Verschillende soorten spanmiddelen

Door Mereltje gepubliceerd.

58e1d5f187133cfe32da23d8f528b8f9_1408432

Om werkstukken vast te zetten, zodat ze bewerkt kunnen worden, zijn veel verschillende opspanmiddelen. Ter voorbereiding voor een technische opdracht, dook ik deze metaalindustrie wereld eens in. Ik maakte een overzicht van de belangrijkste spanmiddelen en hun mogelijkheden.

6bab5682ad19130ae17b5348f32594d8.jpg

Er zijn veel verschillende spanmiddelen, zoals: machineklemmen, spanplaten, klauwplaten, spantangen, spandoorns, snelspanners, spanblokken, magnetische spanplaten en centreermiddelen.

Welk spanmiddel je het beste kunt kiezen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het werkstuk (de maat en vorm), de bewerking (draaien of frezen) en moet je één of maar enkele van dit product maken of een grote serie. (meer weten over: Spanmiddelen bij het draaien en frezen)

De machineklem of paralelklem.

De machineklem is een van de meest gebruikte universele spanmiddelen. Hierin kun je werkstukken van normale afmetingen en rechthoekige vorm vastzetten. De machineklem wordt ook wel parallelklem genoemd en is een van de meest gebruikte universele spanmiddelen.  
Er zijn verschillende uitvoeringen: de vaste machineklem, de draaibare machineklem, de universele machineklem en er zijn ook machineklemmen vervaardigd volgens het bouwdoos- principe, waar je meer mogelijkheden mee hebt. Een universeel systeem, dat je voor veel spanproblemen kunt gebruiken. Met uitwisselbare inzetstukken zoals bekken, aanslagen en opleglijsten zijn de bankschroeven geschikt te maken voor het klemmen van uiteenlopende werkstukken. In het grondvlak van de klem zitten pasgaten of een vertanding, waardoor de aanslagzijde van het werkstuk makkelijk te verplaatsen en exact gepositioneerd is.
Een machineklem kan een vaste en een losse bek hebben, maar ook twee beweegbare bekken of een vaste en een losse en tevens instelbare bek. Met een instelbare bek kun je ook werkstukken van onregelmatige vorm vast zetten, de bekken staan dan niet meer parallel. Het openen van de machineklem kan doormiddel van: een schroefdraadspil, oliedruk, luchtdruk, een kniehefboom, een excenter of een combinatie hiervan.

Spanplaat of kikkerplaat.

Om een werkstuk vanaf de bovenkant te klemmen gebruik je een spanplaat of kikkerplaat. De spanplaat is het onderdeel, dat door aandraaien van een moer de klemming op het werkstuk uitoefent. Het werkstuk mag niet verschuiven, daarom moet de klemkracht verticaal op het werkstuk staan. De spanplaat moet dus gelijk staan met het klemvlak van het werkstuk en het spanvlak van de opspantafel, hier voor kun je vulstukken gebruiken. De spanbout kun je het beste zo dicht mogelijk bij het werkstuk plaatsen. De spankracht ontstaat door de moer aan te draaien, om een goede belasting te krijgen zijn de moer en sluitring bol en hol.

77a825edf4ae8972d0f5accb4d44e5c7.jpg

Klauwplaat.

Klauwplaten worden veel gebruikt bij het draaien, er zijn verschillende soorten klauwplaten. De zelfcentrerende drieklauwplaat is een van de meest gebruikte spanmiddelen bij het draaien. Ze zijn heel geschikt om cilindrische vormen, zoals flenzen, deksels en bouten te spannen. Je kunt er ook langere werkstukken mee spannen, zoals assen en voeringen, maar dan heb je hulpstukken nodig om het werkstuk te ondersteunen. De vierklauwplaat is op gebouwd uit een plaat, waarin 4 klauwen zijn bevestigd. Elke klauw kan los van de andere klauwen worden versteld, door middel van een draadspil. Voordeel van de vierklauwplaat is dat er ook onregelmatig gevormde en rechthoekige werkstukken kunnen worden gespannen. De klemkracht is groter dan bij een drieklauwplaat. Nadeel is dat de spantijd langer is dan bij een drieklauw, om die tijd korter te maken, kun je bij serie werkstukken, steeds maar twee klauwen lossen. De twee andere klauwen kunnen als aanslagen worden gebruikt.

Spantang of spandoorn.

Werkstukken met een kleine diameter kun je centreren en klemmen met een spantang of spandoorn. De spantang klemt het werkstuk uitwendig en de spandoorn inwendig. Bij een spantang staan de spanelementen wat verend naar buiten, zodat je er gemakkelijk het werkstuk in en uit kunt doen. Het werkstuk kun je vast klemmen door de spansegmenten naar binnen te bewegen, dat gebeurt door aandrukken of aantrekken. Een spantang kun je heel goed gebruiken voor werkstukken met een kleine diameter, de toelaatbare diameters staan op de tang aangegeven. Bij een goede spantang kun je een centreernauwkeurigheid hebben binnen de 0,02 mm. Een spantang en spandoorn verdelen de klemkracht over de omtrek van het werkstuk en zal daarom het werkstuk minder snel vervormen dan bijv. een drieklauw.

Snelspanner.

Met snel-spanners kun je veel tijd winnen, doordat je geen moeren hoeft aan te draaien. Een snelspanner moet je zo afstellen dat de grootst mogelijke druk wordt uitgeoefend. Er zijn verschillende soorten snelspanners: met een hefboomstelsel, met een exenter-hefboom of op olie- of luchtdruk, hierbij klemmen verbonden drukcilinders het werkstuk op verschillende plaatsen.

Spanblokken.

Spanblokken kun je gebruiken om een werkstuk direct op de spantafel vast te zetten. Ze worden alleen gebruikt voor lage werkstukken en worden ook wel eens plaatspanners genoemd.

Spanplaat.

Met magnetische spanplaten kun je dunne werkstukken vastzetten, die je niet met andere middelen kunt klemmen. Voor je een magnetische opspanplaat gaat gebruiken, moet je kijken of je aan een aantal voorwaarden voldoet. Het materiaal van het werkstuk moet magnetisch te maken zijn, het oplegvlak moet groot genoeg zijn, het werkstuk mag in verhouding niet te hoog zijn, de vorm van het oplegvlak moet goed zijn en de magnetische kracht moet voldoende zijn.

Centreermiddelen.

Om cilindrische werkstukken in de draaibank vast te zetten gebruik je centreermiddelen. Je kunt hiervoor een V-blok gebruiken, hierbij combineer je het oplegvlak en het aanlegvlak. Er zijn ook magnetische V-blokken, om cilinders in vast te zetten. De magnetische kracht is in en uitschakelbaar. Er zijn ook verschillende soorten centers waartussen je een cilinder op kunt spannen. Een vast center, dit is een stilstaand center en moet je altijd eerst van hogedrukvet voorzien, voordat je hem in het werkstuk plaatst. Een meedraaiend center, vaak ook met losse inzetcenters zoals een pijpcenter, een holcenter, een uitdrijver e.a., voor verschillende werkstukken.

c6724906e8dc531a7293eb04cb378e51.jpg

Ondersteuning.

Om te voorkomen dat sommige werkstukken vervormen, door de kracht van de opspanning en bewerking moet je soms zorgen voor ondersteuning door middel van een bril, vijzel of opvulstukken.

Spansystemen.

Er zijn ook spansystemen om nog efficiënter te kunnen werken, zoals meervoudige machineklemmen, waarin meerdere werkstukken tegelijk kunnen worden opgespannen. Verder zijn er draaitafels of verdeeltoestellen, waarin je een product op verschillende plaatsen in een opspanning kunt bewerken of meerdere werkstukken tegelijk op kunt spannen. Met een goed nulpuntsysteem kun je door het paletsysteem te gebruiken buiten de machine opspannen, de machine kan ondertussen gewoon verspanen. Wanneer je nulpunt vastligt heb je minder tijd nodig om te stellen, daardoor win je productietijd. Dit geldt zowel voor horizontale als verticale bewerkingscentra.

© Mereltje, December 2015

12/12/2015 10:13

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert