Het Alfabet van Uitgestorven Dieren - De Letter H

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Alfabet van Uitgestorven Dieren

Een serie voor mijn zoon die zo gek is op uitgestorven dieren. Deze keer de letter H, van Hyracotherium, Hallucigenia, Helicoprion en Haasts adelaar. Maar eerst gaan we verder met de Geologische tijdschaal uit de Letter G.

 

En de H staat voor...

 

De onderverdeling van Diepe Tijd (deel 2)

In De Letter G hebben we het gehad over de Geologische Tijdschaal en de onderverdeling van Diepe Tijd vanaf het ontstaan van de Aarde, nu zo'n 4,7 miljard jaar geleden, tot het heden. Ik vertelde over de systematiek van de tijdschaal. Op het hoogste niveau is de tijd ingedeeld in Eonen. Eonen worden verdeeld in Era's, Era's in Periodes en Periodes in Tijdvakken (of Epochs, in het Engels). Vandaag gaan we de Eonen verder verdelen in Era's. 

d6dd63bd37e9a7e6fbaadeca7ee1a55a_medium.

We beginnen met het eerste Eon, het Hadeïcum, dat van het ontstaan van de Aarde tot 4 miljard jaar geleden liep. Hier kunnen we kort zijn: het ICS, de organisatie die de Geologische Tijdschaal beheert, kent geen onderverdeling in Era's voor dit Eon.

32e4c4a16b292adf84239b897f50b784_medium.

Het Archeïcum, Eon nummer twee, van 4 miljard tot 2,5 miljard jaar geleden, is wel onderverdeeld in vier Era's, zoals te zien is in het plaatje hierboven. In het Archeïcum ontstond het leven op Aarde, nog in heel simpele vorm en werden de oudste aardlagen die we nu nog kunnen vinden gevormd. Aan het eind van het Archeïcum kregen ééncellige prokaryoten (cellen zonder celkern) die met fotosynthese zonlicht en CO2 konden omzetten in voedsel en zuurstof, langzamerhand de overhand. 

Wanneer de eerste levende wezens ontstonden en vooral hoe, dat is nog een onderwerp van veel onderzoek en discussie. Microbiologische aanwijzingen lijken te suggereren dat het al behoorlijk vroeg ontstond, zo'n 3,9 miljard jaar geleden. Fossiele aanwijzingen uit de tijd zijn niet duidelijk. Het zal nog een hele tijd duren voordat het beeld compleet is.

8ad252c9867b7b0a69f529a8975fed60_medium.

Het derde en langste Eon, het Proterozoïcum, is onderverdeeld in drie Era's. De Era's zijn onderverdeeld in Periodes, zoals het plaatje hierboven laat zien.
Het voert veel te ver om in detail op elk Era en elke Periode in te gaan. Ik maak een uitzondering voor de laatste twee Periodes van het Neoproterozoïcum, het Cryogenium en het Ediacarium. De rest behandel ik globaal.

In het Paleoproterozoïcum komt steeds meer zuurstof in de atmosfeer. In eerste instantie reageert het met elementen uit de aardkorst en hoopt het zich nog niet erg op in de atmosfeer. Geologen kennen de zogenaamde 'banded iron formations', sedimenten die bestaan uit metaaloxiden, dus verbindingen tussen metalen en zuurstof die in dikke sedimentlagen terug te vinden zijn. Omdat ijzer op Aarde veel voorkomt, bestaan deze lagen veelal uit ijzeroxide, wat in de volksmond roest heet.

5cd6be0d6f2a2f9dae530ad7b5c37545_medium.

Voorbeeld van 'banded iron formations' 

In het Mesoproterozoïcum, ongeveer op 1,1 miljard jaar geleden, ontstaat het eerste bekende supercontinent, Rodinia
In dit Era stijgt de zuurstofconcentratie in de atmosfeer geleidelijk. In eerste instantie reageert de vrijgekomen zuurstof nog steeds met elementen als ijzer, zwavel en koolstof; als dat verzadigd raakt, hoopt het zich pas op in de atmosfeer. Het leven dat zuurstof produceert, wordt hier steeds efficiënter in, wat de zuurstofconcentratie doet stijgen. De eerste Eukaryoten (cellen met celkern en ontstaan door Endosymbiose - zie Letter E) ontstaan. Het zuurstofgehalte is nog niet zo hoog dat wij er ons comfortabel bij zouden voelen.

66b2f8832ff57441fdf1ff67fa396ae8_medium.

Voorstelling van supercontinent Rodinia

In het Neoproterozoïcum gebeurt veel. Wat er gebeurt, met de gevolgen hebben wij nog steeds te maken. Supercontinent Rodinia splitst zich door tektonsiche activiteit ongeveer 750 miljoen jaar geleden, maar zo'n 600-540 miljoen jaar geleden onstaat er een nieuw supercontinent, dat men Pannotia noemt. Maar dat is nog lang niet alles...

Tijdens het Neoproterozoïcum wordt de Aarde 'geteisterd' door een aantal zeer grote en wereldomvattende ijstijden, met name in de Periode Cryogenium. De Aarde uit die tijd wordt 'Snowball Earth' genoemd. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe alomvattend deze ijstijden waren, en met name of de oceanen tot kilometers dik bevroren waren of niet. Na het Cryogenium breekt een belangrijke Periode aan, het Ediacarium. Uit deze tijd stammen de eerste fossielen van meercellige dieren, nog allemaal zonder inwendig of uitwendig skelet of kalkachtige stucturen als schelpen. Deze 'zachte' dieren zullen onder normale omstandigheden nooit fossielen vormen, maar een aantal aardlagen uit die tijd, met name uit Australië, zijn ware schatkamers.

b809344c6b4d47c81aaaab71a6757c78_medium.

Zeebodem tijdens het Ediacarium

Er is nog veel onduidelijk over de fauna uit het Ediacarium. Sommige paleontologen menen in de vaak heel bizarre fossielen voorlopers van huidige groepen dieren te herkennen, anderen beweren dat het grootste deel bestaat uit mooie evolutionaire 'experimenten', die uiteindelijk doodlopende wegen bleken te zijn. Hoe het ook zij, aan het einde van het Ediacarium brak voor de Aarde een nieuw Eon aan. 541 miljoen jaar geleden begon het Phanerozoïcum, met het Cambrium als eerste periode. Uit die tijd stammen veel fossielen met schelpachtige structuren en harde delen. Het waren er zo veel, dat men vaak spreekt over de 'Cambrische explosie', alsof het leven op dat moment pas in alle hevigheid losbarstte. Het leven op Aarde is nooit meer hetzelfde geweest; nu nog levende diergroepen zijn te onderscheiden, naast groepen die niet meer bestaan. Vrijwel alle dieren die ik in deze serie behandel, komen uit het Phanerozoïcum, het Eon waarin we nu nog steeds leven en dat slechts 11,5% van de wereldgeschiedenis beslaat.

d4a148ba43d82b3029e37d236f4a565b_medium.67260850566f02354e916afb5fcfeaec_medium.

            Zeeleven uit het Ediacarium                                         Zeeleven uit het Cambrium

Als je nagaat dat op basis van kosmologische en astronomische kennis te voorspellen is dat het leven nog ongeveer 2 miljard jaar te floreren heeft op Moeder Aarde, voordat de Zon écht te heet wordt, dan staat de wereld nog een mooie tijd te wachten. Nog vier keer een net zo lange tijd als nodig was om alle schelpdieren, insecten, vissen, reptielen, dinosauriërs, vogels, zoogdieren en ons te laten ontstaan. Plus alle landplanten, alle bossen, steppes en regenwouden. We hebben geen flauw idee hoe het leven er over 1 miljard of zelfs maar 100 miljoen jaar uit zal zien; het is onmogelijk te voorspellen.
Zij die geloven dat er een God verantwoordelijk is voor al het leven op Aarde én daarbij de wetenschappelijke ontdekkingen accepteren en een plaats kunnen geven binnen hun geloof, zullen het met me eens zijn. Hij moet de grootste Kunstenaar denkbaar zijn. De grootste Visionair en Game Designer. 
In het Phanerozoïcum, de laatste 541 miljoen jaar van de geschiedenis, gaat het leven zich van zijn mooiste, zijn meest uitbundige en zijn meest bizarre kant laten zien. Maar wie weet, misschien moet de mooiste tijd nog komen. De beroemde evolutiebioloog Richard Dawkins noemt de ontwikkeling van het leven 'The Greatest Show on Earth'. Ik ben het roerend met hem eens en ik weet, the show must and does go on.

Moet ik niet verder met dat laatste Eon, ons eon? Ja, dat moet. Bij de Letter I.

 

793d215321635ebb966e9dc376ce9212_medium.

De H van Hyracotherium

Hyracotherium was een dier dat vooral onder zijn ouderwetse naam Eohippus  (paard van de dageraad) bekend staat. Het is ongeveer 55 miljoen jaar geleden, tien miljoen jaar na het uitsterven van de dinosauriërs. We zijn in het tijdvak Eoceen, het tweede tijdvak van de periode Paleogeen. Onze camera zoomt in op een boslandschap in Europa of Noord-Amerika. In het struikgewas horen we geritsel. Een klein zoogdiertje, ongeveer dertig centimeter hoog en vijftig centimeter lang, kijkt schuw om zich heen. Aan zijn kop en zijn tanden zien we dat het een planteneter is. De poten, met vier tenen voor en drie tenen achter, maken duidelijk dat het prima aangepast is aan het leven op zachte bosgrond, waar je grip nodig hebt. De tenen eindigen in iets wat op kleine hoefjes lijkt.

6b8f98fb6fe6a20dfb0de86ae356dd6b_medium.

Als het de bek opent, zien we de typische voortanden van een planteneter, zo mooi geschikt om voedsel te verzamelen. Achter de voortanden zien we in de kaak een open ruimte, een diastema, waar het voedsel zich verzamelt om door de kiezen vermalen te worden. De kiezen hebben een mooi profiel en lage kronen en doen denken aan de kiezen van een ree of hert, die immers ook vooral zacht plantenmateriaal vermalen. Voor een dier van zijn grootte heeft het best een groot hoofd, dat in de verte doet denken aan dat van een paard.

bed4df8dc7745deac00d8eb153fd946c_medium.

Hyracotherium wordt gezien als een van de voorlopers van het moderne paard. Of het de echte voorouder is, is niet 100 % duidelijk. Dat het verwant is aan het moderne paard wel. Er gaan ook stemmen op om Hyracotherium als een voorloper te zien van de Brontotheria, waar we in de Letter B kennis mee maakten.

Wie vroeger plaatjes zag van de evolutie van het paard, kan de indruk krijgen dat er een duidelijke tendens, een richting in zat. Een tendens naar steeds groter, minder tenen en uiteindelijk het paard met zijn ene grote hoef aan het been, alsof er in het eenvoudige ontwerp van de voorouder een toekomstig bouwplan verborgen zit. Dit is een vertekend beeld van evolutie, omdat een dergelijke tendens al te vaak een illusie is. Bij de tapirachtigen zien we juist het tegenovergestelde. Daar is het juist de meest basale, meest oorspronkelijke vorm die nu nog leeft. Evolutie werkt puur opportunistisch: wat werkt nu, onder déze omstandigheden het beste?

134450191bdc9a5bd116f36a9555661f_medium.

Op dit moment, in misschien de warmste periode die de Aarde ooit kende, is Hyracotherium volledig aangepast aan een leven in het bos, tussen het struikgewas. De herseninhoud wijst op een intelligent dier en zijn bouw op snelheid en wendbaarheid. Later gaat het kouder en droger worden en maken bossen steeds meer plaats voor vlaktes. Op die vlaktes gaat een nieuw type plant groeien en wel heel fanatiek: grassen. Grassen zijn hard en vragen om een ander gebit. Hoge kronen, omdat ze gewoon sneller slijten. Vlaktes vragen ook om aanpassingen aan de poten, om daar nog steeds te kunnen profiteren van snelheid. Wendbaarheid om je snel tussen de stuiken te verstoppen, is minder effectief. 

3d088728fb19e49448d73c12de8bcb67_medium.

Het is in Noord-Amerika dat de waarschijnlijke afstammelingen van Hyracotherium juist op die vlaktes gaan floreren, totdat uiteindelijk het moderne paard overblijft. Vreemd genoeg sterft het paard in Noord-Amerika uit, totdat het weer geïntroduceerd wordt door de Europeanen, terug op het continent waar hun ontstaansgeschiedenis zich afspeelde.

 

39ea09ba1ec68cb4cf45c55965d468fb_medium.

De H van Hallucigenia

We gaan weer een heel stuk terug in de tijd, naar de eerste Periode van het eerste Era van 'ons' Eon, het Phanerozoïcum. We zitten in de Periode Cambrium, toen het leven zich pas echt van zijn mooiste kanten begon te laten zien. Het is nu 500 miljoen jaar geleden, op een plek waar later in onze tijd Canada te vinden zal zijn. In het Canadese deel van de Rocky Mountains bevindt zich een geologische formatie uit het Cambrium, de zogenaamde Burgess shale, de schalie of kleisteen van Burgess. Deze Burgess shale is een ware schatkamer voor paleontologen, omdat de fossielen van werkelijk uitzonderlijke kwaliteit en detaillering zijn. De beroemde essayist en evolutiebioloog Stephen Jay Gould schreef er in 1989 een dik boek over, met de titel 'Wonderful Life', wat de lading volledig dekt.

dc2fc6e073d0979cc795bd4f8994aa1f_medium.

In 1977 werd daar een bizar fossiel ontdekt. Een soort wormvormig dier met aan de ene kant iets dat op tentakels leek en aan de andere kant puntige structuren.  De eerste wetenschapper die het beest beschreef, meende dat het verwant was aan de huidige ringwormen en bloedzuigers. Hij vermoedde dat het dier zich voortbewoog op die puntige uitgroeisels en op zijn rug de tentakels droeg. Hij noemde het Hallucigenia, en het verhaal gaat dat hij dit deed omdat het op een dier leek dat je kon zien na een slechte LSD-trip. 

Later bleek dat hij er naast zat. Er was sowieso veel discussie over dit fossiel. Een duidelijk hoofd ontbrak en sommige onderzoekers dachten dat het een onderdeel was van een groter dier. Dit was al eerder voorgekomen bij de interpretatie van fossielen uit die tijd. Nieuwe fossielen van een vergelijkbaar dier uit China maakten het plaatje duidelijker. Het bleek dat de eerste onderzoeker, Conway-Morris, het beest op zijn kop had beschreven. De tentakels bleken de poten te zijn en de pinnen stonden op de rug, De nieuwere fossielen leken meer te wijzen op een verwantschap met de Fluweelwormen, waarvan je hieronder een plaatje ziet van een nog levende soort.

6f8ce801362f074df68b517c18fb3ea2_medium.

Fluweelwormen zijn hele aparte dieren, die wel een keer een eigen artikel verdienen. Veel taxonomen zien ze als verwant aan de Geleedpotigen, zoals de duizendpoten, kreeftachtigen, spinnen en insecten.

Nu was de oriëntatie van het diertje, dat slechts 3,5 cm groot was, wel duidelijk, maar de kop ontbrak nog steeds. Tenminste, dat dacht men. Nieuwe technische ontwikkelingen met elektronenmicroscopie brachten onlangs de doorbraak. Dit jaar publiceerde Martin Smith van Cambridge University zijn bevindingen aan een aantal fossielen van Hallucigenia. Het had een klein kopje, met twee duidelijke ogen en een ringvormige bek met kleine tandjes rondom, ook binnenin de bek.

e5f76fed064f17ac03e65a364fd65a43_medium.

Hij concludeerde dat Hallucigenia een diertje was dat zijn voedsel opzoog; de tanden in de bek hielden het dan tegen, zodat het niet naar buiten kon. De tentakelachtige pootjes waren waarschijnlijk niet sterk genoeg om echt op te lopen. Het huidige beeld is dat van een diertje dat zich vasthield aan zeewier, met de punten op de rug als bescherming tegen roofdieren. Misschien at het sponzen, die het met zijn kleine bekje leegzoog.
 

0a3aa957e948769ca1ef2c0816a15404_medium.

De H van Helicoprion

Weird shit! Iets dergelijks, maar dan in het Russisch,  moet de Russische wetenschapper Karpinsky in 1899 wel gedacht hebben, toen hij het eerste fossiel van Helicoprion uit Kazachstan beoordeelde. Helicoprion was een kraakbeenvis, verwant aan haaien en roggen. De eerste exemplaren verschenen in het vroege Perm, zo'n 290 tot 280 miljoen jaar geleden. De laatste soorten stierven uit in het Trias, ongeveer 250 miljoen jaar geleden. Dus deze 'freaks of nature' zwommen toch zeker een kleine 40 miljoen jaar in onze wereldzeeën.

Het grote nadeel van kraakbeenvissen - voor paleontologen dan - is het feit dat hun skelet uit kraakbeen is opgebouwd. Alleen in zeer speciale omstandigheden zijn ze als fossiel terug te vinden. Van Helicoprion vond men in eerste instantie alleen een hele vreemde spiraalvormige structuur, dat deed denken aan een cirkelzaag. 

ca41ecb85c33a435df83ce82f787bbd5_medium.

Er zijn meer Helicoprion-soorten geweest, met afmetingen variërend van 3,5 tot tegen de 7 meter.  Jarenlang was het een volkomen raadsel wat die spiraal te betekenen had,  waar het precies zat en hoe het precies werkte. Al snel werd duidelijk dat het toch echt een soort tanden waren. Sommige onderzoekers construeerden het aan de bovenkaak, anderen aan de onderkaak en weer anderen onderaan, maar meer binnenin de bek. De laatsten deden dit bijvoorbeeld omdat een dergelijke structuur, als het lettelijk buiten de bek hangt, nogal wat turbulentie in het water veroorzaakt, dat enerzijds efficient zwemmen tegenwerkt en anderzijds een prooi kan waarschuwen. In de jaren vijftig vonden wetenschappers een fossiel met schedel, hoewel deze flink beschadigd en ingedrukt was. Veel onderzoek werd er gedaan, maar de echt overtuigende doorbraak bleef uit. Helicoprion bleef een raadsel.

42e5b15a300e8bd383ce7b4a85e1b333_medium.

In 2013 kwam er een doorbraak via onderzoek van Leif Tapanila aan Idaho State University. Hij gebruikte 3D-computertechnologie om een zo goed mogelijk beeld van de schedel en de plek van de 'cirkelzaag' te krijgen. Zijn oplossing, hoewel het nog lang niet 100% bewezen is, klinkt plausibel.

Helicoprion had in zijn bovenkaak geen tanden. Wie de kaak van haaien bekijkt, ziet tanden die continu wisselen, met nieuwe tanden in aanbouw, in rijen naast of onder de gebruikte tanden. Hieronder zie je een kaak van een verpleegsterhaai, met nog te gebruiken tanden in 'aanbouw'.

f3a2a97abba8e0e19f649c66534e4593_medium.

Hoe ziet Tapanila de 'cirkelzaag' van Helicoprion? Vergelijkbaar. Volgens hem had Helicoprion een enkele boog van tanden in de onderkaak. Deze boog kon hij naar achteren bewegen en zo zijn prooi, meestal dieren met weke delen, in stukken snijden. De nieuwe tanden groeiden dan in de binnenste regionen van de spiraal.  Als zijn verhaal klopt, dan zou Helicoprion er waarschijnlijk zo uit hebben gezien.

d6ff5a982825afa3114404ce1459bd4d_medium.

Het is nog veel te vroeg om te zeggen dat het mysterie van Helicoprion is opgelost. Maar één ding is duidelijk. Een groep dieren die het 40 miljoen jaar uithoudt, tussen letterlijk moordende concurrentie van anderen zoals haaien, die moet iets helemaal 'goed' doen. Het feit dat Tapanila ook gebruik maakt van methodieken buiten zijn vak, geeft vertrouwen dat hij wel eens op het juiste spoor kan zitten. Zijn verhaal klinkt in elk geval plausibel en zijn voorstelling van Helicoprion ziet er realistischer uit dan het eerste plaatje, boven deze paragraaf.

 

2b59971851933db365123c2fe1621c50_medium.

De H van Haasts Adelaar

Haasts adelaar heeft ons mensen nog meegemaakt. Het was een van de grootste vliegende vogels die ooit leefde. Rond het jaar 1400 stierf het uit.

Haasts adelaar kwam voor in Nieuw-Zeeland en was daar het absolute toproofdier. Het joeg niet op zoogdieren, die daar immers niet voorkwamen (op drie soorten vleermuis na), maar op de dieren die de ecologische plekken bezet hielden die elders door zoogdieren werden ingenomen: de niet-vliegende loopvogels van Nieuw-Zeeland. De kiwi kennen we; hij leeft nog. Maar de hoofdprooi, dat waren de inmiddels uitgestorven Moa-soorten, waarvan we er nu twaalf kennen, die de rol van grote planteneters vervulden. De Moa komt aan de orde bij de Letter M (waarvan ik twee afleveringen ga schrijven).  
Haasts adelaar was groot, met een lichaam dat tegen de 18 kilogram kon wegen, wat voor een vliegende vogel echt aan de zware kant is. Daarentegen was zijn spanwijdte kleiner dan verwacht. Met tweeëneenhalve meter tot drie meter kwam het in de buurt van de condor, die toch echt lichter is. De bouw van Haasts adelaar komt overeen met die van huidige adelaars die in bossen jagen, zoals de Zuid-Amerikaanse harpij. In een bosrijke omgeving is een te grote spanwijdte niet voordelig. 

1a0249089aa9097851b10df381d79b51_medium.

Een vogel van zijn grootte en zijn spanwijdte kan alleen succesvol de lucht in komen als zijn vleugels erg breed zijn, zijn staart groot en breed, en als hij zich met sterke poten goed af kan zetten. Alles wijst erop dat Haasts adelaar deze eigenschappen bezat. De klauwen van Haasts adelaar waren enorm en ook zijn bek was bijna twee keer zo groot als dat van de grootste adelaars van nu. Het beeld blijft over van een adelaar die zich in een duikvlucht van wel tachtig kilometer per uur op zijn prooi stortte, zijn klauwen diep in het vlees liet dringen en met zijn scheurende bek het karwei afmaakte. Alsof je van grote hoogte een blok beton op je krijgt, die dan ook je lichaam verscheurt.

f77f548518a6ca096d35232c48902b40_medium.

Maar toen kwam de mens. Dit keer niet de 'stoute' westerse mens met VOC-mentaliteit, maar de voorvaderen van de Maori. Zij deden wat alle mensen overal ter wereld doen: gebruik maken van de makkelijkst te verkrijgen voedingsbron. In dit geval waren het de Moa's, die geen weerstand konden bieden aan deze nieuwe jagers. Binnen de korste tijd was de moa uitgeroeid en daarmee ook de voornaamste prooi van Haasts adelaar. Rond 1400 stierf ook Haasts adelaar uit. De Maori hebben in hun legendes verhalen van grote vogels; het zou kunnen dat Haasts adelaar model heeft gestaan. Ook zijn er overleveringen over kinderen die ten prooi vielen aan deze vogels, maar echte aanwijzingen lijken er niet te zijn.

abd556070cff07e5625ad60d9a608650_medium.

Wat erg interessant is, is het gedrag van de huidige loopvogels van Nieuw-Zeeland. Echte roofvogels zijn er niet meer, maar toch vertonen ze het typische gedrag van elke vogel die uit ervaring weet dat de dood van boven kan komen. Nesten verstoppen en kuikens die zich plat en doodstil houden als ze een verdachte schaduw over zien vliegen. Dit gedrag zie je niet in gebieden zonder roofvogels, maar op Nieuw-Zeeland dus wel. Het lijkt er sterk op dat dit gedrag ontwikkeld en behouden is gebleven uit de tijd dat Haasts adelaar daar het toproofdier was. Fossiel gedrag dus en nu al zes eeuwen 'uit de tijd'. 

 

Nog meer alfabet?

Wat? U wilt nog meer uitgestorven dieren, met wat achtergrondverhalen? Dat kan.

Lees hier over De Letter A van Ankylosaurus, Argentinosaurus, Allosaurus en Archaeoindris;
Lees hier over De Letter B van Brontotherium, Brachiosaurus, Basilosaurus en Buidelwolf;
Lees hier over De Letter C van Charnia, Compsognathus, Chalicotherium  en Castoroides;
Lees hier over De Letter D van Dunkleosteus, Dimetrodon, Deinotherium  en Dodo;
Lees hier over De Letter E van Elasmosaurus, Edmontosaurus, Epidexipteryx  en Entelodon.
Lees hier over De Letter F van FruitafossorFukuititanFeilongus en Falcatus.
Lees hier over De Letter G van Gigantopithecus, Gastornis, Glyptodon en Gorgonops.
Lees hier over De Letter I van Iers reuzenhert, Ichtyosaurus, Iguanodon en Indricotherium.

03/01/2016 18:30

Reacties (1) 

05/01/2016 21:56
Heel leerrijk! :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert