Met onthoofding en frustraties bij de huisarts

Door Ragasto gepubliceerd.

Nou, het is me wat... Ragasto gaat eens een keer naar de dokter toe en maakt gelijk van alles mee. Dit overkwam me al zo'n vijf jaar geleden,maar ik heb dit artikel nog niet eerder hier gepubliceerd. Veel leesplezier!

De doktersafspraak:

Zoals de lezer eerder heeft kunnen leren, doe ik regelmatig aan sport. Dat vind ik leuk en het helpt me ontspannen in drukke periodes. Daarnaast vraagt mijn werkgever ook dat ik mijn conditie op een bepaald niveau houd. Wat mensen die veel sporten waarschijnlijk wel weten, is dat de kans op een blessure dan ook aanwezig is. Dat is niet erg, hooguit een beetje vervelend.
Ook ik was, inmiddels al een ruime tijd geleden, aan de beurt. Het was een drukke periode en ik had mijn aantal wekelijkse sporturen iets te veel laten toenemen. Een pijnlijk onderbeen was het gevolg. Jammer, vervelend, maar niet onoverkomelijk. Ik modderde zo een tijdje aan en besloot toen toch maar even naar de huisarts te gaan om het te laten bekijken door een zelfbenoemd medisch wonder die altijd aan de patiënt schijnt te moeten vragen wat je mankeert. Ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen, maar volgens mij is de reden dat ik de beste medicijnvrouw bezoek nu juist dat ik dat van haar wil weten (ja, ik weet het; de grap is niet van mij…).

Ik heb in mijn eerdere stukken altijd de neiging om zaken wat te verduidelijken en zo ook deze keer. Ik heb een hekel aan artsen, doktoren en ziekenhuizen. Begrijp me niet verkeerd. De beste mensen doen hun uiterste best en ze hebben een heel nobele professie en de verpleegkundigen respecteer ik in het bijzonder vanwege hun hoge werkdruk en hun immer aanwezige drive. Het is de sfeer die er altijd rond een zorginstelling hangt. Voor mijn werk bezoek ik regelmatig ziekenhuizen en of ze nu groot of klein zijn, academisch ziekenhuis of streekhospitaal, er hangt een sfeer alsof je er al rottend weg moet kwijnen. Ik ga dan ook zelden naar gifmengers toe. Ik ben onlangs door verhuizingen veranderd van huisarts en toen ik persoonlijk mijn medisch dossier overbracht, bleek deze niet veel groter te zijn dan één dubbelgevouwen A4-tje in een enveloppe.
Met lood in mijn schoenen bezocht ik dan op de afspraakdag de praktijk van mijn huisarts. Ik was niet bang, maar de deuk in mijn gevoel van onfeilbaarheid was waarschijnlijk zelfs voor de buitenwereld zichtbaar. Bovendien ben ik altijd sceptisch tegenover huisartsen. Mij bekruipt het gevoel dat hun werk bestaat uit enkel het doorverwijzen naar de juiste specialist. Roep keihard dat je voet zeer doet en je mag door naar de orthopeed, hoest je je longen uit je lijf mag je met briefje naar de longarts en gaat het denken je niet meer zo goed af dan krijg je wel een advies voor de zielenknijper. Ik heb er een keer een paar hechtingen laten verwijderen en drie knipjes met een nagelschaartje van de assistente maakt mijn portemonnee enkele tientallen euro’s lichter. Gelukkig heb ik een goede ziektekostenverzekeraar, maar die vijf minuten dat ik binnen was heb ik genoeg geleerd om dit in het vervolg zelf te doen; en dan heb ik het niet alleen over het verwijderen van de hechtingen.

Ik stapte de praktijk binnen en een quasi vriendelijke assistente wees met haar vinger naar de deur achter me. Volgens mij bedoelde ze dat ik daar achter plaats moest nemen. Ik draaide me om en keek naar de deur van wat leek op een wachtruimte. Een grote poster van de plaatselijke doodsmollen hing eraan: “Wat kost een uitvaart eigenlijk?” En dat terwijl ik dacht dat ik alleen voor een zeer onderbeen hierheen gekomen was.

ef35f45d62d323d4866d4db0acea1f8acG9zdGVy

Even bekroop me het gevoel dat ik beter rechtsomkeert kon maken, maar een blik over mijn schouder liet er geen twijfel over bestaan. De vriendelijke assistente keek me indringend aan en haar vinger wees nog steeds richting de deur. Haar formaat, vergelijkbaar met die van een Russische kogelstootster uit de jaren zeventig, overtuigde me. Ik opende de deur en stapte naar binnen. Gemaakt vrolijk groette ik de aanwezigen een goedemorgen, maar een zachte kreun van een wandelend lijk en een portie overvliegende TBC van een proestend gratenpakhuis waren slechts een antwoord dat bevestigde waar ik was. Ik ging even zitten en keek om me heen. Ik ben nogal erg nieuwsgierig aangelegd en in combinatie met de aanblik van de zo zielig mogelijk uitziende mensen deed me besluiten om maar even een rondje door de ruimte te maken. Ik bekeek de folders met daarin alle denkbare ziektes in het rek, maar daar werd ik niet echt vrolijk van. Ik bleef bij het raam even staan en draaide me om om de gehele ruimte eens goed in me op te nemen. De wachtkamer was voornamelijk wit. Het plafond, de muren, de tafel, de kapstok, de hanglamp, het licht, alles was wit. Behalve de gifgroene stoeltjes en het op de tafel liggende speelgoed. Bij het rondgaan van de wachtkamer viel mijn oog op een poster die een evenement aankondigde. Ik las het geheel. Een bijeenkomst voor dementen en vergeetachtigen. Er stond een datum bij. Vreemd genoeg was daar nu net weer geen folder van. “Als de doelgroep de datum moet onthouden, zal het wel een rustige bijeenkomst worden”, bedacht ik me. Er was verder weinig te beleven en ik besloot om maar weer te gaan zitten. Bewust een paar stoelen leeg latend tussen mij en het hoestende gratenpakhuis. Af en toe werd er naar de man gekeken. Ik betrapte me erop dat ik dat ook deed. En als er door iemand even niet werd gekeken, dan zorgde hij er met zijn hevig gorgelende blafgeluiden wel voor dat de aandacht van de aanwezigen weer richting hem verschoof.

De deur ging weer open. Een nieuwe patiënt trachtte de ruimte te betreden. Ze liep waggelend en schuifelend naar binnen. De ruimte tussen mij en de magere man werd weinig subtiel opgevuld. Hevig hijgend zakte het kadaver in de drie overgebleven zitplaatsen en ik hoopte dat ik snel aan de beurt zou zijn.
Het aanwezige kwartet keek zo een minuut of vijf, tergend voorbij kruipende, minuten stil (op de blaffende hond na dan) voor zich uit, totdat de stem van de Russische kogelstootster heel persoonlijk door de intercom schalde. De huisarts had een spoedgeval gekregen vanmorgen en ze had dus ietsje vertraging.
Het duurde inderdaad een klein kwartier voor de eerste patiënt werd geroepen om verder te komen. Het was de wandelende zeekoe die als laatste binnen was gekomen. En aan haar tempo te zien, kon zij het spoedgeval niet geweest zijn. Als ik dokter was geweest, dan had ik wel een recept voor haar gehad. Sterker nog, een boekwerk vol recepten: Sonja Bakker!

27debb435021eb68b3965290b5e24c49ZmF0IHdv

De overgebleven drie keken elkaar even vertwijfeld aan, maar herstelden zich snel weer in hun stoïcijnse blik. Er kwam weer iemand binnen. Twee personen zelfs. Het was een drukke moeder met haar spiegelgedrag vertonende kind: een meisje van een jaar of vijf. Het kind ging eerst rustig naast haar moeder zitten, maar al snel besloot de moeder dat het kind moest gaan spelen met het speelgoed op de tafel. Het was meteen gedaan met de rust. Nu moet ik toegeven dat ik inmiddels enigszins geërgerd was, maar dat kind begon dat speelgoed te bewerken en ermee te smijten alsof ze bepaalde frustraties had (over haar gestreste moeder misschien?) die ze alleen kon botvieren door van alle barbiepopjes en knuffeldiertjes de kop van de romp te trekken. Even wilde ik ingrijpen, maar haar moeder was me net voor:
“Wendy, kom eens hier en doe je jas eens uit…”
Maar het kind gaf geen sjoegem. En nogmaals:
“Wendy, het is hier veel te warm, doe je jas nou uit.”
Maar Wendy was te geobsedeerd bezig met de decapitatie van het speelgoed.
“Wendy, mama zegt het nog maar één keer hoor. Doe je jas nou uit.”
En dat is drie telde ik, een glimlach onderdrukkend, in mezelf…
“Wendy, kom nu bij mama…! Laat mij nu niet bij je moeten komen om je jas uit te doen, hoor je me?”
En dat hielp. De moeder stapte inderdaad op haar kind af en deed het jasje van de kleine speelgoedpsychopaat uit. Het kind reageerde zelfs hier nauwelijks op en hield haar blik star gefocussed op de nu ook van allerlei andere delen ontdane speelgoedbeer. De moeder nam weer plaats op een gifgroen stoeltje en keek de aanwezigen aan alsof ze eigenhandig de Tweede Wereldoorlog had gewonnen.

aa1b37e9e609500542775c4e0bbc2135b250aG9v

Het was een zielige vertoning en ik vroeg me af hoe de rest van het leven eruit zag van de kleuter. Wendy had echter op dat moment genoeg van het mutileren van weerloze knuffels en vestigde haar aandacht nu op een potje met een raar soort speelgoedschijfjes. Ik zou ook niet weten wat een kind hiermee zou moeten kunnen doen, maar Wendy had een mogelijkheid gevonden. Zonder aarzeling pakte ze het potje op en smeet het met inhoud en al door de lucht. Door de hele wachtkamer lagen nu de speelgoedschijfjes. Mijn eerste reactie was een onderdrukking om het kind een gigantische beuk te verkopen, maar zoals je het ook bij ontspoorde huisdieren moet doen, bedacht ik me dat ik beter het baasje (in dit geval dus haar moeder) een enkeltje kaakchirurg kon geven. De huisarts schreef vast wel een verwijsbriefje. Ook nu weer wist ik me te bedenken en was de moeder mij voor om haar kind een reprimande te geven.
“Wendy, dat vindt mama niet nodig. Ruim je het wel even op?”
Maar wederom was het weinig overtuigende overwicht van haar moeder niet voldoende om de aandacht van haar kind te trekken.
“Wendy, mama vindt dit niet leuk hoor. Opruimen nu!”
In mijn gedachten telde ik alweer door naar haar vierde poging en inderdaad…
“Wendy, mama gaat dit echt niet opruimen hoor. Ik vind het niet leuk meer.”
En zowaar reageerde het meisje. Zonder haar moeder ook maar één keer aan te kijken, nam ze plaats naast haar op een gifgroen stoeltje met het hoofd van een barbie in haar handjes. De moeder kwam overeind en ging op haar hurken in het midden van de speelgoedschijfjes zitten.
“Zullen we het samen opruimen?” Vroeg ze, terwijl ze de speelgoedschijfjes verzamelde in het plastik potje. Wendy trok ondertussen één voor één plukjes haar uit het hoofdje van de barbie.

De voluptueuze vrouw heb ik overigens nooit zien vertrekken vanuit het kantoor van de huisarts, maar alsnog was ik blij dat ik aan de beurt was. Het onderzoek duurde gelukkig niet lang. Ze vroeg me wat ik mankeerde en ik opperde zelf de kwaal van mijn blessure. De huisarts keek bedenkelijk, pakte een briefje en krabbelde er iets in een vorm van hiëroglyfen op en gaf het aan mij. Ze legde uit wat ze daarnet had neergetekend. Ze vond het een lastige situatie en verwees me, heel verrassend, door naar een specialist. En op de één of andere manier leek de blessure al een stuk minder ernstig…

Ragasto

Vorig artikel (gedicht): Moedereend en haar tien dode kuikens

Volgend artikel (gedicht): Een gedicht over het na een heerlijke nacht wakker worden

23/01/2016 17:57

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert