Voortschrijdend menselijk inzicht in ruimte en tijd.

Door Leonardo gepubliceerd in Aardwetenschappen

 

              58fe46f35f68ce3defbd9d21c32433b3_medium.

 

Voortschrijdend menselijk inzicht in ruimte en tijd. 

In deze herfsttijd van aflatende warme zomerse dagen en nachten zit ik wel eens in gedachten te filosoferen. Dan laat ik mijn gedachten gaan over onderwerpen die op dat moment mijn interesse wekken. Lekker in een van onze gemakkelijke zetels, gezeten bij het vuur, dat zich knetterend in de grote openhaard van de salon over de dikke blokken eikenhout uitstrekt. Met een sigaar en een glas cognac kan ik dan vaak in gedachten vervallen en soms tot merkwaardige, niet werkelijk relevante zienswijzen komen,  met betrekking tot onderwerpen die gewoon mijn aandacht hebben getrokken. Zo geschiedde dat vanavond ook met betrekking tot het onderwerp Aarde waarover ik op TV een aardige reportage volgde van een mij goed bekende Amerikaanse wetenschapper die zijn zienswijze in duidelijke bewoording tot uitdrukking bracht. Na het programma zette ik de laptop-computer op mijn schoot en vertrouwde ik al rap mijn eigen gedachten en zienswijze over het aangesneden onderwerp van op de TV toe aan; een artikel voor Tallsay.        

De Aarde.

            6736437cdd888b6285f7b4477e31cf1b_medium.

 

De Aarde is in de oudheid altijd een belangrijk onderwerp van gesprek geweest. Maar hoe de planeet waarop men leefde er in werkelijkheid uitzag was meestal slechts een onderwerp van oeverloze discussies. Men wist het gewoon niet. En de ogen van de oudste bewoners reikten uiteindelijk niet verder dan hetgeen ze werkelijk konden onderscheiden. Voor de primitieve mens was de Aarde gewoon plat en zagen ze dit als een bodem in het heelal. Als men ver weg keek dan eindigde bij de horizon het bestaan. De hemel daarboven zag men als een grote koepel waarlangs de zon, maan en sterren, hun dagelijkse baan afleggen om dan tenslotte op een onbegrepen geheimzinnige wijze weer naar hun oorspronkelijke uitgangspunt terug te keren.

 

                  4ed29b25ec297fefddb41edb38cbdba8_medium.

                                         Science fiction uit de oudheid. De platte Aarde

De vroegere Babylonische en Chinese sterrenkundigen geloofden eveneens, werkelijk waar, nog steeds heel lang, ondanks vele eeuwen van astronomische waarnemingen, dat de Aarde inderdaad echt plat was... Het waren uiteindelijk de oude Grieken, die na veelvuldige studies, uiteindelijk het inzicht kregen dat de Aarde een bol moest zijn en dus rond was. Desondanks duurde het nog vele eeuwen voordat deze kennis algemeen zou worden aanvaard. De Aardbol vertegenwoordigde voor de Grieken het middelpunt van het heelal; de zon, de maan, de sterren en de planeten wentelden als kristallijnen sferen om dit middelpunt heen. Doch het was met name de geestelijkheid die het zich steeds verder ontwikkelende nieuwe wetenschappelijke inzicht ten aanzien van onze planeet, en diens positie in de ruimte, opmerkelijk genoeg niet breed aan de bevolking wenste uit te dragen. Het wijzer maken van de bevolking paste zeer waarschijnlijk niet in de gedachten van de toenmalige kerkvorsten. 

 

                  93268f0806f739652a0f1e93b3153e54_medium.

                                                                        Copernicus

Het was derhalve pas in de vijftiende eeuw van onze Christelijke jaartelling dat de menselijke geest dit standpunt te boven kwam en de beroemde Poolse geleerde Nikolaas Copernicus met zijn verbazingwekkende en gedurfde hypothese voor de dag kwam. Een hypothese die stelde dat niet de Aarde, doch de zon, het middelpunt vormde van het heelal. Een voor die tijd inderdaad zeer gewaagde stelling. Een stelling die vooral door de Roomse Kerk zeer krachtig werd tegengesproken. Pas na de ontwikkeling van de eerste primitieve telescopische verrekijker; uitgevonden door de Italiaanse wetenschapper Galileï, omstreeks het begin van de zeventiende eeuw, begon men ook de opvattingen van Copernicus in bredere academische kringen langzaamaan meer te aanvaarden. Maar het zou nog lang duren voordat ook zelf de meest fanatieke, conservatieve Roomse geleerden, die stelling van Copernicus zouden overnemen.

De eerste verrekijker c.q. sterrenkijker.

 

                     fba2039b32e8be7da31fb0bf7407210b_medium.

De uitvinding en ontwikkeling van de kijker – verrekijker c.q. sterrenkijker – betekende eveneens een duidelijke mijlpaal in de ontwikkeling van het menselijk denken en leidde tot een nieuwe kijk op het leven op Aarde.  Nochtans is het wetenschappelijk gezien wel uiterst merkwaardig te noemen dat juist de Grieken, met hun levendige inquisitieve geest, nooit op dat idee van de telescopische kijker noch op de microscoop zijn gekomen.  Maar dat kwam vermoedelijk vooral door het volgende:  De Grieken maakten in die oude tijd geen gebruik van de lens. Toch was de kennis voor het maken van glas wel degelijk ook bij hen bekend. Glas werd uiteindelijk door de oude Grieken in allerlei vormen al eeuwenlang gebruikt. Waarschijnlijk ligt het feit dat bij de Grieken de wetenschap in handen van de aristocratie en van de vele filosofen lag, ten grondslag aan het gemis van deze kennis. Ook de arrogantie van vele aristocraten om zich te bemoeien met kundige inventieve creativiteit van de vele ambachtslieden  speelde vermoedelijk hierbij een waarachtige rol. Kortom, het was uiteindelijk de Italiaan Galileï die de ontdekking op zijn naam schreef vele eeuwen na de bekende Griekse astronomen en natuurkundigen.

Sinds de uitvinding van die eerste verrekijker of sterrenkijker, zoals u wilt, door de Italiaan Galileï hebben de kijker en de astronomie zich in een vrijwel gelijkmatige tempo verder ontwikkeld. Door deze ontwikkelingen bedekte de sluiter van onwetendheid en onjuiste veronderstellingen niet langer de diepten van de ruimte. Sterker nog: vrijwel elk jaar werden er kleine fragmenten in onze menselijke voorstelling van het heelal wat meer verduidelijkt. In onze een en twintigste eeuw weten we inmiddels al lang dat de zon niet eens tot de grote sterren gerekend mag worden, doch slechts een der kleinere heldere lichten aan de hemel is. Maar buiten kijf is het dat de sterrenkijker als geen enkel ander instrument een grootse en wijde vlucht heeft gegeven aan de al om aanwezige menselijke verbeelding.

De spectroscoop.

 

                  c71598fae297a13057b07605be8d4278_medium.

                                 Oude spectroscoop naar het principe van Fraunhofer

 

Slecht één ander instrument zou wat dat betreft in één lijn met de kijker kunnen worden gesteld; namelijk de spectroscoop. Een instrument dat als resultaat van de vele experimenten met glas door de glasblazer Fraunhofer, in het jaar 1814 bij een experimenteel toeval ontstond. Fraunhofer was net als Copernicus en Gallileï eveneens een man die naar verklaringen van natuurlijke veel voorkomende fenomenen zocht. Hij was zeker geen wetenschapper, maar meer een nieuwsgierige ambachtsman. Maar wel een man met een goed stel hersens. Een man die nadacht over vele onverklaarbare natuurlijke verschijnselen die zich soms zomaar openbaarden. Hij was een man die nadacht en vooral zocht naar de verklaring voor het natuurlijke fenomeen van de kleuren van de regenboog. Want, zolang de mens op deze aardkloot leeft heeft hij in de natuur die veelvuldig voorkomende fraaie regenbogen kunnen waarnemen.  Regenbogen die ontstaan nadat de zon een neervallende hoeveelheid regendruppels beschijnt.  Maar wie kon Fraunhofer in zijn tijd nu vertellen dat die kleurenstroken die hij tijdens het onweer waarnam, de belofte inhielden dat hij op een zekere dag in staat zou zijn de sterren te analyseren? Het idee alleen al was ondenkbaar in de tijd dat deze inventieve glasblazer en latere gefierde uitvinder leefde.  Maar toch was dit wel de uitkomst van zijn opmerkelijke experiment. Zijn primitieve spectroscoop ving het licht op van elke lichtbron waardoor een spectrum ontstond dat aan een regenboog deed denken.   De ontstane spectra bleken, bij nader onderzoek, te worden gekenmerkt door lichte en donkere lijnen.  Deze varieerden met de hitte en chemische samenstelling van de lichtbron, alsmede met de zich tussen waarnemer en het spectrum bevindende gassen.  Zijn ontdekking is thans een van de basisprincipes voor de samenstelling van moderne optische instrumenten om op zeer grote afstand van de Aarde de samenstelling en de hitte van sterren in het heelal te meten en te berekenen.

 

                d0460036e65918091b0bd95afe1fee26_medium.

                                                              Moderne telescoop

Het denkbeeldige scherm dat de onpeilbare diepten van het heelal eeuwenlang voor onze geest verborgen hield, is pas in de afgelopen vier eeuwen heel voorzichtig, stukje bij beetje, opgehaald.  Maar van nog veel jongere datum is het eigenlijke besef van de mens met betrekking tot de onmetelijke grootheid van het heelal. Een heelal waarvan onze planeet Aarde slechts een piepklein deeltje uitmaakt. Een grootheid welke nog steeds slechts door een zeer select gezelschap gespecialiseerde wetenschappers tot ware proporties kan worden ingeschat.  Want het heelal betreft een grootheid van werkelijk onvoorstelbare afmetingen welke de gemiddelde moderne mens nog steeds maar moeilijk kan bevatten. Volgens oude wijsgeren schijnen met name Indische filosofen de enige in de oudheid te zijn geweest die enig begrip konden opbrengen voor de ontzaglijke ouderdom van onze eigen planeet Aarde, alsmede voor de omvang van het ons omringende heelal.

Het is met name aan de wetenschap van de geologie en dan in het bijzonder, de paleontologie en de geofysica, te danken dat we langzaamaan wat meer inzicht hebben gekregen in onze eigen Aardse samenstelling. Het is eerst in de achttiende eeuw geweest dat grote wetenschappelijke onderzoeken van aardlagen, rotsformaties, vulkanen en vooral fossielen zouden plaats vinden.  Pas rond de negentiende eeuw begon het besef van de opmerkelijke wetenschappelijke bevindingen voorzichtig in brede wetenschappelijke kring door te dringen.  Heel veel moeite en tijd zijn nodig geweest om zelfs maar de kleinste bijzonderheden welke als resultaat van bodemonderzoek werden gevonden te kunnen bewijzen.  Inzichten in de materie drongen zich slechts zeer langzaam met horten en stoten op. Pas langzamerhand werden onze horizonten op gebied van ruimte en tijd verder weg geschoven.

Konden we twee eeuwen terug, geologisch gezien, niet verder terug kijken dan hooguit zo’n zes eeuwen, thans blikken we terug op een aards verleden van vele honderden miljoenen jaren. Nog elke maand worden ergens op onze Aarde fragmenten gevonden van leven dat ver voor ons huidige menselijk bestaan op de ze planeet heeft plaats gevonden. Nog steeds is ook onze speurtocht naar het ontstaan der materie en het daarmee samenhangende onderzoek naar de uithoeken van het heelal niet beëindigd. Dagelijks speuren enorme telescopen het heelal af op zoek naar afwijkingen, nieuwigheden en het doen van licht, geluid, warmte en stralingsmetingen. Kijkers met een versterkingsvolume van vele duizenden malen sterker dan hetgeen Gallileï ooit voor mogelijk zou hebben gehouden, tasten minuut na minuut het heelal af. Langzaam maar zeker krijgt de wetenschap daardoor een iets beter inzicht in de samenstelling van ons heelal. Gelijktijdig kunnen we thans op grond van al deze op ons af komende gegevens, ons eveneens een zeer voorzichtige voorstelling gaan maken van het vermoedelijke ontstaan van onze eigen planeet.

 

               ec7c5db7984b14107d6edce0cfc179df_medium.

                                               Zonnestelselfoto via de Huble telescoop

Geologie, Geofysica, Astronomie en Astrofysica zijn wetenschappen die sommige mensen altijd zullen blijven boeien. Het is vooral het zoeken naar het ontstaan. Het verklaren van het onbekende, alsmede het toegeven aan het menselijk verlangen de bron van ons bestaan op deze aardkloot te ontdekken, dat sommige wetenschappers in deze materie aantrekt. Gevoelens van intense nieuwsgierigheid die enkele onder ons niet kunnen noch willen onderdrukken, maar daarentegen juist willen activeren in de hoop zelf ooit eens op dat ene belangrijke, onbekende bewijsbare fragment te stuiten, dat zijn of haar naam wetenschappelijk zal doen oplichten.

 

Bronnen:  Wetenschappelijke bibliotheek Universiteit Montpellier.

                American Institute of Spectroscopy - art. Spectroscopy in this modern age.

                P.Marchant,  art. Galileo the Genius. At the Stanfort Encyclopedia of Philosophy.

                Fraunhofer Gesellschaft.

                Wikipedia. org.

 

©  Leonardo – 13 oktober 2016

13/10/2016 02:26

Reacties (15) 

1
13/10/2016 21:32
Echt een geweldig artikel. Heb het nu even serieus gelezen, want dat lukte niet eerder maar had de link genoteerd zodat ik het niet zou vergeten.
1
13/10/2016 22:15
Dank je wel, Candice. Af en toe lukt het me nog steeds om iets behoorlijks uit de computer te laten rollen.
1
13/10/2016 22:18
Lukt mij ook af en toe, maar deze materie boeit mij enorm maar jij en Edwin en ik gok Zevenblad kunnen hier echt subliem over schrijven. Ik heb andere dingen waar ik goed over kan schrijven.
1
13/10/2016 22:54
Dat laatste in je reactie is zeker het geval.
1
13/10/2016 17:49
Interessant artikel, weer wat bij geleerd.
3
13/10/2016 13:07
En toch heb je nog mensen die volhouden dat alles wat wij hoeven te weten in de bijbel staat...
1
13/10/2016 20:21
Ja, zulke trieste kortzichtige figuren zitten er ook nog hier en daar op Plazilla, gezien enkele reacties op een artikel over vrijwillige stervensbegeleiding
1
13/10/2016 10:48
Goed en duidelijk geschreven. compliment !!!!!. .... en nog steeds staan we voor vele onbeantwoorde vragen. Heb vaak het idee, dat hoe meer men weet, hoe meer vragen op antwoord en verduidelijking wachten.
Chapeau
13/10/2016 20:18
Dat is natuurlijk ook zo. Iedere ontdekking of uitvinding roept gelijk een massa nieuwe vragen op.
2
13/10/2016 09:23
Mijn soort artikel. Spectroscopie is typisch zo'n uitvinding die niet algemeen bekend is, terwijl het een enorme impact heeft op onze samenleving en ons wereldbeeld.
Wie leert kijken in Diepe Tijd, ziet zoveel schoonheid.
1
13/10/2016 20:18
Mooie afsluitende zin van je reactie, Edwin.
1
13/10/2016 08:45
mooie mijmeringen metd eaardkloot als middelpunt.. en idd.. inzicht roept altijd meer vragen op
13/10/2016 20:17
Helemaal juist, Daniel.
1
13/10/2016 08:42
Goed artikel. Toch ongelooflijk knap wat die eerste pioniers in deze materie al uitvonden en tot welke conclusies zij aanvankelijk kwamen. En de wetenschap schrijdt voort ...
1
13/10/2016 20:16
Ja, de wetenschap schrijdt zeker voort. Helaas gaat het nu allemaal zo snel dat het moeilijk is bij te houden.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert