De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 7

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 7. Dit is een novelle die ik een aantal jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Hoofdstuk 7

De volgende dag verliep een stuk minder romantisch. Jos zat weer in de realiteit van alledag en die bleek verre van prettig. Vóór hij naar kantoor ging had hij eerst de afwas van de vorige avond moeten doen. De aangekoekte borden lieten zich niet eenvoudig schoon krijgen en dat bezorgde hem een slecht humeur. Op zijn werk deed hij veel moeite om Saskia en Anita te ontlopen, tot zijn grote opluchting leken de dames vandaag totaal niet in hem geïnteresseerd te zijn. Tegen de middag begon zijn slechte humeur op te klaren.
Misschien waren de dames wel van zijn uitbarsting geschrokken en hadden ze besloten voortaan wat meer respect voor hem te tonen. Dat zou een behoorlijke opluchting zijn.
Jos putte veel voldoening uit zijn werk, het gaf hem het gevoel dat hij belangrijk was. Hij was ook trots op zijn werk. Anderen zouden misschien kunnen zeggen dat zijn werk voor Jos een roeping was, maar dat kon onmogelijk. Zijn werkelijke roeping betrof het geloof in Jezus Christus, niets kon belangrijker zijn dan dat.
Al het gedoe met Saskia en Anita  bedierf een groot deel van het plezier en de voldoening die hij uit zijn werk putte. Zou die ellende nu eindelijk eens tot het verleden kunnen behoren? Jos hoopte het van ganser harte. Na de middagpauze werd zijn beterende humeur een grote slag toegebracht toen Johan Mol aan zijn bureau verscheen.
“Morgenochtend om tien uur wil ik een functioneringsgesprek met je voeren.”
Jos wist niet goed hoe hij moest reageren. Een functioneringsgesprek? Vanwege zijn uitbarsting van gisteren? Hij merkte dat zijn handen begonnen te trillen. Hij zou toch niet ontslagen worden? Natuurlijk was het onfatsoenlijk om een vrouw voor hoer uit te schelden, maar ze hadden hem immers tot het uiterste gedreven met hun spot. Ze konden hem toch ook niet zomaar uitmaken voor homofiel?
Johan Mol zag de verwarring. “Het betreft het jaarlijkse functioneringsgesprek, dat was je toch niet vergeten hoop ik?”
Jos hervond zichzelf. “Nee, natuurlijk niet, meneer Mol. Ik zal er zijn.”
Zonder Jos verder nog één blik waardig te keuren liep Johan Mol weg, Jos bleef in vertwijfeling achter.
Slechts zeer zelden kwam het voor dat Jos naar huis ging zonder dat zijn werk af was. Dat werd altijd veroorzaakt door een grote toestroom van correspondentie die per e-mail binnen kwam. Vandaag lag het anders, Jos had gewoon zijn hoofd niet bij het werk kunnen houden. Meer dan anders keek hij naar het verkeer op de ringweg. Hoewel hij zich probeerde te concentreren op zijn werk vlogen zijn gedachten alle kanten uit. Bang dat de tranen opnieuw zouden vloeien, probeerde hij krampachtig de gedachte aan de ruzie met Saskia en Anita uit zijn gedachten te bannen. Makkelijk was dat echter niet, de werkplek van Anita bevond zich in zijn directe gezichtsveld. Gelukkig had Anita het blijkbaar erg druk, ze zat bijna continue te telefoneren.
Jos’ zijn gedachten waren voornamelijk in Rome. Plotseling bedacht hij zich dat zijn kennis van de stad maar gering was. Wat wist hij nu helemaal van die stad af? Verder dan het Coloseum en het Vaticaan kwam hij niet. Misschien was het verstandig zich goed voor te bereiden op de komende vakantie. Jos had zijn collega Joris Jeurissen horen zeggen dat de voorpret van een vakantie minstens zo belangrijk was als de vakantie zelf, Jos dacht dat zijn collega daarin gelijk had.
Toen hij op zichzelf ging wonen had hij bij IKEA een boekenkast gekocht en die met veel moeite in elkaar weten te zetten. Een handige knutselaar was hij niet, dat had hij van thuis niet meegekregen, maar met de handleiding en veel geduld had hij de boekenkast toch in elkaar weten te schroeven. Veel meer dan de Bijbel en een paar jongensboeken stonden er inmiddels niet in. In de binnenstad waren veel boekwinkels, hij moest daar maar eens kijken of hij een mooi boek over Rome kon kopen.
Zijn moeder had er vroeger bij hem op aangedrongen dat hij lid werd van de bibliotheek, zonder veel enthousiasme had hij een jaarabonnement afgesloten. Veel boeken had hij echter nooit geleend, Jos was nu eenmaal niet zo’n lezer. Het abonnement had hij vorig jaar laten verlopen, nu had hij daar een beetje spijt van. Fotoboeken waren duur, zo vermoedde hij. Als hij lid was gebleven, had hij zo’n fotoboek kunnen lenen. Ineens bedacht hij zich dat hij natuurlijk ook naar De Slegte zou kunnen gaan. Misschien kon hij daar een tweedehands boek over Rome te pakken krijgen.
Direct na zijn werk was Jos op de fiets naar de binnenstad gegaan. Op de Nieuwezijds Voorburgwal bij de verlaten postzegelmarkt zette hij zijn fiets aan een fietsenrek vast, ook nu weer met twee sloten. Via een steegje stak hij door naar de Kalverstraat. Vlak naast De Slegte stond een kerk, in de volksmond bekend onder de naam “Papegaai”. Buiten die kerk stond al jaren een bord met de tekst “Een kwartier voor God”. Jos bezocht deze kerk altijd als hij in de binnenstad kwam. De oude kloosterkerk ademde rust en Jos kwam er daarom graag. Gezeten in één van de achterste kerkbanken keek Jos rond. Het altaar voor in de kerk was gemaakt van schitterend  houtsnijwerk en was, zoals altijd, glimmend gepoetst. Het binnenvallende licht werd gedempt door de gebrandschilderde ramen. Met enige regelmaat liepen er toeristen bewonderend door de kerk. Dat stoorde Jos geenszins want iedere toerist stopte wel wat geld in een offerblok en wellicht bracht het bezoek aan deze kerk hen wel dichter bij God, zo hoopte Jos. Het zachte gemompel en de flitslichten van camera’s nam Jos daarom voor lief.
Even voor vijf uur verliet hij de kerk, graag was hij nog langer gebleven maar hij wist dat de kerk om vijf uur zou sluiten. Bij De Slegte bleek het niet druk, hij kon daarom op zijn gemak langs de schappen lopen. Bij de ramsj op de begane grond kon hij niet direct iets vinden dat naar zijn zin was. Op de eerste etage vond hij na lang zoeken een 2ehands reisgids, de prijs viel hem niet tegen. Vooraf had hij met zichzelf afgesproken niet meer dan vijftien Euro uit te geven, de reisgids kostte zes.
Op de begane grond hervatte hij zijn zoektocht, deze keer keek hij nauwkeuriger. Na lang zoeken vond hij eindelijk een fotoboek over Rome, precies wat hij zocht! De prijs was twaalf Euro, maar dat had hij graag over voor dit boek. Hij rekende af en verliet het pand met de ingepakte boeken onder zijn arm. Op dat moment bedacht hij zich dat hij die morgen geen eten had klaargezet. Als hij nu naar huis fietste en dan ook nog eens moest koken werd het wel heel laat om te eten. Liefst at hij namelijk om half zes, net zoals vroeger thuis bij zijn ouders. Tsja, wat zou hij doen? Snel naar huis en daar eten? Of bij een snackbar een frietje en een kroket kopen? Zijn moeder had hem altijd voorgehouden vooral goed en gezond te eten. Patat en kroketten stonden daarom bij zijn ouders nooit op het menu. Pas later toen hij op zichzelf woonde had Jos af en toe iets te eten gehaald bij de snackbar op het Hoofddorpplein. Hoewel hij graag patat lustte voelde hij zich altijd een beetje schuldig wanneer hij dat deed. Toch stapte hij bij de Febo binnen, zolang hij maar niet iedere week friet at, dan kon het wel.
Staand in de cafetaria werkte hij zijn frietjes naar binnen, zijn blik naar de Kalverstraat gericht. Jos verbaasde zich altijd over de meest uiteenlopende mensen die Amsterdam bevolkten. Toeristen waren er in alle soorten en maten. Voor de zogenaamde rugzaktoeristen had hij veel bewondering. Weinig geld op zak en toch de hele wereld zien. Jos was beslist jaloers op deze ondernemende jongelui. Zelf zou hij het nooit kunnen, dat wist hij heel zeker. De onzekerheden die gepaard gingen met rugzaktoerisme waren niets voor hem. De gedachte dat je ’s morgens niet wist waar je ’s avonds kon slapen stond hem tegen. Jos hield van orde en regelmaat, daarom had hij ook gekozen voor een georganiseerde reis naar Rome. 
Na zijn friet gegeten te hebben kreeg hij haast om naar huis te gaan, hij wilde zo snel mogelijk zijn nieuw verworven boeken gaan lezen. Gehaast liep hij via het Spui naar de Nieuwezijds Voorburgwal waar hij zijn fiets had neergezet. Op de hoek van het Spui werd hij aangesproken door een onguur uitziende zwerver, tegenwoordig ook wel dakloze genoemd.
“Heeft u wat geld voor me om eten te kopen?”
Hoewel hij wel vaker op deze wijze werd aangesproken vond Jos het altijd vervelend. De hele situatie had iets dreigends over zich. Zijn gevoel ten opzichte van daklozen was ook tegenstrijdig. Vanuit zijn geloofsovertuiging wilde hij graag geld geven, tegelijkertijd vond hij dat mensen, net zoals hijzelf, gewoon moesten werken voor hun geld. Strikt genomen hoefde niemand in Nederland dakloos te zijn of honger te hebben. Iedereen heeft recht op een uitkering en bij het Leger des Heils krijgt een ieder onderdak.
De christelijke gedachte kreeg de overhand, uit zijn portemonnee diepte hij een muntstuk van twee Euro op en gaf het de dakloze, die accepteerde het zonder een woord van dank, Jos verbouwereerd achterlatend.
Gehaast reed hij op zijn fiets naar huis. Daar aangekomen nam hij plaats aan de tafel voor het raam en ontdeed de twee boeken van hun verpakking. Met welke zou hij beginnen? Eerst maar eens de plaatjes in het fotoboek! De hele avond besteedde hij aan het fotoboek, de reisgids bladerde hij slechts kort door. Het fotoboek was prachtig en toonde wat hij zo graag zag: oude kerken en heiligenbeelden.
Al foto’s kijkende was hij de tijd totaal vergeten. Het was inmiddels al over elven! Morgen had hij een drukke dag voor de boeg. Eerst het functioneringsgesprek met Johan Mol en ’s avonds wachtte nog een competitiewedstrijd badminton. Hij zag geweldig tegen het functioneringsgesprek op, ongetwijfeld zou de scheldpartij van gisteren ter sprake komen. Waarom had hij zich in hemelsnaam zo laten gaan? Waarom had hij Sakia en Anita voor hoer uitgescholden? Dat had nooit mogen gebeuren, hij schaamde zich vreselijk.
Zijn blik viel op de reisgids. Oorspronkelijk was hij van plan geweest zijn ouders om raad te vragen voordat hij de reis naar Rome ging boeken. Het ging immers om veel geld. Zijn moeder zou zonder twijfel positief reageren op zijn plannen. Ze was zelf immers een groot liefhebber van cultuur. Zijn vader was een ander verhaal. Jos kon diens tegenwerpingen redelijk voorspellen: duur, zonde van zijn geld, bestolen worden, vreemd eten, een reis vol risico’s en waarom ging hij niet gewoon in Nederland met vakantie?
Jos zuchtte, zijn gevoelens ten opzichte van zijn vader waren tegenstrijdig. Uiteraard hield hij veel van hem, maar tegelijkertijd zag hij ook de tekortkomingen in de vorm van vreemdelingenhaat en de grote bekrompenheid die zo kenmerkend voor hem waren.
Nieuwsgierig bekeek Jos het intekenformulier dat bij de reisgids zat, het was eenvoudig in te vullen, dat had hij al gezien. Ach, het kon geen kwaad om alvast zijn persoonlijke gegevens in te vullen. Al snel had hij het gehele formulier ingevuld. Zijn naam, adres, de data van vertrek en terugkomst, de prijzen en natuurlijk ook een reisverzekering. Alleen zijn handtekening ontbrak nog. In een opwelling plaatste hij die. Hij was immers volwassen en verdiende toch zijn eigen geld? Zondag zou hij gewoon tegen zijn ouders zeggen dat hij op vakantie ging, dat was toch de normaalste zaak van de wereld?
Tevreden met zichzelf deed hij het formulier in de bijbehorende enveloppe en ging slapen.
 

23/12/2015 14:21

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert