1499 Van Luzern naar Lecco

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het is nog vroeg in de ochtend en stil en ik probeer zo geruisloos mogelijk van de nacht- in de dagmodus te komen. De caravan schommelt een beetje, dat is dan alles wat ik voel aan de buitenkant. In de verte hoor ik achter de stilte het geraas van auto’s en motoren. Ik weet dat Monza dichtbij is maar had niet gedacht dat we nu midden op het circuit zouden staan. Ik kan mij dat van gisteren niet herinneren. Toen was de lucht bezwangerd van geagiteerd zangerige gesprekken om ons heen. Het mama mia en ma donna is niet van de lucht, ze zeggen het echt. We zijn in bella Italia.

Hoe zijn we hier gekomen? We vertrekken gisteren na de koffie en laten het lieflijke Luzern links liggen. We zijn er eergisteren doorgelopen en toen bedacht ik dat ik hier in Luzern wel een paar maanden zou willen wonen, zo aangenaam luchtig en vertrouwd. Maar nu niet. Alles alleen maar in gedachten. We rijden verder en zwaaien naar de overdekte brug. De route is eenvoudig, maar om ons heen gaat het landschap steeds meer rimpelen en er rijzen serieuze bergen omhoog tot in de wolken. Hier in het dal zijn de huizen en straten strak, schoon en modern, maar hoog in de lucht is de natuur nog heer en meester.

De laatste keer dat ik Italië was, met de Eend op weg naar Rome in de jaren zeventig, hebben we nog menige pas beslingerd, maar nu rijden we alleen maar door tunnels, eindeloos veel tunnels die in een razend ritme achter mekaar door de bergen denderen. Nu ken ik van jongs af aan het tunneltracé in Rotterdam, dus ik ben wel wat gewend, maar hier kunnen ze er ook wat van. De eerste wat langere jongen is al 9 kilometer alsof het niks is. We gaan nog even tanken en wat eten en stappen dan weer in voor het echte werk: de Gotthardtunnel, 16.942 meter. Het voelt als het passeren van de evenaar. Je hebt er niks aan, maar het geeft toch een bijzonder gevoel, wat gelukkig ook snel weer wegtrekt, want u kent mijn voorliefde voor het gewone inmiddels, hoop ik. 

Dan duurt het nog een hele tijd voor we in Italië zijn, al klinkt op de borden alles al Italiaans, maar wanneer we bij de grens de douanier zien tieren en gebaren zijn we echt in Italië en wanneer we even later bij San Fermo della Battaglia de eerste smoezelige Italiaanse tunnels binnenrijden weten we het zeker: het bloed van Gomorra en De Geniale Vriendin slaat met geweld uit de vochtige muren. De bergen zijn hier rommeliger en minder strak dan in Zwitserland, zegt Piep en zo is het maar net. De caravan hobbelt achter ons aan en het is voor het eerst dan ik de banden van mijn trouwe 240 hoor piepen.

De camping in Lecco is bijna vol, zegt de vriendelijke eigenaar, maar als ik hem even links wil parkeren is er nog wel een plekje. We gaan naar binnen en krijgen een bonnetje met de datum. Dat is alles. Ik ken geen kortere inschrijfprocedure. Europa kan nog heel wat leren van Italië. We gaan weer naar buiten en hij fietst 100 meter voor ons uit. Daar is ons plekje, op de derde rij vanaf het water. Ik heb geen idee wat we moeten betalen maar de afstand tot het meer zal bepalend zijn.

Met hulp van een lange, slungelachtige buurman, die speciaal voor ons uit z’n kruiswoordpuzzel komt, stationeren we de caravan aan de zijkant met de machina er dwars voor. Zo hebben we het mooiste zicht op het water. Het gaat eigenlijk vanzelf, maar juist over het vanzelfsprekende kunnen de Italianen eindeloos delibereren. Hij wijst mij er nog even op dat ik de piedi uit moet zetten, kijkt of alles recht staat en doet alsof ik vloeiend Italiaans spreek, wat op dat moment eigenlijk ook zo is.

We installeren ons en gaan zwemmen, daar is alles hierop gericht. Even later haal ik een stoel, die zet ik in het water en daar lees ik dan F.B. Hotz’ Ernstvuurwerk. Ik hoor af en toe wat geraas, een boot en dan nog een kleintje in de verte, o, die gaat de lucht in, het is een watervliegtuig en nog later een gemotoriseerd vliegend stoeltje. Naast mij legt een Italiaanse moeder aan haar twee zoons uit hoe een werphengel werkt en aan mijn voeten knabbelen inmiddels de visjes. En toch, die hele santenkraam aan geluiden en gebeuren ademt zomer, vakantie, ruimte en rust. We zijn in Italia! Dat zouden meer mensen moeten doen!

Ate Vegter, 10 augustus 2019

www.atevegter.wordpress.com/299
 

10/08/2019 09:53

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert