Indonesische avonturen (3) Bogor (Buitenzorg)

Door Zevenblad gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Dit is het derde en laatste deel van het drieluik over onze belevenissen op Java.

Het hotel Salak oogde van buiten indrukwekkend, meer nog dan het Savoy Homann met zijn chique uitstraling en knusse balkonnetjes. Het was veel ruimer van opzet, met een grote betegelde binnenplaats en rondom grote kamers met bad en een afgeschermd eigen terrasje.

5e3ecdf18361cc50464221a21906e8f1_medium.
De ontvangst aan de receptie was hartelijk en er stond ook meteen iemand klaar om onze tassen aan te nemen en ons naar de kamer te brengen. Wij kregen vier ontbijtbonnen voor twee dagen, in het Indonesisch (zonder vertaling), maar dat geloofden wij wel. Wij hadden immers voor twee dagen een tweepersoonskamer met ontbijt besteld.
Wij gaven de jonge man die ons naar de kamer bracht een royale fooi. Dat doen wij bijna altijd vooraf, want dan krijgen ze niet het idee dat ze met vrekken te maken hebben en zijn ze gedurende je verblijf veel aardiger. Bij vertrek verdisconteer je je oordeel over de service dan in een afscheidsfooi: die kan, afhankelijk van de inspanning, nogal verschillen.
Hij was meteen nadat hij de tassen in het woongedeelte neergezet had met een vriendelijke glimlach vertrokken.

Toen wij het slaapgedeelte en het bad inspecteerden sloeg ons de schrik om het hart: het was een ongelofelijk smerige bende daar.
De gekko's aan het plafond konden ons verder niet schelen: die eten muggen, net als hier thuis de spinnen doen. Het betekent ook niet meer of minder dan dat er ergens een raam opengestaan heeft. Maar zowel het sanitair als de bedden waren ronduit vies en vuil, alsof er in geen weken meer iemand naar omgekeken had.
Toen wij de dekens terugsloegen kwam de grootste schok: de lakens zagen er uit  alsof er hele hordes Arabieren op geslapen hadden - met de nodige ejaculaten en zeikvlekken. Allemaal geel, met af en toe ook een bruine veeg. Zo ongeveer rook het ook.  Aan het voeteneind namen, opgeschrikt door de plotselinge beweging, een aantal kakkerlakken ijlings de benen.

Wij keken elkaar zwijgend, maar veelbetekenend aan en ik pakte een stel plastic handschoenen uit mijn eerste-hulp tasje. Wij stopten de lakens in een door de vorige bewoners nog half gevulde prullenbak en togen op hoge poten naar de receptie. Daar was geen mens meer te bekennen.
Wij kregen ineens de indruk dat wij de enige gasten in het hotel waren en dat de baliemedewerker inmiddels naar huis was.

Even later verscheen er iemand die zei dat hij de nachtportier was. Het restaurant was gesloten en de 'room boys' waren allemaal al naar huis. Wij bleken inderdaad de enige gasten in het hele complex te zijn.
Hij keek met een vies gezicht naar de lakens in de prullenbak en verdween naar achteren. Na ongeveer vijf minuten kwam hij terug met twee redelijk schone lakens. Daar moesten wij vier guldentjes voor dokken, want die had hij 'uit de wasserij' gehaald.?

Een hotel waar je extra voor schoon beddegoed moest betalen? Het liefst waren wij naar elders vertrokken, maar wij hadden geen flauw idee of er een ander hotel in de buurt was, en bovendien waren wij hondsmoe.
Het leek ons ook geen goed idee om in het aardedonker op zoek te gaan naar een beter onderkomen, en wij hadden, dom genoeg, bij aankomst al voor twee nachten betaald.
Wij hadden nog wel een halve fles Johnny Walker, maar het ijs uit de smerige koelkast durfden wij niet te gebruiken.
Toen kregen wij een ingeving. Wij hadden vlakbij het hotel een Chinees restaurant gezien met een hele kerstboom aan lichtjes bij de deur. Wij vonden het meteen, en het was gelukkig open en behoorlijk vol. Wij bestelden een groentegerecht (Sajoer) zonder vlees of vis (dat vertrouwden wij niet helemaal) en kregen dat binnen de kortste keren voorgeschoteld. Het was lekker en pittig, maar die gasten daar spraken geen woord over de grens, alleen maar Chinees en Indonesisch. Wij betaalden de rekening (getallen zijn gelukkig bijna universeel) en het was ontzettend weinig: nog geen drie gulden p.p., inclusief twee flesjes Cola met een rietje.

Onze meest dringende missie was nu: ijsblokjes kopen en mee naar het hotel nemen. Maar hoe maak je dat een Chinees duidelijk? Op 'ice cubes' of 'ijsblokjes' sloeg hij niet aan, haalde als in wanhoop zijn schouders op en rolde met zijn ogen. Wij tekenden met de wijsvinger kleine vierkantjes in de lucht, maar het kwartje viel niet.
In een laatste wanhopige poging pakte ik een glas van de bar, schudde dat heen en weer en zei: 'ting-ting-ting'. Dan legde ik twee guldens op de tafel en wees naar iets wat op een ijsemmer leek.
En waarempel! Het was net alsof de zon in zijn vollemaansgezicht opging: hij begreep het!
Hij pakte de twee guldens en verdween naar achteren. Intussen keek een tweede Chinees om het hoekje en lachte vriendelijk naar die twee gekken die íjsblokjes wilden kopen. Even later hoorden wij gerinkel alsof iemand emmers vol ijsblokjes aan het leeggooien was. En wel ja: daar was hij weer. Met een grote blauwe vuilniszak vol ijs, wel 25 kilo. Hij had zijn hele ijsmachine leeggehaald.

Je had ons moeten zien: met de volle afvalzak tussen ons in, schaapachtig lachend terug naar Hotel Salak. Het water liep er in dunne straaltjes uit en passanten keken ons na alsof wij een pas geslacht varken aan het verslepen waren. Ook de nachtportier keek ons fronsend aan toen wij in de richting van onze kamer liepen, een spoor van smeltwater achterlatend. Hij zei echter niets. Maar het was voldoende ijs voor de Johnny Walker die avond, en de rest deden wij met zak en al in de koelkast voor de volgende dag.

Het ontbijt, met toast, jam en eieren, werd op de kamer geserveerd, op schone borden nog wel. Ze vroegen of wij thee of koffie wilden en wij kozen het laatste. Even later kwam er een dampende koffiekan met melkpoederzakjes en suikerklontjes. Ook schone kopjes! So far so good.

Daarna op naar de beroemde botanische tuinen van Bogor, waar wij eigenlijk voor gekomen waren.

05457bdfa9258feeed42832dc216f59f_medium.
De ingang was maar een paar stappen lopen vanaf het hotel, maar er stond een rij van wel 200 mensen. Wij wachtten keurig onze beurt af en betaalden maar enkele rupies entree. Veel jonge mensen en complete schoolklassen, jonge moeders met kinderwagens en zeer  weinig buitenlanders.
Eenmaal binnen waren wij meteen onder de indruk van de enorm hoge bomen - sommige leken wel meer dan 50m hoog - die vol hingen met vliegende honden. Een prachtig park, met bankjes en prieeltjes, bloeiende tropische planten en waterpartijen: zeker de moeite waard om er rustig een dag in rond te wandelen.

De ellende was dat wij kennelijk een soort magische aantrekkingskracht op de in grote getalle aanwezige jeugd hadden: wij waren voortdurend omringd door tientallen jongelui die allemaal vragen stelden en iets van ons wilden. Vooral geld.
'I am a student and I want to practise mij English' was nog de meest aardige insteek. Even later kwam dan steevast de vraag: 'Do you have some money for me? I have to buy a new book.'
Je kon niet even rustig op een bank gaan zitten - meteen hingen er hele drommen kinderen om je heen. Ze vroegen naar kauwgom, snoepjes en muntjes. Binnen de kortste keren waren wij door ons kleingeld heen en sloegen op de vlucht. Daar was een 'blanda' nu echt een wandelende portemonnee, en hoe meer je hen gaf hoe meer er aan je geplukt en getrokken werd.

a6be9a57b0194e7d3b8d86f11d3866a8_medium.

De stad was mooi, met veel oude gebouwen en zowaar een klein Nederlands kerkhofje. Een beetje verwilderd en overgroeid, maar met nog goed leesbare grafstenen uit de negentiende eeuw. Friese en Groningse namen, 150 jaar geleden begraven in vreemde aarde. 
Wij kwamen de dag wel door. Voor zaterdag kochten wij kaartjes voor de trein naar Jakarta, deze keer zonder problemen. Kennelijk was de reisgekte één week na het suikerfeest weer behoorlijk bekoeld, maar onze Java tour zat er helaas bijna op.
Wij zijn, ieder gerold in één van de twee schone lakens, ook de twee nachten goed doorgekomen. De Johnny Walker was  inmiddels ook op.

De kamer was nog steeds niet schoongemaakt, terwijl er tenminste 10 á 12 'room boys' op het binnenhof van het hotel rondhingen. Ze kwamen de tijd door door op grote bezems te leunen, naar ons te loeren en alleen maar in actie te komen als er een opzichter in beeld verscheen. Dan veegden ze tergend langzaam wat zand van de ene kant van het plein naar de andere, om het vervolgens weer in omgekeerde richting te verplaatsen. Intussen had niemand ook maar één keer onze asbakken leeggegooid of de smerige handdoeken vervangen. Gelukkig hebben wij altijd eigen handdoeken en disposable washandjes bij ons.

Achteraf begrepen wij dat wij het helemaal verkeerd aangepakt hadden: wij hadden er eentje moeten uitkiezen en hem voor alle, in andere hotels vanzelfsprekende, diensten moeten betalen. Allemaal noodlijdende ZZP'ers die niet door het hotel betaald werden en apart ingehuurd moesten worden: die maakten dan je kamer schoon, zorgden voor schoon beddegoed en voor een fris toilet. Toen wij dat eindelijk begrepen was het te laat.
Wij hoorden ook dat het hotel op het punt stond om gerenoveerd te worden en eigenlijk al gesloten was. Wij waren kennelijk, op de valreep, de laatste gasten daar. Tegenwoordig schijnt het weer een vier sterren hotel te zijn.

De finale klap kregen wij toen wij bij vertrek aan de receptie enkele telefoontjes wilden betalen. Er bleek een rekening te liggen voor in totaal vier maal koffie. De koffie bij het ontbijt was niet in de ontbijtvoucher begrepen - die moest je apart betalen. Dat schijnt in het Indonesisch op de bonnen te hebben gestaan: thee inbegrepen, koffie niet. De bonnen hadden wij telkens ingeleverd, dus verifiëren was er niet bij.
Wij smeten een 10 guldenbiljet op de balie, pakten zelf onze tassen op en vertrokken te voet richting station. Onderweg namen wij een taxi voor de laatste paar kilometers.
De trein was op tijd en nagenoeg leeg. Vanaf het station in Jakarta stonden er shuttlebusjes naar de luchthaven klaar. Het liep opeens als gesmeerd allemaal.
Eenmaal in de vlieger lieten wij ons door de Singapore Girls in de watten leggen, en eenmal terug in ons vaste hotel in Singapore stonden wij wel een vol uur onder de douche. De zak met onze vuile was hingen wij buiten aan de deurknop en vonden onze spullen de volgende ochtend keurig gewassen, gestreken en opgevouwen in een pakketje bij de deur, met een blauwe strik er om heen en een kaartje met daarop de tekst: 'With compliments, your room maid'.

Indonesië is een prachtig land, met adembenemend natuurschoon en heel veel  vriendelijke mensen. Bij ons ging het helaas met vallen en opstaan. Dat krijg je als je de taal niet spreekt en de gewoontes niet kent.
Voordat ik een volgende keer naar de Gordel van Smaragd afreis zal ik toch eerst een potje Bahasa leren. Maar ik ga nooit weer aan het eind van de Ramadan.

Slot

02/12/2015 19:03

Reacties (2) 

1
03/12/2015 19:19
was me wel een avontuur.
1
03/12/2015 00:14
Kan me van vroeger herinneren dat ik zelf altijd heel graag met Singapore air vloog. Net altijd even beter verzorgd dan bij de andere maatschappijen die op de zelfde route vlogen.

Ik mis overigens de twee eerdere delen van deze drieluik, of heb je die nog niet gepost?
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert