Mijn kortverhaal Duisternis

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Dit is mijn kortverhaal Duisternis. Het gaat over een meisje dat een psychiatrische ziekte heeft en het speelt zich af in de negentiende eeuw:

Plotseling geschreeuw in de kleine straatjes van het negentiende-eeuwse stadje Darkness deed de bewoners opschrikken. Luiken en ramen werden opengedaan om door te kijken en hier en daar sijpelden mensen uit hun huisjes de straat op om te zien wat er aan de hand was. Het geschreeuw klonk harder en kwam dichterbij toen een klein gezin de hoek omkwam. Toen zagen de bewoners wie zo hard schreeuwde; een klein meisje van een jaar of negen, met lang zwart haar schreeuwde en gilde de buurt bijeen. Ze werd door mannen in witte jassen weggetrokken van haar moeder. Een koets door paarden getrokken, stond klaar om het meisje te vervoeren.  “Nee, nee, ik wil niet mee! Laat mij hier blijven, moeder! Alsjeblieft, moeder, laat mij hier blijven! Ik wil hier blijven!” het kleine, tengere meisje klampte zich vast aan haar moeder. Tranen stroomden van Lorahs kleine gezichtje naar beneden en ook haar moeder begon te huilen en liet haar dochter niet meer los. Een lange, kalende man in wit kostuum en hoge hoed kwam naast Lorahs moeder staan. Hij had dit al eerder meegemaakt en wist wat hij in zulke situaties moest doen. “Mrs. Jones, het spijt me zeer,” zei hij sussend, “maar het is noodzakelijk om uw dochter met ons mee te geven. Alleen bij ons kan ze een passende behandeling krijgen en wellicht kan ze, als de behandeling gunstig verloopt, binnen enkele jaren terug vrij komen en een zelfstandig leven opbouwen. Begrijpt u? Laat uw dochter los en geef ze aan ons mee. Hoe sneller dit achter de rug is, hoe beter. Zowel voor u als voor uw dochter.” De lange man die sprak was Dr. Necklace, directeur van de psychiatrische instelling The Silvermoon.  Ondertussen had er zich een hele menigte verzameld rond het tragische gebeuren: men zag dat de kleine Lorah uit haar moeder’s armen werd weggerukt en in de zwartglimmende koets werd geduwd. Men keek toe hoe de dokters zich op de koets hesen en de paarden aanmaanden te vertrekken. Helemaal vooraan de menigte keek een ander meisje van Lorahs leeftijd hoe de paarden langzaam in beweging kwamen, tot de koets uiteindelijk uit haar gezichtsveld verdween. Het was Lise-Anne, de beste vriendin van Lorah.
De menigte mensen leek plots weer wakker te worden en begaf zich terug naar huis, terwijl Mrs. Jones onophoudelijk en hartverscheurend stond te huilen. Uiteindelijk, toen het begon te regenen, brachten Mr. Jones en een buurvrouw Mrs. Jones naar huis. 
En Lorah? Lorah zat mistroostig in de koets en zag amper wat er rond haar gebeurde. Ze hoorde de regen tegen het dak kletteren en zag hoe het water langs het raampje naast haar naar beneden gleed. Lorah had het gevoel dat het geluid en het zicht van de regen haar gevoel binnenin perfect omschreven...

                                                       12 JAAR LATER

Lorah was al voor de derde keer die week in de isolatiekamer opgesloten. De dokters hadden haar zelfs moeten vastbinden om haar de kalmeringsmiddelen toe te dienen. Gek genoeg gebeurden haar woede-aanvallen of haar extreme achterdocht altijd ’s avonds of ’s nachts. De dokters wisten zich geen raad met haar. Overdag was Lorah altijd welwillend en voerde ze alle taken uit die ze haar bevolen te doen. Ze at en dronk netjes, was beleefd...maar dan, als het begon te schemeren, weigerde Lorah alles wat ze haar zeiden te doen. Ze weigerde te gaan slapen en stribbelde fel tegen en schreeuwde moord en brand als ze haar een kalmeringsmiddel wilden toedienen. Meermaals sneed ze zichzelf in haar armen of soms zelfs in haar benen. Meestal probeerden de dokters haar eerst met woorden te kalmeren als ze zichzelf weer eens sneed. Maar het vreemde was dat, als ze Lorah haar naam noemden, ze hen altijd toe beet dat ze Norahliss heette!  

De maan scheen helder door het kleine, hoge raampje in de isolatiekamer. Het was drie uur ’s nachts en Norahliss werd wakker uit haar verdoving. Ze probeerde haar rechterarm te bewegen en tot haar vreugde merkte ze dat Dr. Necklace haar riemen had losgemaakt toen ze nog sliep. Ze kon zomaar uit haar bed! Norahliss stond op, liep naar de deur en probeerde hem open te krijgen. Hij was op slot. Norahliss gaf niet op en zocht in haar slaapkussen het stukje ijzerdraad dat ze een paar dagen geleden had meegesmokkeld. Na een paar keer wroeten vond ze het stukje ijzerdraad uiteindelijk. Ze liep ermee naar de deur, stak het in het slot en draaide ermee. Norahliss hoorde een zachte klik toen het slot openviel. De deur was open! Waarschijnlijk had Dr. Necklace gedacht dat ze pas ’s ochtends uit haar verdoving zou wakker worden en had hij daarom de grendels niet voor de deur geschoven. Norahliss glipte de kamer uit en liep op haar tenen naar haar slaapkamer die ze met een drietal andere meisjes deelde.
Daar aangekomen deed ze vlug en geruisloos wat kleren en schoenen aan. Norahliss pakte een klein zakje, plus nog een warme wintermantel en liep de kamer terug uit. Ze sloop de keuken in, stal een paar stukjes brood en een flesje water en stak deze in het zakje dat ze mee had genomen. Als laatste deed ze haar wintermantel aan. Norahliss wist dat er in de bijkeuken een achterdeur was die uitkwam in een donker steegje. Vandaar uit geraakte ze op een landweg die naar het stadje Darkness liep. Ze wist ook dat die deur zelden of nooit op slot ging. De dokters gingen er namelijk van uit dat er niemand van de patiënten van het bestaan van de deur afwist. Maar Norahliss ging het tegendeel gaan bewijzen! Norahliss glipte naar de bijkeuken, opende de deur en liep de vrijheid in! 

Norahliss was al uren onderweg. Ze was uit de instelling onstnapt en ze liep nu strompelend op een landweg die langs de instelling lag. Het was donker en stil, alleen het licht van de maan en de sterren vertelden haar ongeveer waar ze was. Norahliss wist wel waar ze naar toe moest, als ze deze kronkelende landweg helemaal tot op het einde zou volgen, zou ze op de bestemming komen waar ze wilde zijn: Darkness. Maar Norahliss was moe, een paar uur geleden was ze nog vol energie geweest en had ze gedacht dat ze wel een hele nacht zou kunnen doorlopen. Dit was echter niet het geval, ze was vergeten hoe ver de instelling wel niet was van het stadje Darkness, of toch zeker te voet was het ver. Norahliss viel op haar knieën, op het midden van de weg. De vermoeidheid en de pijn in haar benen hadden haar overmand. Langzaam viel ze languit op de harde, koude en stoffige grond, en gleed ze weg in een diepe, diepe duisternis…

Lorah werd wakker op een stoffige ondergrond. Ze had geen idee waar ze zich bevond. Ze richtte zich op om beter te kunnen kijken. Lorah lag op een landweg die ze bijna onmiddelijk herkende: het was de weg die naar haar thuisstad Darkness liep. In eerste instantie twijfelde Lorah of ze terug naar de instelling zou gaan of dat ze naar huis zou terugkeren. Na een minuut besliste ze uiteindelijk om het tweede te doen.  Na een tijdje hoorde Lorah het piepen van koetswielen. Vlug zwaaide ze met haar armen naar de koetsier. Gelukkig ging de koets de juiste richting uit én stopte hij vlak voor Lorah. Het was een witte en rijkversierde koets. De knecht die naast de koetsier zat, stapte van de koets af en opende de koetsdeur. Voor haar zag Lorah een jonge vrouw met witgouden haar die netjes en ingewikkeld opgestoken zat. De dame was misschien drie of vier jaar ouder dan Lorah en droeg een jurk en mantel die gemaakt waren uit zeer duur materiaal. “Ik ben Lady Heldshore. Wie ben jij?” vroeg de dame vriendelijk aan Lorah. 
“Ik heet Lorah. Lorah Jones.” 

Lady Heldshore bleek een toffe, vrolijke dame te zijn die uitstekend verhalen kon vertellen. Lorah luisterde aandachtig naar de vele jeugdverhalen van Lady Heldshore, die soms spannend, maar soms ook grappig konden zijn. Lady Heldshore had net weer een zeer grappig verhaal verteld en Lorah barstte in lachen uit. Ze probeerde zich enigszins te bedwingen, toch een klein beetje beschaamd om haar niet zo passend gedrag tegenover een dame van stand. Lorah behoorde dan ook maar tot de middenstand, haar ouders waren absoluut niet rijk, maar echt arm waren ze ook niet. Lady Heldshore was echter van adel en haar familie was steenrijk. Toch was Lady Heldshore erg vriendelijk tegen Lorah en vond ze het helemaal niet erg dat Lorah zo zichtbaar genoot van haar verhalen. Ze vond Lorah een leuk meisje en tenslotte was het leeftijdsverschil tussen hen niet zo groot.    
De weg nam een bocht en Lorah zag door de ramen van de koets dat het niet meer zo ver was naar Darkness. Ze voelde haar hart opspringen bij het gevoel gauw weer thuis te zijn. Eindelijk ging ze haar ouders en haar beste vriendin Lise-Anne opnieuw zien, na zovele jaren. Een traan gleed van haar rechterooghoek naar beneden bij de gedachte aan haar ouders en beste vriendin, bij de gedachte aan thuis. 
Lady Heldshore wist blijkbaar ook dat ze er bijna waren, want toen de weg opnieuw een bocht nam, zei ze tegen Lorah: “Nu we er bijna zijn, mag ik weten waar je precies woont Lorah? Zo kunnen we je afzetten bij je thuis.”
“Dat is heel vriendelijk van u, Milady, ik woon in Blue Street, nummer achttien.”
Lady Heldshore gaf de koetsier opdracht om hen naar dit adres te sturen en ze wendde zich daarna weer tot Lorah. “Hoe komt het dat je zo ver van huis was? Te voet is dat zeker een heel eind, zelfs met de koets ben je er nog niet binnen een uur of twee.”
Lorah dacht na. Wat moest ze nu doen? Lady Heldshore zeggen dat ze uit de instelling was ontsnapt en het risico lopen terug te moeten in plaats van naar huis te kunnen? Of moest ze liegen over de ware reden dat ze zo ver van huis was? Lorah vond Lady Heldshore erg aardig, maar toch besloot ze te liegen, ook al voelde ze zich er niet goed bij. “Wel, ik ben op vakantie geweest, Milady, naar familie van me. Ik zou gisteren normaal gezien al terug thuis geweest zijn, ik had een koets en koetsier ter beschikking gekregen, maar onderweg had één van de paarden zijn poten verstuikt. De koetsier is toen helemaal terug gegaan en ik heb hem gezegd dat ik zelf wel thuis zou geraken. Ik besefte alleen niet hoe ver het was. Ik heb geluk gehad dat ik u tegenkwam, Milady, en dat u me naar huis wilt brengen.” 
Lady Heldshore geloofde niet helemaal wat Lorah haar vertelde, ze vermoedde dat er een andere reden was dat Lorah helemaal in haar ééntje op de weg had gestaan. Toch besloot Lady Heldshore er niets van te zeggen en liet ze Lorah alsnog naar huis brengen. 

Lorah Jones was de dag voordien terug thuis gekomen en had iedereen verteld dat ze uit de instelling was ontslagen omdat ze ‘genezen verklaard’ was. Mrs. Jones was zo blij toen ze haar dochter die dag op de oprit van het huis had zien staan, naast de vriendelijke Lady Heldshore die haar thuis had gebracht. Mrs. Jones had Lady Heldshore nog gevraagd om wat thee te komen drinken, maar dat aanbod had ze afgeslagen. Lady Heldshore had namelijk niet veel tijd. Bovendien had ze al een afspraak gemaakt in de plaatselijke herberg The White Bird om daar iets te eten en te drinken. Daarna zou ze doorreizen naar Lightfull
Niet alleen Mrs. Jones was blij dat Lorah terug thuis was; iedereen leek wel euforisch over haar terugkeer. Zelfs haar vader, die toch altijd wat afstandelijk had gedaan toen ze nog klein was. Maar wie wel het meest gelukkig leek te zijn dat Lorah terug was, was haar beste vriendin Lise-Anne. Zij was in Lorahs armen gelopen toen ze haar na al die jaren ein-de-lijk terug zag.
In de daaropvolgende dagen waren Lorah en Lise-Anne niet meer weg te slaan van elkaar, zo blij waren ze om elkaar eindelijk weer terug te zien. Ze deden vanalles samen, de eerste dagen kwam Lise-Anne vooral naar Lorah, omdat Lorahs moeder haar dochter niet meer wilde missen en haar altijd bij haar wilde hebben. Lorah en Lise-Anne doken dan Lorahs kamer in en praatten veel bij, terwijl ze wat zaten te breien of borduren. Maar eigenlijk was het vooral Lise-Anne die veel praatte, Lorah wilde niets vertellen over de periode dat ze in de instelling had gezeten. De verschrikkingen die ze daar had meegemaakt, waren haar te veel en ze wilde niet dat Lise-Anne, haar ouders of andere mensen uit de stad te weten kwamen hoe erg het was geweest in de instelling. Lise-Anne merkte wel dat Lorah er niets over wilde zeggen, dus zweeg ze maar en vertelde haar gewoon over de dingen des levens die de voorbije jaren waren gebeurd. Ook al vroeg ze zich wel af hoe het er aan toe was gegaan in de instelling. 
Nadat Lorah een week en een half thuis was, mocht ze eindelijk van haar moeder met Lise-Anne op stap. Om een duur deden ze het meerdere keren per week, ze gingen dan naar de markt of naar de kruidenierswinkel, of liepen gewoon door de straatjes te genieten van het mooie, maar koude weer. Hoewel Lorah blij was dat ze haar beste vriendin terug had, begon er een klein stemmetje in haar hoofd die verdacht veel op Norahliss leek haar te vertellen dat Lise-Anne niet oprecht was tegen haar. Lorah was er zich natuurlijk niet van bewust dat het Norahliss was die boven de oppervlakte kwam. Ze geraakte na een tijdje erg in de war, steeds meer had ze nare gedachten, begon ze iedereen te wantrouwen. Niet alleen mensen die ze gewoon kende via haar ouders of van de winkels, maar ook steeds meer Lise-Anne.  
    Toen Lise-Anne samen met Lorah op een dag naar de markt waren gegaan, vond er iets heel vreemds plaats. Lorah en Lise-Anne vonden eenzelfde sjaal mooi en waren aan het twisten wie het mocht hebben. “Ik wil die sjaal hebben,” beet Lorah Lise-Anne toe, “jij hebt al meer dan genoeg gekocht! Al het geld dat je moeder je geeft, geef je zomaar uit. En ik? Ik hou me in en geef maar een beetje uit, soms zelfs helemaal niets! Dus geef die verdomde sjaal aan mij en maak dat je wegkomt of ik krab je ogen uit!” Na deze woede-uitbarsting trok Lorah de sjaal uit Lise-Annes handen, smeet een paar geldstukken naar de verbouwereerde verkoper en beende ze daarna naar de eerstvolgende straat waarop ze verdween. Een geschokte Lise-Anne achterlatend. Het was echter niet Lorah die tot haar had gesproken, maar Norahliss….  

Drie weken later. Lorah en Lise-Anne waren al voor vijfde keer die week samen op stap. Ze liepen door de wirwar van straatjes en gingen winkel in, winkel uit. Lorah wist eigenlijk niet meer wie of wat ze was. Ze had gedacht dat ze blij zou zijn terug thuis te zijn, maar dat was niet het geval. Lorah had steeds meer last van geheugenverlies. Lorah en Lise-Anne kwamen net de kruidenierswinkel uit, toen Mrs. Backbone en haar dochter op hen af kwamen. Een brede, lelijke grijns ontsierde Mrs. Backbones pafferige gezicht toen ze Lorah bij de schouders vastnam om haar eens goed te bekijken. Altijd maar weer die valse glimlach! Overal waar ik kom toveren mensen hun beste lach tevoorschijn, dacht Norahliss. Mrs. Backbone liet haar onnozel lachje horen voordat ze zei: “Wel, Lorah, je moet weten dat iedereen heel blij is om je weer hier te hebben. Echt waar! We hebben het van in ’t begin gezegd: ‘och die arme Lorah! Als ze maar vlug terug hier is!’ En zie, nu sta je hier voor mijn neus!” Mrs Backbone lachte opnieuw en richtte zich toen tot Lise-Anne. Ah! Blij om mij te zien! Jij schijnheilig mens! Je wilde niet liever dat ik weg ging! En nu dat ik hier terug ben, zou je me het liefst naar de maan sturen! Iedereen, IEDEREEN DOET PRECIES OF IK HIER WELKOM BEN, dacht Norahliss venijnig.  

Lorah zat in haar kamer. Afwisselend maalden Mrs. Backbones woorden en de venijnige gedachten van Norahliss door Lorah haar hoofd. ‘Nee, ik mag daar niet aan denken! Ik ben Lorah, niet Norahliss!’ Dacht je dat werkelijk? Je wilt niets liever dan Mrs. Backbone een hak te zetten! Net als die even schijnheilige en arrogante dochter van haar! Miss Backbone! Norahliss spuwde het woord in gedachten uit. Lorah staarde naar het eeuwenoude boek dat ze van de oude Miss Tinkle had. Miss Tinkle was nooit getrouwd geweest en men zag haar als de plaatselijke heks. Het boek dat Lorah vasthad ging dan ook over magie. Zelfs de meest duistere praktijken stonden er in beschreven. Wat had Miss Tinkle ook weer gezegd? Behoed je voor de duisternis, kind. Laat je er niet door verleiden. Ja, dat was het!
De maan scheen helder aan de donkere hemel en toen nam Norahliss een besluit. De wijze raad van de oude Miss Tinkle sloeg ze in de wind! Norahliss sloeg een pagina van het boek open en volgde de instructies die in erin stonden op. Alle benodigdheden had ze op voorhand bijeen gesprokkeld. Ze pakte drie kaarsen uit de lade van de kast die rechts van haar stond en stak deze aan met een lucifer. Dan haalde ze een klein pakje tevoorschijn waarin drie haren lagen. Ze nam de haren eruit, legde ze in een kommetje die ze uit de keuken had meegenomen en zette het kommetje voor de drie brandende kaarsen. Vervolgens pakte ze de nodige kruiden die ze had verzameld en legde deze bij de haren in het kommetje. Opnieuw pakte ze een lucifer die ze aanstak en stak de kruiden en de haren ermee in brand, terwijl ze een lange woordenstroom in een vreemde taal mompelde. Ze keek toe hoe de kruiden en haren verschrompelden. 

Op datzelfde moment...in het huis van de Backbone’s. Luid geschreeuw verstoorde de stilte. Miss Backbone stormde de slaapkamer van haar ouders in en zag...dat haar moeder in brand stond! Miss Backbone begon mee te schreeuwen. Plots stopte ze abrupt met schreeuwen. Langzaam begonnen haar lange haren, de mouwen en de onderkant van haar jurk te branden. Miss Backbone was te geschokt om nog enig geluid voort te brengen.    

De volgende morgen vond één van de dienstmeisjes de verbrande lijken van Mrs. en Mr. Backbone en dat van hun dochter, Miss Backbone. Nadat het dienstmeisje het hele huis had bijeengeschreeuwd verwittigde ze de politie. Die stonden voor een raadsel. Later die week waren nog eens drie mensen een mysterieuze dood gestorven. De politie dacht al gauw (net als de rest van de stad) dat Miss Tinkle de dader was van deze vreemde moorden. Norahliss was woedend toen ze hoorde dat Miss Tinkle als hoofdverdachte werd gezien! Het was háár werk, zagen ze dat dan niet?! Norahliss besloot algauw de stad te tonen dat Miss Tinkle onschuldig was...
Die avond zette ze alles klaar voor een nieuwe aanval! De kaarsen stonden klaar, het kommetje dat ze altijd gebruikte, de kruiden, lucifers en...een ultra klein houten poppetje. Norahliss stak de kaarsen aan met de lucifers en legde de kruiden in het kommetje. Norahliss had ook wat plantaardige olie opzij gezet en deze goot ze nu bij de kruiden. Ze deed de gebruikelijke haren erbij en mengde het goedje dooreen. Vervolgens pakte ze het poppetje en legde het in het kommetje. Het mengsel van de kruiden, haren en olie uit het kommetje wreef ze over het gehele poppetje. Norahliss nam een mes, hief het de lucht in en….
TOK TOK TOK! Het geluid van iemand die op de deur klopte deed Norahliss verstijven van schrik. Oh, wat moet ik nu doen? Als vader en moeder dit zien…. Zij mogen mijn plannen niet dwarsbomen! Ik moet het doen, ik moet het doen! Iedereen moet weten dat Miss Tinkle onschuldig is. Ik heb het gedaan, ík! Norahliss schoof onrustig heen en weer terwijl ze koortsachtig nadacht over een oplossing.
Ze kon niet meer helder nadenken en toen haar moeder nogmaals klopte en riep “Lorah, we moeten echt gaan nu! We hebben je tante beloofd om binnen een halfuur te komen! Komaan, doe eens voort!” maakte dit het alleen nog maar erger. Norahliss trilde van woede, maar ze wist dat ze nu niets meer kon doen. Het moest een volgende keer gebeuren. Oh, wat zal mijn wraak zoet zijn, dacht Norahliss, vooraleer ze alles vlug opruimde, haar wintermantel omdeed en de deur opendeed om samen met haar ouders naar haar tante te gaan.  

De volgende dagen was Norahliss meer dan woedend, ze kookte vanbinnen. Wonderwel had Lorah een beetje de overhand gekregen toen ze naar haar tante ging, zodat haar tante en haar ouders niets zouden merken. Maar Lorah wist niet wat Norahliss van plan was, ze kende haar niet. Het was allemaal het plan van Norahliss, ze wist meteen wanneer ze Lorah ten tonele moest opvoeren om geen argwaan te wekken bij de mensen, ook al was het soms moeilijk. Innerlijk had Norahliss gekookt toen ze naar haar tante moest, maar ze had zichzelf weten te kalmeren en zo weer Lorah geworden. Norahliss wist dat Lorah niets van haar plannen was te weten gekomen en ze wilde dit zo houden ook. 
Norahliss zat op weer op haar kamer nadat ze terug was gekomen van haar uitje met Lise-Anne. Terwijl ze op haar bed zat, dacht ze na hoe ze kon vermijden dat een nieuwe aanval zou mislukken. De volgende keer moest het lukken! Ze kon het zich niet permitteren dat ze opnieuw gestoord zou worden en al haar plannen opnieuw zou moeten opgeven. Ze was al zover gekomen. Ze had Mrs. Backbone en Miss Backbone eindelijk een hak kunnen zetten, hen kunnen straffen om hetgeen ze hadden misdaan. Oh, wat zullen hun schijnheilige en arrogante gezichten verstijfd geweest zijn van angst! Norahliss straalde van leedvermaak toen ze terug dacht aan de avond dat ze hen en Mr. Backbone had vermoord. Ze had nog meer slachtoffers gemaakt, de vrouw van de bakker bijvoorbeeld, en de vader van de slager, die ook. Alleen jammer dat ze Miss Tinkle direct hadden verdacht van de moorden. Norahliss kon aan niets anders meer denken dan aan wraak en aan de gedachte dat ze de wereld eens ging laten zien dat zij het had gedaan, de wereld moest weten wat ze in staat was te doen!

Maar wanneer? Wanneer kon ze hen dat duidelijk maken? Opnieuw werd er op de deur geklopt, maar deze keer was het Lorahs vader. Norahliss werd weer kwaad toen ze de tweede keer in een week werd gestoord. Kon niemand haar met rust laten? Norahliss besloot om nog voor één keer Lorah haar werk te doen. Onmiddellijk kwam er rust in haar gezicht en veranderde ze helemaal van gedrag. Kalm en beheerst deed Lorah de deur open en met een gepaste onderdanigheid vroeg ze aan haar vader: “Ja, vader, is er iets wat ik moet weten? Kan ik iets doen voor u?”
“Ik kom je enkel zeggen dat je moeder en ik vanavond weg zijn, we gaan naar een theatervoorstelling. Het is beter dat jij hier blijft, je hebt de laatste weken…eigenlijk de laatste jaren heel wat meegemaakt en ook al merken we dat het beter met je gaat, we hebben liever dat je thuis blijft om te rusten. De voorbije weken zijn ook een beetje…onrustig…geweest. De kokkin heeft je eten opzij gezet, als je honger hebt, moet je haar maar vragen of dat ze het opwarmt boven het vuur. Goed? Zal alles lukken hier alleen?” “Ja, vader, ik red me wel alleen. En eigenlijk ben ik niet helemaal alleen, de kokkin is er en de huishoudster, ik zal wel naar hen toe gaan als er iets is.”
“Oké, goed. Kom dan nog even mee naar beneden om je moeder goedendag te zeggen, daarna vertrekken je moeder en ik.”
“Ja, vader,” zei Lorah gedwee terwijl ze met hem meeliep naar beneden.  

Het was laat op de avond. Norahliss liep vol verwachting haar kamer in. Vanavond ging het gebeuren. Het uur van de wraak was gekomen. Dat had ze beslist nadat haar ouders het huis hadden verlaten om naar de theatervoorstelling te gaan. Norahliss had Lorah voorgoed overgenomen en dat ging ze die avond bewijzen. Ze had net gegeten en tegen de kokkin en de huishoudster verteld dat ze haar met rust moesten laten. Zo had ze haar rijk helemaal voor zich alleen. 
Norahliss pakte als vanouds het gerief dat ze nodig had om de genadeslag toe te brengen: het ondertussen vertrouwde kommetje, de kaarsen, de kruiden, de plantaardige olie en natuurlijk het kleine houten poppetje…
Het houten poppetje leek sprekend op haar slachtoffer, ze had zelfs de haren van het slachtoffer erop geplakt. Ze stak opnieuw de kaarsen aan met de lucifers, legde de kruiden in het kommetje en goot de plantaardige olie bij de kruiden. Vervolgens deed Norahliss wat extra haren van het slachtoffer in het kommetje en mengde ze het goedje dooreen. Toen ze er mee klaar was, wreef ze het mengsel van kruiden, haren en olie over het houten poppetje. Ze pakte het mes die ze de vorige keer had willen gebruiken en die ze weer had opgeborgen vast, hief het de lucht in en…stak ermee in het poppetje, en nogmaals, en nogmaals… 

Lise-Anne was die avond vroeg naar bed gegaan, ze had zich niet zo goed gevoeld. Lorah was tijdens hun uitje die dag wel heel erg afwezig geweest en had zich nogal vreemd gedragen. Lise-Anne lag nu in haar bed en plots voelde ze een scherpe steek in haar borst...en nog eens...en nog eens. Ze bracht haar rechterhand naar haar borst en voelde toen iets warms en kleverigs. Ze keek verbijsterd naar haar hand; op haar hand kleefde helderrood bloed. Een gil deed het hele huis sidderen en beven en daarna bleef het akelig stil...   

De volgende dag was er veel commotie. De afgelopen nacht werd Lise-Anne mysterieus vermoord teruggevonden in haar bed. Haar ouders waren niet te troosten geweest. Maar dat was niet alles. De dag daarna, heel vroeg in de ochtend, hadden Lorah haar ouders het bezoek gekregen van Dr. Necklace, die hen vertelde dat Lorah uit de instelling was ontsnapt. “Ontsnapt?! Maar, tegen ons zei ze dat ze uit de instelling mocht!” had Mrs. Jones uitgeroepen.
Later die ochtend vernam Dr. Necklace over de mysterieuze moorden die de afgelopen week hadden plaatsgevonden. Hij had meteen het vermoeden dat Lorah (of beter: Norahliss) hier achter zat. Hij had nog geprobeerd om Mrs. Jones uit te leggen hoe verkeerd het was geweest Lorah te geloven en een poging ondernomen om haar labiele situatie te beschrijven. Maar dat was tevergeefs geweest. Toen Dr. Necklace haar vertelde dat hij zich genoodzaakt voelde om Lorah terug mee te nemen naar The Silvermoon, was ze niet te stuiten geweest. Heftig had ze geprotesteerd! Pas toen Dr. Necklace zei: “Als u Lorah niet met mij mee laat gaan, zal ze hier terechtgesteld worden voor moord!” kalmeerde ze enigszins. 
Mrs. Jones had toen uiteindelijk toegestemd dat Lorah terug naar de instelling ging, maar wilde wachten totdat haar man thuis kwam van zijn werk. Ze vond dat Dr. Necklace haar man het maar moest uitleggen en bovendien wilde ze weten wat er dan met haar dochter scheelde vooraleer ze Lorah zou laten gaan. Ook wilde ze weten waarom Dr. Necklace dacht dat haar dochter achter die mysterieuze moorden zat. Het was van 1677 geleden dat ze nog zo’n mysterieuze moorden hadden gehad in de stad en omdat er toen heksen achter de moorden hadden gezeten, dacht men nu dat Miss Tinkle verantwoordelijk was voor deze moorden. Ze stond dan ook bekend als heks.
“Mijn dochter is geen heks!” had ze Dr. Necklace toegebeten.  Mrs. Jones zat nu in de woonkamer, in één van de zetels aan de haard. Onrustig wiebelend met haar voeten keek ze om de minuut naar haar wandklok om te zien wanneer haar man zou thuiskomen, samen met Dr. Necklace die had aangeboden om haar man van zijn werk naar huis te vergezellen, aangezien hij van Mrs. Jones alles tot in de puntjes moest uitleggen. Dat begreep hij ergens wel, hij had zelf geen kinderen, maar hij kon zich voorstellen dat als hij er wel had gehad, hij niet zo graag zou willen dat één van zijn kinderen naar een instelling moest en al zeker niet als niemand hem zou vertellen waarom. Maar goed, hij had geen kinderen en hij stond in voor zijn patiënten en voor hun omgeving. Als het beter was dat één van zijn patiënten in de instelling bleef, dan was dat maar zo. Bovendien, Lorah was ontsnapt uit de instelling, ze was helemaal nog niet klaar om de buitenwereld te trotseren. Eerlijk gezegd twijfelde Dr. Necklace of dat ze er ooit wel klaar voor zou zijn, ook al had hij ooit beweert van wel. 

Toen de klok op het uur sloeg, sprong Mrs. Jones onmiddellijk recht. Inderdaad, niet veel later kwamen haar man, Mr. Jones, en Dr. Necklace het huis binnen. Mrs. Jones hoorde hen zacht mompelen, maar toen ze de woonkamer binnenkwamen, stopten ze abrupt met praten. Mr. Jones ging in de andere zetel aan de haard zitten, maar Mrs. Jones stond nog altijd kaarsrecht. Daarom bleef Dr. Necklace maar staan en hij had geen uitnodiging gekregen om te gaan zitten. Mrs. Jones bleef een paar minuten zorgwekkend stil, waarna ze in woede uitbarstte: “U!” riep ze uit tegen Dr. Necklace, terwijl ze met haar vinger naar hem wees, “U hebt mijn dochter twaalf jaar geleden van me weggerukt! Twaalf jaar geleden! Weet u niet wat dit doet met een moeder? Een kind horen schreeuwen om je, terwijl je alleen maar machteloos kan toekijken hoe het wordt weggevoerd van je? Nee, dat weet u niet! Daar weet u niks van! Twaalf jaar lang heb ik mijn dochter moeten missen en nu ze weer terug bij mij is, wil je haar opnieuw van me afpakken!”
Mrs. Jones hield plotseling op met schreeuwen, ze was op en snikte alleen maar onbedaarlijk. Dr. Necklace kon alleen maar ongemakkelijk naar zijn voeten kijken, hij durfde Mrs. Jones niet aan te kijken. Uiteindelijk, na een kwartier, werd Mrs. Jones weer kalm. Te kalm, vond Dr. Necklace. Mrs. Jones wilde weer wat zeggen, maar haar man hief zijn hand op om haar te doen zwijgen.
“Jij hebt je hart nu kunnen luchten, Mary, nu mag ik mijn zegje doen,” zei hij resoluut, en toen Mrs. Jones een haast onmerkbaar knikje gaf, ging hij verder. “U ziet wat voor een verdriet het vertrek van onze dochter heeft teweeggebracht bij mijn vrouw. Ik begrijp volkomen waarom Lorah mee moest en waarom ze nu weer terug moet naar de instelling, ook al wil dit niet zeggen dat ik Lorah in al die jaren niet gemist heb, wat mijn vrouw mij al meerdere keren heeft verweten. Vooraleer u haar alles uitlegt, zoals u het mij hebt uitgelegd, heb ik zelf nog een vraag voor u, Dr. Necklace. Hoe komt het dat je pas weken, wéken nadat Lorah is ontsnapt, ons komt vertellen dat ze ontsnapt is? Als het allemaal zo dringend is dat ze terug moet – ik begrijp nu wel dat het inderdaad dringend is - , waarom heeft het dan zo lang geduurd?”
Dr. Necklace schoof ongemakkelijk heen en weer vooraleer hij aarzelend antwoord gaf. “Euhm, ik moet u bekennen dat wij niet wisten dat Lorah terug naar haar thuisstad was gegaan, wij gingen ervan uit dat ze dit te voet niet zou halen. Wij dachten dat ze zich ofwel in de bossen rondom de instelling had verscholen, ofwel dat ze – euh – het niet gehaald had. Daarom hebben we weken een zoekactie gehouden, één team doorzocht de bossen, een ander team doorzocht de weg naar tekenen van – van – nu ja, van Lorah.”
Dr. Necklace stopte even, hij kon het woord ‘lichaam’ niet over zijn lippen krijgen, laat staan het woord ‘lijk’. 
“Hoe bent u er dan achtergekomen dat Lorah hier bij ons was?” vroeg Mr. Jones. 
“Wel, een paar dagen geleden kwam Lady Heldshore bij ons op bezoek. Ze is een uiterst charmante dame en is oprecht begaan om het welzijn van onze patiënten, daarom geeft ze regelmatig donaties aan onze instelling. Toen Lady Heldshore hoorde van Lorahs verdwijning, vertelde ze over een meisje dat ze was tegengekomen op de weg naar Darkness en dat ze dat meisje naar huis had gebracht. Toen vroegen we haar dat meisje te beschrijven en bleek het Lorah te zijn! Dus ben ik zo snel als ik kon naar hier getrokken om jullie te vertellen dat Lorah ontsnapt is uit de instelling en om Lorah weer mee te nemen. Toen ik hoorde van die mysterieuze moorden, wist ik meteen dat Lorah er mee te maken had, en dat ze zo snel mogelijk weer naar de instelling moest.”
Dr. Necklace nam weer een pauze, en Mr. Jones, die blijkbaar tevreden was met de uitleg van de dokter, nodigde hem eindelijk uit om te gaan zitten, wat hij ook deed. 
“Zo, kan u nu aan mijn vrouw uitleggen waarom onze dochter met u mee moet?”
Dr. Necklace knikte en wendde zich toen tot Mrs. Jones, hetzij ietwat voorzichtig, alsof hij zich behoedde voor een nieuwe woede-uitbarsting van Mrs. Jones. Toen die echter uitbleef, haalde hij onbewust opgelucht adem en begon aan zijn uitleg. 
“Mrs. Jones, toen ik twaalf jaar geleden uw dochter onderzocht op verzoek van uw man, wist ik meteen dat uw dochter, hoe zal ik het zeggen, een speciaal geval was. Ik had nog nooit meegemaakt dat kinderen op die leeftijd al aan zulke zware psychoses kon lijden en ik moest dan ook ingrijpen. Mijn oprechte excuses als deze ervaring voor u en voor uw dochter nogal traumatisch zijn geweest, maar ik kon niet anders. Voor haar eigen welzijn en dat van anderen moest ze in afzondering, ik moest in alle rust kunnen ontdekken wat er met haar aan de hand was. Zoiets is niet eenvoudig te achterhalen, Mrs. Jones, onze wetenschap op het gebied van psychologische ziektes staat nog niet erg ver, dus het heeft tijd nodig vooraleer we enigszins kunnen begrijpen wat een bepaalde patiënt heeft. Dus daarom kon ik u toen niet zeggen waarom uw dochter met ons mee moest.  

Nu zijn we ondertussen enkele jaren verder, en ik heb denk ik ongeveer kunnen achterhalen aan welke psychoses uw dochter lijdt. Echter, mijn collega’s zijn een andere mening toegedaan dan ik. Zij zijn jammer genoeg te snel geneigd alles aan schizofrenie te wijten, maar niet elke persoon die wanen heeft of paranoïde is, heeft daarom schizofrenie, is mijn persoonlijke ervaring. Om een lang verhaal kort te maken, Mrs. Jones, naar mijn mening heeft uw dochter een persoonlijkheidsstoornis, ze heeft als het ware twee persoonlijkheden.
   De eerste persoonlijkheid kunnen we beschouwen als haar ‘echte’ persoonlijkheid, die van Lorah. Als uw dochter Lorah is, is zij het meisje dat u kent, die u hebt opgevoed, die vriendelijk en welwillend is en alle taken doet die je haar opdraagt.
Echter, Lorah heeft daarnaast, zoals ik al zei, een tweede persoonlijkheid. Die persoonlijkheid noemt zichzelf Norahliss. Norahliss is een uiterst labiel meisje, een meisje die lijdt aan waanstoornissen en paranoïde is. Zij wantrouwt iedereen in haar omgeving en heeft bovendien… dit is moeilijk te zeggen, Mrs. Jones, maar Norahliss heeft moordneigingen als ze heel erg kwaad wordt op een persoon, een persoon die volgens haar eigen denken haar iets heeft misdaan. Dit is in werkelijkheid echter niet zo, maar door haar paranoïde denken, haar waanstoornissen, denkt zij van wel. Daarnaast kan ze ook erg zelfdestructief zijn, ze heeft zich in de instelling meermaals gesneden, in haar polsen, armen, benen. 
Het vreemde is dat in de instelling Lorah overdag gewoon Lorah was, maar ’s nachts werd ze Norahliss, overdag kwam Norahliss nooit boven. Ik weet zelf niet hoe dat komt, Mrs. Jones, maar nadat ik de verhalen had gehoord over de mysterieuze moorden die hier de voorbije weken zijn gebeurd, wist ik dat Norahliss blijkbaar steeds dominanter is geworden sinds ze ontsnapte uit de instelling. Norahliss kwam hier niet meer alleen ’s nachts tevoorschijn, maar ook overdag, en elke dag meer. Het resultaat hebt u de voorbije weken mogen horen, Mrs. Jones, die moorden zijn het werk van Norahliss. Ik weet zelf ook absoluut niet hoe Norahliss dit voor elkaar heeft gekregen, maar dat is nu even niet van belang. Mrs. Jones, hoe moeilijk het voor u ook is, doe het voor het belang van uw dochter en uw omgeving, en geef haar met mij mee. Bij ons zit ze veilig, kan ze niemand iets doen, ook haarzelf niet.”
Het betoog van Dr. Necklace hield plotseling op en liet een zware stilte achter. Mrs. Jones wist niet wat ze moest denken, wat ze moest zeggen. Als het waar was wat Dr. Necklace haar vertelde, en ondertussen twijfelde ze daar niet meer aan, dan moest ze opnieuw haar dochter laten gaan. Aan de gedachte alleen al deed haar hart pijn, maar ze moest nu doorgaan, voor het belang van haar dochter en voor de mensen in de stad. Hoe moeilijk het ook ging zijn, ze moest haar dochter laten gaan…. 

Diezelfde avond nog werd Lorah, toen ze thuiskwam van haar eenzaam uitje door de stad, weer meegenomen met Dr. Necklace. Deze keer schreeuwde ze niet, ze stond daar alleen maar, zonder iets te zeggen, zonder enige emotie. Toen Dr. Necklace haar zei in zijn koets te stappen, ging ze zonder verzet in de koets zitten. Mrs. Jones stond voor de stoep van haar huis, te kijken naar het ietwat vreemde tafereel die zo veel nare herinneringen opriep. Geroep, geschreeuw, een kind die om haar moeder schreeuwt. “Nee, nee, ik wil niet mee! Laat mij hier blijven, moeder! Alsjeblieft, moeder, laat mij hier blijven! Ik wil hier blijven!” het kleine, tengere meisje klampte zich vast aan haar moeder. Tranen stroomden van Lorah’s kleine gezichtje naar beneden en ook haar moeder begon te huilen en liet haar dochter niet meer los. Mrs. Jones begon geluidloos te huilen. Toen de koets vertrok, bracht het geluid van de paardenhoeven op de kasseien en het gerammel van de kar haar terug in het heden. Ze keek de koets na, maar zag dat Lorah haar geen blik waardig gunde, ze keek alleen maar starrig voor zich uit, emotieloos… 

Toen Lorah eindelijk aankwam bij de instelling was het pikkedonker, er was zelfs geen maan en de sterren gaven maar weinig licht. Dr. Necklace en Lorah werden opgewacht door verpleegsters die hen naar binnen leidden. Lorah werd opnieuw opgesloten in de isolatiekamer. Toen de deur van de isolatiekamer achter haar sloot, bekroop de angst haar opnieuw. Beelden van mannen en vrouwen in witte tenues die boven haar gebogen stonden, die haar met geweld neerdrukten op het harde, ongastvrije bed en haar vastmaakten, kropen voor haar ogen…
De vieze smaak van pillen en drankjes herinnerde ze zich weer levendig, net als de naald van de spuit die haar buiten bewustzijn bracht… De ijskoude koelbaden waar ze in werd gedompeld als ze volgens de dokters of verplegers iets verkeerd had gedaan, alles kwam levendig terug terwijl ze bibberend op haar knieeën zat in haar isolatiekamer. Hier wilde ze niet zijn, ze moest hier weg! 

De volgende nacht sloop Norahliss door de donkere gangen van The Silvermoon. Ze glipte de bijkeuken in en vond opnieuw de deur die naar de vrijheid liep. Norahliss duwde de klink naar beneden en opende de deur. Een duistere glimlach speelde om haar lippen,  terwijl Norahliss in de duisternis verdween.

13/05/2017 15:09

Reacties (6) 

1
14/05/2017 07:38
Goed geschreven, ik sla deze op en zal het nog eens doorlezen..en lees het graag!
20/05/2017 14:26
Dank je wel dat je het goed vindt :)
1
14/05/2017 00:30
Je hebt een prima fantasie. Het verhaal zit goed in elkaar en leest prettig weg. Alleen wel veel tekst achter elkaar. Je had het verhaal misschien beter in drie delenkunnen posten denk ik. Al met al is het zeker goed geschreven en onderhoudend voor de lezer.
20/05/2017 14:28
Dank je wel dat je het goed vindt. Ik zal er zeker rekening mee houden de volgende keer als de tekst wat lang is om het in verschillende delen te posten.
1
13/05/2017 21:31
Dat was een beste lap om te lezen, maar het verveelde zeker niet. Mooi geschreven.
1
20/05/2017 14:28
Dank je wel dat je het goed vindt. :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert