Jacques Brel en het verdriet van Brabant

Door Guivanho gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

fc353805b2b4cc1a3b67043b2980351c_medium.

Ooit was Brussel de hoofdstad van Brabant, het gebied, dat ligt tussen Frankrijk en Holland. Tussen Franse arrogantie en Hollandse betweterigheid. In dit gebied heeft de Brusselaar Brel geleefd. Chansons, die de universele tragiek van de liefde bezongen, en chansons, die getuigden van liefde voor Vlaanderen en van afkeer van het Vlaamse nationalisme.

 

In de herfst van 1978 overleed Jacques Brel. Op de valreep had hij nog een LP opgenomen, waarin nogmaals de belangrijkste elementen uit zijn oeuvre samenkwamen: liefde, zijn afkeer van de flaminganten èn van de clerus. Liefde is niet om mee te spotten, vond Brel. Een serieuze zaak, die meer toewijding vergt dan vrouwen doorgaans bereid zijn op te brengen. Vrouwen moesten het ontgelden. Kritiek op kloekachtig gedrag zonder de poen uit het oog te verliezen. Met Brel heb ik wat. Z'n superemotionaliteit heeft me altijd ontroerd.
De Guldensporenslag wordt eeuwen na dato nog steeds uitgevochten. Brel heeft de strijdende partijen toegeroepen of ze asjeblieft met dit anachronisme op wilden houden. Die roep is niet begrepen. Niet door de Hollanders, die vergeten zijn dat ze hun taal aan de afloop van die slag te danken hebben. Ook niet door de Belgen, die hun identiteit aan van alles en nog wat ontlenen, behalve aan het feit dat ze Belg zijn: Belgiekske niekske.
Tien jaar na zijn dood, in 1988, werd me door de obligate herdenking van de man duidelijk, hoe groot dat onbegrip nog was. Nochtans ken ik geen betere vertolker van het mannelijke levensgevoel dan Brel. Moet die onbegrepenheid gezocht worden in de oogkleppen, die de Hollandse nuchterheid, het Vlaamse nationalisme en het Franse cultuurimperialisme met zich meebrengen?
Aan de kritiek die Brel met name de Vlaamse vrouwen naar het hoofd slingerde, lag een universele tragiek ten grondslag. Tragiek, die vast zit aan vrouw/man-relaties. Tragiek ook, waar hij niet mee wilde leven. Althans, niet lang. In het lied 'Orly', staat dat tekort, die tragiek het mooist uitgedrukt.
 

Orly
Stel, je bent op een vliegveld en je kijkt van boven af neer op de menigte in de vertrekhal. Je ziet een vrouw en een man van elkaar afscheid nemen. Je denkt als toeschouwer: 'dat ze bezig zijn elkaar niets te beloven, want die twee zijn te mager om oneerlijk te zijn.' Dat Brel dit tafereel op het vliegveld Orly laat spelen, houdt een verwijzing in naar een lied van Gilbert Bécaud, dat 'Dimanche à Orly' (zondag op Orly) heet. De verwijzing zit niet alleen in de titel, maar ook in de refreinregel 'wat is Orly op zondag verdomme toch triest, met of zonder Bécaud'. In een Vlaams-Nederlandse televisiedocumentaire over Brel presteerde een fijnbesnaarde olifant het om in dit lied Bécaud met Vader Abraham te vertalen. Niet alleen gaat zo heel de verwijzing verloren, maar ook de vergelijking deugt niet, want Bécaud was geen Pierre Kartner. Maar dit terzijde. In 'Orly' klinkt niet meer die verwijtende opstandigheid tegen vrouwen. Het is een nummer op z'n laatste plaat, die vlak voor z'n dood verscheen. Nee, het gaat om het afscheid en het eeuwige tekort, dat je doet janken, als je tenminste nog enig gevoel in je donder hebt.
In de beredeneerde burgerlijkheid, waar Brel zo op inbeukte, spelen vrouwen haar rol mee. Het voorspelbare verloop van het leven van de wieg tot het graf wordt niet alleen geschraagd door de pastoor en de notaris, maar ook door de vrouw, die dit allemaal zomaar laat gebeuren. In dezelfde Vlaams-Nederlandse documentaire liet men deze aanklacht links liggen en speelde men het op de man: Brel's problematische relatie tot vrouwen in het algemeen. 's Mans levensloop is weliswaar interessant, maar niet relevant, wanneer daarmee wordt voorbijgaan aan wat in z'n teksten staat. En daar staat, dat vrouwen zich wat te makkelijk hun moederrol aan laten leunen en verder lak hebben aan wat er om haar heen gebeurt.
Er is, zoals gezegd, geen betere vertolker van het mannelijke levensgevoel dan Brel. Dat levensgevoel omvat namelijk meer dan geweeklaag over verloren liefdes. Het staat ook ver af van allerhande machoclichés. Het is vol van problemen, het mannelijke principe dat Brel naar voren schuift. Sukkelaars zijn het, die mannen. Ze verslingeren zich aan vrouwen, geven zich helemaal om er tot slot achter te komen, dat het niet werkt op deze manier. De teleurstelling volgt onherroepelijk. Er zit niets anders op dan om samen met andere drinkebroers elkaar wat op te vangen, uit te deuken, en samen af te geven op vrouwen, die er wel in slagen liefde en berekening met elkaar in evenwicht te brengen. Hij benijdt er die vrouwen om, dat ze dat klaarspelen, maar omdat je dat eigenlijk niet kunt toegeven, wordt het als verwijt gelanceerd.
De roekeloosheid, waarmee Brel zich in de liefde stortte en waar we die mooie liederen aan te danken hebben, is niet navolgenswaard. De koele berekening die Brel vrouwen verwijt, stemt ook al niet tot vrolijkheid. Maar wat dan wel? Is er wel een gebied dat tussen die berekening en roekeloosheid in ligt? En als het er is, hoe breed of smal is het dan wel? Ik kan de vragen alleen maar stellen. Het antwoord is er niet. Dat is het probleem nou net. Misschien kunnen we ons aansluiten bij Brel's uitspraak, dat 'de wereld sluimert door gebrek aan onvoorzichtigheid' (in het lied ‘Jojo’).
 

Le plat pays
Verschillende liederen van Brel zijn in Nederlandse vertaling uitgekomen. Ernst van Altena vertaalde ze en Liesbeth List zong ze. Je kreeg dan het rare verschijnsel dat Brel's ode aan het Vlaamse land gezongen werd in Nederlands met een knalharde g. Geen gehoor en typerend voor het onbegrip en de desinteresse in Nederland waar het Vlaamse zaken betreft. Vlaanderen zat Brel zéér hoog. Anders neem je niet de moeite om vlak voor je dood met de flaminganten nog eens extra de vloer aan te vegen. Men maakte er zich in de eerder genoemde documentaire makkelijk van af. In de Franssprekende Brel met zijn liefde voor het Vlaamse land weerspiegelt zich de gespletenheid van België, zo was de teneur. Een gemakzuchtige conclusie, want de betekenis van Brel is nu juist gelegen in z'n onvermoeibaar pogen om die gespletenheid te overbruggen. Dat pogen is onvoldoende herkend en erkend. Hier werd op de man gespeeld om Vlaams-nationalistische illusies te ontzien.
Is het soms niet waar dat het Vlaamse nationalisme tot twee keer toe gecollaboreerd heeft met de Duitsers? Is het soms niet waar, dat de katholieke kerk daar ook een rol in heeft gespeeld? Allen voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus. De essentie van Brel's aanklacht tegen de flaminganten is gelegen in hun stompzinnigheid en die duurt voort tot op de dag van vandaag.
 

Brabant
Als Noord-Brabander voel ik me met Vlaanderen verbonden. Historisch is dat verklaarbaar. De Nederlandse provincie Noord-Brabant vormde slechts de noordrand van het oude 'edele' Brabant. De 'Groot-Dietse' gedachte van Vlaamse fascisten kon met name in Brabant op enige sympathie rekenen. Het waren de kringen van Arnold Meyer en Brabantia Nostra, die op bloed-en bodemwijze het Brabantse erfgoed in tact meenden te moeten houden. 'Dietsland' vormde de utopie van Vlaanderen als deel van Groot-Nederland. Een utopie van twee vliegen in één klap: Vlaanderen verlost van Franstalige overheersing en katholiek Nederland een extra steun in de rug tegenover het protestantse complex van 'God, Nederland en Oranje'.
Mijn affiniteit met de Vlaamse emancipatiestrijd is echter niet gelegen in mystificaties als het groot-dietse of het Brabantse 'Volksempfinden' als wel in de vergelijkbare positie die Zuid-Nederlanders hadden binnen Nederland. Was het in België een Franstalige bourgoisie die Vlamingen onder de knoet hield, in Nederland waren het de katholieken die gedoogd werden binnen een overigens protestantse staat. Maar in Nederland is de katholieke emancipatiestrijd voltooid en in België vertoont de taalstrijd rituele trekken. Het economische hart van België ligt allang in Vlaanderen. Het Engels vormt in feite een grotere bedreiging voor het Nederlands dan het Frans. En dat niet alleen doordat Engelsen via Brussel en de EU in opmars zijn, maar ook doordat Hollanders in functie van geldelijk gewin vrijelijk hun taal door anglicismen laten verloederen.
 

De man van la Mancha 
Terug naar Brel. De betekenis van die man is immers groter dan die van iemand, die zich ergens in Europa met een achterhoedegevecht bemoeide. Brel is een monument in de Europese cultuur van de twintigste eeuw. De man die net zo makkelijk over Amsterdam als over Brussel zong. Moeiteloos de rol van Don Quichote op zich nam, maar dan wel één die serieus genomen wenste te worden. Windmolens zijn er om tegen te vechten en wanneer we weten dat het windmolens zijn dan is dat alleen maar reden om er extra tegenaan te gaan. Laat al dat huisje-boompje-beestje volk maar lachen. Het slag, dat de diepe dalen van zich heeft wegverzekerd en dat leeft in de aanvullende zekerheid, dat de hoogste toppen wel nooit bereikt zullen worden.
Sluit Brel niet meer aan bij het onoverkomelijke van alle tijden? Zoals de minnaar in de dageraadsliederen, die bij het aanbreken van de dag stiekum z'n geliefde moet verlaten. Zoals de ridder die de onbereikbare geliefde bezingt. Zoals Romeo en Julia. Zoals de tragiek van de liefde, die door de eeuwen heen in verschillende toonaarden is bezongen. Wat is dat toch voor een rare snaar in ons, die aan het trillen wordt gebracht door de tragiek van onmogelijke liefde. Wat voor lol valt daar nou aan te beleven? Het lijkt wel of we romantische verhalen over onmogelijke liefdes nodig hebben om weg te mijmeren bij de kaalheid van het dagelijks bestaan en tegelijkertijd vrede te hebben met die kaalheid door volmaakte liefde voor onmogelijk te verklaren. De zoektocht naar wat liefde is, is buitengewoon gecompliceerd. Je hebt enerzijds de clichés die de cultuurgeschiedenis ons lijkt op te dringen en aan de andere kant heb je nieuwe vormen, waarin oeroude gevoelens worden gegoten.
 

Mathilde 
'Moeder, het is tijd om voor me te bidden. Mathilde is terug. Je kunt je wijn houden, kroegbaas, want vanavond drink ik mijn verdriet op. Mathilde is terug. Het is misschien beter dat jij, meid Maria, het bed verschoont, want Mathilde is terug. Vrienden, sta me bij. Vanavond treed ik weer in het strijdperk, omdat je er weer bent, verdomde Mathilde. M'n hart, sla niet op hol, doe alsof je niet weet dat Mathilde terug is. M'n hart, hou op met te herhalen dat ze nog mooier is dan vóór de zomer. Mathilde, die terug is. M'n hart, hou op met kloppen, denk eraan dat ze je verscheurd heeft. Mathilde, die terug is. Vrienden, laat me niet alleen, zeg me dat ik het niet moet doen, nu je er bent, verdomde Mathilde. En m'n handen hier, hou je stil. Het is een weggelopen hond die terugkomt. Mathilde is terug. M'n handen hier, sla niet. Het gaat je allemaal niks aan. Mathilde is terug. M'n handen, tril niet meer. Denk eraan, als mijn tranen erop vallen, dat Mathilde terug is. M'n handen, open je niet. Armen, strek je niet uit. Verdomde Mathilde. Omdat je er bent. Moeder, hou op met bidden. Je Jacques gaat naar de hel terug. Mathilde is bij me terug. Vrienden, reken niet meer op mij. Ik spuw nog één keer naar de hemel, omdat je er bent, m'n mooie Mathilde.'
Wie is er nou zo gek om zich zo aan iemand te verslingeren? Dat moet wel fout aflopen. Dat zegt het verstand. Maar het verstand weet kennelijk ook, dat de patiënt vroeger met die Mathilde fantastische ervaringen heeft opgedaan. Anders zong hij niet zo over haar. Ze heeft ooit een zeer diepe laag in hem aangeboord. De ellende is echter, dat ze dat bliksems goed weet. Dat hij, wannéér ze ook voor z'n neus staat, voor haar zal vallen. En hij heeft al van begin af aan de fout begaan om zich reddeloos aan haar uit te leveren. Als hij wat meer 'onder voorbehoud' met haar was omgegaan, zou ze dan ook die diepe lagen bij hem hebben aangeboord? Ik denk het niet. Het is als met een verslaving. Je weet dat het slecht is, maar het blijft lekker.
Toch is het niet enkel verslaving bij Jacques Brel, het is ook totale overgave. Citaat aan het slot van een Franse documentaire: 'Weet je, ik zou alles willen weten om alles te kunnen leren en ik zou alles willen hebben om alles te kunnen geven. Ik hou van je. Voor de eerste en de laatste keer, omdat ik door zo van je te houden daarna verschroeid ben tot as. Als je mijn as wilt, dan geef ik je die.'
Het vermoeden rees al, dat aan de overgave een drang tot zelfdestructie ten grondslag lag. Hier wordt dat vermoeden bevestigd. 'Je hebt', zegt een dochter van Brel in een interview, 'twee soorten vrouwenhaters. Mannen die vrouwen haten, omdat ze zich niet tot hen aangetrokken voelen, en mannen, die vrouwen haten, omdat ze steeds aan vrouwen hun broek scheuren.' Tot die laatste soort rekende ze haar vader. Al is de karakterisering treffend, ik weet niet of je hier echt van haat kunt spreken. Haat leidt er uiteindelijk toe, dat je iemand de rug toekeert en vrouwen de rug toekeren deed Brel niet.
Brel’s verwijten aan het vrouwelijk geslacht vormen een mengeling van kritiek en afgunst. Wanneer de barman mevrouw bezig ziet met opgeheven borsten haar fortuin na te jagen, dan vindt hij het niet eerlijk, dat hij voor zo weinig geld zo hard moet werken ('Les remparts de Vasovie'). Dat wordt dan beweerd zonder er zich een moment in te verdiepen, hoe benijdenswaard háár positie dan wel is. Goed zij kan haar lijf te gelde maken en hij slechts z'n arbeidskracht. Het is het verschijnsel van de onderdrukte die zich spiegelt aan die andere onderdrukte, van wie hij meent dat ze het beter getroffen heeft. Eenzelfde mechanisme als bij rassenhaat, die juist bij de laagstbetaalde blanken het sterkst wordt aangetroffen.
 

Le flamandes 
In het lied 'Les Flamandes', waardoor de gegoede Vlaamse burgerij zich zo geschoffeerd voelde, wordt nog een andere groep aan de schandpaal genageld en dat is de clerus. Achter al die vrouwen, die voor zich een leven zien weggelegd als broed- en opvoedingsmachine staat de clerus, die niet aflaat een dergelijk leven voor vrouwen als opperste vorm van geluk af te schilderen. Om dat 'geluk' deelachtig te worden dansen ze, die vrouwen, en dan bij voorkeur met een man die er warmpjes bij zit, of van wie verwacht mag worden, dat hij er warmpjes bij komt te zitten.
De lust is er nooit omwille van de lust, maar staat steeds in functie van iets anders. En wat dat andere dan wel is, dat heeft de clerus al vooraf uitgemaakt. Van de man wordt verwacht dat hij hard werkt en tevreden is met de positie, die hem van hogerhand is toebedeeld. Vrouw en kinderen thuis vormen de permanente zin van alle inspanningen en zijn drijfveer om vol te houden, als het allemaal eens teveel wordt. In deze sfeer biedt de kerk niet alleen het geloof aan om de saaiheid van dit tranendal te transcenderen, nee ze vormt ook het maatschappelijk ordeningsprincipe. Ze doet dat via de vrouw en meer in het bijzonder via de door Brel zo verfoeide 'kwezels' (les bigottes).
De jonge Brel was 'een jongeman met een snorretje, worstelend met een katholieke opvoeding en levend vanuit zweverige ideeën over een betere wereld en vriendelijke betrekkingen tussen haar bewoners', zo stond er in een herdenkingsartikel van Weekblad De Tijd van 1988. Verwezen werd naar de lijfspreuk 'Plus est en toi' (Er zit méér in je) van de katholieke jongerengroep, waarvan Brel ooit deel uitmaakte. Deze achtergrond is vast niet vreemd geweest aan het betogende en bezwerende karakter van Brel's liederen. 'L'abbé Brel' (pater Brel), zei George Brassens, toen zijn ster in Frankrijk begon te rijzen en dat was niet als compliment bedoeld.
Het verzet tegen het burgerdom met de stevige steun van de kerk in de rug is niet onproblematisch. Het is verzet tegen verdrukking en betutteling in functie van de vrijheid. Al gauw neemt dat verzet vormen aan die zijn ontleend aan datgene waar het zich tegen verzet. De anti-pater wordt tot pater in zijn bestrijding van het patersdom. En zo blijft een mens hoe dan ook de gevangene van zijn bepaaldheden. Zo gevangen, dat je het wel uit zou willen schreeuwen en dat heeft Brel dan ook veelvuldig gedaan.

 

Johan Anthierens
En dan is er in 1998 het boek van Johan Anthierens. Eén van de eerste serieuze Nederlandstalige publicaties over Brel. 'Jacques Brel, De passie en de pijn.' De biografie, die Anthierens zich aanvankelijk had voorgenomen, is er niet helemaal uitgekomen, maar het is een schitterend boek. Met liedteksten in allerhande vertalingen, met fragmenten van interviews, met beschouwingen en ter afsluiting een bezoek aan Brel’s graf op één van de eilanden van de Markiezenarchipel. Anthierens loopt niet heen om scheldkanonnade tegen de flaminganten. Hij doet aan de hand van de nagedachtenis aan Brel een poging tot Vlaamse 'Vergangenheitsbewältigung'. Als Franstalige Vlaming meende Brel het recht te hebben zich te bemoeien met Vlaamse kwesties. Hij verfoeide Vlamingen, die hem op grond van zijn moedertaal van hun rijen wilden uitsluiten. Voor Brel was alles relatief. Vlamingen spraken relatief Nederlands en Walen relatief Frans. Voor Anthierens is het aanleiding op dit spoor verder te gaan door van 'Ne me quitte pas' vier min of meer Nederlandse versies af te drukken: de Hollandse, de Kruishoutemse, de Friese en de Zuid-Afrikaanse ('Moenie weggaan nie'). De versie van Ernst van Altena noem ik bewust Hollands, omdat ze weliswaar mooi is, maar gezongen met een harde g heeft ze het net niet. De lyriek van Brel is Brabants, zelfs wanneer hij Hollandse taferelen schetst zoals in het lied 'Amsterdam'. De platte boertigheid van de hoerenloper staat in schril contrast tot de man, die van ontroering trilt, wanneer hij oog in oog staat met een naakte vrouw. De eerste maakt een wip, de tweede bedrijft de liefde. Van de tweede is in 'Amsterdam' geen spoor te bekennen. Ook het lied 'Brussel' klinkt niet met een harde g. Deze stad is weliswaar in meerderheid Franstalig, maar ze was ook ooit de hoofdstad van Brabant. Het verdriet van Brel is het verdriet van Brabant, waar de knusheid bewolkt werd door katholieke intolerantie en waar de vrijheid te lang aan de ketting heeft gelegen. Van die verstikkende maatschappelijke ordening heeft Brel de nodige kneuzingen opgelopen. Maar Brabant is Brabant niet meer en België is al bijna uit elkaar gevallen. Toch valt er tussen Franse arrogantie en Hollandse betweterigheid in dit verscheurde land veel waardevols te koesteren. 'Le plat pays'

 

19/01/2016 13:02

Reacties (3) 

1
20/01/2016 17:07
Hartverwarmend, deze reacties. Toch blijft de vraag, waarom ik dit essay ondanks verwoede pogingen nergens gepubliceerd heb kunnen krijgen.
19/01/2016 16:33
Indrukwekkend, met passie geschreven.
Een boeiend verhaal, waar nogal wat werk in gezeten heeft.
Compliment, ook al ben ik niet zo'n fan van Brel.
19/01/2016 13:44
Een geweldig goed verhalend artikel wat zowat als een epos het leven belicht van de held van de schrijver; Brell!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert