Vers uit je eigen moestuin: bosaardbei

Door Lab Rat gepubliceerd in Huis en tuin

Moestuinieren is de laatste jaren weer helemaal in, en steeds meer mensen die weer lekker met hun vingers in de aarde wroeten. En of je nu een lap grond op een volkstuincomplex hebt, of in je eigen (achter)tuin een stukje grond tot moestuin omtovert, dat maakt helemaal niet zo veel uit. De meeste gewassen groeien gewoon hetzelfde, je kunt alleen veel meer kwijt op een groter stuk grond. Maar ruimte is zeker geen beperking. Veel planten zou je zelfs op een balkon kunnen telen. En wat is er nu mooier dan een zaadje in de grond stoppen en het met veel liefde, water en zonlicht uit te zien groeien tot iets eetbaars? Maar ja, hoe doe je dat precies? 

bc1ac2edf79d16d86ff07ede92f57373_medium.

Bosaardbei

Bosaardbei (Fragaria vesca) is een wilde aardbeiensoort uit de rozenfamilie en een van de oerouders van de cultuuraardbei die in de supermarkt te vinden in. Met de bosaardbei wordt eigenlijk de kleine bosaardbei bedoeld. Deze lijkt erg op de grote bosaardbei (Fragaria moschata), maar die is groter en heeft meer tanden per blad 23-27 versus 15-23). De kleine bosaardbei is een vaste plant die door vrijwel heel Nederland en België groeit, met name rond bossen en op zandgronden. De plant is winterhard, maar niet wintergroen.
De bosaardbei wordt vaak verward met de schijnaardbei (Potentilla indica), welke ook tot de rozenfamilie behoord, maar zich vooral in het bloeistadium duidelijk onderscheidt van de bosaardbei. De schijnaardbei heeft namelijk gele bloemen, de bosaardbei (en cultuuraardbei) witte. En dat is maar goed ook, zo kun je de planten met gele bloemetjes, die te pas en te onpas opduiken, makkelijk uit je aardbeienveldje verwijderen. De vruchtjes van de schijnaardbei smaken namelijk nergens naar en zijn allerminst sappig, terwijl de bosaardbei wel smakelijke vruchtjes heeft. Hoewel, vruchtjes… eigenlijk zijn het schijnvruchten. Ze lijken op vruchten, die bestaan uit de vruchtwand en zaad, maar ook de kelkbladeren of bloembodem doen mee. Niets mis mee en nog steeds heerlijk natuurlijk, want appels, peren, vijgen en bramen zijn bijvoorbeeld ook schijnvruchten, en ze tellen gewoon mee in de hoeveelheid fruit die je opeet, het verschil is enkel plantkundig.
De rozenfamilie heeft veel meer te bieden dan aardbeien, zoals de roos, appel, framboos, braam, peer en vuurdoorn. Binnen het geslacht van de aardbei zijn tientallen soorten aardbeien bekend met meer dan honderd verschillende rassen. De een nog mooier, groter of zoeter dan de andere, maar ze smaken allemaal naar heerlijke aardbeitjes. Van de ‘wilde’ bosaardbei zijn niet veel verschillende rassen bekend. De belangrijkste zijn Rügen en Alexadria. Ze lopen minder sterk uit en geven meer vruchten dan de wilde variant.
 

Teelt

Plantafstand: 20x20 cm.
Standplaats: in de zon of halfschaduw op een kalkrijke bodem. De plant kan woekeren, daar ze zich via uitlopers vermeerdert. Om dit tegen te gaan kun je bosaardbeien ook heel goed in een pot telen of ingraven in een kuip of worteldoek gebruiken.
Zaaien: begin maart – eind april zaaien onder glas. Leg de zaadjes op de aarde en druk ze licht aan, maar dek ze niet af met aarde, dan liggen ze te diep. Ze groeit langzaam, waardoor ze het best in een warme kas gezet kan worden, maar ook binnenshuis zal ze uiteindelijk groeien. Zowel de jonge plantjes als de uitlopers kunnen worden uitgeplant.   
Uitplanten: hoewel de bosaardbei winterhard is, plant je haar het beste na half mei uit. Ofwel de gezaaide plantjes ofwel de uitlopers van een volwassen plant kun je in de tuin of in een pot uitplanten. Je kunt hiervoor een gat in de grond graven en de plant (met kluit) net zo diep uitplanten als ze stond, ofwel de wortels uitstrekken en over een heuveltje leggen en vervolgens toedekken. Het strekken van de wortels bevordert het woekeren, wat handig is als je snel een vol aardbeienveld wilt.
Bloeien: begin mei – eind juli verschijnen er kleine witte bloemetjes aan de plant. Als ze gele bloemblaadjes hebben is je aardbeienveldje gecontamineerd met schijnaardbei, verwijder dan de stukken plant waar duidelijk gele bloemen aan zitten en wees gewaarschuwd dat deze hier het jaar erna waarschijnlijk weer de kop op zullen steken.
Tot half mei knijp je het beste de witte bloemetjes af, zodat de plant al haar energie kan steken in het groter worden, en niet eenmalig een paar kleine aardbeitjes produceert en daarna in winterslaap gaat. Het is misschien zonde, maar je uiteindelijke opbrengst is groter. Om uiteindelijk aardbeien te vormen moet de plant bestoven worden. Zorg dat bijen en vlinders bij de bosaardbei kunnen komen. Je kunt de natuur ook een handje helpen door met een schoon kwastje of een wattenstaafje voorzichtig het stuifmeel van de ene bloem naar de stamper van de andere bloem te brengen. Als je meerdere planten hebt van hetzelfde ras kun je het beste het stuifmeel van de ene plant op de stamper van de andere plant brengen.
Oogsten: wanneer de vruchten mooi glanzend rood zijn kun je ze oogsten. Tenzij de vogels je voor zijn geweest. De bosaardbeitjes zijn veel kleiner dan cultuuraardbeien, maar zeker net zo smakelijk. In de koelkast zijn ze 1-3 dagen houdbaar, in de vriezer 6 maanden.

Goede en slechte buren

Goede buren: afrikaantjes, borage, knoflook, sla, spinazie, stambonen.
Slechte buren: koolsoorten.  

Ziekten, plagen en andere ongemakken

Bladluizen

Botrytis
Vruchtrot die al tijdens de bloei optreedt, maar pas bij de rijping zichtbaar is. Vaak is de gehele plant, zo niet het gehele veld besmet.

Kevers
Waaronder de aardbeistengelsteker (laat de bladeren verwelken), de aardbeiloopkever (eet de zaadjes op) en de aardbeibloesemsteker (laat de bloemen verwelken).

Meeldauw
Op zowel de bladeren als de vruchten.

Muizen
Eten graag de zaden op.

Phytophthora
Zowel P. fragariae (roodwortelrot) als P. cactorum (stengelbasisrot).  

Rode-vlekkenziekte
Op de bladeren en bladstelen zitten paarsrode vlekken.

Slakken
Eten soms een heel aardbeienbed op.

Spint

Suzuki’s fruitvlieg

Tripsen

Vogels
Vogels zijn ook gek op de vruchten.

Witte-vlekkenziekte
Witte tot grijswitte vlekjes met een paarsrode rand.

Verticillium
 

 

Afbeelding via wikipedia.org

10/05/2016 15:22

Reacties (14) 

1
11/05/2016 22:07
lekkerrrr
1
11/05/2016 07:49
Leuk artikel! Ik heb het nodige van je bijgeleerd, want dit wist ik allemaal nog niet.
1
10/05/2016 22:18
Die groeien bij ons in Frankrijk gewoon met massa's in het wild tussen het gras in de schaduwrijke vochtige bosranden
1
10/05/2016 21:02
Mooi artikel
1
10/05/2016 20:17
1
10/05/2016 19:14
Yep, ik heb ze in mijn tuin ook als een soort bodembedekker. Ik laat ze lekker woekeren. Mijn kind noemt het parfumaardbeitjes, omdat ze een beetje een parfumachtige nasmaak hebben.
In zijn oude zandbak groeien nu de "echte" aardbeien.
1
10/05/2016 19:41
Meestal zijn het de schijnaardbeien die als bodembedekker worden gebruikt. Wat dat betreft heb je een zeer smakelijk alternatief!
1
10/05/2016 21:03
De bloemetjes zijn toch echt wit. ☺☺
10/05/2016 21:52
Dan heb je de lekkere :)
1
10/05/2016 17:52
Midden in ons bos hebben wij ze ook... ik krijg uiteraard ook niet de kans om een deftig aantal te plukken - lukt bij onze kersen ook niet. De vogels zien, de vogels nemen.

Netten hangen is hier geen optie: ik kan moeilijk een half bos voorzien van een net of in de kersenbomen klimmen - ik wil ook niet dat er een vogel in vastraakt dus het is ze gegund.
2
Lab Rat tegen Ktje
10/05/2016 17:57
In een bos is dat inderdaad lastig! Maar in het bos horen ook vogeltjes te wonen en te eten, daar komen de mensen op de tweede plaats, toch?
PS als ik netten gebruik span ik ze strak, dan is de kans dat ze erin verstrikt raken minimaal.
2
10/05/2016 18:52
Juist, het is leven en laten leven!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert