Epb? wat, waarom en hoe!

Door Margareth Trix gepubliceerd in Ondernemen en werk

Het hele EPB gebeuren is voor velen  een ver van mijn bed show, het lijkt  niet meer dan een extra verplichte kost bovenop de werkmansuren, architectenloon en de uitgaven voor bouwmaterialen. Waarom is dit verplicht? Waar moet ik op letten? En wat kan ik doen om mijn EPB score te verbeteren?

5206dff10cbd1fcaf61bb6b008667e18_medium.

Waarom EPB?

De Belgische regering heeft een akkoord bereikt waarin ze de toekomstige energie- en klimaatdoelstellingen onderschrijven. Deze doelstellingen worden doorgevoerd in verschillende sectoren waaronder de bouwsector. De ambities vertalen zich in het bouwwezen in de vorm van EPB en EPC (EnergiePrestatie-certificaat).  EPB is gericht op nieuwbouw en verbouwingen, EPC daarentegen is gericht op bestaande panden die verhuurd of verkocht worden.  De EPB-regelgeving heeft de ambitieuze doelstelling om tegen 2021 om enkel nog BEN-gebouwen (Bijna Energie Neutraal = E-peil van 30) op te richten.

 

Wat is EPB?

De afkorting EPB staat voor EnergiePrestatie  en Binnenklimaat. Alle nieuwbouw projecten en verbouwingen moeten sinds 2006 voldoen aan de EPB-regelgeving. Kort samengevat betekend dit dat een gebouw  energie-efficient moet ontworpen zijn, goed geïsoleerd, uitgerust met energiezuinige technieken en eventueel ook deels energie autonoom zijn door hernieuwbare energie.  De EPB- regelgeving valt uiteen in 2 grote maatstaven  waaraan een gebouw moet voldoen met daaronder nog enkele kleinere criteria. De ene maatstaaf is het K-peil en de andere is het E-peil.

 

Uitzonderingen op EPB

Enkele gebouwen kunnen volledig of gedeeltelijk vrijgesteld zijn van de epb-regelgeving:

  • Landbouwgebouwen met een lage energiebehoefte vb. een schuur
  • Vrijstaande gebouwen met een oppervlakte kleiner dan 50 m² vb. een tuinhuis
  • Bepaalde gebouwdelen met een oppervlakte kleiner dan 50 m²
  • Beschermde monumenten
  • Gebouwen op die opgenomen zijn op de inventaris van onroerend erfgoed (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/zoeken)

Industriële gebouwen en gebouwen met een ander specifieke bestemming moeten enkel aan het K-peil en de onderliggende criteria voldoen.

Voorbeelden van gebouwen met een ander specifieke bestemmingen zijn:

  • sporthal, fitness, zwembad,indoor speelplein,...
  • supermarkt, winkels (bakker, kapsalon, apotheek, reisbureau ...)
  • hotel, motel, jeugdhostel
  • restaurant, café, disotheek, bioscoop, kunstgallerij, bibliotheek
  • station, luchthaven
  • gevangenis
  • laboratorium
  • congreszalen
  • wijklokaal
  • verzekeringskantoor
  • gebouwen voor erediensten
  • dagopvang voor kinderen, revalidatiecentrum, internaat, ziekenhuis
  • ....

Woningen moeten zowel aan een K- & E-peil voldoen, net zoals scholen en kantoren, maar voor deze laatste twee zijn de eisen iets minder streng. Enkel voor beperkte renovaties (minder dan 75% van de schilddelen worden gewijzigd) is enkel een K-peil vereist.

 

Het K-peil

het K-peil geeft de globale warmte-isolatie van het gebouw weer. Dit peil wordt berekend aan de hand van de verhouding van de compactheid van de woning (compactheid= bruikbare vloeroppvervlakte ten opzichte van volume) en de isolatiewaarden van de schilddelen. (schilddeel= een wand die de geïsoleerde binnenruimte van de buitenruimte afscheidt, vb. dak, vloer, buitenmuur, garagepoort, raam,  ...). Hoe lager het K-peil is, hoe beter de globale warmte-isolatie van het gebouw. Vanaf 2016 moet ieder gebouw een K-peil lager dan 40 hebben.

Enkele voorbeelden om te begrijpen hoe het K-peil werkt:

1.Een kubusvormig huis met in alle schilddelen 10 cm isolatie zal een beter K-peil hebben dan een balkvormig huis die eveneens geïsoleerd is met 10 cm isolatie.

                → Hoe compacter de woning is, hoe beter.  Compactheid betekend zoveel mogelijk volume met zo weinig mogelijk verliesoppervlakte waardoor warmte verloren kan gaan.  De meest compacte vorm is een bol, de meest realistisch haalbare vorm in praktijk is de kubus.

22824d28686d96d4e14a12e00757634d_medium.

 

2.  Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. Een goed geïsoleerde woning waarvan enkele schilddelen zoals de ramen, voordeur of garage slecht geïsoleerd zijn, zal een relatief hoog K-peil hebben.  In praktijk kunnen ramen nooit zo goed isoleren als muren  dus de oppervlakte van de zwakste schakel, nl. de ramen zal een grote invloed hebben op het K-peil.

                → Kies best voor glas met U-waarde van 0.8 , 0.9 of 1,0. Er bestaat reeds glas met  een 0.6 waarde, maar dit is tot nu toe een stuk duurder.

                → Indien er reeds heel performante ramen geplaatst zijn, is het belangrijk om ook een goed geïsoleerde voordeur en garagepoort te hebben. Bijvoorkeur zitten in deze schilddelen een 4 tal cm PUR (polyurethaan-isolatie)

                →Wanneer voorgaande schilddelen reeds zo performant mogelijk gekozen zijn, en u wil nog extra isoleren om een zo laag mogelijk K-peil te bekomen, dan is het interessant om in eerste instantie extra dakisolatie te voorzien.  Vervolgens komt de vloer en muurisolatie, maar deze twee zullen nooit zo een grote impact hebben op het K-peil als de extra dakisolatie.

0024c5dd6f3a7157ebeadad13c720b53_medium.

 

3. Een zolder die niet toegankelijk is via een trap, maar enkel via een trapluik, wordt niet aanzien als bruikbare vloeroppervlakte volgens de EPB-regelgeving. Hierdoor is er weinig vloeroppervlakte waardoor de woning minder compact is volgens de regelgeving wat een negatievere K-peil score oplevert.

4.Een laatste mogelijkheid om uw K-peil te verbeteren is door bouwknopen. In de berekeningen kan de verslaggever kiezen om met optie A te rekenen, dit betekend dat alle bouwknopen gedetailleerd in de software worden gestoken, wat een positieve invloed op het K-peil kan hebben indien de bouwknopen correct uitgevoerd zijn. Dit vraag veel werk en vaak is het sop de kool niet waard, waardoor deze optie nauwelijks gebruikt wordt. Daarnaast is er optie B, dit betekend dat alle bouwknopen die niet voldoen aan de regelgeving worden ingevoerd. Optie B zorgt voor 3 K-peil strafpunten en negatieve punten voor de bouwknopen die niet voldoen. Deze optie heeft het meest realistische beeld weer voor het minste werk. Deze optie is interessant als bijna alle bouwknopen voldoen aan de regelgeving. Deze optie valt aan te raden, op voorwaarde dat de architect verstand heeft van de epb bouwknopen regelgeving en dat de werf proper uitgevoerd word. Zoniet kunnen er aan het einde van de epb-procedure problemen ontstaan om het K-peil te behalen met de bijhorende boetes van dien. Om af te ronden is er ook optie C. Bij deze optie moeten de bouwknopen niet ingerekend worden, maar worden er wel 10 K-peil strafpunten aangerekend. Deze optie is interessant als de architect niet veel tijd wil investeren in de bouwknopen. In de praktijk worden opties B en C de meest toegepast.

 

Eisen onder het K-peil

Er is nog twee eisen die onder het K-peil vallen , maar waar ook aan voldaan moet worden. Het eerste is dat ieder schilddeel een minimum isolatie-eis heeft. Verder moet het oppervlakte gewogen gemiddelde van de ramen voldoen aan een minimum isolatie-eis.

 

Het E-peil

Terwijl het K-peil enkel rekening houdt met de compactheid en de isolaties, houdt het E-peil rekening met het resultaat van het K-peil én de performantie van de technieken in het gebouw. Het E-peil heeft dus een globaal beeld van de energieprestatie van het gebouw. Hoe lager het E-peil hoe energie-efficienter het gebouw is.

Welke technieken?

  • het verwarmingssysteem
  • het ventilatiesysteem
  • het warm tapwater
  • de luchtdichtheid
  • hernieuwbare energie

 

Bij scholen en kantoren wordt er eveneens rekening gehouden met de verlichting.

Hoe lager het E-peil is, hoe beter de globale warmte-isolatie van het gebouw. Vanaf 2016 moeten woningen een E-peil lager dan 50 hebben en scholen en kantoren een E-peil van 55. Deze E-peilen zijn van toepassing als er voldaan wordt aan de hernieuwbare energie-eis, indien deze eis niet voldaan wordt, dan zakt het vereiste E-peil voor woningen naar E45 en voor scholen en kantoren naar E50. Vanaf 2018 zal de eis voor het E-peil met 10 punten zakken, tegen 2020 nog 5 extra punten en tegen 2021 zouden alle gebouwen aan de BEN-normen (Bijna Energie Neurtraal = E30) moeten voldoen

 

Enkele voorbeelden om het E-peil te verbeteren.

1. Eerst en vooral is een K-peil die voldoet aan de norm een goede start. Het effect van het K-peil is matig. Een super laag K-peil zal niet voldoende zijn om het E-peil met grote sprongen omlaag te helpen, anderzijds is een licht onvoldoende K-peil niet genoeg om een laag E-peil met grote sprongen omhoog te halen.

2.  De keuze voor een goed ventilatiesysteem is belangrijk. Er is keuze tussen systeem A, B, C, D. Kort samengevat is systeem A: natuurlijke toevoer van lucht (bv. kier onder de voordeur) en natuurlijke afvoer van lucht (bv. de schoorsteen). Systeem B is mechanisch aanvoer  en een natuurlijke afvoer. Systeem C is natuurlijke aanvoer en mechanische afvoer. Systeem D is mechanische toevoer en mechanische afvoer. In praktijk is het voornamelijk C en D die worden toegepast. EPB-matig is systeem D het beste.  8f893f1ba625137e10fed85e376be5ff_medium.

Systeem C

Indien er gekozen wordt voor een systeem C, is het belangrijk om na te gaan of het systeem gecertificeerd is door de Vlaamse overheid (lijst met gecertificeerde ventilatiesystemen A, B, C & D systemen: http://www.epbd.be/media/pdf/donnees_produits_peb/product_data/4.4_ventil_NL.pdf)

. Indien het gecertificeerd is kan de epb-verslaggever de m-factor en Fcd-factor (reductiefactor) verrekenen in de berekeningen. Dit kan het E-peil met ongeveer 3-8 E-peil punten laten zakken, afhankelijk van welk systeem.  

            Systeem D

Bij een systeem D is belangrijk dat het  ventilatiesysteem uitgerust is met een warmtewisselaar met  een zo hoog mogelijke warmteterugwinning (WTW) en  een automatisch bypass. (http://www.epbd.be/media/pdf/donnees_produits_peb/product_data/4.4_ventil_NL.pdf) Een rendement van 80% is relatief goed. Op volgende site kan je de epb-aanvaarde ventilatiesystemen terugvinden met hun rendement volgens hun luchtdebiet.  Verder moet het ventilatiesysteem in balans uitgeregeld zijn, dit betekend evenveel lucht toevoer als afvoer. Dit heeft een positief effect op het  warmeterugwin-rendement.  De keuze van een systeem D ten opzicht van systeem C heeft een daling van 8-15 E-peil punten, afhankelijk van welk systeem.  Eveneens zoals bij systeem D is heb belangrijk dat het systeem gecertificeerd in functie van de m-factor en Fcd-factor (reductiefactor)

 

3. Een verwarming. Meestal gebeurt de verwarming van de woning en het warm tapwater  (bad, douche, keukenaanrecht) door een traditionele ketel, maar er zijn ook andere systemen zoals een warmtepomp

            Traditionele ketel

Het is belangrijk dat de ketel een zo hoog mogelijk rendement heeft, tegenwoordig worden in de meeste nieuwbouwwoningen een ketel met rendement van 109% toegepast.  Bij het plaatsen van de radiatoren, kunnen er een paar EPB-punten gewonnen worden door de radiatoren tegen de binnenmuren te plaatsen in plaats van de buitenmuren.  Voor het warme tapwater is het belangrijk dat de tappunten zich zo dicht mogelijk bij de ketel bevinden, dit om het warmteverlies door de leidingen te verminderen. Dit kan ook enkele E-punten schelen.  De leidinglengtes beperken kan door de ketel zo centraal mogelijk tussen alle tappunten te plaatsen. Belangrijk is ook dat het verschil tussen de ontwerpvertrek- en retourtemperatuur van de ketel zo laag mogelijk is. vb. vertrektemperatuur 65°C en retourtemperatuur 50°C.  Soms is er naast de ketel ook een opslagvat waar warm water bijgehouden wordt. Indien het water direct wordt doorgevoerd van de ketel zonder opslagvat kan het E-peil enkele punten zakken.

            Warmtepomp

Een warmtepomp kan het E-peil laten dalen met 20 E-punten ten opzichte van een traditionele ketel, een voorwaarde is wel een goede warmtepomp gekozen wordt in een goed ontwerp, vraag hier best advies aan uw verslaggever. Een warmtepomp zonder weerstand kan een 10 E-peil punten verschillen met een warmtepomp met weerstand, maar veelal wordt een warmtepomp zonder weerstand gecombineerd met een ander verwarmingstoestel. Best heeft de weestand zo een laag mogelijk vermogen. Verder wordt beter gekozen voor een warmtepomp met een zo hoog mogelijke COP-waarde (Coefficient of performance), dit is een manier om het rendement van de warmtepomp uit te drukken. Een goede warmtepomp heeft een COP tussen de 3.8 en 4.2.

 

 

3. Een derde manier om het E-peil te laten zakken is door het uitvoeren van een luchtdichtheidstest. Deze test kan bij een goede score 10  E-punten van het E-peil aftrekken.  Deze test kost tussen de 300 - 400 euro. Het resultaat is op een schaal van 0 tot 12 met 0 potdicht en 12 een woning die een open zeef is. De meeste nieuwbouwwoningen halen een resultaat van rond de 6, maar er met veel aandacht kan zelfs een resultaat van 1 bereikt worden. Dit is de goedkoopste manier om veel E-peil punten te zakken, maar alleen dit zal niet voldoende zijn om een goede E-peil score te behalen.

 

4. Een andere manier om het E-peil te laten zakken is door het uitrekenen van de bouwknopen met optie B. Hier gelden dezelfde opmerkingen zoals reeds voorheen besproken bij het K-peil.

 

5. Een laatste manier om veel E-peil punten te zakken is door het gebruik van hernieuwbare energie. Dit kan onder de vorm van zonnepanelen, zonneboiler of zoals reeds besproken een warmtepomp. Bij zonnepanelen en zonneboiler is het belangrijk dat er weinig of liever zelfs geen schaduw op de panelen valt en dat ze naar het zuiden gericht zijn. Op deze wijze bekom je het grootste rendement.

 

Eisen onder het E-peil

Naast het E-peil zijn er nog vier andere criteria waaraan moet voldaan worden. Ieder gebouw moet voldoen aan de netto-energiebehoeft. De netto-energiebehoefte is de som van de netto energiebehoefte voor verwarmen en koelen. Deze behoefte wordt uitgerekend aan de hand van de zonnewinsten, ventilatieverliezen (hoeveel % warmte er naar buiten wordt afgezogen) en de transmissieverliezen (hoeveel warmte er door de oppervlakte schilddelen verloren gaat).

De tweede criteria is de minimale ventilatievoorziening. Ieder ruimte waar geleefd wordt, moet voorzien zijn van ventilatie.  Het derde criteria hangt hieraan vast en dit is het risico op oververhitting, een goed ontwerp en ventilatiesysteem kunnen oververhitting voorkomen.

Als laatste criteria komt de hernieuwbare energie naar boven. Dit criterium is niet verplicht, maar door de E-peilpunten afstraffing wanneer niet voldaan wordt aan het criterium, is het bijna onmogelijk om het huidige E-peil te behalen met een traditioneel ontwerp zonder hernieuwbare energie. Hoe je het ook draait of keert, een nieuwbouw zonder hernieuwbare energie is bijna niet meer mogelijk.

 

EPB-verslaggever

Af te ronden nog een laatste tip. Kies een goede epb-verslaggever! Er kan een verschil van 5 epb-punten zitten tussen de grove berekening van een lakse epb-verslaggever en een gedetaileerde berekening van een gedreven epb-verslaggever. In het software pakket kan een epb-verslaggever  hier en daar kiezen om te rekenen met waarden bij ontstentenis, dit houd in dat het resultaat iets slechter is, maar dat er vlugger gerekend kan worden. Gedetailleerde berekeningen leveren vaak  een beter resultaat, maar dit vraagt ook meer tijd en bijgevolg geld.

 

bron: http://www.energiesparen.be/epb/energieprestatieregelgeving

 

12/01/2016 15:09

Reacties (2) 

12/01/2016 16:31
Ook in Nederland en Frankrijk kent men dit soort regelingen.
12/01/2016 16:59
Ironisch genoeg kent Belgie drie regelgevingen, één voor vlaanderen, één voor Wallonië en één voor Brussel.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert