Kenmerken Middelnederlands - het Nederlands van de middeleeuwen

Door Schweiz gepubliceerd.

Het Middelnederlands is de voorloper van de taal die jij en ik vandaag de dag spreken. Tussen 1200 en 1500 werd deze taal gesproken in zowel Nederland, Vlaanderen als Noord-Frankrijk. Het Middelnederlands (ook wel Diets - taal van het volk) is eigenlijk geen echte taal, maar een verzameling van dialecten. 

Iedereen sprak deze taal van het volk, in tegenstelling tot het Latijn van de kerk. Lezen was enkel een voorrecht voor de rijke burgers van de steden. Zij konden de boeken lezen die de monniken hadden (over)geschreven, boekdrukkunst bestond nog niet, ziet u? De verhalen werden veelal rijmend geschreven, opdat men deze betern uit het hoofd zou kunnen leren; bij het armere volk gebeurde er namelijk enkel mondelinge overlevering. 

Middelnederlands

Boeken werden met de hand door monniken overgeschreven, dit is een encyclopedie van Jacob van Maerlant. 

Uitspraak

  • Afhankelijk van het dialect, dat is vanzelfsprekend, denk ik. 
  • De 'ij' werd als 'ie' uitgesproken. Hij werd dus hie. 
  • De 'ui' werd als 'uu' uitgesproken, de verklaring hiervan werd reeds bij 'Spelling' gegeven, net als een voorbeeld. 

Woordenschat

Er zijn veel woorden uit het Middelnederlands verdwenen, maar er zijn er in onze moderne maatschappij nog veel meer bijgekomen. Denk aan alle elektronische toestellen die nu bestaan! 

Ook het Middelnederlands kent leenwoorden: er zijn veel Middelnederlandse woorden die op woorden uit een andere taal lijken. 

Voorbeeld: vraie (echt) en het Franse 'vrai', maar ook 'stonde' en het Duitse 'Stunde'. Het laatste voorbeeld is eigenlijk nog niet verdwenen: denk aan 'ochtendstond': het uur van de ochtend. 

Er zijn ook veel woorden van betekenis, of van gevoelswaarde veranderd: destijds was het normaal je vrouw 'wijf' te noemen, nu wordt dat als uitermate onbeleefd beschouwd. 

Grammatica

  • Het Middelnederlands kende naamvallen (genitief, nominatief, accusatief), net zoals het moderne Duits dat nog steeds doet. Zo kon het 'den coninc', 'des conincs' en 'die coninc' zijn, afhankelijk van de functie van het woord. 
  • Net als het moderne Frans, gebruikte men een dubbele ontkenning: en ... niet. In het Frans is dit ne ... pas. 
  • De persoonlijke voornaamwoorden lijken op de onze, maar de tweede persoon is toch anders: in het enkelvoud is dat 'du', in het meervoud 'ghi'. 
  • Bijvoeglijke voornaamwoorden konden zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan, zoals in het moderne Frans. 

Spelling

Het belangrijkste kenmerk van de spelling is dat er geen vaste regels zijn. Je schreef het op, zoals je het hoorde en uitsprak. Omdat het Middelnederlands een verzameling van dialecten, met verschillende uitspraken, is, bestaan er daarom ook verschillende schrijfwijzen. 

Voorbeeld: dag = dag, dagh, dach, daghe

Er werd in die tijd ook geen gebruik gemaakt van dubbele klinkers; men plaatste een 'i' of een 'e' achter een klinker, deze moest dan lang uitgesproken worden. 

Voorbeeld: daer i.p.v. daar, maar let op: het hedendaagse 'kruid' werd in de middeleeuwen dan als 'kruud' uitgesproken! 

Woorden werden ook vaak aan elkaar geschreven, dit wordt inclinatie genoemd en er bestaan twee vormen van: 

  • Proclisis: een eenlettergrepig en onbeklemtoond woord wordt aan het woord dat erop volgt geplakt. Dit gebeurt nog steeds: 't Stad (populaire bijnaam van Antwerpen), 't is ...
  • Enclisis: een eenlettergrepig en onbeklemtoond woord wordt aan het woord dat voorafgaat geplakt. 
    Ook dit bestaat nog steeds: zo'n, da's ...

Nog niet moeilijk genoeg? Nee? Wist u dan al dat er geen onderscheid tussen de 'u' en de 'v' gemaakt werd? Dit komt doordat het Romeins alfabet gebruikt werd.

07/04/2016 11:45

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert