Fiscaal partnerschap: regels en voorwaarden

Door HenkX gepubliceerd in Geschiedenis

Het fiscaal partnerschap kent vele voordelen, maar helaas ook nadelen. Wanneer is iemand fiscaal partner, en wat betekent dit voor u?

Fiscaal partnerschap in 2012 en 2013: regels en voorwaarden

Fiscale partners mogen samen aangifte doen en onderling bepaalde inkomsten en aftrekposten voor de belasting verdelen. In dit artikel zullen we het fiscaal partnerschap in twee vragen bespreken:

  1. Wat is een fiscaal partnerschap en welke voor- en nadelen heeft het?
  2. Wanneer is iemand fiscaal partner?

1. Wat is een fiscaal partnerschap en welke voor- en nadelen heeft het?

Fiscale partners mogen samen aangifte voor de inkomstenbelasting doen. Daarbij mogen en moeten bepaalde zaken onderling verdeeld en/of opgeteld worden. We bespreken dit hieronder in vier punten:

  1. Aftrekposten en inkomsten die wel onderling mogen worden verdeeld
  2. Aftrekposten en inkomsten die niet onderling mogen worden verdeeld
  3. Gevolgen voor het drempelinkomen en heffingskortingen
  4. Een drietal voorbeelden om de voor- en nadelen te verduidelijken

Let op: dit onderling verdelen kan enkel indien je het gehele jaar fiscaal partner bent. Zie ook punt 2.3, onderaan dit artikel.

1.1 Aftrekposten en inkomsten die wel onderling mogen worden verdeeld

De betekenis van de frase “onderling verdelen” is voor de Belastingdienst letterlijk dat je de ene partner 100% mag toewijzen en de andere 0%, of omgekeerd, en alles daartussenin, zolang het totaal maar op 100% uitkomt. Dit mag met zowel bepaalde aftrekposten (zie onder) als de onderstaande inkomsten:

  • de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen in box 3. (Dit geldt niet in het jaar van overlijden van één van u beiden.)
  • verliezen op beleggingen in durfkapitaal
  • voordeel uit aanmerkelijk belang
  • het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning (zie ook hieronder).

Ook bepaalde aftrekposten mogen fiscale partners onderling verdelen:

  • aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld
  • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen jegens partner en kinderen
  • giften
  • kosten voor een rijksmonumentenpand
  • restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren
  • studiekosten of andere scholingsuitgaven
  • uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten
  • uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapte kinderen, broers of zussen

1.2 Aftrekposten en inkomsten die niet onderling mogen worden verdeeld

Sommige aftrekposten en inkomsten moeten echter altijd worden toebedeeld aan de fiscale partner die hier recht op heeft. Deze posten mogen niet onderling worden verdeeld:

  • belastbare winst uit onderneming
  • bijverdiensten en inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
  • inkomsten uit beschikbaar gestelde vermogensbestanddelen
  • loon, uitkering of pensioen
  • ontvangen alimentatie en andere periodieke uitkeringen
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in box 3 in het jaar van overlijden van één van u beiden
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in het jaar dat u bent geëmigreerd of geïmmigreerd en niet voldoet aan één van de aanvullende voorwaarden (1: beide partners kiezen ervoor het gehele jaar als binnenlands belastingplichtige te worden behandeld, of 2: beiden waren in dezelfde periode, met dezelfde begin- en einddatum, binnenlands belastingplichtige).
  • negatieve persoonsgebonden aftrek
  • negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
  • reisaftrek openbaar vervoer
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen (bijvoorbeeld premies voor lijfrenten)

1.3 Gevolgen van fiscaal partnerschap voor het drempelinkomen en heffingskortingen

Verder heeft een fiscaal partnerschap nog consequenties voor het drempelinkomen en voor bepaalde heffingskortingen. Het drempelinkomen is onder meer van belang bij het bepalen van de hoogte van de zorgtoeslag en bepaalde aftrekposten. Om het drempelinkomen te berekenen dient u het inkomen in box 1, 2 en 3 bij elkaar op te tellen. Fiscale partners hebben een gezamenlijk drempelinkomen, hetgeen betekent dat zij hun afzonderlijke drempelinkomens bij elkaar op dienen te tellen.

Bij bepaalde heffingskortingen geeft een fiscaal partnerschap juist wel recht op de korting (zo wordt de algemene heffingskorting uitbetaald aan de partner met het laagste inkomen) of juist niet (bijvoorbeeld de alleenstaande-ouderkorting).

1.4 Een drietal voorbeelden om de voor- en nadelen te verduidelijken

Het bovenstaande blijft uiteraard slechts beperkt tot algemeenheden. De onderstaande drie (fictieve) voorbeelden illustreren waarom fiscaal partnerschap soms voordelen heeft, en soms juist nadelen.

  1. Henk heeft nauwelijks inkomen en betaalt nauwelijks belasting, maar hij bezit wel het huis; Ingrid verdient veel en ze betaalt ook navenant belasting. Indien ze geen fiscaal partner zijn, kan de aftrekpost voor de woningschuld nauwelijks worden toegepast. Henk betaalt immers bijna geen belasting en kan dus weinig aftrekken, Ingrid kan niet aftrekken omdat het niet haar woning is. Indien ze fiscale partners zijn kunnen ze dit echter onderling verdelen, zelfs als de meestverdienende geen eigenaar van de woning is. Met andere aftrekposten heeft fiscaal partnerschap gelijksoortige gevolgen.
  2. Piet heeft een verzamelinkomen van € 10.000 per jaar en Carolina verdient € 60.000. Piet wil een schenking doen aan een goed doel. Die is aftrekbaar vanaf een bedrag van 1% van het verzamelinkomen, in zijn geval 100 euro dus. Als ze fiscaal partner zijn, geldt echter dat de drempels van beide partners worden opgeteld. De gift is dan dus pas aftrekbaar wanneer deze meer dan 700 euro bedraagt (1% van 10.000 + 60.000).
  3. Echtgenoten Petra en Klaas hebben grote ruzie en leven duurzaam gescheiden, maar hebben nog geen verzoek tot echtscheiding gedaan. Ze zijn dus nog fiscaal partners (zie ook punt 2.2). Dientengevolge eist de Belastingdienst dat ze een bepaalde onderlinge verdeling van de aftrekposten en inkomsten maken. Indien ze hier niet uit kunnen komen zullen deze onderling 50/50 verdeeld moeten worden, zelfs indien dit voor beiden fiscaal ongunstig is.

2. Voorwaarden: wanneer is iemand fiscaal partner?

Tot en met 2010 kon je min of meer kiezen voor het fiscaal partnerschap. In 2011 zijn de regels verscherpt en is het vaak ofwel verplicht, ofwel niet mogelijk om fiscale partners te zijn. Je kunt het dus niet langer zomaar aanvragen. We bespreken hieronder wanneer je fiscaal partner bent, en daarna wat je moet doen om het partnerschap te beëindigen. In punt 2.3 bespreken we wat er gebeurt als je slechts deel van het jaar aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoet.

2.1 Voorwaarden fiscaal partnerschap

Tegenwoordig ben je enkel een fiscaal partner indien je:

  1. Getrouwd bent*
  2. Geregistreerd partner bent* (let op: dit is niet hetzelfde als een notarieel samenlevingscontract!)
  3. Ongetrouwd bent, maar beiden op hetzelfde adres ingeschreven staan, een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten en meerderjarig zijn
  4. Ongetrouwd bent, maar beiden op hetzelfde adres ingeschreven staan en: a) samen een kind hebben, of b) één van beiden een kind van de ander heeft erkend, of c) er een minderjarig kind van één van beiden staat ingeschreven op het gezamenlijke adres en er geen sprake is van verhuur op zakelijke gronden, of d) bij een pensioenfonds als pensioenpartners aangemeld staan, of e) samen eigenaar zijn van een eigen woning.
  5. Ongetrouwd bent maar op hetzelfde adres ingeschreven staat met kind, vader of moeder en beide partners op 31 december van het voorgaande jaar ouder dan 27 jaar waren
  6. Je het vorige jaar al fiscale partners was*

Je kunt maximaal één fiscale partner hebben. Indien er volgens de bovenstaande voorwaarden meerdere partners aan te wijzen zouden zijn, geldt als partner degene die het eerste wordt genoemd in de voorwaarden. Ben je dus getrouwd (voorwaarde 1) maar ben je ingeschreven op hetzelfde adres met een andere persoon en heb je daarmee ook een kind (voorwaarde 4a), dan is de echtgenoot toch de fiscaal partner.

*Indien één van beiden in het buitenland woont, ook door immigratie, emigratie of remigratie, is er enkel sprake van fiscaal partnerschap als deze partner ervoor kiest het gehele jaar als binnenlands belastingplichtige te worden behandeld.

2.2 Wanneer eindigt een fiscaal partnerschap?

Eén van de belangrijkste nadelen van de huidige regeling rondom het fiscaal partnerschap is dat het niet zomaar ophoudt wanneer je dat wilt, zoals ook besproken in voorbeeld 2 onder punt 1.4; daarbij zijn de echtgenoten verplicht nog fiscale partners. Het is dus minstens zo belangrijk om te weten wanneer het partnerschap ophoudt als te weten wanneer het begint.

Dat is, uiteraard, om te beginnen wanneer er niet meer aan één van de voorwaarden onder punt 2.1 wordt voldaan. Dus als een ongetrouwd meerderjarig stel dat op hetzelfde adres ingeschreven staat het notarieel samenlevingscontract (voorwaarde 3) laat ontbinden, zijn zij niet langer fiscaal partner.

Verder gelden er twee uitzonderingen. Echtgenoten die gaan scheiden zijn pas geen fiscale partners meer als één van beiden bij de rechter een scheiding van tafel en bed heeft aangevraagd en ze bovendien niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven. De tweede uitzondering is dat ongetrouwd samenwonenden geen fiscaal partner meer zijn indien ze niet meer allebei op hetzelfde adres zijn ingeschreven, tenzij de inschrijving is beëindigd doordat één van beiden in een verzorgingstehuis is opgenomen. Dan eindigt het fiscaal partnerschap pas als één van beiden een andere fiscaal partner krijgt, of als één van beiden per brief de Belastingdienst heeft geïnformeerd dat ze geen fiscaal partners meer willen zijn.

2.3 Een deel van het jaar fiscaal partners zijn

Het kan zijn dat je minder dan een geheel jaar fiscaal partners bent, bijvoorbeeld omdat je nog geen notarieel samenlevingscontract had getekend. Je kunt er dan voor kiezen om het gehele jaar fiscaal partner te zijn en dus bijvoorbeeld ook de onder punt 1.1 genoemde aftrekposten onderling te mogen verdelen, of om juist het gehele jaar niet als fiscaal partner bij de Belastingdienst bekend te staan. Een gedeelte van het jaar is niet mogelijk. Geef uw keus aan bij de aangifte inkomstenbelasting.

©HenkX, december 2012
Laatste update: 4 februari 2016

24/01/2016 22:59

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert