Akkusativ: vormen en gebruik (Duitse naamvallen)

Door Schweiz gepubliceerd.

De Duitse taal kent vier naamvallen: Nominativ, Genitiv, Dativ en Akkusativ. Afhankelijk van de functie van een woord in een zin verandert hierdoor het lidwoord (der, die, das, ein), persoonlijke voornaamwoorden (mein, mich, mir) enzoverder. In dit artikel komt u te weten wanneer u de Akkusativ moet gebruiken en hoe men die vormt. https://d3ez9hc3dqpvs0.cloudfront.net/a6e6b8d0f4aada073d4bf1dc0e279596_medium.jpg

Wat is het en wanneer gebruik je de Akkusativ?

  • Het woord is het lijdend voorwerp. In het Nederlands zie je dit door de vraag ''Wie / wat + werkwoord + onderwerp?' te stellen. 
  • Na bepaalde werkwoorden gebruik je altijd der Akkusativ: bitten, fragen
  • Na volgende voorzetsels gebruik je altijd der Akkusativ: bis, durch, entlang, für, gegen, ohne, um
  • Tijdsbepalingen zonder voorzetsel: bijvoorbeeld 'Jeden Tag' en 'Diese Woche'

Hoe vorm je de Akkusativ?

Enkel mannelijke vormen veranderen t.o.v. de Nominativ:

  Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Bepaalde lidwoorden den die das die
Onbepaalde lidwoorden (k)einen (k)eine (k)ein keine

 

Zelfde uitgangen

Volgende woorden krijgen dezelfde uitgangen als de bepaalde lidwoorden: dieser, jeder, jener, solcher, welcher.

Bezittelijke voornaamwoorden (mein, dein, sein, ihr ...) krijgen in de Akkusativ dezelfde uitgangen als de onbepaalde lidwoorden: meinen, meine, mein, meine ...

Lijdend voorwerp in de Akkusativ

Eerder heb je al geleerd dat de Akkusativ gebruikt wordt als het woord een lijdend voorwerp is. In het Duits kan men 'hem' of 'jou' vervangen door één enkel woord, respectievelijk ihn en dich. 

  Enkelvoud Meervoud
Eerste persoon mich uns
Tweede persoon dich euch
Derde persoon ihn (m.), sie (v.), es (o.) sie
Beleefdheidsvorm (u) Sie  

 

Wechselpräpositionen in de Akkusativ

Naast de vaste voorzetsels heb je ook nog voorzetsels die ofwel een Akkusativ ofwel een Dativ aanduiden: dit zijn dus wisselvoorzetsels. 

De Wechselpräpositionen: an, aus, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen.

Het woord dat hierop volgt staat in de Akkusativ als het werkwoord een beweging is. Voorbeeldwerkwoorden zijn kommen, gehen, legen, sich stellen, sich setzen, hängen ...

Auf & über

Als deze twee voorzetsels figuurlijk worden gebruikt, dan volgt er altijd een Akkusativ. Bijvoorbeeld in sich freuen auf, sprechen über ...

Links

07/04/2016 11:49

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert