Mont Blanc : de hoogste Alpentop

Door Fries77 gepubliceerd in Dieren en natuur

De machtige Alpen strekken zich uit over zes landen. In het hart van dit bergmassief ligt de hoogste berg van Europa, de Mont Blanc, die ontstond toen enorme krachten de aardkorst omhoog duwden.

 

Mont Blanc : de hoogste Alpentop

De besneeuwde bergtoppen glinsteren in de zon, terwijl arenden, zwevend op de warme luchtstromen die opstijgen uit het dal, de hellingen afspeuren. We zijn in de Alpen, een bergketen die er op een kaart van Europa uitziet als de ruggegraat van een slapende prehistorische hagedis.

Het Alpenmassief strekt zich uit over een lengte van 1200 km; de grootste breedte is 200 km (tussen Verona in Italië en Garmisch-Partenkirchen in Duitsland). Bij Nice, aan de Franse Rivièra, verheft het gebregte zich, om vervolgens delen van Zwitserland, Italië, voormalig Joegoslavië en Duitsland te overspannen, en te eindigen in de laagvlakte van de Donau in Oostenrijk.

acdb3990db3f81890ad441717e068c40_medium.

De Alpen ontstonden circa 40 miljoen jaar geleden, toen twee tektonische platen (delen van de aardkorst) - de ene met Eurazië en de andere met Afrika erop - met elkaar in botsing kwamen. Dit gebeurde met zo'n kracht dat er plooien en breuken ontstonden. Diepliggende aardlagen werden opgeduwd tot bergketens.

De bergtoppen zien er nu heel anders uit dan toen ze pas gevormd waren. Het meeste gesteente in de Alpen is sedimentair en aan de rand van het gebergte zijn ronde vormen ontstaan door erosie van de tamelijk zachte zandsteen en kalksteen. De kern van het gebergte bestaat echter uit een harder stollingsgesteente. De Mont Blanc, de Matterhorn en andere hoge toppen hebben hun woeste, spectaculaire uiterlijk dan ook te danken aan de erosie van het zachtere gesteente dat het graniet bedekt. De laatste ijstijd, die 10.000 jaar geleden eindigde, heeft ook op de Alpen zijn sporen nagelaten : de toenmalige gletsjers sleten in vele bergflanken diepe dalen uit. Toen het ijs zich had teruggetrokken, werd een uniek landschap zichtbaar.

Dit indrukwekkende landschap kent grote klimaatverschillen. Aan de zuidkant stijgt warme mediterrane lucht op, aan de noordkant daalt ijskoude lucht neer. Vanaf de Atlantische Oceaan komt vochtige lucht, vanuit het oosten wordt droge lucht aangevoerd - koud in de winter, warm in de zomer. Of het sneeuwt of zonnig is, hangt in de Alpen geheel af van de windrichting. Boven de 1500 meter regent het zelden. Op die hoogte sneeuwt het echter overvloedig - een sneeuwlaag van 9 meter is niet ongewoon. Zelfs in de dalen zakt de temperatuur vaak tot 5 graden onder nul, om op grotere hoogten met grote snelheid nog verder af te nemen. Van groot belang is echter de wind-chill, een combinatie van lage temperaturen en wind, die het effect van de kou wel tien keer zo groot kan maken. Wetenschappers denken dat de ontdekking in 1991 van het lichaam van een prehistorische man die 5000 jaar lang onder een laag sneeuw en ijs had gelegen, te danken was aan een combinatie van wind, zon, sneeuw en ijsverplaatsing.

Het grillige klimaat dat de 'ijsmummie' noodlottig werd, maar ook conserveerde, heeft van de flora en fauna grote aanpassingen gevergd. Op grotere hoogten moeten de loofbomen wijken voor de taaie naaldbomen, tot ook die niet meer kunnen gedijen. Tussen dat punt en de sneeuwgrens liggen de alpages, de groene alpenweiden waarnaar de Alpen vernoemd zijn. In de korte zomer grazen daar de schapen en koeien, maar zodra die voorbij is worden de alpages en omliggende hellingen bevolkt door meer geharde diersoorten. Zo krijgt de sneeuwhoen een wit verenkleed zodra de eerste sneeuw valt; zijn tenen zijn bedekt met veren, waardoor ze warm blijven en meer greep hebben op de ondergrond. Als hij wil slapen, graaft hij zich in in de isolerende sneeuw.

Uit wapens en werktuigen die in de Alpen zijn gevonden, blijkt dat er 50.000 jaar geleden al mensen woonden. Er is weinig over de vroegste bewoners bekend, behalve dat het rondtrekkende jagers waren. Ook in de middeleeuwen zochten de mensen vanwege de schrale grond en het strenge klimaat alleen 's zomers de hoger gelegen weidegronden op. In een paar afgelegen gebieden leeft men nog steeds zo, maar op de meeste plaatsen is de levensstijl sterk veranderd door toedoen van de grote stroom toeristen, wandelaars, klimmers en skiërs.

De eerste die zijn indrukken van de Mont Blanc heeft gepubliceerd was Peter Martel, de zoon van een Franse vluchteling in Genève, in 1744. Zijn beschrijving maakte van de gletsjers een toeristische trekpleister en verleidde een aantal avonturiers tot het beklimmen van de berg. Pas in augustus 1786 wisten de plaatselijke dokter, Michel-Gabriel Paccard, en een gids, Jacques Balmat, ondanks enorme ontberingen via de ijsvelden de top te bereiken.

De Mont Blanc is zo ongenaakbaar, dat het zelfs in de jaren 40 van de twintigste eeuw nog achttien uur duurde voor men de enige en zeer gevaarlijke route eromheen had afgelegd. In 1959 besloot men een tunnel door de berg heen te boren om Frankrijk met Italië te verbinden. Zes jaar later was de 11 kilometer lange verbinding, die van groot economisch en sociaal belang was, tot stand gebracht en had men één van de obstakels die deze ontzagwekkende berg opwierp overwonnen.

18/04/2016 17:13

Reacties (2) 

20/04/2016 22:50
Interessant artikel, 50,000 jaar geleden al mensen ongelooflijk
18/04/2016 23:27
mooi artikel, ik wist niet dat er al zo lang geleden mensen woonden.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert