De oorsprong van carnaval

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Heidense feesten

Het is weer bijna carnaval, een feest dat op sommige plaatsen erg serieus wordt genomen en volwassenen er een heel jaar over doen om het carnavalsfeest voor te bereiden. Voor anderen is het gewoon een kinderfeest. Maar waar komt carnaval eigenlijk vandaan? De waarheid is dat we het eigenlijk niet goed weten. Sommige experten gaan er vanuit dat carnaval louter een christelijk feest is dat te maken heeft met het begin van de vastentijd. Anderen denken dat carnaval zijn oorsprong heeft in de heidense winter- en lentefeesten. Ook over de herkomst van de naam is men het niet eens…

De naam carnaval

De naam ‘carnaval’ zelf is van redelijk recente datum. Het kwam namelijk voor het eerst voor in een Hollands tijdschrift in het jaar 1673. Het verdrong toen het oudere vastenavond, dat misschien te maken heeft met het ’s avonds en ’s nachts feesten voor de aanvang van de vasten. Maar het zou ook kunnen wijzen op een heidense oorsprong van carnaval. In heidense tijden, bijvoorbeeld bij de Kelten, begon de dag al op de vooravond. Dus werd er ook op de vooravond van een feest al gevierd. Het feit dat men dus de avond voor de vasten nog eens goed feestte, zou er op kunnen wijzen dat carnaval oorspronkelijk verband hield met de heidense winter-en lentefeesten. Hier kan echter aan getwijfeld worden, aangezien men in de middeleeuwen meestal zou gesproken hebben over vastelavond in plaats van vastenavond. De naam vastelavond zou verband houden met vazel of fazel, wat ‘onzin uitkramen’ zou betekenen.
Maar waar komt de naam carnaval vandaan? Velen zeggen dat het van caralevare komt, een woord dat kan teruggebracht worden tot carne levare uit het Kerklatijn. Als dat zo is, dan heeft het misschien te maken met het zich onthouden van vlees tijdens de vastentijd. Uit carne levare kwam dan het woord carnevale voort, dat zoiets zou betekenen als ‘vaarwel vlees’. Ook hier wordt aan getwijfeld, omdat de gewone mens in de middeleeuwen zich zelden vlees kon veroorloven. Vlees was voor de rijken en de armen aten zelden vlees. Dus waarom zou men zich tijdens de vasten onthouden van vlees?
Het woord carnaval kan ook komen van carrus navalis, wat een soort scheepswagen is. Dat bestond al in de oudheid en tijdens de feesten ter ere van Dionysus en Bacchus werd een scheepswagen gebruikt. Als het woord carnaval daar vandaan komt, zou dat toch op een heidense oorsprong kunnen wijzen.

Enkel christelijke oorsprong?

Sommigen blijven dus bij hun mening dat carnaval louter christelijk is. Als dat het geval is, dan betekent dit dat het carnavalsfeest niet vóór het jaar 1000 is ontstaan. Degenen die voor de hypothese zijn dat carnaval een christelijke oorsprong heeft, voeren als argumentatie de herkomst van de woorden carnaval en vastenavond aan, hoewel de herkomst van de woorden niet zeker is. Daarnaast wijst men erop dat het moeilijk is om de overdracht van tradities uit het verre verleden te bewijzen.
Als het een christelijk feest is, dat zou de carnavalvierder de tegenhanger kunnen zijn van de beperkte en vergankelijke mens. Anderzijds ziet men in het carnaval een volkse vertolking van het mysteriespel.

Of toch heidense oorsprong?

Als we de hypothese aanvaarden dat carnaval een heidense oorsprong heeft, dan moeten we kijken naar de oude winter-en lentefeesten van weleer. In de loop van de eeuwen zijn er tal van gelijkaardige feesten opgedoken die veel gemeenschappelijke kenmerken hebben.
Een van de belangrijkste kenmerken van zulke feesten was vruchtbaarheid en het idee van een nieuwe geboorte van mens en natuur. In deze winter- of lentefeesten werd met veel plezier, vreugde en triomf afscheid genomen van het donkere en koude jaargetijde (herfst-winter) en werd het warme en lichte jaargetijde (lente-zomer) erg enthousiast verwelkomt. Men had toen het idee dat er elk jaar twee keer een heftige strijd werd gevoerd waarbij koning Winter won in het najaar en koning Zomer tijdens het voorjaar won. Deze strijd tussen de jaargetijden werd symbolisch nagevochten tussen twee aanvoerders van gemaskerde groepen. Dit was tevens een vruchtbaarheidsritueel. In heel wat optochten werd en wordt er nu nog steeds een stropop verbrand. De stropop staat dan symbool voor de winter en de onvruchtbaarheid. De stropop werd soms ook verdronken, begraven of zelfs doodgeschoten.
In veel heidense feesten, zoals Samhain, het Joelfeest of de Walpurgisnacht, speelde vroeger de dodenverering bij heidense volkeren een belangrijke rol. Men geloofde vroeger dan ook erg sterk in de macht van de doden en de voorouders. Door middel van het dragen van maskers, dierenhuiden of andere vermommingen probeerde men in contact te komen met de geesten van de overledenen en met het dodenrijk in het algemeen. Voor degenen die voor het eerst deelnamen aan dit dodenfeest was het ook een initiatierite. Ze dienden namelijk als boodschappers naar het hiernamaals en konden op die manier hun plaats nemen in de gemeenschap.
Tenslotte was de omkering van het dagelijkse leven ook een heel belangrijk kenmerk van deze feesten. Het werd ook wel ‘de verkeerde wereld’ genoemd. Daarin werden rang en stand, geslacht en afkomst tijdelijk uitgewist of verwisseld. Deze omkering zou tevens met de dodenwereld te maken hebben, omdat men er vroeger vanuit ging dat in de wereld van de doden alles anders was en alles omgekeerd gebeurde. De nar, die we vooral als grappenmaker in de middeleeuwen kennen, zou van oorsprong een figuur geweest zijn die deze omkering symboliseerde. Hij moest de zielenwereld nabootsen om de gunst van de goden te krijgen die voor de vruchtbaarheid moesten zorgen. Een andere functie van de nar tijdens deze feesten was rechtspreken, waarbij elke gelegenheid gebruikt werd om de hogergeplaatsten te bekritiseren. Dit mocht enkel en alleen de nar doen. Na deze korte periode van wanorde werd ook het herstel van de orde gevierd.
Al deze kenmerken vind je in tal van heidense feesten terug die draaien rond nieuwjaar, vruchtbaarheid en het dodenrijk. Zoals het eerder genoemde Joelfeest, de Saturnalia van de Romeinen en Imbolc van de Kelten. In Egypte was er ook een gelijkaardig feest dat ter ere van Isis en Osiris werd gevierd.
Het zou dus best kunnen dat carnaval voortkomt uit een oer-Indo-Europese cultus. Doorheen de eeuwen heeft de kerk altijd geprobeerd het carnavalsfeest aan banden te leggen, maar dat is niet gelukt. Ook in het Paasfeest, dat voor velen een duidelijk christelijke afkomst heeft, vind men overigens kenmerken van heidense lentefeesten terug.
Het huidige carnavalsfeest voor volwassenen met de raad van elf en prins Carnaval van de carnavalsverenigingen is uiteraard pas ontstaan in de negentiende en twintigste eeuw en heeft maar weinig meer te maken met wat het carnavalsfeest ooit was.

                                       
                              Een traditionele sjamaan in zijn dierenvermomming

Maskers en verkleedpartijen

Als laatste gaan we het hebben over het dragen van maskers en het zich verkleden, een belangrijk kenmerk van carnaval en ook veel heidense winter-en lentefeesten. Dit gebruik is dus veel ouder dan het carnaval en stamt van ver voor het christendom. Het is dus een puur heidens gebruik. Bij bijna alle volkeren ter wereld en in alle tijden komt het gebruik van maskers, tatoeëringen of gezichtsbeschilderingen voor. Ook het verkleden met dierenhuiden komt bij vrijwel alle volkeren voor. Maskers vind je niet alleen in Afrika, maar ook in bijvoorbeeld Azië en Oceanië. In de prehistorie had je de sjamaan met zijn dierenmaskers. Hij kleedde zich vaak ook volledig in dierenhuiden, waarna hij volledig in trance zich ‘transformeerde’ in een dier. Of hij hield contact met de doden-of geestenwereld.
   Wat de oorspronkelijke betekenis is van dit populaire gebruik is niet met zekerheid te zeggen. Over het algemeen is men het er echter over eens dat het een sterke band heeft met het dodenrijk. Wie zich vermomde met een masker, maakte automatisch deel uit van de dodenwereld volgens onze voorouders. Men beeldde op die manier een andere wereld uit en men werd zelf een vertegenwoordiger van het hiernamaals. Daardoor was de persoon niet meer te onderscheiden van de geesten van de overledenen. Men probeeerde op die manier ook de gunsten van de geesten te krijgen. Door het dragen van maskers kwamen de geesten die op die manier werden voorgesteld echt op bezoek dacht men. De geesten zouden dan de wetsovertreders gestrafd hebben en aten de offers die ze hadden gekregen. In ruil daarvoor gaven ze vruchtbaarheid aan mens en natuur.
   Contradictorisch was dat het dragen van maskers en het zich verkleden ook te maken had met de angst voor de terugkerende ziel van de overledenen. Men geloofde bijvoorbeeld in de Wilde Jacht. De wind die door de schoorsteen joeg en de ramen en deuren liet klapperen, zou dus afkomstig zijn van de Wilde Jagers, een soort onzichtbare geesten. Oorspronkelijk was de aanvoerder van de Wilde Jagers Wodan, maar in de middeleeuwen werd verteld over Hellequin. Later kwam daar de naam Harlekijn uit voort. Hellequin komt etymologisch gezien van herle king, koning Harilo, waarmee men eigenlijk Wodan bedoelde. Om zich te beschermen tegen de Wilde Jagers droegen onze voorouders maskers, wat vooral gebeurde in de winter waarin men weinig te doen had.
Nog een andere reden waarom men maskers droeg was om de winter een halt toe te roepen en de zomer te kunnen binnenhalen. Het gebruik bleef bestaan, maar langzamerhand verdween het geloof in de magie en werd het meer en meer een spel.
De kerk heeft zich van in het begin tegen dit heidens gebruik verzet. Door de eeuwen heen zijn er verschillende verbodspalingen geweest. Vooral op dierenvermomming was er hevig kritiek, omdat dit wellicht het meest geassocieerd werd met heidens geloof. Dieren hebben dan ook van oudsher een belangrijke rol gespeeld bij onze voorouders: de prehistorische mens had zijn sjamaan in dierenvermomming, de oude Egyptenaren hadden goden met dierenkoppen en ook bij de Kelten, Germanen en Romeinen waren dieren uiterst belangrijk. Bij de Germaanse en Romeinse carnavalsfeesten waren vooral de kat, de rat, de muis en de wezel belangrijk, naast de beer, de wolf en de vos.
Een van de bekendste oude dierenmaskers die het meest tot de verbeelding spreekt is het hertenmasker. Het was speciaal omdat het hert als een zielendier werd gezien. Langs de ene kant zag men in het afvallende en weer aangroeiende gewei het ontstaan van nieuw leven, maar langs de andere kant geloofde men dat het hert mensen naar afgelegen gebieden of het hiernamaals lokte. Daarbij zou het hert tot allerlei tovenarijen in staat geweest zijn. Een andere verklaring waarom dierenvermommingen zo belangrijk waren, is het geloof in reïncarnatie, waarbij de ziel na de dood transformeert in een dier. Als de vermomde echter werd herkend, dan hield de betovering op te bestaan en werd men weer mens.
Het zich verkleden en vermommen met maskers heeft de dag van vandaag heel andere gronden. Men doet het onder andere om even de werkelijkheid te ontvluchten en anoniem te kunnen zijn of iemand anders te worden die men tijdens het jaar niet kan zijn. Of men neemt een persoonlijkheid aan die men wenst te zijn. Het kan ook als een vorm van politieke of maatschappelijke kritiek gezien worden. Voor veel mensen en voor kinderen zal het plezier wellicht voorop staan.

                                      
                                                 Afrikaanse maskers

Bron:
Een jaar vol feesten: oorsprong, geschiedenis en gebruiken van de belangrijkste jaarfeesten
auteur: Bart Lauvrijs
uitgegeven door Standaard Uitgeverij (2004)
 

08/02/2018 15:31

Reacties (4) 

1
08/02/2018 22:11
Leuk artikel.
Ik denk ook dat er een voorchristelijke oorsprong is.

De verwisseling van rollen was er al in het oude Rome: de heer werd behandeld als slaaf en de slaaf was voor één dag de baas: gedurende de Saturnalia - maar dat was in december. De processie met het schip is nog weer ouder: de Dionysos-cultus bij de oude Grieken. Dat was wél in het voorjaar: de Anthesteria.
https://historiek.net/carnaval-en-dionysos/56937/
1
08/02/2018 22:42
net je link aangetikt.. kijk zo leer je nog eens wat.,. bedankt
08/02/2018 19:30
Ik zie net dat Herman nu emeritus prof is ..dus gepensioneerd ..de blauwe schuit is zijn proefschrift geworden.. Herman Pleij is emeritus professor of Dutch Literature at the University of Amsterdam. He was appointed professor in 1981 and taught until February 2008.
1
08/02/2018 19:27
Interessant.. zeker de verwijzing naar de carrus navalis.. in mij studietijd (Historische letteren) kwam dit eens ter sprake en ik herinner mij van een college (44 jaar geleden) de blauwe boot of de blauwe schuit op wielen. het schip van dwazen...: Veel discussie is er omtrent het bestaan van de Blauwe Schuit. Hierover zou in 1413 door de dichter Jacob van Oestvoren melding zijn gemaakt.

Hoewel er geen archiefmateriaal over bestaat en de datering van het gedicht mogelijk vervalst is, suggereren verschillende publicaties dat er een blauw geverfde boot op wielen door de straten van...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert