De mens ziet wat voor ogen is (1)

Door B B Koster gepubliceerd in Theologie

David door Samuel tot koning gezalfd

Onder de regering van koning Saul ('de gevraagde', uit de stam van Benjamin) krijgt de profeet én laatste richter Samuel ('door God gehoord' uit de stam Efraïm) de opdracht om zijn hoorn met olie te vullen en naar Isaï ('verlossing door God' uit de stam van Juda) de Bethlehemiet te gaan, want de Here God heeft een koning onder zijn acht zonen gezien. (1 Samuel 16:1). Samuel echter komt met een bezwaar want hij is bang dat Saul hem zal doden als hij dit bericht zal horen. Toen zeide de HEERE: Neem een kalf van de runderen met u, en zeg: Ik ben gekomen, om den HEERE offerande te doen. En gij zult Isaï ten offer nodigen, en Ik zal u te kennen geven, wat gij doen zult, en gij zult Mij zalven, dien Ik u zeggen zal. (1 Samuel 16:2-3).

 

Zie zijn gestalte niet aan

Ik vind het opvallend dat Samuel, een groot profeet van God, bang is voor Saul terwijl de oudsten van Bethlehem hem bevende tegemoet kwamen en zeiden: Is uw komst met vrede? (vers 4). Hij dan zeide: Met vrede; ik ben gekomen om den HEERE offerande te doen: heiligt u, en komt met mij ten offer; en hij heiligde Isaï en zijn zonen, en hij nodigde hen ten offer. (vers 5). Bijzonder om te lezen is de binnenkomst van Elíab, dat Samuel dacht: Zekerlijk, is deze voor den HEERE, Zijn gezalfde. Zowel de gedachten als het spreken is niet verborgen voor de HEERE: Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, want Ik heb hem verworpen; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

Als u het verhaal goed leest komen de zonen één voor één binnen, geroepen door hun vader Isaï. (vers 8). Ondanks hun gestalte en postuur is er respect voor hun vader en orde in het gezin! Abinádab en Samma zijn de volgenden maar ook die heeft de HEERE niet verkoren. Alzo liet Isaï zijn zeven zonen voorbij het aangezicht van Samuel gaan; doch Samuel zeide tot Isaï: De HEERE heeft dezen niet verkoren. (vers 10).

Toen zei Samuel tegen Isaï: Zijn dit al de jongens? En hij zei: De jongste is nog achtergebleven; zie, hij weidt de schapen. Samuel zei tegen Isaï: Stuur een bode en laat hem halen, want wij zullen niet rond de tafel gaan zitten, totdat hij hier gekomen is. Toen stuurde hij een bode en bracht hem. Hij was rossig, had mooie ogen en was knap om te zien. De HEERE zei: Sta op, zalf hem, want deze is het. Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama. (1 Samuel 16:11-13).

Ik vind het opvallend mooi en inspirerend dat de achste zoon van Isaï, David wordt gezalfd. In het boek van de Kronieken, het tweede hoofdstuk staat dat David de zevende zoon was maar feit blijft dat zijn broers stuk voor stuk worden gepasseerd. Gods oog is op David gevallen; klein van stuk, rossig, mooie ogen en knap om te zien. Maar vooral een hart dat op God gericht is en niet geneigd tot afgoderij! In deze geschiedenis kunt u duidelijk zien dat het uiterlijk er wel degelijk toe doet als God een man of vrouw kiest waar Hij een taak voor weggelegd heeft! Ik denk dat een dienstknecht van God Zijn heerlijkheid uitstraalt door charisma, houding en gezag (autoriteit)!

 

Man naar Gods hart!

Ondanks dat David zware zonden gedurende zijn koningsschap heeft gedaan wordt hij door God een man naar Zijn hart genoemd! Davids leven bleef gespaard nadat hij door de profeet Nathan toegesproken was: Jij bent die man! (2 Samuël 11). Volgens de wet van God hadden zowel hij als Bathséba de dood verdient! (Leviticus 20:10).

Hij heeft echter zwaar voor zijn zonden (overspel met Baseba, bewust opgezette plan dood Uria; één van Davids helden!) viervoudig moeten boeten: kindje dat verwekt was met Bathséba is gestorven, zoon Amon deed alsof hij ziek was, lokte zijn halfzuster Tamar en verkrachtte haar, Amnon werd later gedood door een list van Absolom, Absalom stond op tegen zijn vader David en werd gedood door Joab. Tenslotte Davids zoon Adonia, halfbroer van Salomo die in zijn plaats koning wilde worden en dat uiteindelijk met de dood moest bekopen. (1 Koningen 2:25). De gevolgen van de beleden zonde(n) in het leven van koning David zijn afschuwelijk en een bewijs dat het loon van de zonde de dood is! (Romeinen 6:23).

 

Geschreven door: B.B. Koster

Bron gegevens: Stichting Herziening Statenvertaling.

 

 

26/06/2018 14:41

Reacties (0) 

Reageren is uitgeschakeld.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert