Vinden we hier een Romeinse badinstallatie?

Door Peter-Paul gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Een Romeinse badinstallatie of een gresbuis

 

En het was business as usual. Die eerste 40 cm na het maaiveld was sowieso verloren voor de wetenschap. Je moest de sleuf openleggen en beginnen schaven. Marc kende het klappen van de zweep en Tanja, zijn blonde buurvrouw, naast hem op de foto, moest je ook al niks wijsmaken. Ze had met Isaac genoeg op de opgravingen gekampeerd toen het nog “aan” was. Haar aanwezigheid was een immense verrassing voor de vereniging. De breuk tussen Isaac en Tanja had er nogal definitief uitgezien. Zoals een geschiedenis bij Isaac altijd nogal abrupt kon stoppen voor de “Umwelt”. Maar iets had de Chrysler een paar weken tevoren haast automatisch en onafwendbaar naar de kust gedreven. Ze was thuis, daar in Blankenberge. Was geen treurende weduwe meer maar stond op het punt te emigreren naar Duitsland. Lang had Isaac niet moeten aandringen om haar nog één keer naar Asse te krijgen, for old time’s sake…

118c766e0bfcb408ede166b103544ec2_medium.

De bende schaafde en schaafde. Isaac had de supervisie vanuit de wolken: hij was op een muur geklommen en zou instaan voor de ultieme foto. Grondsporen, cropmarks of eigenaardige denivellaties? Zeker met zonnig weer zouden ze moeten opvallen… Tegelijk wilde de vereniging “scoren” op het stagekamp. Er waren 19 jonge aspirant-archeologen die zich volop in de wetenschap wilden gooien en er duidelijk hemel en aarde voor wilden bewegen om Romeinse oudheden te ontdekken. Voor Isaac viel er vanuit de wolken al het één en anders te ontdekken, zoals hij met galmende stem kon mededelen:

“Boys and girls! We hebben zeker en vast prijs! Ik zie daar twee zeer interessante fenomenen!”

87b1df2ffc9d4b62528a68377988efc6_medium.

 

Terug op aarde deelde hij de lakens uit, samen met Marc.

 

“Aan de voeten van Cécile en Annemie zit een grote afvalkuil. We gaan het spoor couperen. Met een paar passen, twee fiches en een koord was de aanzet gegeven:

“Kijk, nu heb je al de nodige  coördinaten:  Annemie, ik geef je deze fiche. Ze heet  “S1, x1”. Duw ze stevig in de grond en dan kunnen we er ons koordje aan vastbinden.  En aan jou, beste Cécile, geef ik fiche S1, x2”. Boor maar in de grond aan het andere einde van ons touwtje. En ik zal onmiddellijk wat uitleg geven want ik veronderstel dat dat allemaal wat Chinees klinkt!”

De verbaasde meisjes en de ogen van alle omstanders spraken boekdelen. Als Chinees had het summiere “woordje uitleg” wellicht niet geklonken. Maar er viel wellicht nauwelijks een touw aan vast te knopen voor de jeugdige archeologen. Isaac ging verder terwijl hij met zijn schraper het grondspoor isoleerde:

 

 

 

S1,x1

  •  

 

S1,x2

  •  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Kijk, Annemie en Cécile hebben twee vaste punten bij-gezet middenin de eerste structuur in onze gezamenlijke eerste sleuf. We dopen die plechtig Structuur 1 of S1. Ik heb ze met een stippenlijn verbonden. Dάάr komt onze coupe!”

Er werd nu voor het eerst écht opgegraven.  Cécile en Annemie vlogen erin en de rest leek wat werkloos. Dat was een gedroomd signaal en Marc en Isaac wezen op de platte schop. En het was Isaac die meteen zijn zoetste droom verklapte. Hij had iets gezien vanuit de lucht:

“Iedereen op één lijn vanaf dit paaltje. Een kleine meter tussen de archeologen en we gaan voorzichtig kleine laagjes grond wegschaven.  Ik verwacht op deze plaats een Romeinse badinstallatie. Die moest uiteraard verwarmd worden met een praefurnium. Ik heb in de bodem al de verkleuringen gezien die de plaats markeren van de tubuli. Die buizen zaten vol warme lucht. We kunnen dit spoor al vanuit de lucht in onze sleuf volgen. Ik schat al zo’n 30 meter!”

Niet alle aanwezigen waren even enthousiast.

“Daar zit een gresbuis. Gewoon een gresbuis, ik zal u dat zeggen”. Voor deze wijsheden stond William. William was een oer-knutselaar die uit de omgeving van Willy was opgedoken. Kapotte bougies aan je oude Ford Granada, problemen met het mandstuk van je saxofoon? William Ruyssinck loste alles op, belangeloos en meestal gratis. En nu boorde hij feilloos een Romeinse badinstallatie tot gruzelementen. Het was een droom die definitief naar de haaien ging. Het was de mooie droom van twee jongens die hun leven in Asse definitief op de rails wisten. Twee jongens die lid werden van de Vereniging, twee jongens die zich opsloten in de seminariebibliotheek Grieks-Romeinse en Nationale Archeologie van de Gentse universiteit en die zich soms wel wat slimmer voelden dan de rest en die de dingen daar in Asse  wίsten. Zeker Isaac zag de dingen doorgaans nogal helder. Zeker Isaac dacht dat hij de Romeinse vicus van Asse-Kalkoven door en door kende en dat hij klaar was voor het Betere Persbericht en een kleine toelichting op binnen- en buitenlandse TV-kanalen.

“Ik zeg u dat daar gewoon een gresbuis zit!” volhardde William in de boosheid. Pies en kak dus en géén tubuli. Wat voor Marc en Isaac het toppunt werd van gruwelijkheid was dat Ruyssinck gelijk scheen te hebben. De pas ontdekte” tubuli” beschreven een welbepaalde richting: ze leidden onmiskenbaar naar een afgedankt gebouwtje. Dat gebouwtje kenden de archeologen maar al te goed. Isaac dateerde het midden 20ste eeuw en het was het noodtoilet van boer Hannaert: twee planken met een beerput eronder. Pies en kak en de studenten verdienden méér, vond Isaac.

“Blijkbaar zijn de sporen hier overwegend postmiddeleeuws. Ik stel voor dat Annemie en Cécile hun afvalkuil verder afwerken en de rest verhuist mee naar perceel 905p10.”

“Post-middeleeuws!” gilde William uit. En hij genoot extreem van deze wetenschappelijke vergissing. Deed er grinnikend nog een flinke schep bovenop. “En straks gooit ge hier nog wat dinosauruseieren naar die kinderen hunne kop of een emmer gouden munten. Doe maar gewoon verder hoor!”

Isaac knorde wat gemelijk mee. Deze bijkomend uitleg paste hoegenaamd niet in zijn kraam. Die gresbuis was een gruwelijke misser maar daar mocht, volgens Marc en Isaac, toch niet het stagekamp op worden afgerekend.  Op perceel 905p10 lag sleuf 86-1 en daar waren zeker 3 structuren die nog verder mochten uitgediept worden. Structuur 86-1(6)was bijna afgewerkt en “inteken-klaar”. Daar konden ook wat dia’s van genomen worden. Nog wat meer werk bood structuur  86-1(18). Verder schaven was hier de boodschap maar volgens Isaac moest dat zéér voorzichtig gebeuren. Studenten als Frank waren al te enthousiast volgens Marc:

“Oppassen Frank, je krabber rάάkt daar al een stuk keramiek! Ziet dat ge geen brokken maakt!

Frank had daar inderdaad een cirkelvormige rand ontdekt. Binnen deze rand stond water. Marc en Isaac namen de operatie vlug over. Daar zat een volledige pot in strucuur 86-1(18)! De kookpot miste geen enkele scherf. Het was met bijna religieuze eerbied dat Isaac  met zijn truweeltje de leemgrond van rond de kookpot schaafde: “Deze reducerend gebakken kookpot is een mooi voorbeeld van een Stuart 301c. Klassiek gebruiksaardewerk zoals ik tijdens de les al heb getoond. Hij heeft die kenmerkende dubbele vingerafdrukken op de schouder. Jij, Frank, mag hem eens laten rondgaan.”

35e45d3b458e5a97ce239bd875fb1f27_medium.

De fiere vinder liet dat even later geen tweede keer zeggen. De pot ging naar Cindy en van Cindy naar Koen. Op vraag van Marc was Willy naar perceel 918x gehold om Annemie en Cécile te roepen omdat “er wel degelijk iets gevonden was op perceel 905p10”. De twee meisjes hadden een belangwekkend tegenbericht bij monde van Cécile:

“We komen direct af maar Isaac moet eerst eens naar dίt komen kijken!”

“Dίt” was volgens Willy belangrijk genoeg om op beide percelen eventjes de werken op te schorten. Cécile had een bronzen sieraad ontdekt, het was volgens Willy een Minerva-hoofdje. “Nog niet gevonden, zoiets. Misschien maakte het wel deel uit van een beeldje!” Twee dergelijke topvondsten maakten de gresbuis voor Isaac meteen goed. De studenten konden meteen een korte kennismaking krijgen met wat essentiële landmeettechnieken. De nieuwe sleuf bleek dus niet voor de volle honderd percent postmiddeleeuws. En er werden meteen twee ploegen gevormd: één ploeg bekommerde zich met de dieptes, terwijl een stel collega’s zich over de precieze inmeting ging bekommeren van de vondsten op de respectievelijke grondplannen.

Twee verantwoordelijken drongen zich ongevraagd op:

Marc Dierickx was chef “inmetingen “. Een merkwaardige vondst? Liefst met dateringspotentieel? Marc noteerde, nauwgezet en minutieus. Daar kwamen de klembordjes, velletjes millimeterpapier zaten al vastgeklemd. Frank, Michiel, Eva en Ilse bemachtigden al de onmisbare potloden en Marc zette ze aan het werk.

“Hier heb je een rolmetertje, Frank. Ik zal je tonen waar je het eerste punt kan aanduiden. komt perfect in de verkleuring van Structuur 1 van perceel 918x. Het Minerva-kopje hebben we hίer!”

Isaac verzamelde een andere ploeg, keek of er wat sterkere boys tussen zaten en gaf aan Timothy zonder veel omhaal zowat het zwaarste en meest onhandig ogende werktuig dat die dag een rol zou spelen.

                “Kijk Timothy, dit is onze meetbaak. Hiermee gaan wij onze dieptes inmeten. Vergis je niet. Die zit nog opgevouwen. Help hem effe, jij daar Marie, want we gaan hem openplooien!”

De studenten schrokken toen de meetbaak zich ineens in zijn volle lengte manifesteerde: vier meter streepjes en blokjes. Minerva en andere vondsten zouden ineens wetenschappelijk correct geboekt worden.

Isaac moest ruiterlijk toegeven dat ze het hun studenten niet zo makkelijk hadden gemaakt. De meetbaak keerde het beeld om zodat de uitlezingen niet zo makkelijk zouden uitvallen. Marc en Isaac hadden daar wat minder moeite mee. Ze waren daarop getraind. En Isaac moest hier al even ruiterlijk toegeven dat dat ooit anders was geweest. Een kennis van Willy, een gediplomeerde landmeter, had het allereerste nul-punt op het terrein geijkt, volledig conform de Tweede Algemene Waterpassing. Het was met een houten paaltje op perceel 905p10 in het opgravingsterrein geheid. Ze hadden met de vereniging beslist om dίt punt voor altijd uit te kiezen als Hét Nulpunt van  Agilas.

En dan waren de zaken beslist gunstig geëvolueerd. Willy mat zijn niveaus vroeger in met .plastic buisjes die hij met water had gevuld. Hij verklaarde simpel.

                “Dat is een oeroude wet van de communicerende vaten: ik heb hier altijd een correct niveau!”

Correct waren die niveaus heel zeker maar het kon toch simpeler, vond Isaac. Hij geloofde rotsvast in een recente illegale vondst op de zolder van het Assese Oud-gasthuis:  een oeroude niveaukijker.  En het was een oud ding, en niet eens volledig conform aan de verwachtingen. Zo mat de gradenboog géén 360 maar 400 graden . Volgens Willy was het een militaire kijker en volgens hem was dat “gewoon effe wennen!”

 

En zo was nagenoeg alles “gewoon effe wennen” op het stagekamp van de archeologische vereniging Agilas.  Effe wennen maar er werd ook daadwerkelijk lés gegeven. De leerstof werd verdeeld over diverse deelaspecten met hun respectievelijke verantwoordelijken. Marc was de onbetwiste Materiaalmeester. Platte schoppen, spades, grote en kleine truweeltjes? Marc zorgde voor de bedeling en superviseerde onderhoud en reiniging. De Materiaalmeester was ook belast met het gadeslaan van de opgravingsterreinen en de gebruikte lokalen. Dat laatste was op het werkterrein wel  eerder  beperkt. Roger was als verantwoordelijke BTK van de gemeente Asse heer en meester in het Oud-Gasthuis. De slaapzalen en de eet-infrastrucuur werden door de Vereniging  eerder met grote dankbaarheid “gebruikt”. En de “gebruikers” werden met grote aandrang verzocht om de geleende infrastructuur als een “goede huisvader” te beheren en ongeschonden aan de gemeente terug te geven. Maar er was één lokaal dat op het terrein zelf ter beschikking stond en waar Marc met de waardigheid en het aanzien van een grizzly-beer over waakte: de regentent. Deze overkapping met buizen en plastic zeil was ooit aangekocht om niet langer  afhankelijk te zijn van de luimen van het Belgische klimaat. Bij opgravingen is de tent met haar bescheiden afmetingen van 3 op 4 meter hoe dan ook nooit écht veel gebruikt. Maar als leslokaal voor het stagekamp was ze uitermate geschikt. Voor Isaac was het de gedroomde uitvalsbasis voor zijn cursussen “opgravingstechnieken” en “materiaalkennis”. De eerste cursus was om de jongeren diets te maken dat er bij opgravingen méér komt kijken dan een spade in de grond steken en zien wat er allemaal in zit.  Deze cursus stond en viel uiteraard met oefeningen op het terrein. In de tent werden richtlijnen gegeven en konden groepjes worden gevormd. Het echte werk en Isaac speelde hier zijn gedroomde rolletje als wetenschappelijk alweter en projectleider.

Hierbij sloot naadloos de cursus “materiaalkennis” aan. Isaac sprak met kennis van zaken of liet zich hier toch klaar en duidelijk op voorstaan jegens zijn jeugdige publiek:

                “Asse-Kalkoven is een Romeinse vindplaats… Zoveel is inmiddels duidelijk zijn en het is misschien zelfs de reden waarom jullie zich voor dit kamp hebben ingeschreven?”

De lesgever monsterde hierbij zijn leerlingen die hem blij, verrast en soms zelfs wat bewonderend aanhoorden. Zeker Annemie en Cécile vielen op. Ze schenen nόg meer geïnteresseerd, nog een graad gretiger naar informatie over archeologie. Isaac had al eerder moeten vaststellen dat Cécile geen millimeter van zijn zijde week. Ze luisterde ademloos naar de volgende opdracht:

                “Ik heb hier een resem voorwerpen. Het zijn scherven, stenen of pure rommel” Isaac gooide het gewoon in de gretige handen van de leerlingen van de voorste rijen en maakte duidelijk wat er verlangd werd.

                “Haal alle Romeinse scherven uit deze hoop, kom ze mij geven en zeg waarop je je baseerde.”

Reacties bleven niet uit. De jongeren gingen onderling vergelijken, maakten opmerkingen en selecteerden hun Romeinse vondsten. Isaac wachtte geduldig en becommentarieerde alle stukken. Ook Wendy die overduidelijk twee recente bloempotfragmenten etaleerde, of Frank die géén Romeinsewrijfschaal presenteerde maar een cementsoort van onduidelijke origine.

Peter sprak dan weer over prospectietechnieken. Hij had zich voor zijn thesis nog bekommerd over de prospectie van Erembodegem en wist dus waarover hij sprak.  De groep ging nu buiten de tent en de deelnemers zochten een plekje in het gras. Bij gebrek aan sportvliegtuig of helikopter had Peter een schoolbord opgesteld en onderwees de klassieke techniek van het “fieldwalking”. De leraar duidde met krijt de richtingen aan die de archeoloog moest afwandelen om een perceel grondig te inspecteren.

                “Ge laat zo’n anderhalve meter tussen de rijen en ge kijkt goed uit uw doppen!”

De jeugdige vorsers letten goed op, bekeken de aangeduide looprichtingen maar sommige, veelal vrouwelijke, vorsers hadden vooral oog voor de lesgever. Peter stond zéér schaars gekleed voor de klas. Hij droeg enkel een blauwe voetbalshort en showde een blote musculatuur waar elke man stikjaloers op zou moeten zijn: de sixpack waar elke strandstoefer voor  de hoogste score ging bij vrouwelijke badgasten. Geen grammetje vet.

Isaac was géén voetballer, toonde nooit overdreven veel aandacht voor sport in het algemeen. In het leger finishte hij nog bij de eerste honderd bij de massaloop door de duinen voor beide smaldelen, samen: méér dan 600 recruten. Hij vond dat verre van slecht en dat verkondigde hij aan elkeen die zijn pad toen kruiste. In het zwembad verdronk hij niet maar haalde hij nog méér dan aanvaardbare tijden.  En toch droeg hij ongeveer hetzelfde kledingstuk als Peter: een blauw voetbalshortje, merkloos en zeker on-modieus. Hij beperkte zich ook tot deze garderobe, alsof ze het hadden afgesproken! Wat geheid niet het geval was. Isaac kon niet pochen met overdreven bodybuild-allures. Een gebrek aan sprekende spiervolumes compenseerde hij ongewild met opvallende haargroei. En dat zou niet bij άlle girls even goed liggen, zoals de “Verleiders-roddelpers” naar verluidt  poneerde.


Hoe dan ook. Op het einde van het stagekamp vielen de prijzen te verdienen. Alle deelnemers kregen een ronkende oorkonde mét officieel Agilas-zegel: de ram mét handtekening van de voorzitter: Willy Guns. Isaac nam de honeurs waar. Hij had nooit uitgemunt in iets als bescheidenheid en deelde de papieren uit aan alle deelnemers. Hij sprak tegelijk de hoop uit dat ze allen gesterkt waren in hun reeds bestaande “goesting” om de studies “archeologie” aan te vatten.

1fcaa041ae4019ece39c43a9a4a4333e_medium.

 

En een heuglijk evenement zoals het unieke en volgens sommigen legendarische stagekamp van archeologische vereniging Agilas moest en zou passend besloten worden door een barbecue en wel na de uitreiking van de attesten in het Oud-Gasthuis. En eens te meer lag de disgenote voor Isaac al op voorhand vast. Cécile had het hele kamp nauwelijks een decimeter van zijn zijde geweken. Nu schoof ze verder op en ging ei zo na op zijn schoot zitten.

 

 


En het ergste van al. Isaac wist niet of hij zich hierdoor blij moest voelen, of juist extreem bezorgd. 

bb0365a1f4925fd0a70b2b304040c3e6_medium.

11/08/2017 09:12

Reacties (3) 

1
11/08/2017 12:18
ik had er een aantal voorzien maar die moeten speciaal verzonden worden in het Tallsay-systeem
1
11/08/2017 11:48
Je foto's komen niet over (denk ik).
1
11/08/2017 14:15
wordt aan gewerkt
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert