Pseudologia fantastica

Door Zevenblad gepubliceerd.

f06d314c2049d9c03cf8ba1e6ab5a60d_medium.

Zo nu en dan kom ik in mijn praktijk een geval van pseudologia fantastica tegen: één van de aandoeningen van de menselijke psyche die je niet zo vaak in het forensisch circuit aantreft.
Dat laatste is alleen maar het geval als het web van leugens dat deze patiënten zorgvuldig gesponnen hebben - vaak in de loop van jaren - bewust gebruikt wordt om anderen schade te berokkenen en er zelf beter van te worden: notoire oplichters, huwelijkszwendelaars en vervalsers die er niet voor terugdeinzen om bijvoorbeeld diploma's te fabriceren waarmee zij ver boven hun niveau aan de slag kunnen. Dit laatste zie je nog wel eens in het medisch wereldje gebeuren.

Toch maken deze pathologische leugenaars bijna altijd slachtoffers: vaak op financiëel maar vooral ook op emotioneel gebied. Hun naasten blijven meestal ontredderd achter als de waarheid ineens aan het licht komt. Maar omdat het vaak om sociopaten met narcistische kenmerken gaat liggen deze patiënten er zelf nog het minst van wakker.
Echte pseudologia is veel meer dan slechts het compenseren van een minderwaardigheidscomplex door zich slimmer, beter, rijker en interessanter voor te doen dan men is. Het belangrijkste kenmerk is dat de patiënt op den duur zelf niet meer in staat is om fictie en werkelijkheid te onderscheiden: men heeft zich zodanig met de verzonnen persoon en het gefantaseerde verleden geïdentificeerd dat men zijn eigen geheugen om de tuin leidt. Pseudologiapatiënten geloven na verloop van tijd écht dat zij de persoon zijn die zij gecreëerd hebben. Dat, maar ook de minder bizarre aangenomen identiteiten onderscheidt hen van mensen met DIS of met schizoïde waanideeën. Je zult bijvoorbeeld nooit een pseudoloog aantreffen die beweert dat hij de keizer van China, Napoléon Bonaparte of God is. Wél patiënten die volhouden hoogleraar in de astrofysica, een rijke erfgenaam of van adelijke afkomst te zijn.
 
Hij was niet eens mijn patiënt. Ik zag hem voor het eerst in een deel van de kliniek waar ik zelden kom: de recreatieruimte waar overdag onder deskundige leiding aan bezigheidstherapie gedaan wordt. Vooral vrij schilderen is een bezigheid die zowel in de diagnostiek als in de therapie een belangrijke rol speelt: veel patiënten kunnen agressie, frustraties en angsten beter op een doek dan verbaal uiten. Waar woorden tekortschieten zie je dan explosies in felle kleuren en verwarde lijnen - of juist een tot het uiterste minimum gereduceerd zelfbeeld. Soms is een zelfportret alleen maar een punt of een dunne streep in een verder lege wereld.
De therapeutische waarde is evident: zodra iemand zijn emoties kan uiten - ook al is het slechts op papier of op een doek - neemt de psychische druk af. De behandelaar vindt dan vaak ook een eerste ingang in de gecompliceerde belevingswereld van de psychisch zieke.
 
De man - ergens in de vijftig, klein en met een kalend hoofd - was in een verder leeg lokaal bezig om met acrylverf een naakt vrouwenlichaam op een doek te zetten: met enkele rake lijnen en vlakken die er op wezen dat hij een duidelijk beeld voor ogen had. Geen aarzeling en geen correcties: hij schilderde iets wat in detail in zijn geheugen opgeslagen leek te zijn.

Hij had mij niet gehoord of gezien en ik bleef geboeid kijken hoe het lichaam meer en meer vorm aannam. Het suggereerde enerzijds een volledige overgave: geheel ontspannen en zonder een spoor van schaamte - anderzijds had het iets van een kille afstandelijkheid alsof de vrouw zich niet van haar omgeving bewust was.
Dat laatste gold ook voor de schilder die zich zo te zien onbespied waande.
 
Hij mengde nieuwe kleuren op zijn palet: veel rood, wat zwart en een beetje wit. Dan pakte hij een nieuwe kwast en schilderde een bloedige snede dwars door haar keel. Hij verdunde de verf tot een dunne vloeibare substantie en slingerde die met het gehele palet in één keer op het doek: een regen van bloed verscheen op haar gezicht en haar borsten. Wat eerst op een bijna pornografisch neergezet lustobject had geleken was in enkele minutenen veranderd in een gruwelijk en grotesk lijk. 

Hij deed een stapje terug, dan weer naar voren en stipte de ogen aan met enkele witgrijze vlekken. De blik van de vrouw werd leeg. Zij staarde nu in een onpeilbare verte terwijl het bloed uit haar keel nog steeds leek te vloeien.

De schilder had in enkele minuten tijds voor mijn ogen een moord gepleegd, en wel zo realistisch dat het haast geen fantasie kon zijn. Ik weet niet wat mij op dat moment overmande: was het angst, was het walging? Mijn nekharen gingen overeind staan, mijn maag draaide zich om en ik voelde koud zweet op mijn voorhoofd. Het valt niet mee om deelgenoot van een brute moord gemaakt te worden. Ik werd er, met één woord gezegd, onpasselijk van.
 
Ik probeerde mij net zo onopgemerkt terug te trekken als ik gekomen was, maar hij had wel degelijk door dat hij niet alleen was. Hij draaide zijn hoofd naar mij om en ik verbaasde mij over de triomfantelijke blik die hij mij toewierp: het leek er haast op alsof hij mijn aanwezigheid al lang in de gaten had. Was ik soms het publiek dat hij nodig had om zijn act op te voeren? Was het bloederige tafereel op de schildersezel voor mij bedoeld? En zo ja - wat was dan de boodschap die hij over wilde brengen? 
Ik besloot de volgende dag de collega op te zoeken die hem behandelde.
Wij kennen elkaars patiënten eigenlijk alleen maar door sporadische invalbeurten bij acute situaties, maar in dit geval was de behandelaar van de schilder spoedig achterhaald. Na de maandagse teambespreking was er voldoende gelegenheid voor een gesprek onder vier ogen.
Ik vertelde de jonge psychiater wat ik de vorige namiddag gezien had.
'Jazeker', zei hij, 'dat is Jan B.' Mijn collega leek op geen enkele wijze verbaasd te zijn.

'Hij beweert al een hele tijd dat hij een lang gezochte seriemoordenaar is'.
Ik schudde mijn hoofd en probeerde uit te leggen met welke afschuwelijke precisie Jan B. de vermoorde vrouw op het doek gezet had. Als het inderdaad fantasie was dan was die wel zo realistisch dat de overstap naar de werkelijkheid - in het verleden of in de toekomst - haast niet uit te sluiten viel.
'Mijnheer B. heeft zich in de laatste jaren regelmatig bij de politie gemeld', vervolgde mijn collega. 'Elke keer als er ergens een vrouw vermoord was - direct na de eerste enigszins gedetailleerde berichtgeving - verscheen hij op een politiebureau om zich aan te geven. Met alle gruwelijke details vandien'.
 
Elke keer weer bleek dan dat hij de moordenaar niet was, omdat hij onmogelijk op de bewuste plaats en het bewuste tijdstip in de buurt van het slachtoffer geweest kon zijn. Anders dan in al die gevallen waarin de recherche juist probeert om valse alibi's te ontkrachten moest men bij hem het omgekeerde doen: aantonen dat hij de moordenaar niet kón zijn omdat hij elders geweest was toen het feit gepleegd werd. Maar toch leken de bekentenissen telkens weer echt: hij wist vaak details te beschrijven die men uit voorzorg uit de pers gehouden had, juist om valse bekentenissen van nepdaders te kunnen herkennen.
'Hij leek zich zo goed in de psyche van de moordenaar in te kunnen leven dat men er in het begin altijd weer intrapte', zei mijn vakgenoot.  'Naarmate het vaker voorkwam nam men hem niet meer serieus, en dat was behoorlijk tegen Jan's zere been. Uiteindelijk heeft zijn familie voor een opname gezorgd. Hij lijkt zich hier eigenlijk niet onprettig te voelen'.
Hij schetste in het kort hoe meneer B. zijn dagen doorbracht.
Jan B. hield op het internet plichtsgetrouw alle spectaculaire moorden op vrouwen bij en leek zich volledig in de gedachten van de desbetreffende moordenaar te kunnen verplaatsen. Hij schreef dan lange brieven aan de desbetreffende opsporingsteams waarin hij de meest gruwelijke details openbaarde. Nu hij in de kliniek zat was zijn betrokkenheid natuurlijk op voorhand uitgesloten, maar toch...
'Een geval van pseudologia fantastica', vatte mijn collega samen. 'De affiniteit met juist vrouwenmoordenaars is trouwens niet helemaal toevallig. Hij had een zeer dominante stiefmoeder die hij hartgrondig gehaat moet hebben. Wie weet hoe vaak hij haar in gedachten vermoord heeft?'
 
'Weet men wel zeker dat hij het nooit in werkelijkheid gedaan heeft?' vroeg ik - het angstaanjagende realiteitsgehalte van het schilderij nog steeds voor ogen.
'Zijn stiefmoeder is gewoon in haar bed overleden', antwoordde hij. 'Zij stierf enkele jaren geleden aan een beroerte, en ook verder zijn er geen aanwijzingen dat hij ooit ook maar één van de geclaimde feiten gepleegd heeft'.
 
Hoe dan ook - het paste helemaal niet in het soort fantasieën dat ik in studies en in de praktijk tegengekomen was als het om pathologische leugenaars ging. Die probeerden meestal zich beter en indrukwekkender voor te doen dan zij in werkelijkheid waren. Ik had nog nooit van een geval van iemand gehoord die een vrouwenmoordenaar wilde zijn.
Het komt weliswaar geregeld voor dat iemand zich aangeeft die het betreffende feit niet gepleegd heeft en een valse bekentenis aflegt. Meestal zijn dat gefrustreerde aandachtszoekers die - hoe dan ook - in de publiciteit proberen te komen omdat anders niemand hun trieste, kleurloze bestaan opmerkt. Vaak is het ook bedoeld om de familie, collega's en de nadere omgeving de stuipen op het lijf te jagen. Daar zal ook wel het nodige aan mankeren, maar er is geen sprake van een pathologie zoals bij echte pseudologen, die zelf oprecht geloven dat zij het gedaan hebben. Deze valse bekentenissen staan ongeveer op dezelfde lijn als het bewuste 'samenweefsel van verdichtsels', zoals de wet het omschrijft als het om oplichting en het 'aannemen van een valse hoedanigheid' gaat.
 
Ik vroeg mijn collega mij het dossier voor enkele dagen te lenen. Dat was geen probleem.
Ik nam de map mee naar huis en verdiepte mij in brieven, verslagen en aantekeningen die een tijdsverloop van ongeveer 15 jaar bestreken: de heer B. had inderdaad een reputatie opgebouwd waar het om gewelddadige moorden ging. Er zaten ook enkele processen-verbaal van zijn valse verklaringen ten overstaan de politie bij. Dat waren inderdaad geen outsider-verhalen waar je gemakkelijk doorheen kon prikken, maar griezelig gedetailleerde omschrijvingen: wat hij telkens bij elke handeling voelde, waarom hij het deed en hoe hij het precies deed. Om misselijk van te worden.
 
Het bleef mij bezig houden. Uiteindelijk belde ik de leider van het rechercheteam op die het onderzoek toen geleid had.
'Ja, die Jan', zei hij. 'Die heeft ons handen vol werk bezorgd. Die heeft ons veel tijd gekost die wij beter aan het zoeken naar de echte moordenaar hadden kunnen besteden.'
Ik vroeg naar de precisie waarmee Jan B. het verloop van de daad en de plaats van het delict omschreven had.
'Dat was het nu juist wat ons op het verkeerde been gezet heeft', zei hij. 'Het klopte als een bus allemaal, ook met de verslagen van de anatoom-patholoog en de technische staf, soms tot en met het laatste gore detail. Het leek inderdaad bedriegelijk echt op daderwetenschap'.
Er schoot van alles door mijn hoofd. Ik ben één van de nuchtere mensen die niet in telepathische waarnemingen of in andere paranormale verschijnselen geloven, maar toch...
Ik vroeg de politieman of hij wel eens met 'psychics' - helderzienden - werkte, die beweerden dat ze zich in een moordenaar of in een slachtoffer konden verplaatsen. 'Nee', zei hij, 'daar geloof ik beslist niet in'. 
Wij hadden het even over de ontvoering van en de moord op Gerrit Jan Heijn, waar tientallen zogenaamde helderzienden zich gemeld hadden, die stuk voor stuk zeiden te weten waar het lichaam begraven was. Geen van allen kwam ook maar enigszins in de buurt van de uiteindelijke vindplaats van het lijk in de bossen bij Doorwerth.
'Bullshit', zei de rechercheur. 'Er was maar één man die het wist, en dat was Ferdi E. zelf'.

Ik bedankte hem voor zijn tijd en legde hem tot slot nog globaal uit wat de directe aanleiding van mijn telefoontje geweest was. Het zei hem niets, maar hij gaf mij de naam en het nummer van een collega die het onderzoek in de laatste moordzaak geleid had waarin Jan B. zich als dader gemeld had.
Die kreeg ik de volgende dag aan de lijn. Nederland is maar een klein wereldje als het om moordonderzoeken gaat. Het slachtoffer was een prostituee die in een bouwput gevonden was.
Ik legde uit wat mijn rol was en schetste in het kort wat ik in het leslokaal gezien had. Ik beschreef de houding waarin hij de vrouw afgebeeld had, de snee door haar keel en het bloed dat over haar borst stroomde.
'Wel, allemachtig!' riep hij. 'Wij hebben Jan B. nooit een foto van de plaats delict en van het slachtoffer laten zien! De dader hebben wij korte tijd later aan kunnen houden. Die heeft het feit ook bekend en is bovendien voor de volle 100% door vingerafdrukken en DNA geïdentificeerd. Maar ik zal u wel een foto op de fax zetten, onder stricte geheimhouding vanzelfsprekend. Geeft u mij het nummer maar. U moet maar zien wat u er verder mee doet.'
Een uurtje later rolde een kleurenfoto uit de fax.
Ze wás het. Daar kon niet de geringste twijfel over bestaan. De houding, het letsel, het bloed. De lege blik in haar ogen die in het oneindige leken te staren. De haast obscene hoek van haar benen...
 
Dezelfde middag nog gaf ik mijn collega het dossier weer terug. 'Heb je er ooit rekening mee gehouden dat Jan B. wel eens helderziend kon zijn?'  vroeg ik.
'Nee', zei hij, 'in die onzin geloof ik niet. Ik denk eerder dat hij in zijn zieke fantasie zoveel moorden gepleegd heeft dat hij met gemak in de huid van elke moordenaar kan kruipen. Die beelden verzint hij aan de lopende band, maar hij heeft zeker niet het lef om het écht te doen.'
 
Dat laatste was ik met hem eens. Maar ik wilde zijn en mijn tijd er ook niet mee verspillen om hem te overtuigen dat wij de enige echte 'psychic' van Nederland in ons midden hadden.

      85aa216f2fcc2142319097322b3166bf_medium.

05/12/2015 23:34

Reacties (7) 

24/02/2016 08:53
Tijdens het lezen dacht ik ook: De perfecte 'profiler' (is dat de juiste term?) .

Prachtig geschreven. Is het een verslag of een (verzonnen) verhaal? In beide gevallen heeft het iets van de ander weg. Dat maakt dit artikel zo interessant!
03/01/2016 13:57
indrukwekkend verhaal
1
21/12/2015 16:29
Heel interessant.
1
09/12/2015 13:14
Prachtig en boeiend geschreven
1
09/12/2015 00:33
Indrukwekkend verhaal, goed geschreven.
1
07/12/2015 17:35
Ja, niet te geloven dat er zoiets bestaat, interessant voor de medische wereld.
1
06/12/2015 08:52
Poef....wat een verhaal! Eng!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert