Iedereen gaat naar school. Wie heeft dat bedacht?

Door Appelpit gepubliceerd in Geschiedenis

Geschiedenis van de Nederlandse scholen

Alle kinderen in Europa zijn leerplichtig. Dat betekent dat ze volgens de wet naar school moeten (of in sommige gevallen thuis les krijgen) tussen hun 5e en hun 16e jaar. Wie op z’n 16e nog geen diploma heeft, moet nog doorleren tot ie 18 is of tot er een diploma gehaald is. En dan hebben we het niet over een zwemdiploma; het moet in elk geval een HAVO of een MBO diploma zijn.
2d5ff92a1bf08e59d8d4238442f19972_medium.

Dat is niet altijd zo geweest. De leerplichtwet kwam er in 1901. Voor die tijd moesten veel kinderen werken om voor hun ouders geld te verdienen. Soms stonden kleuters van vijf jaar al de hele dag in een fabriek. Of ze moesten helpen op het land. Alleen als je ouders rijk waren, kon je naar school.
Omdat ze als kind niet naar school geweest waren, konden de meeste volwassenen ook niet lezen en schrijven. Ze waren analfabeet.

Karel de Grote
In de tijd dat er voor het eerst scholen kwamen, bestond Europa nog niet. Je had toen het Frankische rijk, waar in de 8e eeuw KareldeGrote de machtigste man was. Keizer Karel vond onderwijs heel belangrijk. Hij schreef een wet waarin stond dat er scholen gesticht moesten worden, waar de kinderen leren lezen. Er stond ook in die wet dat alle Frankische jongens naar school moesten.

  • Wist je dat er een liedje bestaat over Karel(tje) de Grote als oprichter van onze scholen? Dat is dus wel zo’n beetje waar.

c38d1c2e89282c011434f0c277b27aec_medium.Karel de Grote

Kloosterscholen
De eerste scholen in Nederland leken helemaal niet op de scholen van nu. Het waren kloosterscholen, waar jongens werden opgeleid tot monnik. Je leerde er lezen, schrijven, bidden en zingen. De allereerste Nederlandse kloosterschool werd in Utrecht opgericht in het jaar 750.

De keizer had dan wel in een wet gezet dat alle jongens naar school moesten, maar als je naar de kloosterschool ging, betekende dat, dat je later monnik of priester werd. Daar waren de ouders niet altijd blij mee, want een zoon die het klooster in ging, kon niet meewerken op het land of in de werkplaats om brood op de plank te verdienen. Bovendien waren er helemaal niet zo veel scholen. Het is dus niet waarschijnlijk dat iedereen zich aan de wet hield.

Een koopman moet kunnen rekenen
Maar langzamerhand kwam er verandering. De steden werden groter, er kwam meer handel en er waren steeds meer mensen nodig die konden lezen en schrijven. Ook buiten het klooster.  Daarom mochten er ook burgerjongens op de scholen. En die moesten behalve schrijven, bidden en zingen ook leren rekenen. Want vaak werden ze later koopman en dan moet je dat natuurlijk goed kunnen.

  • Wist je dat in de Middeleeuwen alle boeken in het Latijn werden geschreven. Wie op school zat, moest dus altijd Latijn leren

In de veertiende eeuw waren er niet meer alleen kloosterscholen, maar ook scholen buiten het klooster. Dat betekende niet er nu minder gebeden en gezongen werd op school. Zingen was een belangrijk vak, en wie naar school ging, moest ook verplicht mee naar de kerk. Maar op de burgerscholen waren niet meer alle lessen in het Latijn. Je kon er gewoon in je eigen taal leren lezen en schrijven.
41987be54529c999e26273af260a543d_medium.
Schoolgaan in een oude schuur
Op de scholen die wij kennen heeft iedere leerling een eigen tafel en stoel; ze hebben schriften, boeken en misschien een laptop of een i-pad. De leerkracht legt dingen aan de klas uit en kan daar een digibord bij gebruiken. Er zijn groepen met leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd.
In de Middeleeuwen werden meestal geen speciale schoolgebouwen neergezet. Je zat met z’n allen in een oude schuur of misschien in de kamer van de schoolmeester. Grote en kleine kinderen zaten door elkaar, het was vaak vies en in de winter was het rokerig als er een haardvuur aan was.

Psalmen en Wastafeltjes
Boeken waren erg duur omdat ze met de hand geschreven werden. Daarom had alleen de meester een boek. Daar las hij uit voor en de kinderen zeiden het na. Zo leerden ze bijvoorbeeld psalmen uit hun hoofd. Schrijven deed je op een wastafeltje. Leerlingen krasten de letters in een laagje was en als het tafeltje vol was, streken ze de was weer glad en konden ze er opnieuw op schrijven.

a0cb41e0931dab1b4eaf278f061428c5_medium.

  • Wist je dat er voeger heel strenge straffen gegeven werden in de klas? Wie zich niet aan de regels hield, kon van de meester een flinke tik met de stok krijgen. Dat was heel gewoon.

Een meester die niet zo veel weet
Vanaf de veertiende eeuw kwamen er steeds meer scholen. Eerst nog alleen voor jongens, maar er kwamen ook ‘bijscholen’ waar soms ook meisjes naartoe mochten. Zo konden er steeds meer kinderen naar school.
Toch waren er nog steeds een heleboel die nauwelijks konden lezen en schrijven. Vooral op kleine dorpsschooltjes leerden kinderen eigenlijk niet zo veel. Als je pech had, stond er een meester voor de klas die zelf niet zo veel wist.

Wie naar school ging, moest daarvoor betalen. Hoe meer vakken je kreeg, hoe meer je moest betalen. Het duurste vak was rekenen. Op kleine dorpsscholen werd dat vak niet zo veel gegeven. Zitten blijven kon niet, want er waren geen verschillende klassen. Ieder kind leerde z’n eigen lesje en de meeste kinderen moesten na een paar jaar stoppen met school om te gaan werken.

Leerplichtwet
Dat veranderde dus in 1900 toen er een leerplichtwet kwam. Ouders mochten hun kinderen niet meer in de zomer van school halen om op het land te werken. Van hun 7e tot hun 12e jaar moesten alle kinderen verplicht naar school. Gelukkig waren de scholen intussen wel wat beter geworden. Ook de leerplichtwet veranderde nog een paar keer. Tegenwoordig moet je dus van je 5e tot je 16e jaar naar school, of nog wat langer om een diploma te halen. En ook al heb je niet altijd zin om naar school te gaan, het is toch wel erg handig om te kunnen lezen, schrijven en rekenen!

5fcb99a6dc53e320598bf22171d4177d_medium.

 

21/05/2016 23:34

Reacties (5) 

Reageren is uitgeschakeld.
1
26/05/2016 00:15
Het dient natuurlijk gezien bekeken te worden in het geheel van de ontwikkeling.
De tijd dat ieder dorpje op zich een bijna zelfstandige eenheid vormde. Het poten, zaaien en oogsten ging met heel eenvoudige middelen. Met nieuwere hulpmiddelen waren minder uren op het land nodig. Die hulpmiddelen kwamen van buiten het dorp. Door de handel werden de dorpen steeds minder geïsoleerde groepen. De techniek zorgde voor steeds meer handel. Meer contact tussen de dorpen. De steden werden door de handel groter.
De scholen of wat school genoemd kan worden gaat met deze ontwikkeling mee.
...
2
22/05/2016 08:24
Prima artikel.

Als ik nu lees en hoor dat rekentoetsen worden vereenvoudigd omdat ze schijnbaar te lastig zijn dan vind ik dat onbegrijpelijk.
Jeetje ik mocht op de vwo nog geen eens een rekenmachine gebruiken, gelukkig, en later op de HTS wel, maar waar mogelijk liet ik dat ding uit omdat uit je hoofd rekenen gewoon beter is.

Nu worden de regels versoepeld en krijgen we afgestudeerden die amper kunnen rekenen en die vormen de toekomst van ons land. Joepie.
1
22/05/2016 14:18
Eens!
Hoewel het rekenniveau gemiddeld nog steeds hoger ligt dan in de Middeleeuwen (gelukkig)
1
22/05/2016 06:30
Weer wat geleerd
2
22/05/2016 02:53
Interessant stukje geschiedenis.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert