Afschuwelijke stank en een hemelse smaak - lang leve de durian!

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Koken en recepten

Ik had het mijn moeder beloofd. Ik moest die vrucht eten waar zij zoveel goede herinneringen aan had: de durian. Stinkend als de Hel, maar met een Hemelse smaak.

 

Stinkend als de Hel, maar met een Hemelse smaak

 

Vroeger, als mijn moeder en ik in een restaurant zaten, waren wij altijd degenen die ‘vreemde’ gerechten uitprobeerden. Een vis die ik nog nooit had geproefd? Laat maar komen! Een kaasje dat er onappetijtelijk verschrompeld en beschimmeld uitzag? Dat kon toch alleen maar een delicatesse zijn? Dan keken we elkaar geamuseerd aan, proefden van elkaars gerechten en de avond was weer goed.

Ik heb het nog steeds, ik ga graag naar een restaurant met een exotische keuken, liefst uit een land dat ik totaal niet ken. Je proeft de vreemdste dingen. Kameel met koffiesaus, gebakken banaan met een pepersausje (combinatie van zoet en pittig is erg goed!). Sterke Nepalese thee, geserveerd in een leren buidel, met een dot yak-boter er in. Apart aroma van leer en rook, met het vette van die boter, perfect op een hoge bergtop als het dertig graden vriest. Gefrituurde sprinkhanen? Waarom niet? Die beroemde Japanse kogelvis, dodelijk giftig als hij niet goed is schoongemaakt? Wil ik ooit nog proberen. Maar toch, toen ik voor het eerst naar Indonesië ging, wist ik niet zeker of ik durian ging eten…

9401e5a6557463dc3885a613287eee90.jpg

Mijn moeder is in 1938 geboren in Nederlands-Indië. Ze heeft de oorlog meegemaakt, maar gelukkig hoefde zij maar twee weken in een Jappenkamp door te brengen. De Japanners bepaalden in hoeverre iemand ‘Nederlands’ was. Mijn oma was 50% Indonesisch, dus kwam niet in aanmerking voor internering. Haar kinderen waren 25% Indonesisch, maar mochten vanwege hun leeftijd bij hun moeder blijven. Ze woonden ergens op Java, op een terrein waar ze niet af mochten komen. Ik heb veel verhalen gehoord uit die tijd. Eten, verpakt in bananenbladeren, wilde nog wel eens op miraculeuze wijze over de omheining vliegen. Panters hadden de vervelende neiging om ’s nachts kippen te roven, maar als mijn oma met een brandende fakkel naar buiten ging, kozen ze toch het hazenpad. En als de kinders ’s ochtends aan het ontbijt vanuit de tuin een doffe dreun hoorden, renden ze van tafel: er was een durian uit de boom gevallen!

048ad5da3dd054b07bb7e62a5e440aa7_medium.

Ik wist dat de durian een vrucht was, ongeveer zo groot als een rugbybal, met dikke stekels. En ik had gehoord van zijn voornaamste eigenschap: een misselijkmakende stank. Maar de smaak zou geweldig moeten zijn. Ik had graag met mijn moeder haar geboorteland bezocht en dan samen zo’n stinkvrucht opgepeuzeld. Het is er nooit van gekomen en ik denk dat zij ook niet meer terug zal gaan. Toen ik in 1996 voor het eerst ging, moest ik beloven dat ik het zou proberen.

Ik heb vreemde dingen gegeten in Indonesië. We zaten ergens in Midden-Sumatra met een aantal toeristen aan een rijsttafel. Ik was samen met een vriendin, die strategisch alles wat knalrood was - liefst met kleine pitjes – in mijn richting duwde. En ik kan je zeggen, kalfshersenen in een laaiend hete sambalsaus smaken lang niet slecht! De andere vleesgerechten smaakten ook bijzonder, hoewel ik niet echt kon zeggen van welke beesten ze afkomstig waren. Het was in elk geval halal. We dronken een lokaal drankje, getrokken uit koffiebladeren, geserveerd in de dop van een kokosnoot. Het zag er uit als thee en smaakte naar wel hele slappe koffie. Op de terugweg reden we langs een stalletje waar een stuk of vijftig durians genoten van de hete tropische zon. Geloof me, automatisch gaat je hoofd de andere kant op. De geur van dode dieren, vermengd met rottend fruit, sloeg me als een moker in het gezicht. Of was het meer het aroma van vers braaksel?

62b2a7f75e65888137e1f03fcb7dddf6.jpg

’s Avonds in ons losmen (Bahasa indonesia voor ‘logement’) zat ik in de gemeenschappelijke ruimte wat ansichtkaarten te schrijven. Twee jongens die daar werkten, kwamen binnen. Althans, ik rook ze binnenkomen. En dat lag echt niet aan hun lichaamsgeur. Nee, ik rook wat ze bij zich droegen: twee knoeperts van durians…
Hee Edwin…suka durian? Sudah makan itu?” Of ik durian lustte, of ik het al eens gegeten had.
Belum”, zei ik. Nog niet..
Mau coba?”. Of ik het wilde proberen. En daarbij lieten ze een grijns van oor tot oor zien met grote pretogen. Die Hollander zou het toch niet durven!
Hee, maar ik laat me niet kennen! Bovendien had ik nog een belofte in te lossen.
Behendig hakte een van de jongens met een kapmes beide durians doormidden. En ik zag grote bruine pitten, omgeven door een dikke bleke smurrie. Het leek op kwark, maar de geur vertelde een heel ander verhaal. Ze deden voor hoe je het moet eten. Met je handen de dikke brij van de pit halen en gewoon naar binnen schuiven. Goed voorbeeld doet goed volgen en toen kwam de smaaksensatie…

e880c87dc7bd70423a19a7e065a43aa3_medium.

Rambol. Die Franse walnotenkaas. Maar dan eentje die al een tijdje in de zon ligt uit te lopen. Meng dat met een gelijke hoeveelheid banaan. Giet er wat citroensap overheen. Goed mengen en dan proeven. Oh, en vergeet de knoflook niet! Ik denk dat die combinatie het beste in de buurt komt, beter kan ik het niet omschrijven. Luid gelach en klappen op mijn schouder. Want ze konden heel goed zien dat ik dit bepaald niet onplezierig vond. Sterker nog, het is gewoon erg lekker! Ach, dacht ik bij mezelf. Wij Europeanen eten toch ook kaassoorten die een meur verspreiden waar je snorharen van uitvallen?

49276015fc5e5b56a77343613b4479a6_medium.

Traditioneel huis in Tana Toraja, Midden-Sulawesi

Een jaar later was ik terug in Indonesië, in Tana Toraja op Sulawesi. Ik zag een Nederlands stelletje aarzelen; ze wilden het ook proberen, zo’n durian. Maar wisten niet hoe ze konden beoordelen welke nou rijp genoeg was. Ik ging wel even voor ze testen en tolken. Ik lachte even samenzweerderig naar de fruitverkoper, pakte een hele grote vrucht en snoof de putlucht diep naar binnen, om daarna goedkeurend te knikken. Met lichte weerzin namen ze de vrucht van me over en rekenden af.

Weer een jaar later zag ik zowaar een durian in een fruitwinkel in ons eigen landje. Maar ik kocht het niet. Het was niet alleen het prijskaartje van Hfl 27,50, het was ook het besef dat het hier niet thuishoort. En de geur ontbrak. Het klopte niet. Heb ik wel vaker last van. In Zuid-Frankrijk is het heerlijk om op een terrasje een glaasje pastis te nuttigen, hier in Nederland blijft een fles vaak maandenlang ongeopend in de kast. Het past niet in de omgeving, op een of andere manier.

e03983c5707a6c17ff3b1e3b0be37d1a_medium.

De volgende keer in Indonesië ga ik er weer voor. En dan is mijn zoontje bij me. Of hij het lef heeft om mee te eten? Geen idee. Laat hem eerst maar eens wennen aan een beetje sambal. Dat is op dit moment voor hem al avontuurlijk genoeg.

 

17/04/2016 15:31

Reacties (1) 

29/04/2016 10:37
Leuk dat je hem weer opgehaald hebt. Ik zal mijn eigen Durianverhaal ook maar importeren: het is zo'n mooi vervolg op jouw artikel.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert