Kerstverhaaltje. De kerstkabouters

Door Marinus gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Charlotte lag vaalbleek in haar bed, daar lag ze al meer dan vijf weken. Ze was vorige week zeven jaar oud geworden en behoorde negenentwintig kilo te wegen. Ze woog nu nog net negentien kilo. Lopen kon ze niet meer, ze werd op bed door haar ouders verzorgd. Op het tafeltje naast bed had haar moeder een aantal in dobbelsteentjes gesneden boterhammen klaargezet.

Haar ouders deden wat ze konden om haar tot eten aan te zetten, maar niets hielp. De hoeveelheid voedsel dat ze dagelijks tot zich nam was misschien net voldoende om een muis in leven te houden, of een kabouter! Haar kamer dat uitzicht bood op een winterse witte heide, stond afgeladen met poppen een beelden van kabouters.

Charlotte hield van kabouters. In gedachten, of hardop wanneer ze alleen was, voerde ze hele gesprekken met die ondeugden, want ondeugend waren ze, dat wist ze zeker omdat in sprookjesboeken vaak grappige verhalen over kabouters te lezen waren. Maar kabouters waren geen sprookjesfiguren, die bestonden echt!

In de huiskamer overlegde Sandra van Tuil met psycholoog Josh Plompverloren. ‘Ik weet het werkelijk niet meer Josh’, zei Sandra die verslagen met haar hoofd schudde, ‘ik heb alles gedaan om Charlotte tot eten aan te zetten, maar niets helpt. Volgens de huisarts zal Charlotte aan haar anorexia komen te overlijden. Wat moet ik in vredesnaam doen? We kunnen dat toch niet laten gebeuren!’

De hopeloosheid in haar stem maakte diepe indruk op Josh. ‘Het probleem is heel anders dan de huisarts heeft vastgesteld, Charlotte heeft geen anorexia, die afwijking wordt veroorzaakt door een verwrongen schoonheidsideaal dat vooral pubers treft. Charlotte heeft om onduidelijke redenen de wens te willen sterven, dat komt vaker voor kinderen. Wat de reden daarvan is kunnen we alleen maar naar gissen. Geef haar al jouw aandacht, maar gun haar ook rust. Ik heb vanmiddag een afspraak met een Belgische collega die vaker met dit bijltje heeft gehakt. Ik beloof dat ik vanmiddag contact met je opneem.’

De volgende ochtend
Het was Charlotte gelukt drie dobbelsteentjes brood naar binnen te werken plus een half glas melk. De besneeuwde heide werd langzaam in schemer ondergedompeld. Plots zette ze grote ogen op, ze zag een puntje van een rode muts boven een braamstruik uitkomen dat ze dadelijk herkende als een kaboutermuts.
Vol spanning liet ze het hoofdgedeelte van haar bed een stukje omhoog komen om maar niets te hoeven missen van de komst van de kabouter.
Eerst zag ze de voorkant van een kruiwagentje met de steel van een schep in de laadbak achter de braamstruik tevoorschijn komen, pas toen kon ze de kabouter zien die de kruiwagen voortduwde. De kabouter zwaaide, verlegen zwaaide Charlotte terug. Het liefst wilde ze op de kabouter afvliegen om hem in haar armen te sluiten, maar dat ging niet.
De kabouter sjokte richting het slaapkamerraam en bleef op een meter of tien afstand staan wachten. Achter de braamstruiken vandaan kwamen nog twee kabouters aangelopen die links en rechts naast de kabouter met de kruiwagen gingen staan.
Voor het eerst sinds lange tijd, kreeg Charlotte een blosje op haar wangen. ‘Kom maar binnen kabouters, ik zal jullie niets doen! De deur is niet op slot!’
De linkerkabouter bewoog zijn rechterwijsvinger in zijn mond en veegde daarna met zijn hand langs zijn wang.
‘Jullie hebben honger?’ vroeg Charlotte. ‘Kom dan binnen, ik heb meer dan genoeg eten!’
De drie kabouters schudden nee en wezen naar Charlotte.
‘Ik moet eten? Dat kan toch niet?’
De kabouters haalden hun schouders op en liepen de besneeuwde heide op.
Het liefst wilde Charlotte haar ervaring met haar ouders delen, maar dat mocht niet van kabouters, als je dat deed zag je de kabouters nooit meer terug.

                                                   kabouters4.gif

Ze had dolgraag met de kabouters over de heide gewandeld en bij hun woonpaddenstoelen een praatje met hen gemaakt. Haar hand reikte naar de dobbelsteentjes brood waarvan ze voorzichtig begon te eten.
Om zes uur kwam haar moeder met haar vader de slaapkamer ingelopen. Haar moeder had een bord warm eten bij zich waarmee ze op de rand van het bed ging zitten.
Haar vader kuste Charlotte op het voorhoofd en keek aangenaam verrast naar de resterende dobbelsteentjes brood op het bord. Hij keek onder bed of Charlotte de stukjes brood niet onder het bed had gemikt.
‘Ze heeft écht gegeten!’ zei William met een glimlach. ‘Ik ben trots op je!’ Hij gaf zijn dochter nog een kus.
Charlotte voerde haar dochter kleine hapjes warm eten. Na vijf hapjes te hebben genomen kon Charlotte niet verder eten. ‘Ik ben echt vol ma!’
‘Dat begrijp ik lieverd. Maar je hebt nu meer gegeten dan de in afgelopen vijf dagen. Je het me erg blij gemaakt schat.’
Charlotte wilde zeggen dat ze at om de kabouters te kunnen bezoeken, maar dat kon natuurlijk niet, dan zag ze de kabouters niet meer terug. Kabouters wisten alles, die kon je niet bedotten. Haar moeder zette een glas melk en een glas jus d’orange op tafel neer en liep naar de gordijnen om die te sluiten.
‘Nee ma, openlaten!’
‘Waarom dat?’
‘Kan ik niet zeggen, ik wil dat ze openblijven.’
‘Goed, wat jij wilt.’

Al voor zonsopkomst was Charlotte klaarwakker en tuurde gespannen naar buiten of ze haar kabouters kon ontdekken. Die stelden haar niet teleur. In het ochtendgloren kwamen ze aangelopen en bleven net als de dag ervoor bij het slaapkamerraam staan wachten. Opnieuw gebaarde een kabouter dat ze moest eten.
‘Ik heb gegeten kabouter! Echt waar!’
De kabouters applaudisseerden en vervolgden hun weg. Charlotte begreep dat wel, kabouters hadden het altijd heel erg druk.
Haar moeder bracht een glas yoghurt met suiker naar binnen. ‘Goedemorgen lieverd, lekker geslapen?’
‘Ja. Is dat yoghurt?’
‘Zeker. Daar was je vroeger gek op. Hapje proeven?’
Charlotte at tot  verbazing van haar moeder een half glas yoghurt leeg.

Rond half één lieten de kabouters zich weer zien en aten voor het raam van haar slaapkamer uit hun lunchtrommeltjes. Charlotte liet zich niet onbetuigd en at gezellig met hen mee. Verder dan een hele bruine boterham met jonge kaas kwam ze niet.
De kabouters zwaaiden na het opbergen van hun lunchtrommeltjes gedag en trokken verder

Charlotte bracht haar benen over de rand van het bed en voelde die prikkelen. Ze zwengelde net zolang met haar benen tot het prikkelende gevoel verdween.

Drie maal daags lieten de kabouters zich gedurende de wintermaanden zien. Charlotte kon weer kleine stukjes lopen. Ze kreeg alsmaar meer belangstelling voor de dingen om haar heen en beleefde plezier aan bezoekjes van haar vriendinnen en vriendjes.
Maar wat er ook gebeurde, op tijden dat de kabouters langskwamen vertrok ze naar haar slaapkamer, alleen! De kabouters waren haar geheim dat ze met niemand kon delen.

Toen het lentezonnetje was doorgebroken liep ze voor het eerst de tuin in om de kabouters eindelijk persoonlijk te ontmoeten. Toen die niet kwamen opdagen was de teleurstelling groot. Maar ze begreep het wel, het voorjaar was voor kabouters de drukste tijd van het jaar. Dan hielpen ze oude mensen met het onderhoud van hun tuinen of boenden stiekem hun huizen schoon.

Het Kerstfeest was dat jaar een echt feest. Charlotte zat bij de kerstboom één van de vele pakjes met haar naam erop open te maken.
‘Josh’, zei Sandra ontroerd tijdens de kerstlunch waarvoor ze haar weldoener had uitgenodigd, ‘ik weet niet hoe je het voor elkaar hebt gekregen maar het heeft gewerkt. Charlotte eet weer redelijk normaal en knapt zienderogen op. Een mooier kerstcadeau hadden wij niet kunnen krijgen.’
‘Ja Josh’, zei William, ‘we zijn jou veel dank verschuldigd. Ik heb geen idee wat de rekening wordt maar ik betaal die met plezier.’
Josh glimlachte. ‘Het meeste werk is door onze zesjarige tweeling en zevenjarige dochter gedaan. Ze hebben het iedere dag weten op te brengen om als kabouter verkleed naar de heide te gaan. Voor aanvang van schooltijd, in de middagpauze en na schooltijd gingen ze iedere dag goedgemutst op pad om hun rol te spelen.’
‘Wat een voorbeeldige kinderen heb jij dat ze dat voor onze Charlotte over hadden!’ zei William.
‘Niet overdrijven, ze wilden alleen maar voor kabouter spelen als wij in de zomervakantie twee weken met hen naar Disneyland Parijs zouden gaan.’

       kabouters21.gif

Of zou de kabouterwereld toch een handje hebben geholpen?
Ik weet het niet maar het zou zomaar kunnen!

 

23/12/2015 09:52

Reacties (1) 

1
23/12/2015 10:31
Ja de kabouters hebben geholpen. Heerlijk verhaal.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert