De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 9

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 9. Dit is een novelle die ik een aantal jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Hoofdstuk 9

Exact om vier uur verliet hij zijn werkplek om naar huis te gaan. Die morgen had hij geen eten klaargezet, dus eerst moest hij aardappels schillen en groente schoonmaken. Hij deed het vanuit een soort automatisme, zijn gedachten waren elders.
De tranen die hij ’s morgens nog had kunnen bedwingen, waren alsnog gekomen. Het waren tranen van machteloosheid. Hoe kon hij in hemelsnaam samenwerken met twee vrouwen die hem niet serieus namen? Sterker nog, als ze de kans kregen maakten ze hem steevast voor homofiel uit en belasterden ze zijn geloof. Hoe kon hij daar een team mee vormen? Weliswaar had Johan Mol de dames gevraagd hier mee op te houden, maar Mol verscheen slechts zelden op de afdeling en kon daarom niet in de gaten houden wat er precies gebeurde. Zijn enige hoop was gericht op Joris Jeurissen, misschien dat die hem kon helpen de dames enigszins in toom te houden. Durfde hij hem om hulp te vragen? Veel vertrouwen had Jos daar echter niet in, het kwam er op neer dat hij alleen stond. Graag zou hij hier met iemand over spreken, alleen wist hij niet met wie. Zijn ouders zouden de situatie totaal niet begrijpen en vrienden waarmee hij dit soort problemen kon delen had hij niet. Misschien moest hij God maar om raad vragen in zijn gebeden.
En dan de dreiging van ontslag. Jos durfde amper aan de gevolgen te denken. Ontslag betekende geen inkomen, dus een gang naar de sociale dienst voor een uitkering zou onontkoombaar zijn. Dat maakte hem tot een steuntrekker! Erg hoog waren de werkeloosheidsuitkeringen niet, hopelijk kon hij er de huur van betalen. Deze woning moeten verlaten omdat hij geen geld meer had, dat zou vreselijk zijn. Moest hij dan weer terug naar zijn ouders? En welke werkgever zou iemand in dienst nemen die elders ontslagen was? Misschien vond hij wel nooit meer werk!
In gedachte zag hij zichzelf al in de wachtkamer van de sociale dienst zitten, iedere maand weer, jaar in jaar uit. Jos dacht dat hij die schande niet aan zou kunnen.

Werktuiglijk had Jos wat gegeten, echt trek had hij niet. Slavinken met aardappelen en worteltjes vormden normaal gesproken een favoriet maal, nu had hij zijn eten amper aangeraakt. Hij voelde zich doodongelukkig en zag dat zijn handen trilden, iets dat hem vaker overkwam als hij geëmotioneerd was. Met grote moeite wist hij het trillen van zijn handen te bedwingen, hij greep de rand van de tafel vast maar naar verloop van tijd werden zijn knokkels wit. Een nieuwe huilbui leidde zijn aandacht af.
Plotseling realiseerde hij zich dat hij die avond nog competitie moest spelen. De klok gaf aan dat het half zeven was, de wedstrijden begonnen om acht uur, hij had dus nog voldoende tijd.
In een poging zijn huilbui te verbergen plensde hij in de badkamer wat water in zijn gezicht en kamde hij zijn haren. IJdel was hij beslist niet, het resultaat stond hem echter niet aan. De sporen van de huilbuien in de vorm van gezwollen ogen waren duidelijk zichtbaar, voor de huilbuien schaamde hij zich diep, een man mocht immers niet huilen? Hoewel hij dat woord haatte wilde hij niet als ‘mietje’ over komen. Het zou de geruchten over zijn vermeende homoseksualiteit alleen maar aanwakkeren. En wellicht ook zijn eigen onzekerheid op dat gebied...
Gelukkig moest hij nog een heel eind fietsen, met een beetje geluk zou die fietstocht de laatste sporen van zijn tranen uitwissen.

Het bijeen zoeken van zijn sportkleding bood afleiding. Zijn tenue lag schoongewassen in de kast, schone sokken waren lastiger te vinden maar uiteindelijk had hij alles bij elkaar. Buiten merkte hij dat er een lichte miezer uit de lucht kwam vallen. Erg vond hij dat niet. Stortbuien tijdens het fietsen haatte hij, voor dat je het wist was je doorweekt. Deze miezer maakte hem niet doornat maar verkoelde wel.
Tijdens het aantrekken van zijn jas voelde hij dat de enveloppe met daarin de bevestiging van zijn vakantie nog in zijn binnenzak zat. Terplekke besloot hij de reis toch maar te boeken. Even overwoog hij de enveloppe thuis achter te laten en die morgen op de post te doen. Met de gedachte dat hij straks zonder twijfel een brievenbus tegen kwam liet hij de enveloppe zitten waar hij zat.
Op straat ontdeed hij zijn fiets van de gebruikelijke twee sloten en haalde het plastic tasje van zijn zadel dat hij daar altijd ondersteboven over deed teneinde het zadel droog te houden. Een gebruikelijke gang van zaken voor de gemiddelde Amsterdamse fietser. Lelijk was het wel, zo’n plastic tas, het was echter de meest effectieve manier om je zadel, en dus ook je achterste, droog te houden.
Zijn sporttas en racket gingen op de bagagedrager onder de snelbinders. Jos keek op zijn horloge. Zeven uur, hij had dus nog voldoende tijd om naar Oost te fietsen.
Rustig fietsen deed Jos bijna nooit, zelfs in de zomer als het erg warm was trapte hij stevig door. Het gaf hem een goed gevoel om zich zo in te spannen, bovendien maakte het zijn geest leeg en dat was nu meer dan welkom. Jos verhoogde het tempo nog maar eens extra.
Al snel was hij op de Ceintuurbaan bij de brug over de Amstel aanbeland. Vanaf deze brug had je een prachtig uitzicht over de rivier waaraan Amsterdam zijn naam dankte. Jos keek graag over het water uit. In de verte zag je de kantoortorens die enkele jaren geleden vlakbij het Amstelstation waren gebouwd. Een paar weken geleden was hij er op een zaterdagmorgen naartoe gefietst. Hij had genoten van de schoonheid van die torens en was trots dat zulke mooie gebouwen in het Amsterdamse stadsbeeld verschenen.
Aan de andere kant van de brug zag hij het majestueuze Amstelhotel liggen en even verderop de Magere Brug en de Stopera. Jos staarde uit over het water. Zijn gedachten dwaalden af via de Stopera naar de aldaar gevestigde sociale dienst en vandaar naar de gebeurtenissen van die middag. Voor hij het wist vocht hij weer tegen de opkomende tranen. Stom, dacht hij, dat ik me zo laat gaan. Snel stapte hij weer op de fiets, sloeg rechtsaf de 2e Oosterparkstraat in en verhoogde daar zijn tempo.
Om kwart voor zeven kwam hij aan bij de sporthal in Oost, ook wel de Gashouder genoemd. Het pand was zijn leven begonnen als opslagplaats van aardgas voor de gasvoorziening in de stad, later was het verbouwd tot sporthal. De oorspronkelijke bestemming van het pand was door zijn ronde vorm duidelijk zichtbaar gebleven. Jos stalde zijn fiets zo dicht mogelijk bij de ingang van de sporthal, in het zicht van de aanwezige portier. Niettemin sloot hij hem zorgvuldig met twee sloten af, deze buurt stond bekend om het hoge percentage fietsendiefstal.
Bij de portier meldde Jos dat hij voor de competitiewedstrijd badminton kwam. Hoewel Jos vooraf wist in welke kleedkamer hij moest zijn, liet hij zich uitgebreid door de portier de weg wijzen omdat hij niet durfde te zeggen dat hij hier bekend was.
In de kleedkamer ontmoette hij zijn teamgenoot Theo Bos.
“Ha, die Jos, je bent behoorlijk natgeregend.”
Jos zag dat zijn broek inderdaad kletsnat was, hij had tijdens het fietsen niet gemerkt dat het harder was gaan regenen. Vreemd.
“Ik ben op de fiets gekomen, toen ik van huis ging miezerde het een beetje, niet de moeite waard. Onderweg is het harder gaan regenen, het droogt wel op.”
“Jij liever dan ik,” reageerde Theo Bos. “Ik ben lekker met de tram gekomen, die stopt hier praktisch voor de deur. Ik heb het niet zo op dat natte weer, bovendien ben je in deze buurt zó je fiets kwijt.”
Theo Bos wachtte tot Jos zich had omgekleed, samen liepen ze naar de speelzaal die zich één etage hoger bevond.
“Shit,” daar had je de gebroeders Kemp, dat was werkelijk het laatste waar Jos op zat te wachten. In stilte vroeg hij om vergiffenis voor het lelijke woord dat hij zojuist gebruikt had.
“Ja, die spelen hier ook een uitwedstrijd,” zei Theo Bos. “Ze zitten in een andere kleedkamer, dus met een beetje mazzel hebben we vanavond weinig of geen last van ze.”
Jos hoopte dat Theo gelijk had.
Bij het speelveld maakten ze kennis met de tegenpartij. Na de plichtmatige handdrukken kregen ze de gelegenheid om vijf minuten warm te spelen waarna Jos de eerste wedstrijd moest spelen.
De eerste slagenwisselingen gingen bijzonder stroef, daarna ging Jos steeds beter spelen. Hoewel zijn tegenstander een klasse beter was wist Jos hem goed partij te geven. Voorafgaand aan deze wedstrijd had hij geen illusie gehad over de uitslag. Hij had vaak tegen deze man gespeeld en altijd met ruime cijfers verloren, ongetwijfeld ging dat vanavond weer gebeuren.
Nu kreeg Jos echter het gevoel misschien te kunnen winnen, een zekere verbetenheid maakte zich meester van hem. Het vermoeide gevoel in zijn benen, veroorzaakt door de fietstocht naar de sporthal speelde geen rol meer. Ook alle nare gebeurtenissen van die dag waren naar de achtergrond verdwenen. Het enige dat telde was deze wedstrijd, zelden was hij zo vastbesloten geweest om een wedstrijd te winnen.
Vanuit een ooghoek zag hij dat zijn goede spel de nodige toeschouwers trok, waaronder de gebroeders Kemp. Na een gewonnen punt moedigden ze hem zelfs aan, Theo Bos zat gebiologeerd te kijken. Het gaf Jos vleugels. Op een bepaald moment merkte hij dat zijn tegenstander slechter begon te spelen, blijkbaar had die zijn verzet opgegeven en geaccepteerd dat hij vanavond niet van Jos kon winnen. Niet lang daarna besliste Jos de wedstrijd in zijn voordeel en liep naar het net om zijn tegenstander een hand te geven.
“Gefeliciteerd, je speelde vanavond sterk.”
Jos nam de felicitaties van zijn tegenstander met enige gêne in ontvangst, zijn eigen sterke spel had hem zelf ook verbaasd. Met een groot gevoel van blijdschap voegde hij zich bij zijn medespelers.
“Jij gebruikt vast drugs of zo,” stelde Theo Bos vast. “Zo goed heb ik je nog nooit zien spelen. Die verbeten uitdrukking op je gezicht zal ik niet snel vergeten. Goed werk, zelfs de broers Kemp stonden je aan te moedigen. Steek dat maar als compliment in je zak.”
Moe en tevreden ging Jos aan de rand van het speelveld zitten om de volgende partij te volgen.
 

23/12/2015 16:07

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert