Heksenvervolgingen - deel 3

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Geschiedenis

Vorige week hadden we het over ketterij, de inquisitie, en het intellectuele heksengeloof en de verspreiding hiervan. Deze week gaan we verder in op de invloed van de reformatie op de heksenvervolgingen. Was de reformatie de oorzaak van de heksenvervolgingen of hadden ze er alleen invloed op?

De reformatie

De reformatie was de hervormingsbeweging waaruit het protestantisme voortkwam. De vroege protestantse hervormers wilden de kerk weer tot haar oorspronkelijke christelijke zuiverheid brengen. Ze vonden bijvoorbeeld dat vele praktijken van de kerk te ‘magisch’ waren. Er waren inderdaad veel praktijken die je als magisch kunt beschouwen. De kerk had namelijk zijn eigen tegenmagie om haar volgelingen te beschermen tegen bezetenheid en hekserij. De protestanten vonden echter dat de kerk die moest afschaffen, ze hadden een hekel aan alle magie, dus ook aan de kerkelijke ‘magie’. De protestanten ontkenden onder andere de werkzaamheid van aflaten, een aflaat is de kwijtschelding van (tijdelijke) straffen die men zou moeten ondergaan in het vagevuur na het sterven voor je zonden. In de middeleeuwen werd er erg veel misbruik van gemaakt, vele geestelijken verkochten aflaten tegen woekerprijzen aan het goedgelovige volk.
De protestanten definieerden daarnaast opnieuw de rol van de sacramanten, schaften de rooms-katholieke mis af of veranderde deze ingrijpend en veranderde de rol van de geestelijken. De protestanten schoven de kerkelijke bemiddelaars tussen mens en God, de geestelijken dus, namelijk aan de kant en zeiden dat er een directe relatie was tussen God en de mens. Zij vonden dat iedere gelovige zijn eigen priester was die door het lezen van de bijbel het juiste geloof kreeg en alleen dat geloof kon volgens hen verlossing brengen. Deze denkbeelden waren niet te vereenzelvigen met de leer van de Rooms-Katholieke Kerk, de kerk was niet in staat zichzelf te hervormen en de protestanten konden geen ondersteuning vinden in de bijbel voor het gezag van de paus. Daarom braken de protestanten met de Rooms-Katholieke Kerk.
Ze vestigden hun eigen onafhankelijke protestantse kerken. Het protestantisme werd de dominante godsdienst in vele delen van Duitsland, Zwitserland en de Lage Landen, in Engeland, Schotland en de Scandinavische landen, en in bepaalde gebieden in Frankrijk, Hongarije en Polen. De bekendste protestantse hervormers waren Maarten Luther en Johannes Calvijn. Beide hadden hun eigen stroming binnen het protestantisme en hadden vele volgelingen. De reformatie was dus een groot succes.
Het katholicisme kon echter niet achterblijven en zette de contrareformatie in gang, hun eigen hervormingsbeweging. Er waren wel al langer katholieke geestelijken die verlangden naar een hervorming van de kerk zonder zijn structuur aan te tastten, toch was het de reformatie die de contrareformatie stimuleerde. De belangrijkste doelen van de contrareformatie waren het uitbannen van de corruptie binnen de kerk, de opleiding van de geestelijken, versterking van het geloof van de leken, en het terugwinnen van gelovigen die ze kwijt waren geraakt aan het protestantisme. Onder leiding van de paus voerde de kerk bepaalde veranderingen in, waarvan de meeste werden goedgekeurd door het Concilie van Trente (1545-1547; 1551-1552; 1562-1563). Het Concilie in Trente was een algemene vergadering waaraan regionale christelijke leiders deelnamen om misstanden en misbruiken binnen de katholieke kerk aan te pakken en het diende ook om duidelijkheid te scheppen over de door de protestanten betwiste geloofspunten.
Het gevolg was echter dat er een echte godsdienststrijd losbarstte. Er waren hevige godsdienstconflicten en zelfs godsdienstoorlogen. De belangrijkste daarvan waren de hevige oorlogen in Frankrijk aan het eind van de zestiende eeuw en de Dertigjarige Oorlog in het begin van de zeventiende eeuw. De Dertigjarige Oorlog was een grootschalige oorlog en conflict tussen de meeste Europese staten. Een coalitie van de keizer van het Heilige Roomse Rijk vocht toen tegen coalities van protestantse staten. Het duurde van 1618 tot 1648.
Terwijl delen van Duitsland, Oostenrijk, Bohemen, Polen, Hongarije en de Lage Landen zich weer tot het katholicisme herbekeerden, bleven andere gebieden protestants.
De reformatie was de periode tussen circa 1520 tot 1650. In deze periode vonden ook de hevigste heksenjachten plaats. Daarom zijn historici er altijd van uitgegaan dat de reformatie de aanleiding of zelfs de oorzaak was van de heksenvervolgingen. Tegenwoordig is hier men wat voorzichtiger in. De heksenvervolgingen begonnen dan ook honderd jaar vóór de reformatie en bovendien vonden in de eerste jaren van de reformatie, van ongeveer 1520 tot 1550, relatief weinig heksenvervolgingen plaats. Aan het eind van de heksenvervolgingen werden in Polen nog duizenden heksen vervolgd en dat kan dus nog moeilijk aan de reformatie liggen. Maar de reformatie verhevigde de heksenvervolgingen na de eerste jaren wel en misschien heeft het de heksenvervolgingen ook van plaats tot plaats verspreid. Maar wat was precies de invloed van de reformatie op de heksenvervolgingen?

                          
Tijdens de heksenvervolgingen geloofde men ook in zogenaamde 'huisduivels', dat waren demonen in de gedaante van dieren, hier bijvoorbeeld padden, maar ook katten, honden, uilen, raven enzoverder kwamen in aanmerking. Deze demonen waren in dienst van de heks en hielp haar om kwaadaardige klusjes op te knappen. 

Invloed reformatie op heksenvervolgingen

De reformatie had dus wel degelijk invloed op de heksenvervolgingen, ze hadden nieuwe religieuze opvattingen die de heksenvervolgingen verhevigden. De nieuwe opvattingen hadden te maken met het nieuwe beeld van de duivel, persoonlijke godsvrucht, de aanval op bijgeloof, heidendom en magie en tenslotte met bijbels fundamentalisme:

De angst voor de duivel

De katholieken hadden altijd er wel op gehamerd dat men moest opletten voor de duivel, maar toch week de visie van de protestanten van de katholieken af. Volgens de katholieke visie was de duivel een geestelijke identiteit, hij had dus geen lichaam, maar hij kon wel het uiterlijk aannemen van een mens of dier. Op die manier kon hij mensen bezitten. Dat gold ook voor de demonen. Nog belangrijker is dat de katholieken de duivel nooit zoveel macht gaf dat hij alles kon doen wat hij maar wilde: hij kon alleen dingen doen met toestemming van God. Hij kon bijvoorbeeld geen materie scheppen en ook geen mensen dwingen om afstand te doen van hun christelijk geloof, ook al verleidde en misleidde hij de mensen. Dat was het officiële standpunt die vanaf de twaalfde en dertiende eeuw zou ingenomen worden en dit bleef zo gedurende de heksenvervolgingen.
    Van de duivel was er geen standaardafbeelding, maar hij had zowel kenmerken die uit de christelijke theologie waren ontleend als van heidense goden. In de middeleeuwen verwees de kerk de heidense goden naar het rijk van Satan, ze werden dus demonen. De christelijke elementen waren de zwarte kleur van de duivel, vanwege de associatie met de zonde, en vleugels omdat hij een gevallen engel was. Maar de sik van de duivel, zijn gespleten hoeven, hoorns, gerimpelde huid en naaktheid zijn van de heidense goden afkomstig, voornamelijk de Grieks-Romeinse god Pan en de Keltische Cernunnos.
Tijdens de reformatie werd door de protestasten meer macht gegeven aan de duivel, in die zin dat ze de aanwezigheid van de duivel veel meer benadrukten. Ze zouden veel angstiger geweest zijn voor de duivel. Deze visie was afkomstig van Maarten Luther en Johannes Calvijn. Luther schreef over een strijd met de duivel en gaf de duivel een positie in de wereld waardoor hij gevaarlijk dicht in de buurt van dualistische ketterij kwam. De duivel was overal aanwezig en elke gelovige, zelfs de vroomste, kon worden bedrogen en verleid door het sluwe verraad van de duivel. Ook Calvijn vond dat de macht van de duivel zo groot en verspreid was dat gelovigen een ‘niet aflatende strijd’ tegen de duivel moest voeren.
Toch hielden deze protestantse hervormers zich niet met hekserij op zich bezig, al zeiden ze wel eens dat heksen niet in leven gelaten mochten worden. Ze deden er weinig uitspraken over. Het gevolg was echter dat hun bezorgdheid over de duivel ertoe leidde dat veel van hun volgelingen vastberadener optraden tegen heksen. De nadruk kwam veel meer te liggen op de ketterse aspecten van hekserij in plaats van maleficia. Het leidde tot grotere vastberadenheid om heksen uit te roeien. Hun standpunten werden verspreid door predikende geestelijken en bereikten een groot aantal mensen. Mensen van alle lagen van de bevolking werden er zo van doordrongen van de aanwezigheid van de duivel en dit creëerde natuurlijk een enorm grote angst voor de duivel. In eerste instantie leidde dit niet tot veel hekserijbeschuldigingen, het volk beschuldigde mensen nog steeds van maleficia, maar het zorgde er wel voor dat men er steeds meer op gebrand was om beschuldigingen van maleficia als instrument van de duivel te vervolgen.
In deze periode kregen ook de katholieken een grotere angst voor de duivel vanwege de groei van het protestantisme, die ze zagen als het werk van de duivel. Dat maakte dat ze zich meer bewust werden van zijn macht. Katholieke geestelijken deden niet onder voor hun protestantse collega’s bij het overtuigen van hun parochianen dat de duivel alomtegenwoordig was. Het gevolg was een bittere strijd om de wereld te zuiveren van Het Kwaad.

                                     
Hier je de Grieks-Romeinse god Pan, samen met Aphrodite en Eros. In de middeleeuwen baseerde men de uiterlijke kenmerken van de duivel op heidense goden als Pan. 

Persoonlijke godsvrucht, schuld en hekserij

Daarnaast legden de protestanten en bijgevolg ook de katholieken sterk de nadruk op persoonlijke vroomheid en godsvrucht. Alle christenen moesten nu een voorbeeldig leven leiden en zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun verlossing. Men kon dit niet meer alleen bereiken door bepaalde godsdienstige voorschriften te volgen, zoals naar de kerk gaan, maar door een nauwgezetter, moreel en streng leven te leiden. Wie een leven had zonder zonden, zou volgens het calvinisme uitverkoren worden door God, dus moest men streven naar morele perfectie. Door die nadruk op persoonlijke vroomheid en het najagen van verlossing, waren mensen zich veel meer bewust van een diep zondebesef. Gewetensvolle mensen die zondigden, niet konden voldoen aan de veeleisende gedragsregels, of twijfelden aan hun eigen godsvrucht, kregen te maken met schuldgevoelens en morele onwaardigheid.
Mensen die zich schuldig voelen, willen er natuurlijk zo snel mogelijk vanaf. Hoe beter om dit te doen dan de schuld op de heks te steken? Zij was de personificatie van Het Kwaad, maar er zitten ook nog andere dingen achter zoals we in volgende artikels nog zullen lezen. Door de schuld op de heks te steken, verlichtten degenen die gezondigd hadden hun eigen schuldgevoel. De meeste beschuldigde heksen kwamen uit het gewone volk, zoals we later zullen zien, maar de manier waarop ze werden beschuldigd zullen we al illustreren om beter te begrijpen hoe schuldgevoel leidde tot beschuldigingen van hekserij. Vaak gebeurde het dat een arme vrouw kwam bedelen aan de deur en de persoon bij wie de arme vrouw aanklopte, eten, drinken of geld weigerde te geven. Het was iedereen zijn morele plicht om de armen te helpen, dus degene die een bedelaar weigerde iets te geven, voelde zich uiteraard schuldig. Dit was geen fijn gevoel en men wilde ervan af. Daarom ging de persoon die geweigerd had iets te geven aan de arme vrouw, de arme vrouw gaan beschuldigen van hekserij.
Soms was het ook dat de beschuldigde ‘heks’ zelf een diep zonde-en schuldbesef had, omdat die persoon zélf dacht een heks te zijn, of doorheen het proces hiervan overtuigd geraakte. Of ze voelden zich schuldig omdat ze hun buren haatten.

De aanval op bijgeloof, heidendom en magie

We hebben al gezien dat de protestanten naast heidense gebruiken en magie, ook het kerkelijke bijgeloof en de ‘magie’ gingen aanvallen. De meeste mensen uit het volk waren bijgelovig en geloofden en praktiseerden soms ook magie. De kerk had zijn eigen ‘magische’ praktijken en daarbij ging het vooral om tegenmagie: magie om zich te beschermen tegen duivelse machten. Daaronder viel bijvoorbeeld de verering van heiligen, het gebruik van rozenkransen, medailles en relikwieën. Er werden uiteindelijk een aantal van die gebruiken afgeschaft of veranderd.
De veroordeling van niet-kerkelijke magie, bezweringen, toverspreuken, toverdranken enz., leidde al tot een toename van de heksenvervolgingen omdat er wetten kwamen tegen waarzeggerij, liefdesmagie en betovering. Daarnaast konden witte heksen ook beschuldigd worden van hekserij hierdoor. Maar de aanvallen van de protestanten op de kerkelijke tegenmagie zorgde tevens voor een toename van de heksenvervolgingen. Dit omdat het volk zijn wapens verloor waarmee ze zich konden verdedigen tegen heksen. Iemand die zich bedreigd voelde door een zogenaamde heks, kon geen kruisteken meer slaan, geen wijwater over zijn kruis sprenkelen, geen afbeeldingen van heiligen ophangen of de beschermingsrituelen opvoeren die ze vanouds uitvoerden als ze met kwade machten werden geconfronteerd. De mensen die bang waren voor de maleficia van heksen konden dus nu nog maar één ding doen: de heks via juridische wegen laten vervolgen, dus namen de heksenvervolgingen toe.

De bijbel en hekserij

De laatste belangrijke religieuze verandering van de reformatie was dat men de bijbel zeer letterlijk ging nemen. De bijbel werd door de protestanten als de enige bron van waarheid gezien, integenstelling tot de katholieken. Daar kwam nog bij dat de bijbel in alle belangrijke Europese talen werd vertaald, waardoor meer mensen het konden lezen. De enkele fragmenten over hekserij werden enorm belangrijk en de belangrijkste hiervan was Exodus 22:18: “een tovenares moogt gij niet in leven laten.” Het probleem was echter dat het oorspronkelijke Hebreeuwse woord die men vertaalde als ‘tovenares’ eigenlijk ‘iemand die in de duisternis werkt en dingen prevelt’ zou betekenen. Dus geen heks die een pact sloot met de duivel en hem aanbad. Maar dat maakte de mensen niets uit, net als het feit dat men dit gebod niet als absolute wet kon aannemen. Deze wet behoorde namelijk tot de oude Mozaïsche wet en Christus zou verklaard hebben dat deze wet niet meer van kracht was. Toch trok men zich hier niets van aan en werd dit een excuus om heksen te vervolgen.

Godsdienststrijd

 De godsdienststrijd werd vroeger door historici als een heel directe invloed op de heksenvervolgingen gezien, tegenwoordig is men hier wat gematigder over. De godsdienststrijd had zeker zijn invloed op de heksenvervolgingen, maar was niet de oorzaak ervan. Maar wat voor invloed dan? De pogingen van de protestanten om hun geloof te verspreiden over Europa begon steeds meer op verzet te stuiten van de katholieken. De katholieken wilden koste wat het kost de nieuwe protestanten herbekeren tot het katholicisme. Bovendien ontstonden er ook nog eens conflicten tussen de verschillende protestantse stromingen, bijvoorbeeld de lutherse protestanten en de calvinisten.
Historici hebben gezien dat de jacht op heksen het hevigst was in gebieden waar ofwel katholieken als protestanten of lutherse protestanten en calvinisten in één gebied leefden, ofwel waar de bevolking van het ene gebied het protestantisme aanhing en het aangrenzende gebied het katholicisme. Dit kan mogelijk de ongelijke verspreiding van de heksenvervolgingen verklaren. In gebieden waar er maar één godsdienst was en waar de aangrenzende gebieden dezelfde godsdienst aanhingen, waren er maar weinig heksenvervolgingen en een relatief laag aantal terechtstellingen. Belangrijk om te vermelden is dat degenen die van hekserij werden beschuldigd, tot dezelfde godsdienst zouden behoord hebben als degene die hem of haar beschuldigde. Een katholiek zou zelden een protestant van hekserij hebben beschuldigd en omgekeerd.
Daarnaast veroorzaakte de godsdienstoorlogen zelf geen heksenvervolgingen, want op plaatsen waar er gevechten uitbraken, waren er bijna geen heksenvervolgingen. Dat had met een aantal redenen te maken. Ten eerste belemmerde de oorlog de werking van het gerecht dat heksen vervolgden, buitenlandse legers namen deze vaak over en waren niet geïnteresseerd in hekserij. Ten tweede kon de plaatselijke bevolking nu de soldaten of de vijand de schuld geven van hun ongeluk, dat uiteraard alleen maar erger werd in oorlogstijd, in plaats van heksen de schuld te geven. In de meeste gevallen gaven mensen alleen in vredestijd heksen de schuld van hun ongeluk.
De invloed van de godsdienststrijd was dan ook voornamelijk de angst die toenam. De angst voor godsdienstige ontwrichting en de angst voor de duivel. Het is logisch dat deze angst groter was in gebieden waar zowel katholieken als protestanten leefden of waar in een aangrenzend gebied het rivaliserende geloof werd aanhangen. Men was immers bang dat, als een naburige gemeenschap of gebied zich bekeerd of herbekeerd had tot het rivaliserende geloof, dat hetzelfde zou gebeuren in hun gemeenschap of gebied. Bovendien versterkte de mogelijkheid dat een leger hen zou dwingen zich te bekeren tot het rivaliserende geloof de angst alleen maar. Men dacht dan ook dat de duivel verantwoordelijk was voor de overgang tot het protestantisme of de herbekering naar het katholicisme. Het was een teken aan de wand dat de duivel zeer actief was in de samenleving en hoewel hekserij maar op één manier het gevaar van de duivel illustreerde, was het wel iets waar men tegen kon doen. Men kon heksen juridisch vervolgen. De heksenprocessen waren in feite een vervanging voor ketterijprocessen geworden.
Het is dan ook niets voor niets dat de periode van de heksenvervolgingen ook wel het ‘Tijdperk van de Angst’ wordt genoemd. Mensen waren doodsbang van alle veranderingen en ontwikkelingen die in hun tijd gebeurde. Er waren ook andere gebeurtenissen, niet alleen op religieus vlak, dat voor extra angst zorgde. Ook bijvoorbeeld de verwoestende pestepidemieën en het constante slechte weer wakkerde angst aan voor de duivel.

Maar dat is voor een andere keer: volgende week gaan we eerst dieper in op de gerechtelijke veranderingen die de heksenvervolgingen mogelijk maakten.

Bronnen:

  • De wereld van Harry Potter
    Auteurs: Allan Kronzek en Elizabeth Kronzek
    Uitgegeven door Bruna (2002)
    Vertaling vanuit het Engels
  • Kunnen heksen heksen?
    Auteur: Kathleen Vereecken
    Ilustrator: Sylvia Weve
    Uitgegeven door Querido (2002)
  • De heksenjacht in Europa 1450-1750
    Auteur: Brian P. Levack
    Uitgegeven door Bandijk (1991)

Vertaling vanuit het Engels

  • Alles over magie: geïllustreerd overzicht van prehistorische geloofsvormen tot hedendaags satanisme en technopaganisme
    Auteur: Nevill Drury
    Uitgegeven door The House of Books (2003)
    Vertaling vanuit het Engels
  • De ondergang van de magische wereld: godsdienst en magie in Engeland 1500-1700
    Auteur:
    Keith Thomas
    Uitgegeven door Agon (1989)



 

21/09/2017 15:31

Reacties (6) 

1
22/09/2017 00:04
Zeer mooi geschreven.
De liefde van jezus is niet gratis. Daar moeten offergaven voor betaald worden. Dit kan een pastoor zo niet op de preekstoel vertellen. Er moeten leuk klinkende verhaaltjes van gemaakt worden. We hebben het hoofd vol met een warboel van leuk klinkende stemmen. ik vind dat heel gedoe van een gefantaseerde waarheid, de waarheid behorend bij goed en slecht en de echte waarheid, de waarheid van de natuurwet maar een raar gedoe. In de warboel van stemmen in het hoofd opruiming houden.
01/10/2017 14:37
Dank je wel :)
1
21/09/2017 22:38
Chapeau.. mooi analytische tekst..
1
01/10/2017 14:37
Dank je wel :)
1
21/09/2017 20:42
Mooie tekst
01/10/2017 14:38
Dank je wel :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert