Kind van de rekening

Door Haversham gepubliceerd in Oorlog

'Het bewustzijn van smart is tegelijk haar begrenzing. Alleen kinderen lijden grenzeloos.'

Godfried Bomans, Nederlands schrijver 1913-1971

Het zou je maar gebeuren. Je land is door anderen geannexeerd, de veiligheid van je gezin loopt gevaar en je eigen identiteit en leven als man is zo goed als waardeloos geworden. Als christen zijnde heb je geen enkele fiducie, deze strijders hebben jou gemarkeerd voor de dood en je vrouw en kinderen wacht een ander, maar niet minder vreselijke lot. Je besluit om te vluchten uit het land van je geboorte, op zoek naar een plek waar je gezin hopelijk veilig zal zijn en waar jij weer zonder angst gewoon de straat weer op kunt. Je laat alles wat je bezit achter, alles wat je meeneemt moet je tenslotte alleen maar met je mee sjouwen. Je gaat als een dief in de stilte van de nacht de straat op, ondertussen bang dat een van je kinderen jullie verraden zal door onverhoeds een geluid te maken. Het is donker en de dood hangt onheilspellend in de lucht. Het donkere bloed van de die dag vermoorde landgenoten stroomt nog door de goten. Je slaat de hoek van de straat om en ziet op een groot plein de lijken van je geloofsbroeders aan kruizen hangen, mannen die net als jij onschuldig waren, maar die door de bezetter vals werden beschuldigd en vervolgens werden vermoord. Je zoekt naar jihadisten, hopend dat mochten ze er zijn ze jou niet zullen zien.

children-60743_1280-595x397.jpg

Er hangen nieuwe lijken tussen de oude lijken van eerder geëxecuteerde mannen weg te rotten aan de poorten van de stad als waarschuwing aan de stadsburgers. Wat die waarschuwing is? Ach, het kan van alles zijn, zij doen daar niet moeilijk over. Je probeert de ogen van je kinderen af te wenden, maar tja, waarom eigenlijk nog? Is hun leven niet intussen een en al dood en verschrikkingen geweest vanaf het moment dat de ‘strijders’ de poorten van de stad binnenreden met talloze geweren in de hand en zwarte vlaggen volgeschreven met leuzen? Ze hebben alles al gezien, de kinderen. Ze hebben het bloed van de vermoorden geroken en de doodskreten van de gemartelden gehoord. Nee, als ze dat al hebben gezien, waar kun je ze dan nog in hemelsnaam voor beschermen? Toch, je bent en blijft hun vader en je doet er alles aan wat binnen je vermogen ligt om ze te behoeden, al stelt die bescherming in het geheel nog maar zo weinig voor.

Je hart klopt als een bezetene in je borst en je ademt moeizaam. Je hele wezen staat strak van de spanning en je verkeert in de greep van de angst, want je weet dat een verkeerde zet alles voor jullie kan verpesten en dat de gevolgen dan verschrikkelijk zullen zijn. Zachtjes zeg je tegen je vrouw dat je vooruit gaat om te kijken of de kust veilig is. Je drukt je vinger tegen je lippen en kijkt met een waarschuwende blik naar je keuters. Ze zijn misschien nog maar klein, maar o wat zijn ze al wijs. Ze moesten wel heel snel volwassen worden. Je zoon heeft het lichaam van een kind, maar de geest van een oude man. Je dochter van drie, dat niet anders gekend heeft dan onrust, vrees, terreur en verdrukking kijkt je aan met een blik dat geen enkel ouder wil zien; onverholen angst. Ze hebben dingen gezien die ze nooit hadden moeten zien en die ze hun leven lang nooit meer zullen vergeten. Daarom snappen zij heel goed dat dit nu geen spelletje is, maar bittere ernst. Dit zijn met recht oorlogskinderen.

vluchtelingen-595x417.jpg

Langzaam sluip je vooruit en zoek je de omgeving af. Er is niemand te zien, je loopt dus weer stilletjes terug en wenkt je vrouw en kinderen aan om je te volgen. Het lijkt alsof je ogen aan alle kanten van je hoofd hebt, maar dat moet ook wel, je hebt geen keus. De poort ligt inmiddels achter je en de vrijheid lonkt bijna, maar nog niet helemaal.  Je weet dat je nu nog steeds moet zorgen dat je niet opvalt want dat is nog atlijd fataal. Er ligt een eindeloze weg voor je, maar de angst drijft je voort. Je loopt zonder om te kijken, hopend en biddend dat de afstand tussen jou en het kwaad snel groter wordt. Soms draag je je dochter, dan weer je zoon. Zij zijn snel uitgeput. Je vrouw zegt niets, zij weet dat jullie geen keus hebben. Eindelijk, na veel omzwervingen bereik je de kust. Je durft weer voorzichtig adem te halen, maar je weet dat het gevaar nog steeds niet is geweken, want er is nog een lange boottocht voor de boeg.

De kinderen hebben dorst en honger, maar je hebt niet veel geld en kunt maar weinig kopen. Alles wat je wel koopt gaat meteen naar de kinderen. Zij hebben het harder nodig, dat weet je. De boottocht is verschrikkelijk, de zee verraderlijk. Je bidt gepassioneerd tot God en hoopt op een veilige aankomst. Dagen dobber je rond en dagen worden weer weken. Je bent omringd door andere vluchtelingen, allen hebben ze hetzelfde wezenloze blik in hun ogen. Aan de ene kant is er die enorme opluchting dat je nog leeft, aan de andere kant weer die vreselijke angst, want je bent wel aan de vijand ontkomen, maar wat als het water van de zee je uiteindelijk opslokt? Je hebt al je kracht nodig om je angst niet door te laten schemeren omwille van je kinderen. Ze moeten veel huilen en ze snakken naar water en voedsel. Het lijkt welhaast uitzichtloos en dan, ineens, ja daar! Daar is land! O, Goddank! Goddank!

big_tear-kinderen.jpg
De boot loopt vast op het zachte zand van het strand. Je kijkt je ogen uit want voor je liggen allemaal mensen te zonnen. Daar loop je dan in je sjofel kleding, uitgehongerd, bijna gek van dorst en honger, maar vooral moe, doodmoe. Het verschil is welhaast tastbaar. Een confronterend contrast tussen twee werelden, de ene van vrijheid en de ander van oorlog. Met je landgenoten loop je vol ongeloof langs de halfnaakte dames en heren. In jouw cultuur is dit verboden. Je walgt daarom van wat je ziet, maar je bent te moe om er al teveel bij stil te blijven staan. Eerst en bovenal moet je eten en drinken zien te vinden voor je kinderen, dit is tenslotte het land van melk en honing, hier ligt je toekomst en de toekomst van je kinderen. Hier zul je veilig zijn, toch? De schok is daarom behoorlijk groot als blijkt dat al jouw hoop gevestigd was op een denkbeeldige illusie. Je hebt hier geen bed om in te slapen noch een kussen om je vermoeide hoofd op te leggen. Je kinderen liggen op een deken op straat te slapen en je moet bedelen om een beetje voedsel. Echter, je wordt vindingrijk, je tapt elektriciteit af van de eletriciteitspalen langs de weg en gelukkig zijn er toch nog aardige mensen die je voedsel, water en kleding geven. Anderen lopen je echter zo voorbij, je bent voor hen een ergernis want je verpest hun vakantie.

De hoop dat je ooit had, je blijdschap en je gevoelens van euforie vervagen naarmate de dagen verstrijken. Niemand wil je hebben, geen land wil je opnemen. Je zit vast op een eiland en weet niet waar je heen moet gaan, het is net een doodlopende weg. Dit is een vreemd land, met vreemde mensen en vreemde gewoontes en je weet niet hoe jullie toekomst eruit zal gaan zien. Jouw eigen cultuur is zo heel anders en je leven zo verschillend van het gastland, het lijkt haast onoverbrugbaar. Je voelt je een vreemde eend in de bijt en de groeiende gevoelens van somberheid en depressie dreigen je te verstikken. Je kijkt vertederd naar je driejarige dochters onschuldige gezicht terwijl je haar in slaap wiegt. Och, wat houdt je van haar! Wat heb je haar innig lief! Haar zachte wimpers trillen vermoeid terwijl haar ogen langzaam dichtvallen en jij als papa kunt wel huilen, want er is nergens een plek voor dit kleine dreumes dat ze thuis kan noemen. Niet het land waar ze vandaan komt, daar wacht haar immers een vreselijke toekomst en ook niet in het gastland, want daar is ze een probleem. Jouw klein pareltje, jouw hartendiefje is tot een paria verworden en ze is nog maar drie.

1818737-595x396.jpg
Je hebt je nog nooit zo eenzaam gevoeld en je voelt je letterlijk door God en iedereen in de steek gelaten. Langzaam druppelen de tranen langs je wangen naar beneden. Ze druppelen op je dochtertjes zachte haren en op haar mooie voorhoofd. Een gevoel van falen overvalt je. Je bent ten einde raad en weet niet meer wat je moet doen. Er is ook niemand die jou een kant en klare antwoord kan geven op jouw situatie, ze hebben het te druk met vergaderen en overleggen over je, want jij bent nu een ‘asielprobleem’. Voor hen ben jij niet anders dan een vervelende kwestie waar een oplossing voor gevonden moet worden. Dat waren zes miljoen Joden ook net voor, tijdens en na de tweede wereld oorlog. Niemand heeft schijnbaar van die geschiedenis geleerd. Daar ben jij een stille voorbeeld van. Jij, je vrouw en je twee kleine kinderen.

03/06/2016 12:36

Reacties (4) 

03/06/2016 14:42
Zoals meestal heel knap geschreven, maar er zit zoveel (dik opgelegd) vals sentiment in dat ik dezelfde afkeer krijg als wanneer ik bijvoorbeeld een moordenaar hoor jammeren over zijn verschrikkelijk lot: levenslang! Ja, ook daar kan ik een huilverhaal van maken.

Als deze vader, om maar eens op het geschetste beeld in te gaan, een vent was geweest dan had hij zich bij een van de talloze milities aangesloten en voor zijn land en voor zijn gezin gevochten, in plaats van nog een kind de wereld in te schoppen en nu bij nacht en ontij op een gammel bootje te vluchten.
Over de ho...
2
04/06/2016 10:22
Let op, ik respecteer jouw mening hierin! :)

Niet iedereen kan vechten, niet iedereen heeft het lef of de kracht in zich om dat te doen. Sommigen kiezen voor een andere weg, zoals zovelen dat altijd al hebben gedaan in het verleden.

Zevenblad, ik weet werkelijk niet wat ik zou doen in zo'n situatie. Ik kan daar ook niet over oordelen omdat ik niet met hun gruwelijke realiteit wordt geconfronteerd.

Daarom wil en kan ik er niet echt over oordelen, want ik weet het zelf gewoon niet. Zeer zeker niet als het om mijn kinderen zou gaan.

Dank je v...
03/06/2016 12:50
Hele mooie van je .. ik ga er verder niet op in. Ben het niet helemaal met je eens, maar vind je artikel wel schitterend geschreven.
1
04/06/2016 10:22
Dank je!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert