De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 6

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 6. Dit is een novelle die ik een aantal jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Hoofdstuk 6

Lang was Jos niet meer gebleven bij oom Koos en tante Anja, hij moest immers nog een flink stuk fietsen en de volgende dag liep zijn wekker al weer om zes uur af. Op de terugweg had hij flink doorgetrapt, zijn rug was bezweet maar toch voelde hij zich verkleumd. Hij was direct naar zijn slaapkamer gelopen en in bed gestapt, blij dat hij datzelfde bed ’s morgens al had opgemaakt.
De volgende dag ging hij zoals zo vaak tussen de middag thuis eten. In de brievenbus vond hij de reisgids die hij twee weken geleden had aangevraagd. In de keuken smeerde hij snel zijn boterhammen en liep daarmee naar de woonkamer. Die dag had hij geen belangstelling voor het verkeer in de Heemstedestraat. De reisgids die voor hem lag vond hij veel interessanter. Nog nooit was hij op vakantie geweest, hij was zelfs nog nooit buiten Nederland geweest. Nu hij zelfstandig woonde vond hij dat hij ook maar eens op vakantie moest. Zijn werkgever betaalde hem een karig salaris, maar omdat hij zuinig leefde hield hij toch geld over. Dat gespaarde geld wilde hij uitgeven aan een vakantiereis, het werd tijd om eens iets van de wereld te gaan zien. Zijn ouders waren ook nog nooit op vakantie geweest, Jos was echter niet van plan hun voorbeeld op dit gebied te volgen. Hij werkte er immers hard genoeg voor, dan mocht hij toch ook wel een beetje van het leven genieten?
De reisgids die hij besteld had betrof stedentrips. Omdat dit zijn eerste vakantie ging worden had hij besloten gebruik te maken van een georganiseerde reis. Dat leek hem wel een veilig idee, later kon hij misschien wel zelfstandig op reis. Achter in de reisgids trof hij de index aan. Ongelooflijk, wat bestonden er een mogelijkheden. Parijs vond hij meer iets voor stelletjes, Madrid en Barcelona spraken hem niet bijzonder aan; cafeetjes en terrasjes hadden niet zijn voorkeur. Jos wilde graag naar een stad met een lange en imposante historie. Eerst had hij aan Praag gedacht, zijn vader had ergens gelezen dat Praag tegenwoordig het Parijs van het oosten werd genoemd. Dat maakte de stad voor Jos een stuk minder aantrekkelijk.
Tenslotte had hij aan Rome gedacht, als er immers één stad was die geschiedenis ademde, dan was het Rome wel.
De foto’s van Rome die in de reisgids stonden overtuigden hem. Rome moest het absoluut worden. Misschien kon hij ook nog wel naar het Vaticaan. Hoewel hij veel bewondering voor de Paus had, voelde hij niet de behoefte om hem in levende lijve te zien. De kunstschatten van het Vaticaan waren wereldberoemd, met name zou hij graag een bezoek aan de Sixtijnse Kapel brengen om de beroemde plafondschildering te bewonderen.
Toen hij in de prijsbijlage keek, schrok hij behoorlijk. Rome was bepaald niet goedkoop, dat was wel duidelijk. Hij kon deze vakantie betalen, dat wel, maar het zou een behoorlijke deuk in zijn spaarrekening slaan.
Jos vond het altijd prettig te weten dat hij wat geld achter de hand had, je wist immers maar nooit of er onverwachte uitgaven gedaan moesten worden. Natuurlijk zou zijn vader hem geld lenen als hij daar om vroeg, dat zou echter wél met de nodige raadgevingen gepaard gaan.  En daar zat hij niet bepaald op te wachten.
Tot zijn grote schrik zag hij op de klok dat zijn pauze al bijna tien minuten om was. Hij was zo verdiept in de reisgids geweest dat hij de tijd volkomen vergeten was. Met haastige tred liep hij naar zijn werk. Daar aangekomen zag hij dat zijn chef, Johan Mol, verwijtend naar hem keek. Jos vond dit reuze vervelend en hij legde Johan Mol dan ook omstandig uit dat hij tijdens zijn pauze zo verdiept in een reisgids was geraakt dat hij de tijd compleet was vergeten. Natuurlijk zou het niet meer voor komen. Johan Mol knikte hem vergevingsgezind toe ten teken dat het wat hem betreft wel goed was zo.
Jos ging daarna direct aan zijn bureau zitten, hij zag dat er in zijn pauze al weer een aantal nieuwe e-mails binnen waren gekomen. Vol ijver toog hij aan het werk, vastbesloten om alle e-mails behandeld te hebben als hij die avond naar huis ging. Bovendien ging de tijd lekker snel als je hard doorwerkte.
“Waar gaat de reis heen?”
Jos was zo in zijn werk verdiept dat hij in eerste instantie niet hoorde dat de vraag aan hem gesteld werd. Verstrooid keek hij op.
“Sorry?”
Joris Jeurissen keek hem beminnelijk aan.
“Ik vroeg waar je naar toe gaat met vakantie.”
“Dat weet ik nog niet zeker. In ieder geval wordt het een grote stad hier in Europa, misschien wel Rome. Ik ga vanavond verder lezen in die reisgids, daar verheug ik me nu al op.”
“De voorpret is minstens zo belangrijk als de reis zelf,” moest Joris Jeurissen toegeven.
Anita had een paar woorden opgevangen en mengde zich in het gesprek.
“Wat hoor ik Jossie, ga je op vakantie? Zeker met je vader en moeder?”
“Nee, met een georganiseerde stedenreis. Ik weet alleen nog niet naar welke stad ik zal gaan.”
“Jij lijkt mij meer iemand voor Torremolinos in Spanje. Overdag in de zon liggen en ‘s avonds lekker zuipen met je maten, en dat drie weken lang.”
Blijkbaar was Anita in een pesterige bui. Saskia mengde zich ook in het gesprek.
Jos voelde dat het gesprek de verkeerde kant op ging en probeerde het tij te keren. Meestal deed hij net alsof hij hard aan het werk was, nu probeerde hij een andere benadering.
“Nee, geen Spanje voor mij. Ik zit natuurlijk graag op een zonnig terrasje, maar vind het ook prettig om wat van de geschiedenis van een stad te leren.”
Normaal gesproken had hij het bij deze opmerking gelaten, maar omdat hij zo enthousiast over Rome was geworden ging hij verder. “Een stad als Rome heeft zo’n rijke historie, er staan bijvoorbeeld ontzettend veel mooie gebouwen en standbeelden.”
Saskia reageerde als eerste. “Ach wat moet ik nou met zo’n stenen kerel. Ik heb er liever een van vlees en bloed en dan het liefst tussen de lakens.”
Jos wist niet wat hij hier op moest zeggen en had spijt als haren op zijn hoofd dat hij een gesprek met Saskia en Anita aan was gegaan.
“Heb jij ook niet liever een vent van vlees en bloed in je bed?” Anita keek hem brutaal aan waardoor Jos moest blozen. De twee meiden moesten vreselijk lachen.
Jos ging maar weer aan het werk, in de hoop dat de twee hem verder met rust zouden laten. Dat was echter niet het geval. Zowel Joris Jeurissen als Johan Mol waren van de afdeling af, de dames hadden dus vrij spel.
“Wie zwijgt stemt toe,” concludeerde Saskia vilein. “Misschien moet je maar priester worden, kun je daar in Rome bij al die andere homo’s in het Vaticaan gaan zitten.”
Ineens werd Jos vreselijk kwaad. Wat dachten die meiden wel? Hij was heus wel wat van ze gewend, maar dit ging toch echt te ver!
Hij wist echter zijn kwaadheid niet onder woorden te brengen. Het liefst was hij nu weggelopen, maar dat durfde hij niet omdat hij bang was dan nog meer in de maling genomen te worden.
Plotseling welden de woorden in hem op. “Welke fatsoenlijke vent wil nu iemand die ieder weekeind met een andere vent in bed ligt? Jullie zijn een stelletje hoeren!”
Jos schrok van zijn eigen woorden. Hij was echter niet de enige die van deze woorden schrok. Juist op het moment dat hij deze uitsprak liepen Joris Jeurissen en Johan Mol de afdeling op. Joris Jeurissen keek hem geschrokken aan maar zei niets, Johan Mol kreeg een rood hoofd.
“Dat soort woorden wil ik hier op de afdeling niet horen. Bied je verontschuldigingen aan.”
De tranen schoten Jos in de ogen. Hij was geschrokken van zijn eigen woorden en had daar ook direct spijt van. Maar die meiden hadden hem voor homo uitgemaakt! Mocht dat dan wel ongestraft?
Ook nu slaagde hij er niet in zijn gevoelens onder woorden te brengen.
“Nu, komt er nog wat van?”
Johan Mol stond met zijn armen over elkaar naast het bureau van Jos en keek hem vol ongeduld aan.
Het liefst had Jos nu geschreeuwd dat hij al die opmerkingen over zijn vermeende homoseksualiteit niet meer pikte. Waarom maakte Johan Mol daar dan ook geen einde aan? Dat kon toch zo niet door blijven gaan?
In plaats daarvan sloeg hij zijn ogen neer en mompelde hij een verontschuldiging. “Sorry, dat had ik niet mogen zeggen.”
Vijf minuten later ging hij naar het toilet en daar kwamen de tranen. Hij voelde zich boos en machteloos. De rest van de middag was hij als in trance doorgekomen. Geen minuut te vroeg, maar zeker ook geen minuut te laat verliet hij het kantoor.
Onderweg naar huis vroeg hij zich af waar hij dit allemaal aan te danken had. Hij had die twee meiden toch nooit iets misdaan? Waarom deden ze dan altijd zo vervelend tegen hem?
Jos snapte er helemaal niets van. Nu had hij zelfs van Johan Mol op zijn donder gekregen. Terwijl Jos altijd probeerde zijn werk zo goed mogelijk te doen. Blijkbaar was dat niet voldoende, dacht hij bitter.
Teneergeslagen ging hij aan tafel voor het raam zitten. De auto’s reden in een eindeloze file door de Heemstedestraat, Jos zag ze echter geen van allen. Zijn naar buiten gerichte blik was leeg, hij merkte niets op. Pas toen hij honger kreeg had hij in de gaten dat hij meer dan een uur voor zich uit had zitten staren. Zonder veel animo liep hij naar de keuken en ontstak daar het vuur onder de pannen. Op de keukentafel lag de reisgids die hij tussen de middag in alle haast had achtergelaten.
Tijdens het eten had hij de reisgids toch weer ingekeken. Aanvankelijk met tegenzin, het was immers vanwege deze gids dat hij die middag zo’n ruzie met Saskia en Anita had gekregen. Zijn blik viel weer op de reizen naar Rome. Machinaal werkte hij zijn eten naar binnen. De afwas liet hij vuil op het aanrecht achter.
Voorzien van een kopje thee nam hij plaats aan tafel in de woonkamer. Al snel had hij zijn huiskamer aan de Heemstedestraat verruild voor Rome. In gedachten liep hij door de oude Romeinse stad. Naast hem liep het meisje dat hij gisteren op de veerpont naar Amsterdam Noord had gezien. Ze liepen hand in hand, alsof ze elkaar al jaren kenden en het bed deelden. Allereerst bezochten ze het Coloseum, de eeuwenoude gehavende arena toornde hoog boven hen uit. Terwijl Jos de geschiedenis van het bouwwerk vertelde voelde hij haar hoofd op zijn schouder. Hij sloeg zijn arm om haar heen, hetgeen vertrouwd aanvoelde. Vervolgens liepen ze naar de beroemde Trevifontein. Hij vertelde haar dat wanneer ze een muntje in de fontein wierp ze een wens mocht doen, zonder enige twijfel wist hij dat haar wens hém betrof.
Tot slot brachten ze een bezoek aan het Vaticaan, de zetel van De Heilige Stoel. Midden op het St. Pieterplein wees hij aan welke heiligen in steen waren afgebeeld. In de gelijknamige basiliek keek ze haar ogen uit, ze stelde talloze vragen aan hem over de geschiedenis van het gebouw en alle symboliek. Moeiteloos beantwoorde hij al haar vragen. Hoewel het al voorbij het sluitingsuur was kregen ze toch toestemming om de Sixtijnse Kapel te bezoeken. Het licht in de kapel werd voor hen gedimd maar de verlichting van het plafond werd aan gelaten, hierdoor kwam de schildering van Michelangelo uitmuntend tot zijn recht. Geduldig legde Jos haar de betekenis van alle afbeeldingen uit. Ademloos stond ze het plafond te bewonderen. Het was op dat moment dat Jos op één knie zakte, haar hand pakte, zijn liefde verklaarde en haar ten huwelijk vroeg. Hoewel hij het antwoord natuurlijk allang wist. Daar had hij geen moment over getwijfeld.
 

23/12/2015 14:08

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert