De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 8

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 8. Dit is een novelle die ik een aantal jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Hoofdstuk 8

Vol  twijfel stond Jos de volgende morgen voor de brievenbus, de besluitvaardigheid van de vorige avond was totaal verdwenen. Berustte het boeken van die dure reis niet op een vergissing? Had hij misschien ook bij andere reisorganisaties moeten informeren? Betaalde hij niet teveel? Hij besloot de enveloppe toch maar weer in zijn binnenzak te stoppen, hij wilde er nog even goed over nadenken en hem morgen of zondag op de post doen. Dat kon toch ook?
De afdeling lag er nog verlaten bij. Op zijn gemak nam hij koffie en startte zijn computer op. Het aantal e-mails dat hij moest behandelen viel reuze mee, het werd dus een redelijk rustige morgen. Veel zin om te werken had hij niet, met het spreekwoordelijke lood in de schoenen was hij vandaag naar zijn werk gekomen. Het komende functioneringsgesprek maakte hem onrustig en onzeker. Bovendien had hij weinig zin om vanavond competitie badminton te spelen. Omdat het een uitwedstrijd betrof moest hij helemaal op de fiets naar een sporthal in Amsterdam Oost. Jos zag vooral op tegen de terugreis, hij fietste niet graag op vrijdagavond door de stad. Overal kwam je tegenwoordig groepen met dronken mensen tegen die passanten lastig vielen. Gelukkig was hem zoiets nog nooit overkomen en dat wilde Jos graag zo houden. Natuurlijk kon hij met het openbaar vervoer naar Oost reizen, maar ook dat was tegenwoordig verre van veilig. Regelmatig verschenen er berichten in het nieuws over onregelmatigheden in het openbaar vervoer. Conducteurs werden lastig gevallen, reizigers gemolesteerd. Deze berichten maakten Jos angstig, vandaar dat hij koos voor zijn fiets.

Het functioneringsgesprek met zijn baas Johan Mol vond plaats om tien uur, daar was Jos wel blij om. Moeten wachten tot einde van de middag zou een ware marteling voor hem betekenen.
Net nadat hij zijn tweede kopje koffie van de morgen had ingeschonken voelde hij wat gerommel in zijn buik. Aanvankelijk lette hij er niet op, allengs werd het erger en vijf minuten later voelde hij een heftige kramp in zijn onderlichaam. Zo snel als mogelijk liep hij richting het toilet, krampachtig kneep hij de billen samen. Instinctief voelde hij aan dat hij het toilet niet zonder ongelukken zou kunnen bereiken. Zijn moeder had hem ooit gezegd dat het misschien verstandig was om in zijn bureaulade een schone onderbroek te leggen, je wist immers maar nooit. Zelf had zijn moeder altijd een schone onderbroek in haar handtas als ze lang van huis ging. Jos vond dit onzin en had haar advies genegeerd, iets waar hij nu spijt van had.
In gedachten dankte hij De Heer dat het toilet onbezet bleek. Snel sloot Jos de deur achter zich en stroopte hij zijn broek naar beneden. Net op het moment dat hij dacht veilig te zijn gebeurde waar hij al bang voor was geweest. Een deel van zijn ontlasting belandde naast de pot en op zijn onderbroek. Jos slaakte een diepe zucht, deels uit opluchting, deels uit frustratie. Opluchting omdat hij verlost was van de krampen in zijn buik, gefrustreerd vanwege het feit dat hij zichzelf bevuild had. Voorzichtig nam hij de schade op, al snel zag hij dat zijn onderbroek de vuiligheid had opgevangen en dat zijn spijkerbroek schoon was gebleven. Koortsachtig dacht hij na. Tijd om naar huis te gaan had hij niet meer, om tien uur werd hij verwacht bij Johan Mol voor zijn functioneringsgesprek. Natuurlijk kon hij Mol vertellen wat hem was overkomen en vragen of het gesprek verzet kon worden. Jos schaamde zich echter dermate dat hij het ondenkbaar vond om er met anderen over te spreken. Stel je voor dat Anita en Saskia er lucht van kregen! Dan zou hij helemaal geen leven meer hebben.
Er restte hem maar één oplossing en dat was zijn onderbroek in de afvalbak in de toiletten achter te laten. Na eerst goed geluisterd te hebben of niemand anders zich in de toiletruimte bevond opende hij de deur om vervolgens snel zijn bevuilde onderbroek in de afvalbak te stoppen. Uitgebreid waste hij zijn handen, waarna hij de gebruikte tissues in de afvalbak deed, voor de zekerheid deed hij er nog een paar extra bovenop. Hij moest er namelijk niet aan denken dat iemand de restanten van zijn ongelukje aan zou treffen! Ongelukkig met de situatie liep hij naar zijn werkplek terug, onderweg merkte hij dat het wel erg vreemd aanvoelde om geen onderbroek te dragen. Jos hoopte maar dat niemand het zou zien en ging achter zijn bureau zitten. In stilte bad hij dat het bij dit ene ongelukje bleef, anders waren de gevolgen niet te overzien. Stel dat hij tijdens het functioneringsgesprek weer aandrang voelde!
Naarmate de klok tien uur naderde werd hij steeds nerveuzer. Dat hij nogmaals zijn excuses moest aanbieden voor zijn gedrag van woensdag, daarvan was hij overtuigd. Johan Mol zou er zonder twijfel over willen spreken en Jos kon hem maar beter voor zijn.
“Kom je mee, Jos?”
In gedachten verzonken had Jos naar buiten zitten staren, niets of niemand ziend of horend.
“Ja, ja, natuurlijk meneer Mol.”
Vanuit een ooghoek zag hij Saskia spottend naar hem kijken. Jos voelde zich vreselijk opgelaten, boosheid welde in hem op. Waarom moest die rotmeid hem ook altijd pesten? Wat had hij haar toch misdaan?
Johan Mol ging hem voor naar zijn kamer en gebaarde dat Jos de deur moest sluiten. Na dit gedaan te hebben nam hij plaats aan de kleine vergadertafel die in de hoek van de kamer stond. Terwijl Johan Mol in zijn bureau naar iets zocht dacht Jos dat dit het goede moment was om op de scheldpartij van woensdag terug te komen.
“Ik wil u nogmaals zeggen, eh, dat ik het gebeuren van woensdag, eh, erg vervelend vond, dat had, eh, nooit mogen gebeuren.”
“Wat had niet mogen gebeuren?” Johan Mol was nog steeds naar iets op zoek in zijn bureaulade.
“Eh, nou ja, dat ik dat lelijke woord gebruikte toen Saskia en Anita mij weer zo aan het pesten waren.
“Oh ja, nu herinner ik me het voorval weer,” mompelde Mol. “Je zei toch dat het hoeren waren?”
Jos kromp ineen. “Ja, eh, dat woord, eh, gebruikte ik.”
Johan Mol wam aan tafel zitten, de formulieren voor de verslaglegging van het gesprek had hij inmiddels gevonden. “Tsja, daar zullen we het straks nog wel over hebben.”
Het klonk Jos onheilspellend in de oren.
“Zo, Jos, je werkt hier nu al weer een tijdje, hoe bevalt het je?”
Deze vraag kwam Jos niet ongelegen, hij was blij het vorige onderwerp te kunnen laten rusten.
“Heel goed, meneer Mol. Ik doe mijn werk met veel plezier en probeer het zo goed mogelijk te doen. Ik hoop dat u geen klachten over mij hebt?”
“Nee, dat is het niet het geval, maar…” Johan Mol ging verzitten en zocht kennelijk naar de juiste bewoordingen.
“Laat ik het zo zeggen: je brengt niet helemaal wat ik van je verwachtte toen ik je deze baan gaf.”
Jos begreep niet wat Johan Mol bedoelde en blijkbaar viel dat van zijn gezicht af te lezen.
“Ik zal proberen je het uit te leggen. Ik zie dat je hard werkt en goed je best doet, maar ik mis een stukje betrokkenheid. Je bent teveel een eenling, je werkt niet goed samen met de rest van de afdeling, bent te gesloten, te verlegen. Ik wil graag dat de afdeling een hechte groep vormt, een groep die samenwerkt en initiatieven ontplooit om het werk zo goed mogelijk op te pakken. Ik wil een team zien en geen losse individuen. Begrijp je wat ik bedoel?”
Jos begreep er geen sikkepit van, maar durfde dat niet te zeggen.
“Ik zal mijn best doen,” was alles wat hij uitbrengen kon.
“Individualisten kan ik hier namelijk niet gebruiken. Snappen wij elkaar?”
Jos schrok van deze woorden, zou hij ontslagen kunnen worden? Hij durfde het niet te vragen.
“Goed, nu nog even over afgelopen woensdag, ik heb de beide dames gevraagd je met rust te laten. Ik wil dat gedonder niet op mijn afdeling. Probeer met ze samen te werken en onthoudt goed wat ik gezegd heb over het vormen van een team.”
“Dat zal ik zeker doen, meneer Mol, dank u wel. Saskia en Anita maken het me soms heel moeilijk, ik weet zeker dat ik beter zal functioneren als het geplaag achterwege zal blijven.”
Met een kort knikje beëindigde Johan Mol het onderwerp. “Heb je zelf misschien nog vragen?”
Die had Jos niet, het liefst wilde hij hier snel weg en weer aan het werk. Al dat gepraat lag hem nu eenmaal niet zo. Bovendien was hij vreselijk geschrokken van de woorden die hij te horen had gekregen. Plotseling voelde hij de tranen opwellen, met veel moeite wist hij die terug te dringen.
“Nee, meneer Mol, alles is duidelijk.”
“Goed zo, knoop het in je oren en doe er wat mee. Ik heb begrepen dat je Rome gaat bezoeken?”
Jos wilde vertellen over de reis die hij ging boeken maar kreeg daarvoor van Johan Mol niet de kans.
“Veel plezier dan maar.”
“Dank u wel,” mompelde Jos die opstond om de kamer te verlaten.
Johan Mol keek op van zijn papieren. “Oh ja, Jos, laat ik duidelijk zijn, als ik het woord ‘hoeren’ nog één keer uit jouw mond hoor, dan vlieg je er per direct uit. Begrepen?”
Omdat Jos niet wist hoe hij hier op moest reageren, knikte hij slechts en verliet gehaast de kamer.

Pas vijf minuten later realiseerde hij zich wat hij net te horen had gekregen. Hij moest meer met de rest van de afdeling samenwerken, ander kon hij ontslagen worden! Hoe moest hij dat aan zijn ouders vertellen?
Van werken kwam die middag nog maar weinig terecht. Jos moest steeds aan de woorden van Johan Mol denken. Hoe meer hij daarover nadacht, hoe minder hij er van begreep. Hij werkte hard en maakte bijna geen fouten, dat had Johan Mol nog gezegd. Dat was toch het allerbelangrijkste?
 

23/12/2015 15:50

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert