Vers uit je eigen moestuin: bieslook

Door Lab Rat gepubliceerd in Huis en tuin

Moestuinieren is de laatste jaren weer helemaal in, en steeds meer mensen die weer lekker met hun vingers in de aarde wroeten. En of je nu een lap grond op een volkstuincomplex hebt, of in je eigen (achter)tuin een stukje grond tot moestuin omtovert, dat maakt helemaal niet zo veel uit. De meeste gewassen groeien gewoon hetzelfde, je kunt alleen veel meer kwijt op een groter stuk grond. Maar ruimte is zeker geen beperking. Veel planten zou je zelfs op een balkon kunnen telen. En wat is er nu mooier dan een zaadje in de grond stoppen en het met veel liefde, water en zonlicht uit te zien groeien tot iets eetbaars? Maar ja, hoe doe je dat precies? 

7ea4167c24825c109c7fad5333aebcd4_medium.

Bieslook

Bieslook (Allium schoenoprasum), ook wel pijpgras genoemd, is een vaste plant uit de lookfamilie en wordt ingedeeld bij de kruiden. Enkele andere soorten uit het geslacht Allium zijn de (bos)ui, prei, stengelui, sjalot, knoflook en daslook. In Nederland en België groeit de plant in het wild, waardoor je bieslook zelf praktisch jaarrond buiten kunt telen, mits de omstandigheden goed zijn. In Nederland geteelde bieslook is jaarrond verkrijgbaar. Zowel de paarse bloemen als de gladde, holle stengels zijn eetbaar. De bloemen hebben een milde ui-smaak en worden bij voorkeur (in roosjes) in salades verwerkt als garnering. De stengels kunnen in vrijwel elk gerecht gebruikt worden om er een milde lookachtige smaak aan te geven.
De plant wordt, net als andere Allium-soorten, vrijwel nooit bezocht door slakken, bladluizen en wortelvliegen, waardoor met name bieslook ideaal is om tussen gewassen te zaaien die hier gevoelig voor zijn. Zelfs een dun rijtje bieslooksprietjes kan al voorkomen dat gevoelige gewassen aangetast worden, maar het biedt geen garantie.
Van bieslook zijn weinig rassen in omloop, maar Coriscan White onderscheidt zich duidelijk met haar witte bloemen. Ook moet bieslook niet verward worden met Chinese bieslook, wat een andere soort is binnen de lookfamilie.

Teelt

Plantafstand: in kleine bosjes met daartussen een afstand van 25x25 cm.
Standplaats: in kalkrijke, vochtige, goed bemeste grond in de halfschaduw of zon. Bieslook doet het goed in de volle grond, maar ook in potten op het terras of in de vensterbank.
Zaaien: midden maart – eind april zaaien onder glas. Half april – midden augustus zaaien in de volle grond. Bieslook groeit het beste als ze na het zaaien nog even een (lichte) koudeperiode doormaakt, waardoor vroeg zaaien de voorkeur heeft.  
Uitplanten: zodra de sprietjes groot genoeg zijn om goed beet te pakken kun je ze uitplanten. Doe dit in kleine bosjes en plant nooit dieper uit dan de bieslook stond. In plaats van zelf zaaien en uitplanten kun je ook een plantje kopen in de supermarkt of het tuincentrum en deze scheuren.
Scheuren: eigenlijk nog beter en veel handiger dan zaaien. Koop in het voorjaar een volwassen bieslookplant of graaf deze uit en haal een stukje van de onderkant van de wortels af. Scheur de plant vervolgens in tweeën of vieren en plant deze stukken apart uit. De plant zal nieuwe polletjes blijven vormen die je het jaar erop weer kunt scheuren en uitplanten.
Bloeien: mei – augustus vormt de plant paarsviolette bloemetjes die bijen aantrekken. Deze zijn eetbaar. Eet geen hele bloem in één keer, dat is iets te sterk. De stengels waaraan een bloemetje heeft gezeten kun je het beste zo dicht mogelijk bij de grond afknippen om te voorkomen dat je deze mee-oogst wanneer je de blaadjes wil eten. Bloeistengels zijn niet zo lekker, maar nog wel eetbaar.
Oogsten: al vrij snel kun je de stengeltjes oogsten. Knip af wat je nodig hebt en de stengeltjes groeien vanzelf weer aan. Oogst regelmatig voor een grotere, vollere plant, en om de plant laag te houden. Gebruik bieslook zo vers mogelijk in allerlei gerechten, maar verwarm haar zo laat mogelijk mee om de smaak te behouden. Bieslook kun je ook heel goed invriezen. Bij drogen verliest ze wel heel veel smaak.
In de winter sterft de plant bovengronds af, maar ondergronds blijven de polletjes met hun wortelgestel aanwezig. In de polletjes zit voldoende voeding voor de plant om in het jaar erna alweer vroeg op te komen.   
ca1eab3daa3892ed1dc9b7201d21964e_medium.
Bieslookbloemen. 

Goede en slechte buren

Goede buren: appels, druiven, koolsoorten, prei, rozen (en familieleden zoals frambozen en bramen), tomaat, wortel.
Slechte buren: bonen (al is dit enkel voor de bonen negatief, niet voor de bieslook).

Ziekten, plagen en andere ongemakken

Roestziekte
Roestziekte is een schimmel die bieslook kan besmetten wanneer deze te vochtig is. Aangetaste sprieten kunnen bij de grond worden afgesneden. De plant zal nieuwe sprieten vormen die waarschijnlijk wel bestand zijn tegen de schimmel.  

 

Afbeeldingen via happyseeds.nl en wikipedia.org

09/05/2016 17:35

Reacties (5) 

1
10/05/2016 06:38
Ik heb ook jaren bieslook in de tuin gehad. Heerlijk! Ik had er genoeg om er ook een paar in bloei te laten komen - de bloemen zijn prachtig. Alleen zaaien zij zich (door het zaad na de bloei) enorm snel uit en vind je ze op plekken, waar je ze niet bedoeld had.
1
10/05/2016 10:58
Daarom moet je de bloemen afknippen en lekker opeten ;-)
1
10/05/2016 06:34
Goed artikel en zeker de moeite van het proberen waard.
1
10/05/2016 05:58
Lekker en gezond, wat wil je nog meer....
1
09/05/2016 18:55
heel interessant
Wij gebruiken vaak bieslook
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert