Illegaal in Cambodja (2)

Door Zevenblad gepubliceerd.

De wegen in de bergen waren ruig, met diepe kuilen en brokken steen, en de vering van ons transportmiddel was niet al te best meer. Bij elke klap hielden wij ons aan de beugels vast, maar Bingh bleef vriendelijk grijnzen. Wij ook, in arren moede.
Het berglandschap was prachtig, en af en toe doken wij een stuk oerwoud in. Bingh wees naar achteren en zei: 'Border!' Ziezo. Wij waren nu dus in enemy territory.

a2f773ead58517e43f8ac97f56e7599d_medium.
Even later kwam een terreinwagen vanuit onze rijrichting met daarin twee tot aan de tanden gewapende jochies. Ze stopten, zwaaiden vriendelijk naar ons, keerden dan hun voertuig en en waren al gauw weer in de verte verdwenen. Het waren verkenners die voor ons uitreden en keken of de kust verderop veilig was. Ze deden er wél moeite voor, dat was duidelijk.
Een uurtje later kwamen wij ze weer tegen: op een open plek in het bos 
Er stond een tent met een tafel en klapstoelen. Op de tafel stond onze lunch uitgestald: veel fruit (gejat van de Thaise plantages?) en flesjes mineraalwater uit de supermarkt in Chanthaburi. Iedereen kreeg een  kommetje met koude heldere soep met rijst er in ('Chicken!' zei Bingh met stralende ogen), zonder lepel overigens. Wij dronken uit de kommen en het was behoorlijk scherp. Lekker!
Er volgde een plaspauze in de bosjes, die van te voren door de twee verkenners met stokken zorgvuldig afgeklopt werden om eventuele reptielen te verjagen. Ze dachten ook overal aan! Naast de handel met 'gemstones' waren de safari's met toeristen kennelijk een dierbare bron van inkomsten, en daar moest je zuinig op zijn. Één ongeluk en je was je reputatie kwijt.

In de middag kwamen wij in een dal terecht. Het was er een stuk warmer en er verschenen geplette muggen op de voorruit. Wij namen al de hele reis trouw onze malaria tabletten in en smeerden ons in met een anti-muggen spray. Het zou wel zo'n vaart niet lopen.

Verderop zagen wij de eerste huisjes: er woonden zowaar mensen.
Wij hadden uit Thailand kleine dingen meegenomen voor het geval wij ergens kinderen tegen zouden komen: schoolschriften, ballpoints en snoepjes. Maar tot dusver was er geen kind te zien.
Tegen de avond waren wij weer in de bergen. Het werd koeler en de muggen verdwenen gelukkig weer. Net voor het invallen van de nacht bereikten wij het kamp.
Het waren vier of vijf tenten in camouflagekleuren, waarvan één vrij grote. Daar bleek de commandant in te resideren. Hij kwam ons vriendelijk lachend tegemoet en wuifde ons naar binnen. Wederom stond er een gedekte tafel klaar, deze keer gedekt voor 3 personen. Onze begeleiders waren kennelijk niet van de partij. Een soort Captain's dinner? Er was brood, thee, fruit en een rijstschotel met veel groente en kruiden.
Na de maaltijd verscheen een jongeman die kennelijk als tolk moest fungeren. Daar kwam niet veel van terecht, maar met gebarentaal kwamen wij een heel eind. De baas haalde ergens uit een hoek een doos vandaan en gooide de inhoud op de tafel.
Wel ja, nu kwam de aap uit de mouw: meneer had zijn eigen edelsteenhandel. Allemaal kleine zakjes met één of meer saffieren, robijnen en stenen in andere kleuren: sommige ruw, andere reeds gepolijst of geslepen. Op elk zakje stond een prijs in dollars.

f0789d410855dce88b3d585765cf9d30_medium.
Nu zijn wij geen experts, maar wij gingen er maar gewoon van uit dat het geen bont glas was wat daar voor ons uitgestald werd. Gewoon omdat wij dachten dat neppers van gekleurd glas in die contreien moeilijker te krijgen zouden zijn dan echte stenen. Wij kochten uiteindelijk een aantal ruwe stenen in mooie kleuren, voor in totaal 60 $. Wij wilden hem ook niet voor het hoofd stoten tenslotte.

De nacht verbrachten wij niet in een tent, maar op twee veldbedden in de laadbak van onze pickup: dat was veiliger, zeiden ze. Omdat ze ons dan bij dreigend gevaar sneller konden evacueren soms? Bingh bleef bij ons en sliep in de bestuurderscabine, een geruststellend idee.
Na een sober ontbijt vertrokken wij verder naar het Oosten. Wij kwamen door enkele dorpen waar inderdaad kinderen te voorschijn kwamen. Onze meegebrachte cadeau's vielen in goede aarde, en ook de moeders lieten zich schoorvoetend zien en brachten ons mango's en jonge cocosnoten. Ergens halverwege de middag bereikten wij een prachtige tempelruine midden in het bos. Tot onze grote spijt weigerden onze camera's: waarschijnlijk vanwege het hoge luchtvochtgehalte. Onze Khmer-vrienden wilden sowieso niet gefotografeerd worden, dan werden ze bijna boos en bedekten hun gezicht met de handen.

Die avond werd duidelijk dat wij Angkor Wat niet meer zouden halen. Het was nog zo'n 200 km door lager gelegen land en wij kregen de indruk dat onze verkenners/bodyguards  een - wat wij tegenwoordig zo noemen - negatief reisadvies afgegeven hadden. Vietnamezen soms? Wij hadden geen idee, maar Bingh oogde wat bezorgder dan anders. Op onze kaart wees hij aan dat wij ons in de buurt  van Battambang bevonden.
De derde dag gingen wij weer terug naar het Westen, richting Thailand. Ze namen een andere route,  mooier dan de eerste: over de bergen en door dichte jungle, met prachtige vergezichten en mooie rotsformaties. Er stond ook weer een oude tempel langs de weg die wij, voorafgegaan door Bingh met een automatisch geweer van zo te zien Chinese makelij, in alle rust konden bekijken.
De derde nacht zaten wij zo hoog dat wij het koud kregen in ons kampementje, maar daarvoor was er ook geen mosqito te bekennen. Wij sliepen dicht bij elkaar in een tent en Bing en onze twee bewakers in de auto's.
De maaltijden waren sober maar goed verzorgd en gevariëerd. Wij hebben zelden zoveel en zo lekker vers fruit gegeten: mango's, rambutan, mangusteen, jackfruit, papaya's, guava's en baby-bananen. Ook durians waren er altijd bij, die ze netjes voor ons uitgepeld hadden.

53181b4af672c2995203b4cf52350a57_medium.
Jonge cocosnoten kregen wij vier maal per dag met een versgesneden gat en een rietje erbij.
Ik moet ook zeggen dat onze begeleiders verschrikkelijk hun best deden om het ons naar de zin te maken. De tafels en de borden waren altijd brandschoon, wij kregen papieren servetjes en zelfs tandenstokers. Elke avond lagen schone lakens keurig opgevouwen op de veldbedden. Ze zetten in de ochtend ook bekers met water klaar om de tanden te poetsen. Wassen konden wij ons in een teil met schoon water: waar ze dat vandaan haalden was een raadsel, en bij gebrek aan een gedetailleerde communicatie bleef het dat ook.

Ook Bingh bleek in edelstenen te handelen. Wij kochten de laatste dag enkele ruwe robijnen van hem en deden ook niet moeilijk over de prijs. Kennelijk waren wij daarbij zo royaal dat hij ons nog enkele saffieren op de koop toegaf. Helaas was er geen postverbinding naar de Cambodjaanse bergen, anders hadden wij hem vast en zeker nog een kaartje uit Nederland gestuurd.

Halverwege de vierde dag werden wij keurig bij het hotel in Chantaburi afgeleverd. Een uitnodiging om samen met ons nog iets te drinken sloegen ze vriendelijk af. Er werd uitgebreid gezwaaid en ze vertrokken richting Supermarkt. Later hoorden wij dat ze dezelfde middag nog twee Engelsen mee naar de bergen genomen hadden.

Wij waren nu wel verschrikkelijk benieuwd wat onze Duitse juwelenexperts van onze aankopen zouden vinden.

Wordt vervolgd.

02/12/2015 19:13

Reacties (1) 

1
04/12/2015 19:26
aha, echte juwelen misschien :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert