De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 1

Door Koen V gepubliceerd.

De week van Jos. Novelle-hoofdstuk 1. Dit is een novelle die ik een tiental jaren geleden heb geschreven, veel leesplezier.

Amsterdam – van onze verslaggever

Ondanks een uitgebreid onderzoek heeft de politie nog steeds geen spoor van de ‘Rembrandt-verkrachter’ die actief is in het Hoofdstedelijke Rembrandtpark, het laatste incident heeft inmiddels vier maanden geleden plaatsgevonden. Onzeker is of de ‘Rembrandt-verkrachter’ zijn werkterrein heeft verlegd of dat hij, tijdelijk, niet meer actief is.
In het afgelopen jaar zijn vijf vrouwen het slachtoffer van deze verkrachter geworden, de politie stelt daarom alles in het werk om de dader te arresteren zodat de rust in het park kan wederkeren. De dader is een blanke man van tussen de twintig en vijfentwintig jaar oud. Hij slaat in de nachtelijke uren toe en altijd in het weekeind. Hij gaat onopvallend gekleed: blauwe spijkerbroek, donker jack en zwarte schoenen. Om zijn gezicht onherkenbaar te maken draagt hij een donkergroene bivakmuts. Opvallend is het beschaafde taalgebruik dat de ‘Rembrandt-verkrachter’ gebruikt, hij spreekt met een licht Amsterdams accent.
De vrouwelijke slachtoffers worden van achteren  van hun fiets getrokken en onder bedreiging van een mes in de naastgelegen bosjes bruut verkracht. Vermoedt wordt dat de ‘Rembrandt-verkrachter zich per fiets verplaatst.
Om te voorkomen dat nieuwe slachtoffers worden gemaakt vraagt de politie nogmaals uw medewerking. De politie verzoekt een ieder die inlichtingen kan verschaffen die kunnen leiden tot de aanhouding van deze verkrachter zich te melden. Mensen die verdachte personen- of omstandigheden zien in, of in de omgeving van, het Rembrandtpark worden gevraagd zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de politie op nummer 06-8844.


Hoofdstuk 1

“In de naam van de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest…”
“Amen,” mompelde Jos Bakelman terwijl hij in navolging van de priester op het altaar een kruisteken sloeg. De hoogmis was ten einde en de organist zette het naspel in, de luide tonen van het orgel rolden grotesk door de kerk. Jos was een groot liefhebber van orgelmuziek en bleef daarom nog in de harde houten kerkbank zitten terwijl de meeste gelovigen opstonden om de kerk te verlaten. Zijn ogen dwaalden door de neogothische kerk en bewonderden de grote gebrandschilderde ramen, het rijk geornamenteerde altaar en de prachtige schilderingen op het hoge plafond.
Jos Bakelman ging iedere zondag om half tien naar de mis in De Krijtberg op het Singel in Amsterdam. Tijdens zijn jeugd bezocht hij een kerk in Slotervaart, een nieuwbouwwijk in Amsterdam West. Hoewel ook dat een katholieke kerk was voelde hij zich in het gebouw dat opgetrokken was uit voornamelijk beton en glas niet thuis. Er hing een koele sfeer en de Hollandse liturgie sprak hem niet aan, hij hield er niet van om Nederlandse liederen te moeten zingen. Hier in De Krijtberg hing een mystieke sfeer die werd opgeroepen door de rijke interieurversieringen maar vooral ook door de Latijnse gezangen. Jos had het idee dat hier alles was zoals het in een katholieke kerk hoorde te zijn, het klópte gewoon.
Op het moment dat het slotakkoord van het orgel klonk stond Jos op en verliet de kerk. Buiten moest hij zoals gewoonlijk knipperen met zijn ogen door het felle zonlicht. Zijn fiets had hij met een hangslot vastgezet aan de brug over het Singel, omdat hij geen auto bezat was hij voor zijn vervoer totaal afhankelijk van zijn fiets. Die stond daarom altijd vastgeketend met twee sterke sloten aan een brug of lantaarnpaal zodat hij niet gestolen kon worden zoals een aantal van zijn voorgangers.
Na het bezoek aan de kerk ging Jos iedere zondag op bezoek bij zijn ouders, zo ook vandaag. Ruim een half jaar geleden had hij een woning toegewezen gekregen in de Heemstedestraat, vlakbij het Hoofddorpplein. Eerst had hij nog getwijfeld of hij de woning wel moest accepteren want hij had het bij zijn ouders goed naar zijn zin. Zijn vader had gezegd dat tweeëntwintig een mooie leeftijd was om op eigen benen te staan en had hem aangeraden deze kans te benutten. Natuurlijk was hij altijd van harte welkom om langs te komen en mee te eten. Zijn moeder had hem liever nog thuis gehouden maar had haar stille verzet al snel opgegeven. De ouders van Jos woonden in de Jacob Geelstraat in Slotervaart en dat was maar tien minuten fietsen vanuit de Heemstedestraat. Zo kwam het dat Jos gemiddeld een keer per week een avond bij zijn ouders televisie ging kijken. Op zondag ging hij er ’s middags al naar toe en bleef hij vervolgens tot na het avondeten.

Zijn fiets stond nog op de plaats waar hij hem had achtergelaten en Jos maakte de kettingsloten waarmee hij aan de brug vast stond los. Die morgen was het flink mistig geweest, maar nu het bijna elf uur was lukte het de zon om een deel van de mist te verjagen. Dit proces leverde een mooi gezicht op over de Amsterdamse binnenstad. Flarden mist hingen nog tussen de huizen, maar op enkele plaatsen wist de zon terrein te winnen. Hoewel het voor oktober al behoorlijk fris was, zo rond de vijf graden schatte Jos, voelde het niet koud aan omdat de wind totaal ontbrak. Genietend van de stilte fietste hij over het Singel in de richting van de Raadhuisstraat. Alleen op zondagmorgen vond je nog rust op de Amsterdamse grachten, de rest van de week was het daar veel te druk om van de mooie grachten te genieten.
Bij de Raadhuisstraat aangekomen sloeg hij linksaf en fietste hij over de Rozengracht richting de Jan Evertsenstraat. Binnen twintig minuten stond hij bij zijn ouders voor de deur in de Jacob Geelstraat.
Tijdens de twintig jaren die Jos hier woonde, had hij de buurt grondig zien veranderen. In de loop der jaren kwamen steeds meer allochtonen in de buurt wonen. Jos had dat met name op school gemerkt. In het basisonderwijs had hij nog maar een paar buitenlandse kinderen in zijn klas gehad, later op de HAVO was dat radicaal veranderd, toen had hij nog maar een paar blanke medescholieren. Hij voelde geen aversie ten opzichte van buitenlanders, wel stoorde hij zich aan hun onaangepaste gedrag. Zowel op school als daarbuiten ging hij niet veel met buitenlanders om, Jos was altijd een eenling geweest die weinig met leeftijdsgenoten optrok. Na school ging hij direct naar huis en maakte zijn huiswerk, na het eten keek hij met zijn ouders televisie waarna hij vroeg naar bed ging.
Zijn ouders kwamen oorspronkelijk uit Drenthe, omdat zijn vader een goede baan kon krijgen bij een grote kabelfabrikant in Amsterdam Noord waren zijn ouders naar Amsterdam verhuisd. Zijn moeder was de veertig al gepasseerd toen Jos ter wereld kwam, broers of zusters had hij niet.
Jos bezat nog steeds de sleutels van zijn ouderlijk huis, hij zette zijn fiets in de kelderbox en nam vervolgens het trappenhuis naar de 2e etage. Aanbellen deed hij niet, hij was nog steeds gewend om met de sleutel naar binnen te gaan hoewel hij al een half jaar niet meer op dit adres woonde. Binnen zag hij dat de tafel al was gedekt voor de lunch. Zijn moeder gaf hij zoenen op beide wangen, zijn vader sloeg hem op de schouder. Ze gingen direct aan tafel, dat kwam goed uit want de fietstocht had Jos hongerig gemaakt. Voor er echter gegeten kon worden werd er eerst uitvoerig gebeden, ook de ouders van Jos waren van streng katholieke huize. Tijdens het eten werd amper gesproken. Ook toen Jos nog thuis woonde werden er aan tafel weinig gesprekken gevoerd.
Nadat zijn moeder de tafel had afgeruimd, las Jos uitgebreid de krant aan tafe. Zelf had hij geen abonnement genomen omdat hij nog zo vaak bij zijn ouders op bezoek ging. Zijn vader luisterde naar de nieuwsberichten en de commentaren op de radio.
“Hoe was het vanmorgen in de kerk jongen?”
Zijn ouders waren de kerk tegenover hun huis altijd trouw gebleven, Jos had al vaak geprobeerd hen te overtuigen van het feit dat De Krijtberg een veel prettiger kerk was dan de betonnen bunker waar zijn ouders naar toe gingen. Zijn vader had altijd gezegd zijn oude kerk trouw te blijven, het ging immers om het geloof en niet om het pand. Zijn moeder neigde naar een eventuele overgang van kerk, maar vaders wil was binnen dit gezin wet.
“Het was mooi, moeder. U zou toch echt eens moeten komen kijken.”
“Je weet dat je vader het er niet mee eens is.”
De vader van Jos had het gesprek ongetwijfeld gehoord, maar wenste er geen commentaar op te leveren. Voor altijd en eeuwig een stugge Drenth, dacht Jos die het onderwerp uit respect voor zijn vader maar liet rusten.
“Leuk dat jullie straks de wedstrijd Ajax tegen Feijenoord op de televisie kunnen zien.”
Als geboren Drenth was zijn vader naast stug ook een zuinig man. Na zijn verhuizing naar Amsterdam was hij echter een fanatiek aanhanger van Ajax geworden. Niet dat hij naar de wedstrijden in de Amsterdam Arena ging kijken, hij volgde de wedstrijden van zijn favoriete club liever via teletekst en de radio. Toen de mogelijkheid ontstond om via een betaalzender de voetbalwedstrijden live op televisie te volgen had zijn vrouw er op aangedrongen een abonnement af te sluiten. Voor de vorm had hij nog enige tijd tegengesputterd, maar al gauw was de decoder aangesloten. Nu keken vader en zoon iedere zondagmiddag naar een wedstrijd.
“Ja, moeder, ik denk dat het een leuke wedstrijd gaat worden.”
“Wie denk je dat er gaat winnen?”
Jos haalde zijn schouders op, hij wist het niet.
“Als het maar een mooie wedstrijd wordt om te zien,” zei zijn moeder. “Ik hoop alleen dat het geen wedstrijd wordt waarin veel blessures vallen, ik vind het spel tegenwoordig veel te ruw. En dan al dat geweld van supporters, ik snap tegenwoordig niets meer van de wereld.”

Een paar minuten voor half drie zette zijn vader pas de televisie aan, hij had een hekel aan al het gepraat dat vooraf ging aan een wedstrijd. Alleen het voetbal is belangrijk, oreerde hij vaak, al dat gepraat was maar bedoeld voor het oppoetsen van het ego van de presentator.
Het spel kon Jos niet echt boeien, de topper viel dit jaar aan het einde van het seizoen en Ajax had al een dermate grote voorsprong op de concurrentie dat het kampioenschap de ploeg al niet meer kon ontgaan. Het spel werd hierdoor negatief beïnvloed. Beide ploegen wilden niet verliezen en mede daardoor eindigde de wedstrijd in een gelijkspel; 0-0.
“Snap jij die slappe zakken? Ze verdienen miljoenen en weigeren zich vervolgens in te spannen. Ik ben ook eigenlijk gek dat ik er nog naar kijk.”
Jos had deze uitbarsting van zijn vader wel verwacht, hij was immers pas tevreden als zijn geliefde ploeg met minimaal vijf doelpunten verschil won en zelfs dan nog beweerde hij dat het verschil makkelijk groter had kunnen zijn.
Persoonlijk maakte het Jos niet uit wie er won. Hij zag graag een mooie partij voetbal en sentimenten als clubliefde waren hem totaal vreemd. Daarom snapte hij ook niet zo goed waar zijn vader zich zo druk om maakte. Vroeger hadden ze daar wel eens ruzie over gemaakt.
Om de discussie uit de weg te gaan liep Jos naar de keuken om daar zijn moeder te helpen.
“Alle hulp is welkom, dat weet je. Wil je de aardappelen schillen?”
Zijn moeder gaf hem de zak met aardappelen en een krant. Jos nam plaats aan de keukentafel en ging aan de slag.
“Dat doet je vader nou nooit,” sprak zijn moeder na enige tijd. “Hij zit de hele zondag in zijn stoel en doet niets anders dan mopperen. Nu over de prestaties van Ajax en straks ongetwijfeld weer over de buitenlanders hier in de buurt.”
“Heeft hij het nog steeds zo moeilijk op zijn werk?”
Zijn moeder knikte. “Ja, hij kijkt echt uit naar zijn pensionering. Dat zal een zegen zijn, zowel voor hem als voor mij.”
Zijn vader kon de technische ontwikkelingen in zijn vak niet goed meer bijhouden en daardoor had hij een hekel aan zijn werk gekregen bij de kabelfabriek. In de loop der jaren was hij op het gebied van technische kennis voorbijgestreefd door mensen die nog maar pas bij het bedrijf werkten. Dat had hem gestoken en in plaats van zijn eigen kennis op te schroeven, was hij zich gaan afzetten tegen die collega’s waardoor de werkverhoudingen gespannen waren geworden.
“Ja, het wordt tijd dat hij stopt met werken,” beaamde Jos.
Zijn moeder zuchtte slechts.
“Het is allemaal zo anders geworden sinds jij hier niet meer woont, jongen.”
Jos wist niet goed hoe hij hierop moest reageren en ging zwijgend door met het schillen van de aardappels. Hij had al eerder gemerkt dat zijn moeder hem thuis miste en dat ze daardoor soms verdrietig was. Over gevoelens werd binnen het gezin nooit veel gesproken waardoor moeder en zoon zwijgend tegenover elkaar aan de keukentafel zaten. Jos schilde de aardappels, zijn moeder haalde de boontjes af.
Na het eten nam hij afscheid van zijn ouders en reed hij op zijn fiets naar huis.

 

22/12/2015 16:18

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert