Herinneringen aan de Utrechtse horeca (6)

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Reizen en vakantie

Persoonlijke herinneringen aan het uitgaansleven, Grand Cafés, restaurants, bruine kroegjes en hotels in de stad waar ik tweeëntwintig jaren heb gewoond. Herinneringen als gast én als werknemer. Deel 6 van 7.

 

Horeca: werken en uitgaan tegelijk

1991a202a2b30bd04b28e3c9ec02fdca_medium.

Me, Chameleon

De titel was heel erg van toepassing op mij in het Utrechtse horecaleven. Ik deed me voor als 'echte professional', maar van mezelf vond ik dat ik maar een tijdelijke rol speelde. Ik begon onderhand de kennis en vaardigheden te krijgen om in verschillende takken van de horeca prima mee te kunnen draaien, maar het derde belangrijke aspect, attitude, daarop beoordeelde ik me een stuk negatiever. Ik was geen échte horekaffer, ik was en bleef student die dit deed omdat het leuk, makkelijk en comfortabel voelde. Geld verdienen is één ding, interactie met mensen een tweede. Die interactie met collega's, dat maakte de horeca niet speciaal of bijzonder, dat kon immers binnen elke branche. Als je tenminste door de muur van ongeïnteresseerdheid heen kon breken die jou als uitzendkracht lijkt te omgeven. Die muur irriteerde me meer en meer. Als reactie gaf ik steeds vaker tijdens het inschrijven bij een nieuwe uitzendbureau als roepnaam 'Hé jij daar' op. Altijd een goede ijsbreker om een iets persoonlijker relatie met je intercedente op te bouwen, vaak de eerste stap om in aanmerking te komen voor de leukere baantjes. 
Het was de interactie met gasten die horeca speciaal maakte. Het werken werd dan een mooie en interessante combinatie van arbeid en uitgaan. De vrijheden die ik daarin nam waren vaak niet al te professioneel. Het paste bij me. Ik heb mezelf jarenlang gezien als een koorddansende kameleon, een vreemd wezen dat zich aanpast aan de omgeving en grenzen opzoekt. Een masker, een rol, om maar niet al te betrokken te raken. Ook nu nog merk ik dat die rol me past als een comfortabel zittende oude jas. Gelukkig hangt er nog meer in mijn kledingkast.

 

f009e22dd91a36dd4ec7cc7b35cbda39_medium.

Hotel The President in Maarssenbroek

Als het arbeidsverzuim bij Holadiejee binnen de perken bleef, week ik wel eens uit naar The President in Maarssenbroek, een typisch zakenhotel dat nog in aanbouw was. De sfeer in de keuken was niet te vergelijken met Holiday Inn. Ik zag maar weinig passie en ook vrolijkheid was een schaars goed. Ik werkte daar per shift een aantal uur samen met een vaste kracht die me probeerde te wijzen op het belang van 'rustig aan doen' en vooral 'je snor drukken'. Als hij weg ging, dan voelde dat als verademing. Als ik behoefte had aan afstompend werk, dan was ik wel mailingen gaan vouwen.
De enige echt leuke werkfactor was één bepaalde kok, die ooit bij Holadiejee gewerkt had. Uitwisselen van sterke verhalen en roddels, dat was de kers op de taart. En het zorgde ervoor dat de rest van de keuken mij al snel gedoogde en me niet bij voorbaat vijandig benaderde.
Drie voorvallen blijven me bij.

Het was hartje zomer, ik had nog een volle bos donkere krullen en de zonnige uurtjes in een van de ligstoelen van Park Lepelenburg hadden mijn 'orang campur'-pigment aardig aan het werk gezet. Een van de serveersters zag me en zei heel Utregs: 'Jij straaks wel heel goed schoonmaoke, waor?'
   'Maar natuurlijk, jongedame. Wat zou ik hier anders moeten doen?', was mijn ietwat geaffecteerde antwoord.
   'Oh! je bent gewoon een Hollaander!', riep ze verbaasd uit.
De rest van de avond noemde ik mezelf Hassan, met bijbehorend accent. Ze speelde het spelletje leuk mee. Gelaache, waor! 

f5c85f98f4157b3329921d29070aa02a_medium.

The President zorgde niet voor overalls of andere schoonmaakkledij. Dat moest ik blijkbaar zelf meenemen en uiteraard koos ik dan voor het sjofelste van het sjofelste. Best lastig, als je een ruimte aan moet pakken waar op dat moment een dure patisserie-cursus wordt georganiseerd voor - als ik het goed inschatte - Gooische vrouwen van minimaal vijfenveertig en minimaal in het bezit van een villa. De cursusleider bekeek me vol afgrijzen en nam me apart. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om er zo bij te lopen in een ruimte waar met eten gewerkt werd. Ik gaf hem groot gelijk, zei dat ik me ook flink opgelaten voelde, maar dat ik het wel bizar vond om zelf te investeren in werkkleding, speciaal voor die drie dagen per kwartaal dat ik hier was. Hij nam me nog verder apart en begon als een dolgedraaide zeeman te vloeken op die &%*-directie die de meest onbegrijpelijke besluiten nam. Hij gaf me een koksbuis zodat ik me enigszins beschaafd tussen de parelkettinkjes, broekrokken en mantelpakjes kon begeven. 

0ad50923bbb7edab2a631535fd449be4_medium.

De laatste keer dat ik er was, bleek voor het afwas-en schoonmaakwerk een speciaal bedrijf te zijn ingehuurd. Zeer tot ongenoegen van de koks, die hun frustratie botvierden op de werknemers van dat bedrijf. De man met wie ik samenwerkte, was het voornaamste mikpunt. Blijkbaar had hij geen naam, behalve zijn bedrijfsnaam. De man was, om het maar eerlijk te zeggen, niet al te nozel. Eerder flink richting zwakbegaafdheid. En bovenal, doodsbang om zijn baan kwijt te raken. Dat wasemde hij gewoon uit, met elke beweging die hij maakte. Een hond die zijn hele leven al te veel slaag heeft gehad.
Ik had medelijden met hem. Hij was een doodgoeie vent die het niet verdiende om als makkelijk pispaaltje misbruikt te worden. Ik zei er wat van, gelukkig niet op mijn 'standaard'-manier van toen (loud and f*ing clear), omdat ik vreesde dat het averechts zou uitpakken. Voor hem dan, voor mij maakte het geen donder uit. Ik was toch niet van plan om hier terug te komen; ik kon ergens als nachtportier aan de slag. Of het geholpen heeft, ik vrees van niet. Het 'Eigenlijk heb je wel gelijk' klonk niet al te oprecht. De daaropvolgende tirade over onprofessioneel en slecht gemotiveerd schoonmaakpersoneel sprak boekdelen. Ik snapte de chef wel, maar betweterig vond ik 'If you pay peanuts, you get monkeys.' Of studenten. 

 

aa0070ead2c269d86435a2df629fca35_medium.

Hotel Smits

Ik en hotel Smits, dat was een gevalletje mismatch. Hotel Smits zit op de kop van het Vredenburg, naast 'We' (toen nog 'Hij'), schuin tegenover de Bijenkorf. Tegenwoordig heet het Apollo Hotel en is het onderdeel van Apollo Hotels & Resorts, na eerst bij Amrâth/ Best Western gehoord te hebben. Smits was onderdeel van een groep hotels, in die tijd een familiebedrijf, als ik me goed herinner.
Er was totaal niks mis met de kwaliteit. Die was ronduit prima. Ik ging daar aan de slag als barman van de hotelbar, op een eigen verdieping. Mijn 'probleem' was het feit dat de concerndirectie het niet soigné vond om reclame te maken. De dagen dat ik meer dan tien gasten per dienst mocht bedienen kan ik op twee handen tellen. Ik verveelde me er dood. Ik vond het niet goed voelen om tijdens werken te studeren en hoe vaak kan je in acht uur tijd de bar en de ruimte schoon maken? Daar moet dan wel een reden voor zijn. Drie dingen uit mijn tijd daar blijven me bij.

Ik serveerde vers geperste jus d'orange. Een van de managers verzekerde me dat gasten dit eigenlijk niet wilden. We hebben het uitgetest. Als je een mengsel maakt van 50% vers geperst en 50% vers uit een pak, dan vindt vrijwel iedereen dat lekkerder dan 100% vers geperst. Het drinkt makkelijker, het is minder dik en ook minder bitter. Ik wist dat niet, maar de testresultaten spraken voor zich.

33c9726aad5e0afbc1f2c2e3dacf84b0_medium.

Ze hadden een contract met Muziekcentrum Vredenburg. Artiesten overnachtten bij Smits. Er was een internationale Bluesnacht en blijkbaar zaten er een aantal échte Bluesgiganten uit de USA aan mijn bar. Blues kende ik toen maar nauwelijks. Namen als Muddy Waters, John Lee Hooker en B.B. King, die kende ik wel, maar daar hield het ook op.
 
En toen kwam hij naar me toe...

Een oud, afgeleefd mannetje, haast strompelend. Zijn spaarzame grijswitte kroeshaar contrasteerde mooi met zijn diepbruine huidskleur. Een lach, tussen een wildernis aan rimpels en plooien, met hier een daar nog een tand. En hij zei: 'Yo, mister bartender. I can see there's a piano over there. Can I play?' Natuurlijk mocht hij dat. Hij ging zitten en zijn oude knoken beroerden de toetsen.
Puur fluweel, de manier waarop hij speelde. Een stem als een oerkreet, met de passie en de pijn van een heel lang en vooral hard leven. Koude rillingen binnen een seconde. The Heart and Soul of that other America. Sindsdien ben ik fan, zoals ik het van Soul al was. Als ik dat dan vergelijk met die vreselijke 'Arrenbie', vol vocale bling-bling van 'kijk mij eens tien arpeggios per minuut adlibben!' dan vraag ik me - ouderwets waarschijnlijk - af waar de Soul in de zwarte muziek is gebleven.

Ik vond ander werk. Een goede vriend, die ik nog kende van Holadiejee, nam het over, op een andere etage, waar wel leven in de brouwerij was. Ik kwam regelmatig bij hem langs. Uit die tijd heb ik ook drie speciale herinneringen.
Die vriend van me, hij was zo slim om flink aan te pappen met artiesten die kwamen overnachten. Dat leverde hem vaak genoeg vrijkaatjes op. Dus zaten we een keer samen op een zondagmiddag te luisteren naar een operarecital van een uiterst charmante sopraan, gevolgd door een Wagner-recital van het Radio Filharmonisch Orkest, met Edo de Waart. Geloof me, als je tweede rij zit en 'Die Walkürenritt' dondert je tegemoet, dat maakt indruk.

147bee2de27c25b064a5a648bcbc6762_medium.

Een van de obers zag een man lekker spelen op de piano in de bar. Hij complimenteerde hem en vroeg of hij wel vaker wat met muziek deed. 
   'Ja, eigenlijk wel', was het antwoord in het Engels. Op de vraag of hij bekend was kwam een 'Misschien wel. Ik ben de zanger van Marillion.'
Dat werd dus ook weer een schitterend concert. Na het concert zou de band in de bar wat naborrelen. Mijn maat, qua gitaar volledig autodidact, had zijn gitaar en versterker strategisch in het zicht geplaatst. En natuurlijk ging Steve Rothery nog even wat leuks doen. Ik zie de mond van mijn maat nog helemaal open staan. 
  'Ik wist niet dat je dit soort muziek kon maken met mijn gitaar!'

Hotels hebben regelmatig te kampen met 'insluipers'. Zeker hotels die centraal liggen, of in de buurt van uitvalwegen. Smits had een nachtportier die heerlijke sterke verhalen kon vertellen uit zijn marine-verleden. Of we alles geloofden laat ik even in het midden. Met inbrekende junks maakte hij korte metten. Achter de balie stond een tafelpoot met de tekst 'Elke junk die hier binnen huppelt, wordt er vrolijk uit geknuppeld' erin gegraveerd. Met een aantal kerfjes. 
Ik zat een avond bij mijn maat aan de bar. Een van de managers kwam geagiteerd binnen. Iemand had elektronische apparatuur losgekoppeld en daarbij een en ander gemold. Wij wisten genoeg en doorzochten met zijn drieën alle 'uitvalswegen'. Bij de uitgang vonden we hem en spraken hem aan. Zijn hand ging snel richting binnenkant van zijn jas. Zonder ook maar een seconde overleg of nadenken sprongen we bovenop hem en werkten hem tegen de grond. Uit de binnenzak haalden we een joekel van een schroevendraaier, met een lengte van zeker vijfentwintig centimeter. Kan je goed mee steken. Inmiddels had ik in een andere werkomgeving al kennis gemaakt met het verschijnsel 'gewapende overval'. Daarover misschien meer, in deel 7.
De politie rekende hem in. Bij het verlaten van het pand maakte een van de agenten de opmerking dat hij hiervan baalde. Als hij zijn pv af zou hebben, stond de junk waarschijnlijk al weer buiten. Ik zag hoe de junk op 'miraculeuze' wijze tot drie keer toe met zijn hoofd de straatstenen raakte, op de korte weg naar de politieauto. Goedkeuren kon en kan ik het niet; begrijpen, dat dan weer wel.

acf47cb85e2a3a9bcf97c129c658fe01_medium.

Nawoord

Uiteindelijk zijn het zeven delen geworden. Ooit komt er misschien een deel 8 en 9, herinneringen en anekdotes van anderen. We shall see.

Dit is de rest van de serie:

  • Deel 1 - inleiding en herinneringen aan speciale restaurants
  • Deel 2 - herinneringen aan speciale kroegen
  • Deel 3 - mijn eerste stappen binnen de horeca: de keuken van mijn studentenvereniging
  • Deel 4 - nog meer markante restaurants
  • Deel 5- twee hotels waar ik gewerkt heb, waarvan eentje heel cruciaal
  • Deel 7 - mijn mooiste job in de horeca, en twee bizarre banen in de night shift.

 

25/01/2016 14:26

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert