De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 2

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 2. Dit is een novelle die ik een aantal jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Hoofdstuk 2.

Tring… Nog voordat de wekker kans zag om nogmaals te rinkelen had Jos hem al uitgezet. Buiten was het nog donker, aan het geluid van de passerende auto’s kon hij horen dat het regende. Autobanden maakten op een nat wegdek immers een ander geluid dan op een droog en omdat hij zomer en winter met een open raam sliep kon hij dat vanuit zijn bed goed horen.
Met tegenzin stapte hij uit bed, niet vanwege het vroege uur maar meer omdat hij vandaag weer naar kantoor moest.
Jos was gewend om vroeg op te staan, op doordeweekse dagen liet hij de wekker om zes uur in de morgen aflopen. Op die manier kon hij voordat hij naar kantoor ging nog wat aan het huishouden doen.
Eenmaal uit bed sloot hij met enige moeite het raam van zijn slaapkamer, het klemde vreselijk. Weken geleden had hij al met de woningbouwvereniging gebeld om dit euvel te laten herstellen, tot op heden was er niets aan gebeurd. Voordat hij ging douchen haalde hij eerst zijn bed af om het daarna op te dekken. Eerst streek hij het onderlaken glad en stopte het in, hij schudde het kussen op waarna hij het dekbed weer op het bed legde. Zijn pyjama legde hij opgevouwen aan het voeteneind. Tevreden keek hij naar het resultaat. 
Sinds hij op zichzelf woonde veroorloofde hij zich de luxe van iedere dag douchen. Het warme water spoog op hem neer terwijl hij zich met een washandje inzeepte.
De kleren die hij vandaag zou dragen had hij de vorige avond al klaargelegd. Snel kleedde hij zich in de slaapkamer aan, rillend van de kou. Hoewel hij pas over anderhalf uur naar kantoor ging deed hij de centrale verwarming niet aan.
In de keuken vulde hij het koffiezetapparaat en zette het aan. Het was een luxe apparaat dat hij van zijn ouders kreeg toen hij op zichzelf ging wonen. Zijn vader hield er van om een nuttig cadeau te geven. Jos ging aan de keukentafel zitten en keek toe hoe het water langzaam in koffie veranderde. Na een mok ingeschonken te hebben pakte hij uit de kast een pannetje. De aardappels haalde hij uit de voorraadkast. Omdat Jos ’s avonds graag vroeg at schilde hij de aardappels alvast voordat hij naar kantoor ging, de worteltjes gingen gewassen in een pan. Op die manier hoefde hij als hij aan het eind van de middag thuis kwam alleen maar het gas onder de pannen aan te steken. Zo kon hij lekker vroeg eten. Net zoals vroeger thuis, daar werd altijd al om vijf uur gegeten.
Na nog wat opgeruimd te hebben sloot hij de voordeur achter zich. Jos werkte bij een verzekeringsmaatschappij die gespecialiseerd was in reisverzekeringen, hij deed daar administratief werk. Zijn werk bestond uit het onderhouden van de dagelijkse contacten met tussenpersonen die de verzekeringen afsloten. Het was gevarieerd werk dat hij leuk vond. Niet alleen de nieuw afgesloten polissen kwamen bij hem binnen maar ook de schadegevallen. Hoewel die schadegevallen behandeld werden door een aparte afdeling, kon Jos het niet laten de rapporten soms door te lezen. Niet alleen hij deed dat, maar al zijn collega’s lazen de schaderapporten wel eens door. Af en toe werden bepaalde hilarische gevallen luidkeels door een collega op de afdeling voorgelezen. Het was bekend dat veel mensen schades indienden die vals waren. Jos kon zich niet voorstellen dat er mensen waren die dat deden, want dat was toch bedrog? Sommige claims waren zo doorzichtig dat Jos direct wist dat het om bedrog ging, in andere gevallen twijfelde hij sterk. Gelukkig hoefde hij de schaderapporten niet te beoordelen, hij zou altijd bang zijn schades ten onrechte af te wijzen en daarmee mensen te benadelen.
Het kantoor van de verzekeringsmaatschappij was gevestigd in een pand in de Rijswijkstraat, voor Jos was dat maar vijf minuten lopen, een ideale situatie dus. Met zijn pasje ontgrendelde hij de deur van de personeelsingang en ging naar binnen. Hij nam de lift naar de derde etage en ontstak het licht op de afdeling waar hij werkte, zoals gewoonlijk was hij de eerste die aanwezig was. De meeste collega’s begonnen pas om halfnegen, zelf was hij altijd al om acht uur aanwezig. Jos vond dat wel prettig, hij kon dan op zijn gemak een kopje koffie bij de automaat in de gang halen en zich achter zijn bureau installeren. Vanaf zijn werkplek had hij een vrij uitzicht over de ringweg van Amsterdam waar het nu vreselijk druk was. Soms moesten auto’s hard remmen omdat er file ontstond. Jos was blij dat hij lopend naar zijn werk kon, hij moest er niet aan denken iedere dag in de file te moeten staan. Terwijl hij een slok koffie dronk startte hij zijn computer op, daarbij oppassend geen koffie over het toetsenbord te morsen.
Thuis hadden ze geen computer gehad, daarom had Jos een cursus moeten volgen om het gebruik ervan onder de knie te krijgen. Dat had hem behoorlijk veel moeite gekost. Inmiddels kon hij redelijk met computers omgaan, een hobby zou het echter nooit worden. Jos zag computers als een noodzakelijk kwaad.
Direct na het aanzetten van zijn computer zag hij dat hij mail had, er stonden bijna vijftien berichten in zijn inbox.
Vol ijver ging hij aan het werk. Het eerste bericht was afkomstig van een assurantietussenpersoon waar hij veel mee te maken had. Er was onduidelijkheid ontstaan over een facturering, al snel had Jos ontdekt dat een datatypiste een veel voorkomende fout gemaakt had. Bij het invoeren van de gegevens was een foutief debiteurennummer gebruikt. Jos moest nog even zoeken wie dan de juiste klant was, maar al snel had hij de fout kunnen herstellen. Hij zorgde dat er een nieuwe factuur uit ging en stuurde vervolgens een e-mail aan de tussenpersoon waarin hij kort uitlegde wat er mis gegaan was. Voorzien van de welgemeende excuses namens de firma.
Direct ging hij door met de behandeling van de volgende e-mail. Dat bleek een melding van een schadegeval te zijn. Iemand beweerde dat zijn digitale fotocamera was gestolen. Op vakantie in Thailand had hij de camera op het terrastafeltje gelegd terwijl hij van een koud biertje genoot. Plotseling werd hij van rechts aangestoten en morste iemand bier over zijn broek. Kwaad had hij die kant opgekeken, de veroorzaker verontschuldigde zichzelf uitvoerig en bood een nieuw biertje aan. Tijdens dit voorval moest iemand de camera hebben weggenomen, zo betoogde de verzekerde. Uiteraard was er aangifte bij de politie gedaan van het voorval, en uiteraard was de dief niet opgespoord, dat gebeurde zelden of nooit in dit soort gevallen.
Dit was nu typisch zo’n twijfelgeval, dacht Jos. Het was bekend dat veel valse aangiftes betrekking hadden op digitale fotocamera’s. De eigenaar verkocht het betreffende toestel onderhands door omdat hij een beter exemplaar op het oog had en claimde het verlies vervolgens bij zijn reisverzekering. Was dat nu ook gebeurd? Jos kon er geen antwoord op geven. Deze wijze van diefstal kwam veel voor, dat was een feit. De één leidde de aandacht van de eigenaar af terwijl een ander het toestel stal. Maar kwaadwillenden wisten ook dat het op deze manier gebeurde en maakten daar natuurlijk dankbaar gebruik van bij hun valse aangiftes. Gelukkig hoefde hij dit soort gevallen niet te beoordelen, daar was een andere afdeling voor. Jos stuurde de schademelding door aan een collega van de afdeling schade-afhandeling.
Buiten hoorde hij dat er op de snelweg hard werd geremd, iets dat wel vaker voor kwam, Jos keek bijna altijd wat er gebeurde. Daar kreeg hij deze keer de tijd niet voor.
“Ha Jossie, zit je weer naar buiten te staren? Heb je dit weekeind nog een meid kunnen scoren in de kroeg of heb je weer je eigen lakens bevuild? Je weet toch wel dat zoiets niet mag van meneer pastoor?”
Saskia kwam de afdeling opgelopen. Jos mocht haar absoluut niet en dat kwam voornamelijk omdat ze zo vreselijk grof in de mond was. Saskia schrok er niet voor terug om op de afdeling uitvoerig haar liefdesleven te beschrijven, zonder ook maar één detail onvermeld te laten. Met enige regelmaat richtte ze haar spot op Jos die vervolgens poogde haar opmerkingen te negeren. In het verleden had hij wel eens geprobeerd haar opmerkingen op gevatte wijze te pareren. Dat was op een volkomen mislukking uitgelopen, Saskia was veel te goed van de tongriem gesneden, daar kon hij niet tegenop.
Gelukkig betrad direct daarna Joris Jeurissen de afdeling, Jeurissen was de vijftig ruimschoots gepasseerd en genoot daarom op de afdeling een zeker aanzien. Zelfs Saskia hield rekening met hem. Ook Joris Jeurissen nam soms aanstoot aan Saskia’s verhalen en vroeg soms of ze haar taalgebruik wilde kuisen. Ook nu ging ze niet door met haar plagerijen. Jos slaakte in gedachten een diepe zucht.
De rest van de morgen werkte hij geconcentreerd door en probeerde zich zo min mogelijk te bemoeien met de rest van de afdeling. Dat was overigens niet eenvoudig, want de meeste collega’s wilden maar al te graag vertellen wat ze in het weekeind mee hadden gemaakt. Ondanks de kritische blikken van Joris Jeurissen vertelde  Saskia over haar wilde weekeind met ene Klaas. Vooral Anita, haar directe collega, wilde alles weten.
“Nou, ik ontmoette hem in dat Ierse café op het Leidseplein, je weet wel, op de hoek met de Leidsestraat.”
“Was je alleen dan?”
“Nee, natuurlijk niet meid, ik was met een buurmeisje van me. Maar toen ik die gozer aan de bar zag zitten heb ik haar snel geloosd.”
“Natuurlijk,” beaamde Anita. “Heeft hij jou verleid?”
“Dacht van niet meid, je weet toch dat ik me niet laat verleiden? Ik ben gewend om te krijgen wat ik hebben wil.” De schelle lach van Saskia klonk over de afdeling. “Ik heb hem een poosje strak aangekeken en toen hij daarop niet reageerde ben ik op hem afgestapt.”
“En toen?”
“Hoe bedoel je?”
“Nou gewoon, wat is er toen gebeurd?” Anita was vreselijk nieuwsgierig geworden, dat was wel duidelijk.
“Dat kan ik hier niet hardop zeggen,” zei Saskia, ze keek daarbij naar Joris Jeurissen. “Maar ik kan je wel vertellen dat die Klaas een beest in bed was.” Weer klonk haar schelle lach.
Jos had flarden van het gesprek gehoord en keek onwillekeurig Saskia’s kant op.
“Wat kijk je, Jos? Daarmee bedoelde ik echt jou niet hoor.”
De dames schoten in de lach en Jos voelde dat hij een rood hoofd kreeg. Snel ging hij verder met zijn werk. Jos snapte niet waarom Saskia zomaar met een vreemde jongen meeging. Het was zo’n  jongen toch alleen maar om de seks te doen? Op die manier zou ze nooit een geschikte echtgenoot vinden.
Meestal ging Jos in de middagpauze naar huis om te eten, vandaag regende het en besloot hij gebruik te maken van de bedrijfskantine. Om de drukte daar te vermijden ging hij een kwartier later met lunchpauze dan zijn collega’s, dan hoefde hij niet in de rij te staan in de kantine. Helaas waren op dat moment de kroketten op, hij durfde niet aan de kantinejuffrouw te vragen of ze er voor hem nog een in de frituur wilde doen. Aan een apart tafeltje lepelde hij zijn kom tomatensoep uit en at hij zijn broodjes.
 

22/12/2015 17:02

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert