Dissociatieve Identiteitsstoornis

Door Zevenblad gepubliceerd.

Na ruim dertig jaren klinische en particuliere praktijk als psychiater en psychotherapeut denk je toch wel dat je mensen aardig in kunt schatten en dat je niet meer zo gemakkelijk van je stuk te brengen bent. Je hebt tenslotte alle diepte- en hoogtepunten van je patiënten meer dan eens meegemaakt: je hebt geluisterd, geanalyseerd, getroost, uitgelegd en aangemoedigd - met wisselend succes weliswaar, maar toch met een enigszins positieve balans.

Mijn patiënten in de privépraktijk komen uit heel verschillende milieus. Er zijn managers bij die gevaarlijk dicht tegen een burn-out aanzitten, jonge meisjes die door hun ouders gestuurd worden omdat men vreest dat zij zelfmoordneigingen hebben. Er zijn vrouwen van in de vijftig die depressief worden omdat hun man een jongere vriendin heeft en mannen van dezelfde leeftijd die uit hun saaie burgerlijke bestaan willen breken, maar niet weten hoe daarmee om te gaan. Mensen die permanent bizarre lichamelijke klachten hebben en door hun huisarts doorverwezen zijn, mensen met fobieën, mensen met manieën - en ook mensen met dissociatieve identiteitsstoornissen. Over iemand uit deze laatste categorie - de gespleten persoonlijkheden, vroeger MPS genoemd - wil ik het vandaag hebben.
 
Het was een mooie rustige herfstdag. De late middagzon scheen in mijn praktijkruimte op de eerste verdieping van een modern klein kantoorgebouw aan de rand van de binnenstad. Voor het gebouw ligt een parkeerplaats met directe toegang tot een van de drukke uitvalswegen die onze stad rijk is, maar van het doorgaand verkeer hoor je hier achter de dubbele ruiten nauwelijks iets.
Ik had die dag al vier patiënten gezien: de vijfde verwachtte ik om 16.30. Het was een nieuwe patiënte die zelf telefonisch een afspraak met mijn assistente gemaakt had, een vrouw van begin dertig die kortgeleden hier in de buurt was komen wonen en die hier nog geen huisarts had. Haar medisch dossier zou door haar vorige arts opgestuurd worden, maar dat had ik nog niet ontvangen. Omdat het een eerste kennismaking was leek mij dat ook geen groot probleem. De klacht die zij kort aangeduid had kwam neer op een multiple persoonlijkheidsstoornis.


16.30 uur


Ze was op tijd. De assistente gaf door dat mevrouw X in de wachtruimte zat die ik met de tandarts aan de andere kant van de eerste verdieping deel. Ik opende de deur naar de wachtkamer en bleef als verstard in de deuropening staan.
Er zat slechts één vrouw in de wachtkamer, maar die benam mij haast de adem toen zij mij aankeek.
 47aa96e05bd3b0dc360f3241128e1204_medium.
Een smal regelmatig gezicht met hoge jukbeenderen en een lange rechte neus, omlijst door prachtig glanzend donkerbruin haar. Een lenig lijf met perfecte vormen, gekleed in een soepel vallende zwarte tuniek met daaronder een nauwsluitende legging. Ik vroeg haar om binnen te komen en hield de deur voor haar open.
Zij stond op in een vloeiende beweging, pakte haar tasje, volgde mij en nam plaats in de fauteuil tegenover mijn bureau.
Ik keek in twee grote groenblauwe ogen die mij enigszins leken te taxeren: een beetje gereserveerd nog maar beslist niet wantrouwig, eerder nieuwsgierig  - alsof zij mij probeerde te doorgronden in plaats van omgekeerd.
Wat zij zag leek haar gerust te stellen. Er verscheen een glimlach op haar gezicht en zij zei: 'Hoeveel tijd hebt u voor mij uitgetrokken?'
'U bent mijn laatste patiënt voor vandaag' antwoordde ik, 'wij hebben dus wel even tijd'.
Ik pakte een bloknote om aantekeningen te maken en noteerde alles wat ik in eerste instantie nog wilde weten om mij een eerste beeld van haar persoonlijkheid te kunnen maken, maar zij wilde niet meer vertellen dan haar naam, haar leeftijd en haar geboorteplaats. Die lag ergens in Italië. Zij was wél in Nederland opgegroeid. Ook over haar ouders wilde zij niet veel kwijt, behalve dat haar vader en haar moeder maar korte tijd bij elkaar gebleven waren. Zij was grootgebracht in een pleeggezin.
 
Ik was, en dat overkomt mij vrijwel nooit, gebiologeerd door haar schoonheid, haar geheimzinnige achtergrond, haar soepele en elegante bewegingen. Wat een vrouw!  Ik betrapte mij er op dat ik haar langer dan professioneel verantwoord in de ogen keek - staarde zelfs - en mijn gebruikelijke routine hoe langer hoe meer begon los te laten. Toen ik mij dat ineens realiseerde schraapte ik mijn keel en begon op een zakelijke toon vragen over haar aandoening te stellen. Waarom dacht zij dat zij aan een multiple persoonlijkheid leed?
 
'Ik denk dat ik een kat ben', zei ze ernstig.
'Een kat?'
'Ja, een kat, meneer. Vooral 's avonds heb ik het gevoel dat ik een kat ben. Ik wil dan naar buiten, liefst naar een tuin of een park en daar naar prooidieren zoeken. Ik voel dan een sterke drang om iets te vangen en te doden'.
'Hebt u ooit iets gevangen en gedood?' Ik deed moeite om mijn gezicht in de plooi te houden.
Er kwam een vreemde schittering in haar ogen die mijn neiging om te glimlachen onmiddelijk deed verdwijnen.

'Dat weet ik niet. Maar ik herinner mij dat ook niet zo goed - ik droom soms wel dat ik bloed aan mijn nagels heb'.
Ik keek naar haar mooie smalle handen met vrij lange, goed verzorgde vingernagels. Zij droeg geen ringen of armbanden: het enige sieraad dat ik zag was een nauw aan haar hals aansluitende brede gouden ketting met een hanger: een hart zo te zien, maar het was een hart met een spleet er in.
'Ik denk trouwens ook dat ik niet meer lang zal leven', was haar volgende zin.
'Waarom denkt u dat? Bent u ziek?'
Ik had haar dossier nog niet - zou zij een aandoening hebben die niet zichtbaar was?
'Nee,' antwoordde zij, 'ik ben verder niet ziek. Niet dat ik weet tenminste.'
 
Zij strekte haar armen naar voren en drukte haar nagels in de leren bekleding van mijn bureau. Ze keek mij onderzoekend aan alsof zij probeerde te peilen wat ik dacht. Ik moet toegeven dat mij dat een beetje van mijn stuk bracht. Waar zocht zij naar in mijn gezicht? Naar vaderlijk begrip? Naar emoties? Naar iets waaraan ik zelf liever niet wilde denken?

17.30 uur


Ik hoorde een deur gaan: mijn assistente ging naar huis. Dat betekende dat het 17.30 was en dat het uur voorbijgevlogen was. Hoe lang zou zij willen blijven?  En hoe lang wilde ik met haar doorgaan?  Ik wist het echt niet.
Weer keken die intens groenblauwe ogen dwars door mij heen. Alsof ze mijn gedachten gelezen had zei ze ineens: 'Het wordt tijd dat ik ga'.
 
De zon was inmiddels verdwenen en ik deed het licht aan. Ze was in de kunstmatige verlichting net zo mooi als bij daglicht, misschien zelfs nog iets geheimzinniger dan in het begin. Haar ogen... ik kon haar ogen niet loslaten! Het waren de mooiste en stralendste ogen die ik ooit gezien had. Zo intens turkoois - cyaan in het subtractieve kleursysteem - met een zweem van goud. Stralend blauwgroen of groenblauw als een tropische oceaan die in een lichte rimpeling het zonlicht weerkaatst, en die ook net zo diep is. Diep genoeg om er in te verdrinken: het leek wel alsof dat precies was wat mij overkwam.
Als vanuit de verte hoorde ik haar stem weer.
'Doet u ook aan regressietherapie?' vroeg zij.
'Jazeker. Wilt u dat graag?'. Zij knikte instemmend.
'Zullen wij dan meteen maar een vervolgafspraak maken? Dat kan wat mij betreft in de komende week al wel', zei ik en pakte mijn agenda. 'Dinsdag volgende week, om dezelfde tijd?'
Ze was inmiddels opgestaan, in een soepele beweging die alleen uit perfekt getrainde spieren kon komen. Ze knikte bevestigend, glimlachte naar mij en greep naar haar tas.
'Ik laat me er zelf wel uit', zei ze, draaide zich om en verliet de kamer. Ik hoorde haar lichte voetstappen nauwelijks op de trap, maar ik hoorde even later de voordeur beneden in het slot vallen.
Ik legde mijn notitieblok in de bureaula en mijn agenda in mijn aktenkoffer. Dan pakte ik mijn jas die aan de kapstok hing. Het werd al wat killer de laatste dagen als de zon weg was.

17.40 uur


Op hetzelfde moment hoorde ik buiten op de weg gierende remmen. Een auto moest veel harder gereden zijn dan toegestaan - 50 km/h hier voor mijn praktijk - en plotseling met volle kracht geremd hebben. Ik hoorde ook ineens stemmen buiten, alsof iemand aan het ruziën was, maar een klap had ik niet gehoord. Geen botsing dus.
 
Ik trok mijn jas aan, liep de trap af, sloot de voordeur achter mij en ging naar mijn auto op de parkeerplaats. Er stond een groepje mensen aan de rand van de weg die nogal opgewonden met elkaar in discussie waren.
Een vrouw uit dat groepje kwam naar mij toe. 'Was dat uw kat soms?'  vroeg zij.
'Welke kat?' vroeg ik, niet begrijpend.
'Die bruine kat die net uit uw huis kwam! Nog geen vijf minuten geleden. Die is door een auto geschept.'
Het was alsof een ijzige hand mijn voorhoofd aanraakte. 'Waar is die kat dan' vroeg ik.
'Daarginds in de goot ligt hij', wees de vrouw.
Ik stak de weg over en vond de kat. Een slank en goed gespierd dier, zo te zien volwassen, met een glanzende donkerbruine vacht. Het Oosterse type: een Havana misschien?
De ogen waren gesloten. Ik voelde even aan het nog warme soepele lichaam, maar de kat was onmiskenbaar dood. Aan de vreemde hoek waarin het hoofd lag kon ik zien dat de nek gebroken was. Er was geen bloed, slechts een beetje roze schuim bij de neus. Rond de nek ontwarde ik iets dat op een goudkleurig halsbandje leek.
'Neemt u hem mee?' vroeg de vrouw. 'Anders bel ik de dierenambulance wel'.
'Doet u dat maar', zei ik, 'het is mijn kat niet'.
Ik voelde koude zweetparels op mijn voorhoofd en een lichte trilling in mijn ledematen. Ik stak de weg weer over en ging in mijn auto zitten.

Ik ben een vent van bijna 60 jaar, met een voltooide medische opleiding. Ik heb de nodige ellende in mijn leven gezien en kon daar altijd goed mee omgaan. Maar mijn handen trilden nu alsof ik een zware aanval van Parkinson had.
Pas na enkele minuten was ik in staat om naar huis te rijden.
 
Ik heb mevrouw X nooit meer gezien. De volgende ochtend schrapte ik de afspraak uit mijn agenda. Ik wist dat zij niet meer terug zou komen.

a28d77349b2a1d5af131a99cf4225e4e_medium.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.
03/01/2016 19:09

Reacties (3) 

1
05/01/2016 16:49
En wie heeft hier nu de identiteitsstoornis?
Los daarvan, een prachtig verhaal.
1
05/01/2016 00:31
wow bijzonder .. tis enerzijds vreemd .. maar ergens ken ik wel meer van dit soort wonderlijke zaken .. dat ik er niet vreemd meer van opkijk .
1
04/01/2016 12:44
Apart verhaal.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden. Tallsay.com is onderdeel van Plazilla Ltd.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert