Uit liefde deel 3

Door Wimpie gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het was een paar weken later voordat ik in staat was om op zoek te gaan naar mijn redder. Van de ambulancedienst had ik begrepen dat ik opgehaald was op Zuideinde 16. In het ziekenhuis had ik te horen gekregen dat ik niet veel langer in de kou had moeten blijven…dus mijn redder had gelijk gekregen. De post deed er even niet toe. Sterker nog: van de post had ik zelfs een bloemetje gekregen in het ziekenhuis! Niet te geloven dat ik me daar zo druk om had gemaakt. Mijn been was niet gebroken maar wel zwaar gekneusd.

Ik liep nog steeds niet lekker maar ik kon de voordeur redden vanaf mijn autootje.

Toch wel zenuwachtig belde ik aan. Ik had een groot boeket en een doos chocolaatjes meegenomen om de boer te bedanken. De oude deur van de boerderij zwaaide open. Een oudere dame in schort en op sloffen keek me eerst wat verbaasd aan. Maar toen begon ze te glimlachen.

“Kijk wie we daar hebben! U bent die mevrouw die van haar fiets gevallen was, toch?” klonk het vriendelijk. Ik knikte wat verlegen. Ze wenkte me naar binnen. Door een gang liepen we naar de achterkant van het huis waar de woonkeuken zich bevond. De boer zat zijn krantje te lezen en grote mokken koffie stonden op de ovale tafel. De boerin wees naar een lege stoel terwijl ze me vroeg wat ik wilde drinken.

“Als ik u niet stoor, lust ik wel koffie..”stamelde ik. De boer keek even op. Ik zag aan zijn gezicht dat hij me niet herkende. Maar wat erger was: ik herkende hem ook niet! Zijn ogen waren hard, groen en klein. Niet de mooie bezorgde ogen die ik in mijn dromen tegenkwam…die door mijn hoofd bleven dwarrelen als sneeuwvlokjes op een stormachtige avond…

“Natuurlijk stoor je ons niet. Hé Bas, dit is de dame die toen hier met de ambulance meegenomen is!” Bas keek even op, knikte me even toe en verdween weer achter zijn krantje.

“Nou lieverd, vertel, hoe is het met je?” De boerin was blijkbaar gewend aan het onvriendelijke gedrag van haar man. Ze negeerde totaal zijn onverschilligheid en neuriede een liedje terwijl ze de koffie inschonk. Ik aarzelde even. Moest ik nu mijn verhaal vertellen, wachten tot zij klaar was met koffie inschenken (en neuriën) of eerst mijn geschenken geven?

Ik besloot tot het laatste.

“Ik wil jullie graag bedanken voor alles”, stamelde ik. Boer Bas reageerde niet. Maar de boerin kwam naast me zitten.

c0b156747266b3c0149560102f01088d.jpg

 

“Dat is heel lief van je en zeker niet nodig!” Ze had mijn koffie voor me neergezet en bleef even stil zitten. Wat verwonderd om haar reactie keek ik haar aan. En waar was mijn redder? Zou het haar zoon zijn? Hij leek me daar eigenlijk iets te oud voor….

“Weet je..”sprak ze zacht: “Zoveel hebben we niet gedaan. Eigenlijk hij al helemaal niks…”en met enig verwijt in haar stem knikte ze de kant van haar man op. Maar de boer hoorde het niet. Of wilde het niet horen, misschien.

“Rowan moet je bedanken! Hij heeft je bijna een kilometer gedragen omdat de buren niet thuis waren! Hij heeft je warm gehouden. Is tegen je blijven praten. Hij heeft ervoor gezorgd dat je te drinken kreeg…” Ze zweeg even.

Ik kon me helemaal niet herinneren dat ik zolang in zijn armen had gelegen, dat ik drinken had gehad, dat was toch bij oom Harm? Met een schok realiseerde ik me dat ik dus echt gedronken had en uiteraard niet bij oom Harm! Ik begreep dat de periode die de man, die Rowan, met me door had gebracht nog veel langer en intenser was dan ik me kon herinneren. Vaag begon ik dingen terug te halen ..maar vooral begonnen die ogen weer door mijn hoofd te malen.

“Ik dacht dat …”maar ik zweeg. Hoe kon ik uit leggen dat ik begrepen had dat hij mij naar zijn huis gehaald had.

“Toe maar liefje”, de vrouw lag haar hand even op de mijne.

“Je dacht,”ging ze verder toen ik verward bleef zwijgen: “je dacht dat hij hier woonde, hè?

Ik knikte.

“Waar kan ik hem dan vinden?”

Maar de vrouw schudde haar hoofd.

“ik denk niet dat je hem kan vinden, meisje…ik weet alleen dat hij Rowan heet omdat hij dat melde bij de ambulancebroeders..”

“Maar die stuurden me naar dit adres”, mompelde ik.

“Dat klopt. Rowan wilde niet melden waar hij vandaan kwam….” Ze zweeg opnieuw.

“Ik stond erop om hem naar zijn huis te rijden met mijn auto maar hij weigerde..ik vond het zo erg dat hij weer vertrok. De koude sneeuwstorm in. In die oude kleren van hem! Mijn man draagt nog betere in zijn werk!”Ze schudde zuchtend haar hoofd.

“En weet je..”ging ze verder: “Ik ken iedereen die hier aan het Zuideinde wonen, maar ook aan de polderweggetjes hier omheen. Hij komt hier net vandaan. En volgens mij ook niet uit het dorp….wie weet hoe ver hij nog moest!”

Ik kreeg een naar gevoel van binnen. Ik had hem eerst als engerd beoordeeld, daarna als een bewoner…hij had zoveel voor me gedaan en verdween daarna in het niets….” En sinds die constatering noemde ik hem “mijn engel”…….want zo voelde hij voor mij: een mooie, lieve beschermengel! En zijn ogen bleven me achtervolgen!

 

Lees deel 2 hier, en het vervolg hier

06/12/2015 08:18

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert