HET TROTTOIR EN DE GOOT.

Door Zevenblad gepubliceerd.

Ik heb niets tegen daklozen, zwervers, schooiers en bedelaars. Mijn normale houding tegenover dit soort mensen is er één van: ze zoeken het zelf maar uit. Ik weet dat sommigen door ongelukkige omstandigheden in deze situatie terechtgekomen zijn, maar velen hebben het ook gewoon aan zichzelf te danken.

Onverschilligheid, opstandigheid, verslaving aan drank en drugs - de redenen waarom iemand uit een burgerlijk bestaan stapt of valt zijn legio. Sommigen kunnen zich niet aanpassen en anderen weer willen het ook niet.
Te vaak heb ik iemand geld gegeven en gezien dat dat bij de dichtstbijzijnde Aldi aan bier of aan een goedkope fles wijn uitgegeven werd, te vaak zag ik in hun ogen de wazige blik van een drugsverslaafde die met zijn portie methadon de dag niet doorkwam en wachtte op het moment dat hij voldoende bij elkaar gesprokkeld had om bij de dealer verderop een shot te kunnen halen.
Ik voel mij niet geroepen om dit patroon van medelijden opwekken en scoren mede in stand te houden. Noem me maar gerust een hartvochtig mens die geen compassie  heeft met de zwakke broeders die al in de eerste week van de maand hun uitkering erdoor jagen en dan drie weken lang op een houtje moeten bijten. Eigen schuld dikke bult.

De zwerver met de hond.

Het was een man van ergens achter in de veertig, broodmager en met het slechte gebit van een verslaafde die het zonde vond om zijn uitkering aan een tandarts te besteden, laat staan aan zoiets als een bescheiden burgerlijk bestaan. Ook hem had ik ooit enkele malen een euro gegeven, maar ik had het geld net zo goed weg kunnen gooien. Een bodemloze put was het.
Hij zat al wel een jaar op dezelfde plek vlakbij het winkelcentrum in mijn buurt waar ik bijna elke dag langs kom. De laatste tijd was hij duidelijk aan het aftakelen en hij nam ook niet meer de moeite om zijn lege bierblikken in de container te gooien. Die stonden naast hem langs de muur. Sinds vorig najaar had hij ineens ook een hond bij zich.
Het was zo te zien een kruising, ergens tussen een herder en een terrier in, met een ruige vacht en een aardig, vriendelijk koppie. Ik verbaasde mij over de schrandere blik in zijn ogen die in schril contrast stond tot de fletse gelige ogen van zijn baas. Het dier zat de hele godsganse dag rustig naast hem op het trottoir, blafte of gromde nooit en negeerde andere honden volledig. Het was net alsof hij het lot van zijn baas geheel vrijwillig deelde en dat ook niet meer dan vanzelfsprekend vond.

Toen ik de indruk kreeg dat hij wat magerder werd begon ik te vrezen dat zijn baas het bij elkaar geschooide geld liever aan drank besteedde dan aan hondenbrokken. Ik besloot dus de onschuldige helft van het duo te ondersteunen, en wel zo dat mijn bijdrage daar terecht kwam waar die voor bedoeld was: bij de hond. Vanaf die dag nam ik bijna dagelijks een zakje hondenvoer mee, een stukje vlees, een bot van de slager om op te kauwen of een handvol vitaminesnoepjes voor viervoeters. Mijn almoes werd elke keer opnieuw in dank aanvaard. Het mij vervolgens demonstratief toegeschoven geldbakje van zijn baas negeerde ik daarentegen. Ik zei dan vriendelijk 'tot morgen' en ging naar huis.

Een lege plek.

Totdat ik er eind januari ineens tevergeefs kwam. Baas en hond waren nergens meer te zien en de volgende dagen ook niet. Ik vroeg mij af wat er van dat tweetal terechtgekomen was, maar vond het eigenlijk te gek om daar werk van te maken.

Enkele dagen later werd er 's avonds aangebeld.
Het was de wijkagent van onze buurt, in uniform, met een briefje in zijn hand.
"Bent u de man die de hond van de dakloze bij het winkelcentrum te eten heeft gegeven?" vroeg hij. "Volgens mensen hier in de buurt moet u dat zijn".
Ik knikte verbaasd, verrast over wat mensen allemaal waarnemen en onthouden. "Ja", zei ik, "tenzij er meer mensen geweest zijn die de hond gevoerd hebben".  

"Er was er maar een die dat deed volgens de heer B." zei de agent. "Mag ik binnenkomen?"

De wijkagent ging aan de tafel zitten en keek mij onderzoekend aan, net alsof hij zich afvroeg wat voor raar soort mens ik was. Ergens zag ik twijfels in zijn ogen: hij kon mij kennelijk niet zo eenvoudig plaatsen als hij van te voren gedacht had.
"De heer B. is vorige week plotseling overleden, hoogstwaarschijnlijk aan een alcoholvergiftiging." zei hij. "Hij had een brief voor u bij zich".
Ik haalde mijn schouders op en schudde mijn hoofd. "Ik ken de heer B. verder niet", zei ik op vlakke toon, "en ik ben ook geen familie van hem. Maar wat is er met de hond gebeurd?".
"Die hebben wij naar het asiel gebracht", zei de agent. "Er was geen land met hem te bezeilen. Hij was behoorlijk agressief toen het stoffelijk overschot weggehaald werd." Hij vouwde de brief open en gaf hem aan mij.

Het testament.

Het was een kort schrijfsel van een niet al te vaste hand:

Beste medemens. Ik noem u maar zo omdat ik uw naam niet weet.
Ik weet dat u een hart voor dieren hebt, en dat heb ik erg op prijs gesteld. Ikzelf ben de moeite van het redden niet meer waard, daarvoor ben ik veel te ver heen. Ik weet ook dat het afgelopen is met mij. Dat kan mij niet zoveel schelen. Maar ik ben bezorgd om mijn Zorro.
Het is een lieve hond en hij is pas één jaar oud. Ik zou graag willen dat hij bij u onderdak vindt, tenminste als u dat zou willen. Ik heb hem liever niet in
een asiel en ook niet bij slechte mensen die niet goed voor hem zorgen. Bij mij had hij het ook niet zo geweldig, maar ik was wel gek met hem. Hij is  het enige wat nog een beetje waarde voor mij heeft. Ik hoop dat u hem wilt nemen en voor hem wilt zorgen.
Wouter B.

Ik draaide het briefje om. Daar stond in drukletters: AAN DE MAN DIE ALTIJD ETEN VOOR ZORRO MEEBRENGT.
De wijkagent stond op en gaf mij een hand. "U moet maar zien wat u ermee doet", zei hij. "Ik laat het hier verder bij".

Er volgde een onrustige nacht met veel pro's en contra's.
Het was in mijn vroege jeugd dat ik voor het laatst een hond had gehad. Daarna was mijn leven tientallen jaren te hectisch geweest om ook maar aan een huisdier te kunnen denken. Sindsdien was het niet meer bij mij opgekomen. Maar ik hoefde niet meer te werken, was financiëel onafhankelijk en er was ook niemand in mijn leven waar ik rekening mee diende te houden. De beslissing was dus geheel aan mij.
En ja, waarom eigenlijk niet? Of anders, waarom eigenlijk wel?  

Zorro.

      2cae6a3494f9c3d08c9d17f0a3ef299d_medium.

Nog steeds verscheurd door hevige twijfels stond ik vroeg op en reed naar het dierenasiel aan de rand van de stad. Ik liep langs rijen kooien met honden, groot en klein, bruin, zwart en wit, muisstil of opgewonden blaffend, net zo lang tot ik hem vond. Alleen in een kooi, achteraan op de eerste verdieping, met de kop op zijn poten, in de verste hoek.
Ik bleef staan en keek naar hem. Toen zei ik zachtjes "Zorro?"
"Hij is vrij agressief", zei de verzorgster, "maar het is nog een jong dier. Die kan nog wel opgevoed worden".
De hond keek op en begon onmiddelijk te kwispelen. Hij kwam overeind, drukte zijn neus tegen de tralies en stak er zijn rechter poot door, alsof hij mij wilde begroeten. Ik pakte voorzichtig de poot vast en hij begon zachtjes te janken.
"Hij is van een overleden zwerver", vertelde het meisje, "de politie heeft hem gebracht. Hij is inmiddels gecastreerd, ontwormd en hij heeft een vlooienbehandeling gehad."
"Ik neem hem mee", antwoordde ik, "en of u het gelooft of niet, ik heb hem geërfd".  Ze lachte wat, haalde Zorro uit de kooi, deed hem een riem om en gaf die aan mij. Hij ging tegen mij op staan en likte mijn gezicht - het leek haast alsof hij al die dagen op mij had zitten wachten.
"Merkwaardig", zei ze, "hij was tot nu toe behoorlijk onvriendelijk".

Ik volgde haar naar het kantoortje en betaalde de rekening, inclusief de kosten voor de behandelingen. Daarna liep ik met Zorro naar de auto en wij reden naar huis. Dezelfde dag nog kocht ik een mand, een kussen, een deken, een voorraad hondenvoer en een schepje plus plastic zakjes voor wat er uiteindelijk van het voer overbleef.  

De les.

De eerste dagen hield ik hem aan de lijn als ik met hem ging lopen, maar hij bleef zo dicht bij mij dat ik het daarna niet meer nodig vond. Hij week inderdaad geen stap van mijn zijde. Totdat...
Tot die dag dat ik, eigenlijk toevallig, in de buurt van het winkelcentrum kwam. Zorro zette het ineens op een lopen en voordat ik er erg in had was hij uit het zicht verdwenen.  Ik riep hem, maar hij kwam niet terug. Pas toen ik de hoek om kwam waar de winkelwagentjes van de supermarkt staan zag ik hem. Hij zat precies op de plek waar hij altijd met zijn baasje gezeten had en keek vol verwachting naar mij op. Ik ging uiteindelijk hoofdschuddend naast hem zitten en nam hem ontroerd in mijn armen.
Hij leek helemaal gelukkig, likte mijn handen en keek zielstevreden naar de voorbijgangers die met hun karretjes op weg waren naar het parkeerterrein.
Daar zat ik dan, op het trottoir, met mijn rug tegen de muur en met Zorro
naast mij, op de bekende plek.
Sommige mensen bleven even staan en keken naar ons alsof zij iets bekends zagen. Het ontbrak er alleen nog aan dat zij ons wat munten toegooiden, maar er stond natuurlijk geen bakje. Velen wendden ook hun hoofd af en liepen snel door.

Terwijl ik er zo zat bedacht ik ineens dat de dakloze alcoholist Wouter B. mij toch wel iets meer dan een liefdevol, trouw maatje nagelaten had: een geheel nieuw perspectief hoe je tegen mensen aan kunt kijken - van beneden naar boven in dit geval. Verder een beetje meer begrip voor het ruige leven op straat en, last but not least, een kleine portie nederigheid.
Het was even slikken toen een jonge moeder met een klein meisje bleef staan en het kind voorzichtig een muntje bij mij neerlegde. Ik zei 'dankjewel' en boog mijn hoofd in de richting van haar moeder.

Misschien had ik dat inderdaad nodig gehad: een subtiel lesje over hoe dicht het trottoir en de goot bij elkaar liggen.

 

 

 

 

04/12/2015 22:13

Reacties (2) 

1
13/12/2015 22:42
Blijf het een geweldig verhaal vinden en zit er ook nu weer bij te snotteren.
1
09/12/2015 00:42
mooi :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert