Grof vuil op pootjes

Door Zevenblad gepubliceerd.

Terwijl de ruitenwisser heen en weer gaat probeer ik zoveel mogelijk afstand te houden tot de rechts van mij geparkeerde auto's.

De oude binnenstad is sinds enkele jaren ten prooi gevallen aan deskundigen die de verkeersstroom zoveel mogelijk willen versnellen. Één van de probate middelen is het éénrichtingsverkeer dat de automobilist dwingt om al zigzaggend zijn doel te zoeken.
Mijn doel is die ochtend een oud pand waar de universiteit een klein archief herbergt: een oord waar ik nooit eerder geweest ben. Aangezien er nog geen GPS bestaat moet ik zelf door het zijraam naar straatnamen en huisnummers zoeken: een klus die je tot multitasken dwingt. Je moet je ogen overal hebben.

Het is die ochtend ook nog grof-vuil-dag daar: aan de trottoirkant achter de (ondanks het tijdelijke parkeerverbod toch nog achtergebleven) auto's staat van alles en nog wat: meubels, dozen in alle maten, oude TV's, halve tuinhekken en wat een mens verder kwijt wil bij een verhuizing of na een grote schoonmaak. Tegenwoordig vind je dit soort dingen op Marktplaats etc. waar het soms ook nog een liefhebber vindt, maar toen ging alles onverbiddelijk naar de stort.
Een grote afvalwagen van de gemeente met een grijper probeert zo goed mogelijk langs de auto's zijn weg te banen. Hij nadert al aan de andere kant van het pleintje in tegenovergestelde richting en ik moet maken dat ik weg kom.
Ik kijk net weer opzij naar de plattegrond die uitgevouwen op de passagiersstoel ligt, maar uit mijn ooghoek zie ik iets bewegen op een manier die ik daar niet verwacht: aan de trottoirkant waar het grof vuil staat. Ik kijk even achterom om te zien waar de afvalwagen bezig is - nog wel 100 m - en trap meteen op de rem. Ik stap uit, loop een paar meter terug en zie een kooi staan, met daarin een levend dier dat paniekerig heen en weer springt. Er is geen tijd om lang na te denken of om bij het huis aan te bellen. Bovendien heeft dat huis drie verdiepingen, dus de kans is klein dat de onwillige eigenaar op tijd opendoet.
Ik pak dus de, zo te zien zelfgetimmerde, nogal zware kooi van het trottoir en zet hem in mijn kofferbak. Hij past er net in.

De gemeentewagen met zijn vermorzelende grijper is nu vlak achter mij.
Pffff....en weg.

Het archief heb ik die ochtend maar van de agenda geschrapt. Dat kon zonder problemen want het was een vrijblijvende afspraak. In plaats daarvan maakte ik dat ik wegkwam uit het labyrint van het een-richtings-verkeer en reed ik door naar de Dierenbescherming.
Ik moest even wachten op iemand die verstand van ons 'local wildlife' had.
'Dit is een wilde rode eekhoorn, een mannetje', zei de oudere man, 'zo te zien nog niet lang geleden gevangen.' Hij pakte hem in zijn nek en bekeek zijn bekje en zijn pootjes. 'Hij mankeert volgens mij niets', was zijn conclusie. Dan wees hij op een bakje met voer dat in de kooi stond. 'Dat is hamstervoer, dat moet hij niet te lang krijgen.' Hij keek mij verwijtend aan alsof ik de schuldige was, en ik haastte mij te vertellen dat ik het beestje met kooi en al een uur geleden bij het grof vuil gevonden had.

'Het beste wat u kunt doen is hem ergens in een park of bos loslaten. Dat zouden wij hier ook doen. Ik schat hem op een jaar of twee, dus hij zou zich buiten moeten kunnen redden.'

Mooi zo. Ik wist wel een betere plek om hem de vrijheid terug te geven: mijn eigen tuin annex bos, waar ik met regelmaat eekhoorntjes van boom naar boom zie springen en waar meer dan genoeg hazelnoten, eikels en bessen groeien.
Opgelucht vertrok ik naar huis en deed wat nodig was. Ik bracht de kooi naar een stille plek onder een oude eik, zette de deur open en bleef op een afstandje wachten.
Ik heb hem niet eens zien gaan, maar toen ik vijf minuten later ging kijken was de kooi leeg. Hij heeft niet eens even naar me gezwaaid, die rooie rakker.

464d138486ec6aebc8e9bbe6e49cf728_medium.

Er zit nog een verhaal aan vast.
Onderzoekend als ik altijd geweest ben, ben ik, toen ik toch weer in de stad was,  op een late middag nog eens naar dat pleintje gereden en heb bij dat huis aangebeld.
De man die opendeed verwees mij naar de tweede verdieping. Daar woonde een oudere vrouw die hij een tijdje geleden geholpen had een kooi met 'een of ander beest' naar beneden te brengen. Ze was er zelf een beetje bang voor zei hij.

De oude dame liet mij binnen, na mij eerst door het kijkgaatje in de deur uitgebreid getaxeerd te hebben. Ik kon er mee door, kennelijk.
Bij een kopje thee vertelde ze dan het verhaal van de eekhoorn die haar nachtenlang uit de slaap gehouden had.
De eekhoorn was van haar 12 jaar oude kleinzoon. Die had hem enkele weken eerder samen met een vriendje in een nabijgelegen plantsoen gevangen, met een zogenaamd diervriendelijke inloopval. Eigenlijk wilden ze daar duiven mee vangen, maar een eekhoorn was ook welkom.
De twee knapen hadden een kooi van houten planken en kippengaas getimmerd en het beestje er in gestopt. Ze hadden alleen buiten hun ouders gerekend: noch de ouders van het  vriendje noch haar schoondochter wilden dat enge beest in huis hebben, en een tuin hadden ze geen van allen.
Dus bracht de knul de kooi naar zijn oma en zette hem daar in de gang neer, samen met een pak voer. Hij zou er wel verder voor zorgen.
Oma liet het toe, in de (ijdele) hoop dat haar kleinzoon wat vaker langs zou komen: was het niet voor háár dan toch wel tenminste voor de eekhoorn. Maar dat gebeurde niet. Uit het oog uit het hart zeg maar.
Ze gaf het dier elke dag eten en water, steeds bang om gebeten te worden.  Ze belde haar kleinzoon op om te vragen hoe het nu verder moest met zijn vangst, maar meer dan vage beloftes zaten er niet in.

Uiteindelijk gaf ze het op. De kooi begon te stinken, want goed schoonmaken durfde ze hem niet. Toen de dag voor het grof vuil naderde zag ze haar kans schoon. Weg ermee, en gauw. De benedenbuurman had haar geholpen het corpus delicti naar de stoep te brengen.
Ja, hem loslaten...maar toch niet midden in de stad? En een auto had ze niet, alleen maar een fiets.
 
Ik vertelde dat ik de eekhoorn mee naar huis genomen en vrijgelaten had, in een omgeving waar hij het prima zou redden en waar hij nog lang en gelukkig tussen zijn soortgenoten zou leven. Ze was zo te zien erg opgelucht.

Eind goed al goed!

....................

Af en toe verbeeldde ik mij die zomer dat er één van de rode rakkers in de boomtoppen naar me zwaaide.
Ze zitten er nog steeds, en misschien ook wel de nakomelingen van de 'stadse' import. Wie weet?

29/11/2015 18:46

Reacties (2) 

1
16/12/2015 00:11
mooi verhaal
1
02/12/2015 11:19
leuk verhaal
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert