorbeeld grote oren hebt, en je komt ergens binnen waar je niemand kent, zeg je zelf maar vast: “Ik ben Willem en nee, ik kan hier níet mee vliegen.” 

1678abf1024874eaa3444d3529581281.jpg

Lachen is fijn. Mensen doen het graag. Maar in je eentje doe je het niet zo gauw: het is het leukst om samen met anderen te lachen. Daarom zijn veel mensen gek op komieken, cabaretiers, clowns. En op moppen tappen, bijvoorbeeld in het café. Maar soms moet je daar voorzichtig mee zijn:

Een man komt in een café, bestelt een biertje en zegt met zijn harde stem dat hij een leuke mop weet over een dom blondje.  De blonde vrouw naast hem kucht en stoot hem aan. “Ik zou maar een beetje oppassen met blondjesmoppen”, zegt ze. “Ik ben blond en heb zwarte band karate. Die blonde dame achter de tap traint drie keer per week met gewichten. En kijk eens achter je”, ze wijst op een enorme travestiet met een grote bos blond haar, “zij heeft een hekel aan zulke moppen… dus weet je wel zeker dat je die mop nog wilt vertellen?”

Zegt de man: “Nee…..ik heb niet zo’n zin om em drie keer uit te gaan leggen.”

30/05/2016 22:39

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert