Het Alfabet van Uitgestorven Dieren - De Letter G

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Alfabet van Uitgestorven Dieren

Een serie voor mijn zoon die zo gek is op uitgestorven dieren. Deze keer de letter G, van Gigantopithecus, Gastornis, Glyptodon en Gorgonops. Maar eerst kijken we naar een begrip dat ook met de G begint. Onontbeerlijk bij onderzoek naar uitgestorven dieren: de Geologische tijdschaal.

 

En de G staat voor...

 

b99a29fc6fc099691cdbd841bda79c7a_medium.

De onderverdeling van Diepe Tijd (deel 1)

Toen ik een jaar of elf was, mocht ik een spreekbeurt houden. Ik zat op een lagere school waar het geen enkel probleem was als je er uren over deed. Er waren wel meer wijsneuzen die daartoe in staat waren. Ik hoefde niet lang na te denken: uiteraard ging het over dinosauriërs, evolutie en fossielen. Van een oom in Limburg had ik een aantal prachtige fossiele planten gekregen, uiteraard in Limburgs steenkool. Die maakten indruk. Mijn verhaal ook wel, maar achteraf gezien was de overheersende indruk 'blanco'. De geologische tijdschaal die ik ijverig op het bord had getekend, met al die rare namen, er waren maar weinig klasgenootjes die het begrepen, laat staan de namen konden uitspreken. Mijn beschrijving van een gevecht tussen Triceratops en Tyrannosaurus rex daarentegen, dat ging erin als koek.

De 4,7 miljard jaar die de Aarde volgens de laatste inzichten al achter zich heeft liggen, worden uiteraard niet onderverdeeld naar onze jaarkalender. Geologen en paleontologen hebben een eigen systematiek ontwikkeld, die sinds mijn spreekbeurt ook weer aardig wat veranderd is. Op basis van stratigrafie en overeenkomsten hierin, radiometrische datering, gidsfossielen, de richting van aardmagnetisme in stollingsgesteenten en andere methodieken is er in de bijna twee eeuwen dat de wetenschap zich hiermee bezig houdt, een goede mate van consensus ontstaan. De International Committee on Stratigraphy verzamelt gegevens en 'beheert' de algemeen geaccepteerde Geologische Tijdschaal, hoewel er lokaal, zeker bij de 'kortere' tijdvakken nog andere namen in zwang zijn. Wat radiometrische datering betreft, de vooruitgang in meetmethodieken heeft ervoor gezorgd dat er tegenwoordig nog maar een foutenmarge (wat je bij metingen áltijd hebt) van 1% is.

d6dd63bd37e9a7e6fbaadeca7ee1a55a_medium.

De Eonen uit onze aardgeschiedenis (op schaal)

De grootste tijdvakken waarin geologen de leeftijd van de Aarde onderverdelen, heten Eonen. Eonen zijn op hun beurt onderverdeeld in Era's. Era's worden verdeeld in Periodes. De namen van periodes worden veel gebruikt. Denk maar aan 'Jurassic Park', waar 'Jurassic' de Engelse naam is voor Jura. In deze serie heb ik de namen Krijt, Cambrium, Devoon, Perm en Trias wel eens laten vallen. Ook dit zijn bekende periodes. Vaak zijn periodes genoemd naar bergen en landstreken waar gesteentes uit díe tijd aan de oppervlakte liggen. Jura verwijst naar het Jura-gebergte, Devoon naar het graafschap Devon in het Verenigd Koninkrijk, Cambrium verwijst naar Wales, dat in het Latijn Cambria heet.

Hoe ouder de gesteenten zijn, hoe moeilijker het wordt om relevante onderverdelingen aan te brengen. Periodes worden weer onderverdeeld in Tijdvakken. Vooral bij jongere aardlagen zijn de verschillende tijdvakken goed te onderscheiden. Bij oudere periodes zien we vaak een onderverdeling in de tijdvakken 'Vroeg', 'Midden' en 'Laat'. Tenslotte is er nog een onderverdeling van Tijdvakken in Etages of Tijdsneden.  Wil je ze nog verder onderverdelen? Dan kan je een jaarkalender gebruiken.

In dit deel begin ik met jullie voor te stellen aan de meest basale onderverdeling. In de volgende twee delen ga ik de detaillering in.

Op dit moment kennen we een onderverdeling in vier Eonen, die niet even lang hebben geduurd. Het allereerste Eon wordt Hadeïcum genoemd, de tijd van het ontstaan van de Aarde tot 4 miljard jaar geleden. In de naam Hadeïcum vinden we de naam Hades terug, de Griekse god van de onderwereld. De Aarde was in die tijd nog gloeiend heet, de aardkorst bestond uit gesmolten gesteente. Aardlagen en gesteentes uit die tijd zijn er niet of nauwelijks. De oudste stenen op Aarde zijn afkomstig uit Australië, in de vorm van zirkonen, stenen die wel eens als 'nepdiamanten' gebruikt worden. Het ontbreken van een ozonlaag, een giftige atmosfeer en de hoge temperatuur maakten de Aarde in het Hadeïcum vijandig voor onze vorm van leven. Op Aarde wordt het Hadeïcum niet verder onderverdeeld. Bij oude gesteentes van de Maan doet men dat wel.

Het volgende Eon heet Archeïcum. In de naam herkennen we het Griekse woord 'archos', wat 'oud' betekent. Een alternatieve naam is Archeozoïcum. In die naam zien we het Griekse 'zoos', 'leven', terug. Het is dus het eon van het oudste leven, het eon waarin het leven op Aarde ontstond. Het Archeïcum begon ongeveer vier miljard jaar geleden en eindigde 2,5 miljard jaar geleden. Men vermoedt dat ongeveer 70% van de Aardse landmassa's in dit eon zijn ontstaan.

De Aarde was jong, maar de Zon was dat ook. Men heeft berekend dat de lichtkracht van de jonge Zon ongeveer 75% was, vergeleken met die van nu. Dit zou betekenen dat de Aarde een koude planeet had moeten zijn, maar er zijn sporen van stromend water aangetroffen. Men denkt daarom dat er in die tijd broeikasgassen de warmte vasthielden en hier zijn ook aanwijzingen voor.

b1e427003b4998db579a3b852e5a226b_medium.

Stromatolieten in Australië

In het Archeïcum onstond het leven op Aarde. Hoe precies, volgens welke stappen en met welke mechanismes, dat is nog een vraagstuk waar veel theorieën over bestaan, maar waarover de aanwijzingen onvoldoende uitsluitsel geven. Het eerste leven bestond uit prokaryoten, ééncellige wezentjes zonder celkern, waarvan de bacteriën de bekendste vertegenwoordigers zijn. Veel van die bacteriën leefden in dikke kolonies, die als fossiel bewaard zijn gebleven in  zogenaamde  stromatolieten

Tegen het einde van het Archeïcum vond het begin van de allergrootste natuurramp plaats die de Aarde ooit heeft gekend. Bepaalde wezentjes gingen een afschuwelijk gifgas produceren. Ze hadden een methode ontwikkeld om hun voedsel direct uit zonlicht en CO2, kooldioxide te halen, maar dat gifgas kwam als consequentie wel vrij. Het gifgas in kwestie is chemisch bijzonder agressief en verbond zich actief met veel elementen die vrij op Aarde voorkwamen. Toen dat eenmaal een verzadigingspunt had bereikt, hoopte het zich op in de atmosfeer. Daarmee drukte het vele oorspronkelijke 'aardbewoners' in de marge van het bestaan of liet het ze uitsterven. 

04699f969e1f89810d21daaf4cdba7ab_medium.

Stromatoliet in detail

Wij noemen dit gifgas zuurstof (O2). Zonder dit gifgas was ons soort leven blijvend onmogelijk. Bovendien vormde het zich in de bovenste atmosfeerlagen om tot ozon (O3), wat de Aarde beschermde tegen de vernietigende invloed van ultraviolette straling. De wetenschapper James Lovelock, bekend van de Gaia-hypothese, waarin hij een model van de Aarde schetst dat zich als een 'levend organisme' gedraagt, beweert dat elke wereld met een flinke hoeveelheid vrije zuurstof in de atmosfeer vrijwel zeker een Aardse vorm van leven herbergt. Ik ben het wel met hem eens.

Het volgende Eon is de langste en draagt de naam Proterozoïcum. Van 2,5 miljard jaar geleden tot ongeveer 541 miljoen jaar geleden (0,54 miljard jaar geleden). De naam van het eon betekent 'Eerder leven'. 

In dit lange eon, dat zo'n twee miljard jaar duurde, heeft platentektoniek, het gegeven dat de aardkorst is opgebouwd uit grote platen die zich ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, een aantal cycli doorlopen van 'supercontinent' tot losse continenten. Ook zijn er aanwijzingen voor een aantal wereldwijde ijstijden. In dit eon bereikte de 'zuurstofcrisis' haar hoogtepunt met een ophoping van zuurstof in de atmosfeer, wat nooit meer veranderd is. 

a1c0c76943d012a80db653a98c9da30e_medium.

Typerend fossiel  (Dickensonia) uit het Ediacarium

In het Proterozoïcum vond op het gebied van leven een uiterst belangrijke ontwikkeling plaats. Door Endosymbiose, wat ik omschreven heb in de Letter E, ontstonden Eukaryoten, wezens met een celkern, en van daaruit meercellige wezens als Planten, Schimmels en Dieren. Hoe die ontwikkeling heeft plaatsgevonden, nog veel is omsluierd door mysterie en onbekendheid. Maar dát het plaatsvond, is een feit. Mooie en duidelijke fossielen van die meercellige wezens, nog veelal zonder harde inwendige of uitwendige structuren als respectievelijk botten en schelpen, zijn gevonden in Australië in de Ediacaran Hills. De naam van het laatste stuk van het Eon Proterozoïcum, is genoemd naar die plek: Ediacarium

Het laatste en het jongste Eon, het Eon waarin wij ook nog leven, heet Phanerozoïcum, wat 'duidelijk zichtbaar leven' betekent. De tijd waarin landplanten als varens, mossen, bomen en bloeiende planten ontstonden, met schelpdieren, vissen, trilobieten, insecten, amfibieën, reptielen, vogels, dinosauriërs en zoogdieren. En op het laatst, wij ook. 541 miljoen jaar geleden leek het als in een explosie te ontstaan. De wereld is nooit meer hetzelfde geweest.

d9ff66d1c08f12723b998a9ee2597bd3_medium.

Halsketting, geïnspireerd door fossielen uit het Ediacarium

Herinneren jullie het beeld van Diepe Tijd uit Letter D nog? Het beeld van de geschiedenis van de Aarde in één jaar? Daarmee sluit ik af. 
Op 1 januari ontstond onze mooie wereld. Tot ongeveer 23 februari duurde het Hadeïcum en kon geen enkel levend wezen deze wereld 'thuis' noemen. In de periode 23 februari tot 20 juni bestond de Aarde in het Archeïcum. Ergens in de 'lente' ontstonden de eerste primitieve levensvormen. Op het eind van de lente, vlak voor de 'zomer', produceerden een aantal het gifgas zuurstof. In het Proterozoïcum, dat in ons jaarmodel ontstond toen de 'zomer' begon, ontstonden langzamerhand de levensvormen die we vandaag de dag ook nog kennen. Deze ontwikkeling duurde tot 19 november! In ons Aardjaar is het al flink herfst. Op 19 november gaat de Aarde over in het laatste Eon, het Phanerozoïcum, waarin wij nu nog verblijven, op 31 december, om middernacht.

 

c2edcb42566d044e52e4154ca235bba0_medium.

De G van Gigantopithecus

Ik herinner me een bezoekje aan de Antwerpse zoo. Ik was 18, mijn jongere broer 6. Hij stapte gezellig en kordaat door, maar ging uiteindelijk ergens zitten, een beetje vermoeid. Met zijn rug tegen het dikke glas van het gorillaverblijf.
   'Wanneer gaan we nou naar die grote dikke aap?', vroeg hij.
   'Kijk maar eens achter je!', lachte ik. Zijn ogen rolden zowat uit zijn kassen toen hij op een meter afstand de enorm imposante gestalte van een echte 'silverback', het alfamannetje zag.

Vergeleken met Gigantopithecus is de huidige gorilla slechts een kleuter of beginnend snotpubertje. Gigantopithecus is met afstand de grootste aap die ooit op Aarde heeft rondgewandeld. Niet zo overdreven groot als King Kong uit de films; zo'n groot beest zou bezwijken onder zijn gewicht, tenzij zijn botten compleet anders, dikker en robuuster zouden zijn.

Gigantopithecus is verwant aan de huidige orang-oetan. In feite is er sprake van drie verschillende soorten, die ruwweg in hetzelfde gebied leefden, namelijk China, India en Vietnam. Fossielen zijn gevonden in het gebied waar grote bamboebossen voorkomen, naast overblijfselen van de voorouders van de grote panda, die ook nu voornamelijk van bamboe leeft. Gigantopithecus was waarschijnlijk, net als de huidige gorilla, vooral een planteneter. De kiezen die men gevonden heeft, wijzen hier ook op. De mannetjes van de laatst levende soort, Gigantopithecus blackii, konden ruim drie meter hoog worden, met een gewicht van zeker 500 kilogram. De vrouwtjes bleven kleiner. 
Hoe bewoog Gigantoptihecus zich voort? Er zijn twee theorieën. De ene theorie, die uitgaat van de vorm van de kaak, wijst erop dat er plek was in de kaak voor de luchtpijp. Wij mensen hebben deze constructie ook. Dit zou dan wijzen op rechtop lopen. De andere theorie - met de meeste aanhangers - wijst op het grote gewicht van de dieren. Lopen op vier poten lijkt dan toch meer aannemelijk te zijn. Pas als men fossiele heupgewrichten vindt, zal de uitslag duidelijk zijn. Het verschil tussen het heupgewricht van een chimpansee, die op vier poten loopt en dat van een mens is overduidelijk.

30f3c2a4fcee39847830ffcaaed0840b_medium.

Gigantopithecus blackii leefde van ongeveer 1 miljoen jaar geleden tot 100.000 jaar geleden. Andere, kleinere, Gigantopithecus-soorten gaan terug tot 9 miljoen jaar geleden. Vanwege zijn grootte had het weinig te duchten van roofdieren. Er was in dat gebied in die tijd weinig dat hem de baas kon, behalve de jonge en zieke dieren.
Heeft de mens Gigantopithecus ooit ontmoet? Ons soort mensen, Homo sapiens sapiens, hoogstwaarschijnlijk niet. Maar de aan ons verwante soort Homo erectus misschien wel. 

Er zijn wat 'theorieën' in omloop die beweren dat Gigantopithecus vandaag de dag nog voorleeft in de Yeti en Bigfoot. Voordat die theorie serieus kan worden genomen, moeten er toch wat aanwijzingen worden geproduceerd als botten, uitwerpselen en haren, om aan te tonen dat die mythische wezens nu nog bestaan. Vage foto's en 'ooggetuigenverslagen' werken als bewijs nou eenmaal niet. Ook zal duidelijk moeten worden gemaakt waar de dieren nu van leven, aangezien bamboebossen hoog in de Himalaya en Noord-Amerika niet voorkomen.

 

576deb580bd78e6f0b6c3e0de64d69cb_medium.

De G van Gastornis

We gaan naar Europa of Noord-Amerika. U mag het zelf kiezen. De tijd is ongeveer 40 miljoen jaar geleden, in het tijdvak Eoceen van de periode Paleogeen, de eerste periode na het uitsterven van de dinosauriërs, nu 65 miljoen jaar geleden. De Aarde heeft zich al heel lang hersteld van de schade van de Grote Ramp. Het klimaat is tropisch tot subtropisch, bijna tot aan de poolgebieden. Grote uitgestrekte regenwouden bedekken onze wereld. 
Er ruist wat in het struikgewas. Het is een vogel en niet zo'n kleintje ook. Gastornis was een vogel die niet kon vliegen. De vleugels waren rudimentair en zagen er eigenlijk een beetje zielig uit. Maar met een lengte van een dikke twee meter en een gewicht van zeker 100 kilogram, was dit niet bepaald een lief klein vogeltje. Enorme poten met grote klauwen, een grote robuuste snavel van twintig centimeter en een kop van 50 centimeter van achterhoofd tot snavelpunt.

Gastornis werd in 1885 voor het eerst gevonden in de buurt van Parijs. Vlak daarna vond men fossielen in Noord-Amerika van een vergelijkbare vogel, die de naam Diatryma kreeg. Later onderzoek, ook aan nieuwe fossielen, maakte duidelijk dat het eigenlijk dezelfde soort was.

9deaa6f1022eb1bdd338106e0043ddfe_medium.

Veren zijn nooit gevonden. In veel afbeeldingen wordt Gastornis getekend met veren die lijken op die van andere loopvogels als de struisvogel of de kiwi. Het is nog wachten op goed fossiel materiaal waarin ook verenafdrukken te zien zijn.

Er is onduidelijkheid over het dieet van Gastornis. Vanwege zijn postuur, de gelijkenis met de latere 'Terror birds' uit Zuid-Amerika en het feit dat er geen enkel zoogdier leefde dat groter was dan een Duitse herder, gingen stemmen op om in hem het toproofdier te zien. De schrik voor dieren als Hyracotherium, het oerpaard. Met zijn bek kon hij het arme beest makkelijk verschalken en al zijn botten breken. Dit beeld is gepopulariseerd in de BBC-serie 'Walking with Beasts'.

Maar klopt dit beeld wel? Analyse van de aanhechting van de kaakspieren wijst veel meer op een dieet van harde vruchten en zaden. Ook de chemische en fysische analyse van botten bevestigen een beeld van een grote planteneter. De gekromde haakbek en de scherpe klauwen van typische roofvogels had Gastornis niet.

e16713ddfc32fe9fd3faaae4e4fea4ff_medium.

Of at Gastornis van beide walletjes? Dat is niet uit te sluiten. Een beeld van een vruchten- en zadeneter die op zijn tijd een prooi verschalkte of aas at, lijkt niet onaannemelijk. Het is wachten op fossiel materiaal waarin ook de maaginhoud te anayseren valt, of het vinden van zijn uitwerpselen. Bij dinosauriërs is men veel te weten gekomen uit de analyse van coprolieten, fossiele stront.

Hoe het ook zij, Gastornis, omdat hij niet kon vliegen, moest zijn nesten wel op de grond bouwen. Het kost me weinig moeite om een volledig woeste en beschermende moedervogel voor te stellen die schreeuwend op je af dendert, als je te dicht in de buurt van de kuikentjes komt. Persoonlijk maakt het me dan weinig uit wat ze eet; met zo'n beest wil je geen ruzie.

 

3ac59d844a774d36c7596823453dcac9_medium.

De G van Glyptodon

We gaan naar Midden- en Zuid-Amerika, naar de periode Kwartair en het tijdvak Pleistoceen, dat van 2,5 miljoen jaar geleden tot 117.000 jaar geleden liep. Nog behoorlijk recent dus. De tijd van de ijstijden en de zogenaamde Megafauna. Overal op de wereld zagen we grote varianten op nu nog bekende dieren, naast inmiddels uitgestorven soorten. In de rest van de serie kom ik nog wel vaker terug op die interessante tijd.

Zachtjes schuifelt het over een grasvlakte en knabbelt rustig aan wat planten. We zien hem en een van ons maakt de grappig bedoelde opmerking dat hij een levende Volkswagen Kever ziet. Zo gek is die vergelijking niet, qua vorm en grootte. Glyptodon is familie van de gordeldieren en is meer dan drie meter lang en bijna twee meter hoog. Deze jongen woog een mooie twee ton. We zien meteen zijn meest opvallende kenmerk: een knoeperd van een pantser, dat bestaat uit meer dan duizend beenplaten, osteodermen, van 2,5 centimeter dikte. Probeer daar als vleeseter maar eens doorheen te breken, als hij zich in zijn bepantsering heeft teruggetrokken. Omkeren en zijn kwetsbare buik aanvallen is ook geen optie, met zo'n gewicht.

a2b05e9eb70b53137f0c1cf0c6470721_medium.

De neusholte is vergeleken met andere gordeldierachtigen sterk gereduceerd. De kiezen van Glyptodont wijzen op een dieet van hard en stug plantenmateriaal. Opvallend zijn de de sterke aanhechtingsplekken voor spieren rond de neus, wat sommige onderzoekers doet vermoeden dat Glyptodont misschien wel een slurf had. Ook opvallend is het bot langs de wang, wat een functie kan hebben in de aanhechting van zeer sterke kauwspieren.

Ongeveer 10.000 jaar geleden stierven de laatste Glyptodonten uit, met veel andere vertegenwoordigers van de Megafauna. Er zijn sterke aanwijzingen dat de voorvaderen van de Native Americans hierin een grote rol speelden. Niet alleen is een beest van twee ton een hoop vlees waar je goed van kan leven, vooral de rugpantsers waren waarschijnlijk erg geliefd. De mensen van toen gebruikten ze als hut, vooral die van de grotere soorten en exemplaren. Hier zijn bewijzen voor gevonden.

Het is dus lang niet zo dat uitsluitend de westerse mens, al dan niet met VOC-mentaliteit, verantwoordelijk is voor het uitsterven van veel diersoorten. Ook de zogenaamde natuurvolkeren konden er wat van, wat in deze serie nog wel vaker aan de orde komt.

 

390f43f01ab494000cd7d89d91a80921_medium.

De G van Gorgonops

Van het Pleistoceen schieten we weer een heel stuk terug in het verleden. Van Amerika gaan we naar Zuid-Afrika, naar de periode Perm, het laatste tijdvak. Vrijwel alle continenten zitten samen in één supercontinent Pangaea
We hebben ons goed verstopt, want we zien een dier rondlopen dat we liever niet tegen het lijf lopen. Het is een roofdier en een vertegenwoordiger van de Orde van de Therapsida, de zoogdierachtige reptielen, die op dit moment de dienst uitmaken op het land. De 'echte' zoogdieren zijn uit de Therapsida ontstaan. Reptielen zijn te herkennen aan hun uniforme gebit en het feit dat ze met de poten 'gespreid' lopen. Zoogdieren en veel Therapsida hebben de ledematen onder het lichaam en vertonen in hun gebit differentiatie, zoals bij ons tanden, hoektanden en kiezen duidelijk te onderscheiden zijn, een zogenaamd heterodont gebit.

Het dier dat we zien is Gorgonops, een roofdier van bijna drie en een halve meter lang, hoewel er ook veel kleinere varianten leefden. Zijn lichaam is slank en doet denken aan een erg grote wolf. De kop is groot en we vermoeden dat hij bijzonder goed kan ruiken. De bek jaagt angst aan. Grote tanden aan de voorkant doen denken aan de sabeltandtijger, die nu nog lang niet op Aarde is verschenen. Als hij zijn bek opent - we zien tot onze schrik dat hij het zo wijd doet dat er tussen onder- en bovenkaak een rechte hoek ontstaat - valt het ons op dat hij geen echte kiezen heeft. We vermoeden dat hij zijn prooi niet kauwt, maar er net als de Komodo-varaan uit onze tijd grote hompen vlees uit scheurt, die hij vervolgens doorslikt. We hebben geen zin om dit proefondervindelijk uit te vogelen.

fda5fb343918f36959c7fd8f9f2b290b_medium.

Hij mag dan wel wat zoogdierachtige trekjes hebben, maar we hebben gezien dat hij nog eieren legt. We vermoeden dat hij in elk geval gedeeltelijk warmbloedig is, maar zeker weten doen we het niet. Ook of hij lichaamsbeharing had, weten we niet.

De beroemde pionier op het gebied van Paleontologie en zelfbenoemd 'fossielenjager' Richard Owen, beschreef het eerste fossiel in 1876. 

Op het einde van het Perm sterft 90-95% van alle zeedieren uit en 70% van alle landdieren. Het is tot nu toe de meest ingrijpende periode van massaal uitsterven uit de wereldgeschiedenis. Ook Gorgonops overleefde deze rampperiode niet.

 

Nog meer alfabet?

Wat? U wilt nog meer uitgestorven dieren, met wat achtergrondverhalen? Dat kan.

Lees hier over De Letter A van Ankylosaurus, Argentinosaurus, Allosaurus en Archaeoindris;
Lees hier over De Letter B van Brontotherium, Brachiosaurus, Basilosaurus en Buidelwolf;
Lees hier over De Letter C van Charnia, Compsognathus, Chalicotherium  en Castoroides;
Lees hier over De Letter D van Dunkleosteus, Dimetrodon, Deinotherium  en Dodo;
Lees hier over De Letter E van Elasmosaurus, Edmontosaurus, Epidexipteryx  en Entelodon.
Lees hier over De Letter F van FruitafossorFukuititanFeilongus en Falcatus.
Lees hier over De Letter H van Hyracotherium, Hallucigenia, Helicoprion en Haasts adelaar.
Lees hier over De Letter I van Iers reuzenhert, Ichtyosaurus, Iguanodon en Indricotherium,

 

 

 

03/01/2016 18:27

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert