Mijn boek Victorieus in delen, deel 1

Door Kirsti gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Victorieus

geprepareerde wraak op eeuwige jachtvelden.

Voorwoord

Ik was een doorsnee moeder, moeder de huisvrouw. Onopvallend in de massa leefde ik mijn leven zonder ups-and-downs. Uit het niets opeens een downer, een oorverdovende lawaai pijnigt mijn oren. Het is mijn eigen schreeuw. De glazen bol in één minuscuul ogenblik op zwart, het is mijn toekomst. Rook kringelt omhoog, het zijn mijn nog smeulende verbrandde foto’s.

Geen steen meer overeind van mijn zorgvuldig opgebouwd bestaan, de onderste kwam boven. Totaal ontredderd stond ik roepend in de woestijn, niets mocht meer baten, de weg terug uitgedroogd. Mijn knokkels laten afdrukken achter op zijn borst.

Dit kun je niet maken

In blinde paniek ren ik het huis uit om weer terug te keren. om weer weg te gaan, niet wetend waar naartoe.

Een lange weg voor me vol rotsen en kuilen. Een blik op oneindig doet me struikelen over venijnige kleine kiezels waarvan de impact niet onderschat mag worden. Op mijn knieën bid ik om hulp.

Hoe ga ik deze vernietigende berichten absorberen? Een weekend weg van dit huis vol venijn, op zoek naar rust en kracht, om dit kruis te dragen.

Het weerbeeld schetst in spiegelbeeld mijn emoties.  Een machtig schouwspel, voelbaar klein, kwetsbaar, niets meer in te brengen, overgeleverd aan de wil van elementen om je heen.

De gehuurde caravan trilt op zijn grondvesten in een draaikolk van wind en regen. Met bange blik kijk ik naar mijn angstige kinderen die van mij kracht en bescherming verlangen. Uitgeput, totaal uit balans val ik tussen twee kleine lijfjes en sla armen om hun heen. De cadans van de wind wiegt ons voor een moment in slaap, we zakken weg in een diepe, zwarte, klamme put.

Een flits, ik tel tot drie, hoor en voel de ontlading van energie uit lucht. Ik sus, kus en knuffel, we drinken onze tranen.

Is dit een omen, een teken van torn, is er iemand boos dat het bijltje erbij neer is gegooid?

Wat staat ons nog meer te wachten, wil ik het wel weten of verlang ik naar de inslag, het einde der tijden? Wil ik stoppen in een nachtmerrie die nog maar een week duurt, maar waar geen licht aan het einde van de tunnel is te zien?

In de verte licht opnieuw de hemel enkele seconden op, geluid blijft achterwege, stop het tellen met een gerust hart.

De ochtend aangebroken, een nieuwe dag doemt op, verlengd is ons bestaan, we zullen door moeten gaan.

We verlaten het nachtelijke onderkomen, nemen de ravage op die deze helse bui heeft achtergelaten. Een goed geaarde eik, een stam niet te omhelzen ligt met schoongespoelde wortels bovengronds. Zijn kruin niet langer fier omhoog, zijn doek gevallen. Naast hem heeft een mammoet het gered, maar geknakt zijn vele van zijn takken. Net als een treurwilg hangen ze met eindknoppen op de grond. Ook deze stam is niet te redden, dit dode hout niet te dragen, zijn toekomst hier geschreven.

Ik zie de parallellen, mijn boom van een vent heeft mij ontworteld, mijn armen hangen mistroostig langs mijn lijf.

Twee blijde gerustgestelde kinderkopjes kijken naar mij op, nog niets wetend van het gedonder in de tent. Ik hoor een stemmetje: ‘Mama, de zon schijnt weer.’

Zoek de zon en pak het licht, verdwenen is de duisternis. De inslag heeft niet ingeslagen, slurp energie uit de grond van Moeder Aarde. Ik trek mijn schoenen uit en met blote voeten voel ik puur natuur. De kinderen volgen, samen dansen we door plassen, vieze voeten van modder vergezeld door helder gelach. Liedjes klinken door de stille ochtend.

‘Het regent, het regent, de pannetjes worden nat. Er kwamen twee soldaatjes aan, die vielen op hun gat.’

Gillend van de pret, vergeten is hun angst.

Mijn moederhart bekijkt het geheel met gemengde gevoelens. Zie plezier en smerige broeken. Een traan van het lachen om hun gekkigheid, een traan door de wetenschap hier glazen in te moeten gooien. Geluk te breken om verder te moeten in verdriet. Kinderlijke onschuld te vermengen met oude onbegrijpbare volwassen keuzes. Nog even stel ik het uit, een verborgen geheim voor hun bestwil. Laat ze genieten zolang het kan.

Op de achtergrond zal ik bouwen aan een thuis in nieuwe vorm.

Tijd om nieuwe bomen te planten. Stevig pak ik mijn kinderen bij de hand, vol goede moed en zelfvertrouwen laten we de chaos achter ons.

We gaan dit varkentje wassen, treden de toekomst met open vizier tegemoet, alle opties open, geen richting omlijnd.

Ik zal ze laten zien dat ik kan zorgen voor mijn twee kinderen, dat ik hun het geluk kan laten beleven dat ze verdienen. Met hun komst werd mijn leven de moeite waard. De verantwoordelijkheid van hun geluk weegt zwaar op mijn schouders, maar hier heb ik voor gekozen toen ik kinderen wilde. Dit is mijn taak in mijn leven. Zij zijn mijn leven nu meer dan ooit.

10/02/2016 16:15

Reacties (2) 

11/02/2016 19:48
Wat mooi geschreven zeg! Top..
1
10/02/2016 16:57
Mooi geschreven
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert