1528 Feest van geluk

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

De dag begint anders dan anders. Piep is logeren bij Jantje en zo stil blijft het nooit. We drinken koffie en kunnen geen hap door onze keel krijgen van de koopstress. We verdelen het budget onder elkaar in groot geld en klein geld. Ook voor Piep ligt een tientje klein op tafel. Voor overleg zorgen we dat de telefoons opgeladen en hoorbaar zijn.

We vertrekken samen, Lief op de fiets en ik met de Volvo, die straks volgeladen terug zal komen, zoveel is zeker. We komen even voor negen aan en dan opeens is het zover. Het publiek stroomt al naar binnen, terwijl de spreekstaldochter nog moet aftellen. Tijd is een factor vandaag, dat blijkt.

Eerst maar naar de meubels, want ik focus op een nieuw kastje voor de buitenbieb. Onmiddellijk is daar links de afleiding van de boeken en platen (vinyl!) en ik schamp langs de kraam met Jaap Dekker en Lotte Lenya, maar loop toch door naar de grote kerkzaal, zoals het hoort.

Ah! Daar staat mijn kastje! Keurig op hoge poten met twee verdiepingen en mooie deurtjes die open en dicht kunnen. Nu zal ik over de openingstijden moeten nadenken. Waar is de man met de badge, met wie ik ga onderhandelen? Hij vraagt 7 euro 50, maar ik bied onmiddellijk een tientje inclusief de plexiglazen krantenbak. We sjouwen het loodzware eikenhout naar de Volvo.

Nu naar Lotte Lennya, die in mijn hoofd liederen van Brecht is gaan zingen. Ze ligt er nog. Boeken dan. O, hoe heerlijk, dat er weer ruimte is in de buitenbieb. Dat brengt beweging in de hele boekenbranche. Ik verzamel een draagbaar stapeltje en reken af bij die aardige mevrouw. Dan mis ik opeens de oude man in de gang, die daar altijd zat met zijn eigen tafeltje. Ik vraag met het geld in de hand of hij is overleden. Ja, knikt ze, februari, zegt ze. Het zet een domper op de aankoop, maar aan de andere kant is het ook mooi, dat zijn plek nu vrij is en dat er niet iemand anders is gaan zitten. Misschien moet ik volgend jaar - ach nee, niet van die rare fratsen in je hoofd halen, zou mijn moeder zeggen.

Ondertussen heeft Lief een koffer gevonden en of ik een pak van Tommy wil passen. De koffer is top, maar het pak is te duur. Ik zie nog wel een jaren zestig hippie-jas. Ik pas hem maar durf niet. Dan moet ik op straat slapen. Later blijkt Emiel juist daar zijn slag geslagen te hebben, de schlemiel.

Lief is al bij de schoenen en heeft een paar sneakers met hakken op de kop getikt. Ik vind ze prachtig. Voor mij heeft ze een paar rubber klompen en terwijl mijn hand met geld over de koopwaar beweegt, valt mijn oog op een paar rosé-gouden schoenen. Ik weet dat ze mij passen. Ik trek ze aan en loop er de rest van de dag op. In ben nu in de wolken.

Ik ga nog een keer terug naar de boeken. Een klein stapeltje. Ik heb inmiddels een heleboel mensen ontmoet en veel gelachen ook en Erik geholpen met de campingomzet en de Deen-actie een plus een gratis ingezet. Michel en Saskia zijn er tot mijn verrassing ook.

Dan is het tijd voor een broodje haring. Vincent en Petra hebben een taart gewonnen, dus de feestelijke stemming kan niet meer stuk. Volgend jaar weer, kerk van Monnickendam! Dank aan alle vrijwilligers en succes met de goede doelen!

Ate Vegter, 8 september 2019

Met meneer Koet gaat het niet zo goed:
www.atevegter.wordpress.com/328

 

08/09/2019 09:23

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert