Mijn boek Victorieus in delen, deel 6

Door Kirsti gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

De volgende ochtend staat er een muziekstuk in mijn mail. Ik luister en ben het gesprek van de vorige avond vergeten omdat ik dat wil. Wil er niet meer aan denken. Gooi het op een jaloerse bui van Victor en begin het aandoenlijk te vinden.

Wat een genot, een oren strelende vernieuwing in ons contact, we spreken met muziek. Kleine bultjes bespringen mijn huid bij het samen luisteren naar teksten, geluiden, nog nooit zo intens geluisterd. Nuances en kleine woordjes. Waar was jij heel mijn leven? Met tranen in mijn ogen luister ik naar klassieke muziek, tonen die mij eerder somber stemden. Mijn eenzaamheid tot in beangstigende diepte lieten zinken. Maar nu in de wetenschap dat ik samen luister, een hand voel die mijn tranen drogen, geniet ik van de klanken, de melancholie. Ik val stil in woorden en stuur enkel boodschappen terug, vertolkt door meesters in muziek die mijn gevoelens zo kloppend vertolken. Woorden die ik op dit moment niet kan vinden voor dit onbeschrijfelijke gevoel.

 

Hij stuurt me een gedicht van Rutger Copland.

ga nu maar liggen liefste...

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

 

Ben ik het die zijn lege plek voor altijd mag vullen, is hij het die blijft in de lege plek in mijn hart?


Dagen, nachten, ze vliegen voorbij. Met gewonnen vleugels vlieg ik keer op keer het paradijs binnen. Geen enkele twijfel, geen enkel wantrouwen, ook ik ben een van de geluksverhalen van de datingsites, ik heb hem gevonden, mijn tweelingziel.

Tijd om al het geklets om te zetten in daden, mailt hij. Ik wil je zien, jij mij ook, ik wil weten of dit echt is wat er lijkt te zijn. Kan me niet voorstellen van niet, als de fysieke klik er is, dan ben jij mijn droomvrouw?

Ik vlieg zowat tegen het plafond, mijn leven gaat veranderen, ik ontmoet iemand die me liefheeft om wat er vanbinnen speelt.
 

De afspraak prijkt op de kalender, met stralende ogen bekijk ik deze keer op keer. Ik zing, ik lach, ik straal, ik dans. Euforie vat alles samen. De dag nadert en ergens komt er een stemmetje die roet strooit in mijn eten. Wat als hij, wat als ik… De uiterlijke vertoning begint een rol te spelen. Toch blijft mijn bril roze, kijk naar Julia Roberts in Pretty Woman en voel me uit de goot getrokken.

Oppas is geregeld voor de kinderen, straks breng ik ze weg om me voor te bereiden op een kentering. Nog nooit heb ik in hun tijd een date gehad, maar nu… Ik kon het niet langer uitstellen.

Mijn telefoon gaat en ik zie dat ik een sms heb ontvangen.

Woon je naast een lege woning?

Ik verschiet van kleur, mijn hart slaat op hol en sms een retorische vraag terug: Hoe weet je dat?

Ik sta bij je voor de deur.

Mijn hart slaat een slag over. Kijk in paniek over mijn schouders naar mijn kinderen. Er is nu geen ruimte hier, je bent nog niet welkom in ons leven, slechts nog in mijn hart die ik voor hen verborgen kan houden totdat er zekerheid is.


Van alles gaat er door me heen in sneltreinvaart. Is het al zo erg dat hij niet meer kon wachten, is de beheersing op? Wist hij dat mijn kinderen nog thuis zijn, had ik hem dat gezegd, zo ja, wat doet hij hier dan nu?

Ik roep naar mijn kinderen: ‘Ben zo terug, ga even de vuilnis naar buiten brengen’ en loop als een kip zonder kop naar buiten. Wil vragende kinderogen voorkomen en hoe dan ook een confrontatie tussen mijn kinderen en mijn nieuwe mogelijke partner beter voorbereiden. Volgens mij was dat ook in zijn hoofd altijd de bedoeling, hij schetste dit immers zelf in zijn mails. We hadden toch conversaties over hoe je kinderen het beste kunt laten kennismaken met nieuwe partners en deze optie heeft er niet tussen gestaan. Twijfel sluipt al binnen.

Afgewerkt en uitgeput van dagelijkse beslommeringen mag ik hem onder ogen komen, niet mijn ideale plaatje. Ik had al kleren voor vanavond klaarliggen, een lekker geurtje uitgezocht en wilde zeker nog even onder de douche springen. Niets van dit alles is me nu gegund.

Een paar huizen verderop staat hij. Hij zit op zijn rode motor als een cowboy op een stier, één hand aan het stuur, de in zwart rubber gehulde benen wijd uit elkaar, stevige motorlaarzen geplant op de weg om niet te vallen. Een robuust plaatje, zijn motor in bedwang, geen steigering accepterend, de jockey ment zijn paard. Een arrogant toneelspel, wee degene die het waagt hem af te werpen, op last van een verklaring een stempel voor vals gedrag, een schot in de nek. De lasso reeds om de mijne, het touw snijdt in mijn vel en beneemt me mijn adem. Hij boezemt me angst in.

Dit beeld, dit beeld is zo totaal niet hoe ik me er een voorstelling van had gemaakt. Het rood lokt, maar met mijn voelhoorns vooruit nader ik hem.

Ik hoor zijn stem als komende van een robot, door zijn helm nog immer op zijn hoofd.

‘Ik was in de buurt en kon niet langer wachten.’

Niet wetend wat te doen sta ik trillend op mijn benen, een omhelzing is er niet bij, een kus op metaal ook geen heimelijk verlangen.

Een onbehagelijk gevoel ontstaat door zijn spontane actie. Voel geen chemie door zijn rubberen pak. Waarom houdt hij zijn helm op? Er is geen helder moment meer bij en de vraag deze af te zetten komt niet over mijn lippen. Ik staar in wijd opengesperde ogen in reflecterend zwart glas, hij spiegelt mijn angst met zijn maskerade. Mijn hart slaat als een wilde totaal out of control.

‘Mijn kinderen, ze zijn nog boven. Ik had je nog niet verwacht, ik wil ze nu nog niet blootstellen aan een ontmoeting met jou. Ik heb maar heel even, anders gaan ze kijken waar ik blijf. Willen ze weten wie je bent. Ik heb nu geen tijd voor je! Vanavond hadden we toch afgesproken? Ik…’
Ergens uit de verte hoor ik hem verklaren: ‘Rustig maar, ben zo weer weg. Ik was aan het toeren en in de buurt. Wilde kijken waar je woont. Toen kon ik het niet laten en wilde ik je toch al heel graag zien. Ik weet dat je kinderen bij je zijn en ik ga snel weer verder. Ga maar weer naar boven.’

Een hels kabaal van een startende motor snoert me verder de mond. Hij verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik keer terug naar waar ik hoor en vraag me af hoe het ervoor staat met onze date, ik heb hem niet horen afsluiten met de zin: ‘Ik zie je vanavond’.

Ik haal diep adem, krijg mijn benen weer onder controle, met een stalen gezicht en vrolijke noten breng ik volgens afspraak mijn kinderen naar hun vader. Niets, maar dan ook niets zullen zij merken van hun moeders verwarring. Niet meer wetend wat de avond zal gaan brengen doe ik toch maar mijn mooie kleren aan, een verleidelijk geurtje op en ontsteek de kaarsen. Ik wacht op de bank met meerdere glazen wijnen. Staar verlamd voor me uit in nieuwe leegte. De avond gaat voorbij in stilte, slechts dat aarzelende tikken van mijn klok werkt minuten weg. Retorische vragen hangen in de lucht. Er komt geen antwoord meer. In tijd vervagen ze, ze doen er niet meer toe, of toch wel? Ik voel me eenzamer dan hiervoor. Genoot van de aandacht en het verliefde gevoel. Ik smeek hem alsnog te komen en in werkelijkheid te ervaren wat er tussen ons was.

17/02/2016 14:13

Reacties (1) 

1
17/02/2016 14:38
Het dwingelandje kwam even poolshoogte nemen. Het komt beangstigend op me over.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert